Bijdrage over de inzet van een appli­catie bij de bestrijding van COVID-19


28 augustus 2020

35 538 Tijdelijke bepalingen in verband met de inzet van een notificatieapplicatie bij de bestrijding van de epidemie van covid-19 en waarborgen ter voorkoming van misbruik daarvan (Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19)

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Algemeen deel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben het wetsvoorstel Tijdelijke wet notificatieapplicatie covid-19 en de bijbehorende stukken gelezen. Ze zien dat de app op het technisch vlak gedurende de afgelopen maanden steeds verder is ontwikkeld in de richting van de eisen zoals die door de Kamer verwoord zijn. Eisen zoals open-source (zodat de code te controleren is), decentrale verwerking (zodat niemand gegevens kan combineren of inzien) en privacy (zodat niemand weet wie wie is). Toch zijn de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog niet overtuigd van de effectiviteit, de proportionaliteit en de garanties die de minister geeft. Ook twijfelen zij of er wel voldoende zicht is op de maatschappelijke impact die een dergelijke app kan hebben.

De leden van de fractie van Partij voor de Dieren vragen de minister de uitrol van de app stop te zetten tot de behandeling van deze wet is afgerond, de randvoorwaarden op orde zijn, de technische details zijn uitgewerkt en de bredere belangenafweging is gemaakt.

Voordat de leden op bovenstaande punten ingaan willen ze de minister echter vragen waarom hij al is overgegaan tot het landelijk uitrollen van de app. De minister had de Kamer toegezegd niet over te gaan tot uitrol van de app zolang er geen positief advies lag van de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat ligt er op het moment van schrijven niet. En ook de begeleidingscommissie, aangesteld om het ministerie van gevraagd en ongevraagd advies te voorzien, heeft voorwaarden gesteld aan de landelijke uitrol waar nog niet aan voldaan lijkt. Kan de minister toelichten waarom hij het toch verstandig vindt om de app grootschalig uit te rollen? En hoe is dat te rijmen met de motie Ouwehand die de regering verzoekt: “geen onomkeerbare stappen te zetten rond de eventuele inzet van apps totdat de Kamer de gelegenheid heeft gekregen zich hierover uit te spreken”.[1] Deelt de minister de mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat bij een uitrol in 5 van de 25 GGD regio’s en het beschikbaar maken van de app aan alle inwoners van Nederland niet langer meer gesproken kan worden van een ‘test’? Deelt de minister de mening dat het beschikbaar maken om te downloaden voor iedereen in Nederland een onomkeerbare stap is?
Voor de leden is juist gedurende een pandemie zorgvuldigheid en het respecteren van de positie van de Tweede Kamer van belang. De werkwijze van de minister getuigt hier niet van.

Dat we ons bevinden in een pandemie en dat sommige maatregelen nodig zijn is duidelijk. De uitbraak van het zoönotische COVID-19 virus is het gevolg van de wijze waarop de mens omgaat met dieren en de leefomgeving. Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kan de focus echter niet beperkt zijn tot de bestrijding van het virus. Ook in crisistijd is het belangrijk andere belangen (zoals privacy, het beschermen van grondrechten en maatschappelijke gevolgen) volwaardig mee te laten wegen. Ook in tijden van crisis is het belangrijk tussen al die belangen een goede afweging te maken. Te zeer zien de leden dat het kabinet slechts aangeeft dat er één doel is (namelijk het bestrijden van het corona-virus) zonder verder in te gaan op de bredere belangenafweging die gemaakt moet worden.

In het kader van een zorgvuldige belangenafweging vragen de leden de minister ook aan te geven of de berichtgeving dat hij de minister-president niet geïnformeerd had voordat hij bij de persconferentie aankondigde te werken aan twee apps klopt?[2] Heeft de minister zonder overleg besloten dat de apps noodzakelijk waren? Zo ja, kan de minister aangeven waarom hij dit niet besproken heeft? Hoe kan het dat de minister zoiets aankondigt zonder daar ruggenspraak over te hebben gehad? Kan de minister aangeven of hij denkt dat zo’n werkwijze vertrouwen wekt dat er een goede afweging heeft plaatsgevonden voordat besloten werd om in te zetten op een contact tracing app?

1. Doel van het wetsvoorstel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister specifieker te maken wat het doel is van deze wet en van de app. Is dat alleen het bestrijden van het virus of ook het mogelijk maken van versoepelingen? Kan de minister toezeggen dat hij op geen enkele wijze de indruk gaat wekken dat wanneer meer mensen de app zouden installeren er meer versoepelingen mogelijk zouden zijn?

Kan de minister ingaan op de tijdelijkheidsbepaling? Waarom is besloten deze wet voor een periode van 6 maanden geldig te laten zijn en deze daarna telkens te verlengen met 2 maanden? Waarom is niet gekozen voor een kortere geldigheidsduur? Kan de minister toezeggen dat niet tot verlenging wordt besloten zonder dat de Kamer zich daarover heeft kunnen uitspreken? Zo nee, waarom niet?

2. Bron- en contactopsporing

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister hoeveel meldingen hij verwacht dat de app gaat geven. Hoeveel testcapaciteit zal dat behoeven en tot hoeveel meer bron- en contactonderzoek zal dat leiden? Zijn de GGD’en klaar voor deze hoeveelheden extra testen en bron- en contactonderzoeken?

3. CoronaMelder

Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren is niet alleen de technische werking van de app van belang. Ook de maatschappelijke impact is belangrijk. Zij vragen de minister daarom nogmaals de brief die op 13 april aan hem geschreven is door een 60’tal wetenschappers erbij te pakken.[3] In deze brief gaan de wetenschappers uitgebreid in op de maatschappelijke gevolgen die de introductie van zo’n app met zich mee kan brengen. Kan de minister daar op reflecteren? Is naar zijn mening naast de aandacht voor de technische details ook voldoende aandacht geweest voor de maatschappelijke effecten? Is er gekeken naar mogelijke gedragsverandering? Effecten op andere grondrechten dan het recht op privacy? Zo nee, waarom niet?

Zo vragen de leden ook of er rekening is gehouden met de impact die het ontvangen van een melding met zich mee kan brengen. Wordt er bij het ontvangen van een melding meteen een contactnummer aangeboden zodat mensen, die erg geschrokken zijn van het nieuws dat ze mogelijk besmet zijn, direct persoonlijk contact op kunnen nemen met bijvoorbeeld de GGD? Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat, wanneer daar behoefte aan is, er voldoende persoonlijke aandacht is na het ontvangen van een melding?

En hoe monitort de minister wat de maatschappelijke effecten zijn van de app? Is daar onderzoek naar gedaan nu de app al een tijd gebruikt wordt? Gaan mensen die de app gebruiken bewuster om met het afstand houden? Of houden ze juist minder afstand omdat ze zich beschermd wanen? Leidt het hebben van de app tot een onterecht gevoel van veiligheid? Ofwel omdat mensen denken dat de app daadwerkelijk bescherming biedt ofwel omdat mensen verwachten een melding te krijgen wanneer ze mogelijk besmet zijn geraakt terwijl ze ook besmet kunnen zijn geraakt zonder dat er een melding te verwachten valt.
Welke impact heeft de app op het recht van vrijheid van vergadering en vereniging?
Welke andere sociale en maatschappelijke gevolgen zijn er te verwachten?

3.1. Werking CoronaMelder

Dan hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog een aantal vragen over de precieze werking van de app. Wat gebeurt er precies wanneer iemand een melding ontvangt? In de MvT valt te lezen dat er bijvoorbeeld een advies om scherper te letten op symptomen of om zich bij bepaalde symptomen te laten testen” gegeven wordt. Is dat het huidige advies dat mensen met een melding ontvangen of is het slechts een voorbeeld van een van meerdere meldingen die mensen kunnen krijgen? Zo ja, wat zijn de andere meldingen en op basis waarvan wordt er gedifferentieerd?
Kan de minister aangeven waarom niet in lijn met het advies van begeleidingscommissie is besloten om iedereen die een melding krijgt te laten testen? In hoeverre verschilt het advies om na een melding van de app scherp op te letten op symptomen en bij bepaalde symptomen te laten testen van het advies dat geld voor de rest van de bevolking? Wat is hiermee nog de meerwaarde van de app?

Kan het zijn dat de app een groot aantal vals positieve meldingen zal geven en het advies om iedereen met een melding te testen daarmee zou resulteren in het gebruiken van veel testcapaciteit terwijl de kans op het vinden van besmettingen klein is? Zo nee, waarom is dan besloten niet iedereen met een melding te testen?

Verder vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren naar enige details over de werkwijze van de app. Dit om er zeker van te zijn dat de kans op identificatie zo klein mogelijk is. Krijgen, na het doorgeven van een besmetting, alleen de eerder geregistreerde contacten een melding? Of ook de mensen waarmee nog risicovol contact is geweest na het doorgeven van de positieve testuitslag? Kan nabijheid met diezelfde (positieve) persoon zo bij iemand wederom in een melding resulteren? En wat gebeurt er na het ontvangen van een melding op de ‘ontvangende’ telefoon? Blijft de eerdere ‘besmetting’ meewegen in de risico-inschatting? Of vindt een reset plaats?

En wat gebeurt er wanneer een telefoon op een dag meerdere risicogevallen ontdekt. Ontvangt men dan 1 melding? Of meerdere? En ontvangt men dan een ander advies of hetzelfde?

3.2. Effectiviteit notificatieapp

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn nog niet overtuigd van de effectiviteit van de app. Kan de minister bevestigen dat uit de proef met Defensie bleek dat van alle gevallen waarvoor logischerwijs een melding had moeten worden afgegeven slechts in 73% van de gevallen daadwerkelijk een melding werd afgegeven? Klopt het dat daarmee 27% van de te verwachten risico-contacten gemist is door de app? Kan de minister bevestigen dat daarnaast van alle wél afgegeven meldingen 59% procent onterecht was afgegeven? Klopt het dat dus in 59% van de gevallen waarin een melding werd gegeven er objectief gezien geen sprake was van een risicovol contact?

Wat zeggen deze cijfers de minister over de waarde van de app? Is de minister met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren van mening dat wanneer de app zo’n lage betrouwbaarheid heeft de kans klein is dat mensen de door de minister gewenste vervolgstappen zullen nemen?

Welke aanleiding heeft de minister dan om er vanuit te gaan dat de app met 70-75% zekerheid een terechte melding geeft?

Kan de minister aangeven of zijn opmerking dat de app thuis kan worden uitgezet ook bedoeld is om teveel onterechte meldingen te voorkomen? Denkt de minister dat mensen in de praktijk telkens wanneer zij thuiskomen de app zullen pauzeren? Wordt die boodschap ook meegenomen in de communicatie?

3.2.1 Beëindigen inzet CoronaMelder

Dan lezen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat de minister de inzet van de app wil beëindigen als deze onvoldoende effectief blijkt. Hoe bepaalt de minister die effectiviteit?
De leden vragen verder of er voor de minister nog meer gronden zijn om te besluiten tot beëindiging. Kan de minister zich voorstellen dat wanneer de mogelijke neveneffecten negatief of te ingrijpend blijken besloten wordt tot het beëindigen van de inzet? Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de app wel effectief blijkt te zijn maar mensen met een app zich dermate veel veiliger gaan voelen dat ze veel meer risicovol gedrag gaan vertonen? Zou dat aanleiding zijn voor de minister om de app stop te zetten? Hoe houdt de minister hier zicht op? En kan de minister zich voorstellen dat wanneer het aantal besmettingen dermate laag is dat de inzet van de app niet langer proportioneel is, besloten wordt om de app niet langer te gebruiken? Is de minister bereid meer gronden in de wet op te nemen om de wet stop te zetten dan alleen een onvoldoende effectiviteit?

Is de minister bereid alsnog een evaluatiebepaling op te nemen? Het evaluatieprotocol waar de minister naar verwijst dat noodzakelijk is op basis van het richtsnoer van de EDPB beperkt zich slechts tot de doeltreffendheid. Voor de leden is het belangrijk dat er ook met enige regelmaat een afweging gemaakt wordt over de bredere impact en de wenselijkheid.

4. Verwerking van persoonsgegevens

4.1 Artikel 8 EVRM

4.2 Algemene verordening gegevensbescherming

Dan hebben de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren nog enige vragen over het vormgeven van de verwerkingsverantwoordelijkheid. De leden lezen dat de minister verantwoordelijk is voor de inrichting en het beheer van de app en de GGD’en voor de informatieverstrekking. De GGD van de verblijfplaats van de gebruiker wordt verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens.
Klopt het dat de minister uitgaat van een verantwoordelijkheid op basis van verblijfplaats en niet woonplaats? Kan de minister aangeven wie er verwerkingsverantwoordelijke is voor inwoners die niet in Nederland wonen? Kan de minister aangeven wat er gebeurt als iemand zich meldt bij een GGD die niet de GGD van zijn verblijfplaats is? Kan de minister aangeven welke gegevens een GGD zou hebben? En hoe lang ze die bewaard? Klopt het dat momenteel niet iedereen in zijn eigen GGD regio getest wordt? Heeft dat invloed op de verwerkingsverantwoordelijkheid?

Op welke wijze voorkomt de minister dat andere apps gebruik gaan maken van de mogelijkheid die Google en Apple nu bieden om nabijheid te registreren? Is de minister bereid om, naast de restricties die Google en Apple opleggen, een verbod hierop door andere dan de CoronaMelder app op te nemen in de wet? Zo nee, waarom niet?

5. Relatie met andere wetgeving

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de minister toe te lichten waarom deze wet als wijziging van de Wet publieke gezondheid (Wpg) is opgesteld. Wat zijn de mogelijke voordelen daarvan ten opzichte van een losstaande wet en wat zijn de mogelijke nadelen?
Zijn er onderdelen uit de wet Wpg die de minister of GGD in combinatie met voorliggend wetsvoorstel extra bevoegdheden geeft?
Kan de minister in dit kader reageren op de adviezen van de AP en de begeleidingscommissie die stellen dat met de huidige plannen de taak van de GGD oneigenlijk ver opgerekt wordt? Heeft het in dat licht niet de voorkeur om aparte losstaande wetgeving te maken?

5.1. Telecommunicatiewet

5.2. VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

6. Regeldrukeffecten

7. Consultatie en advies

Kan de minister aangeven waarom de begeleidingscommissie op 3 juli adviseert de app niet uit te rollen tot aan een aantal voorwaarden is voldaan en de minister vervolgens op 16 juli schrijft dat na overleg met de begeleidingscommissie op 14 juli is aangegeven dat de commissie adviseert over te gaan tot uitrol op 1 september terwijl nog altijd niet aan die voorwaarden is voldaan?
Is inmiddels aan alle voorwaarden van het derde advies van de begeleidingscommissie voldaan? Is voldaan aan de voorwaarden daar verwoord op pagina 2 en 3. Voorwaarden zoals voldoende testcapaciteit en altijd binnen 24 uur een uitslag beschikbaar hebben. Zo nee, waarom gaat u dan toch over tot uitrol? Is voldaan aan de andere voorwaarden die de begeleidingscommissie stelt in haar adviezen?

7.1. Autoriteit Persoonsgegevens

Allereerst vragen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren waarom de minister het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens heeft achtergehouden tot na de lancering van de app op 17 augustus? Graag ontvangen de leden een gedetailleerd verslag, inclusief de communicatie die op het ministerie heeft plaatsgevonden, over het tijdstip waarop de brief (en bijlage) van 17 augustus verzonden zouden worden.

Dan hebben de leden nog vragen over het ontbreken van strikte afspraken met Google en Apple. De minister schrijft dat er schriftelijke afspraken zijn gemaakt met Google en Apple. Welke status hebben deze schriftelijke afspraken? Zijn deze juridisch bindend? Is de minister bereid die afspraken met de Kamer te delen? Zo nee, waarom niet? En klopt het dat het Amerikaanse rechtssysteem wetten kent die het aan Amerikaanse bedrijven (zoals Google en Apple) kan verplichten om informatie over te dragen aan de Amerikaanse regering zonder daar melding van te maken? Ook als dat in strijd is met lokale nationale wetgeving? Welke garantie heeft de minister dan dat deze bedrijven geen informatie opslaan en overdragen aan de Amerikaanse overheid?

Kan de minister verder ingaan op de toestemming tot de geo-locatie die Android (Google) nodig heeft voordat de app kan werken. Klopt het dat de CoronaMelder app op geen enkele wijze toegang heeft tot de geo-locatie informatie? Klopt het dat Google wel toegang heeft tot de locatiegegevens?
Staat het, binnen de huidige afspraken, Google vrij om die locatiegegevens te analyseren?
De begeleidingscommissie stelt in haar advies van 9 juli dat de minister geadviseerd wordt de app pas landelijk uit te rollen als de onderhandelingen tot een goed einde zijn gebracht. Is dat momenteel al het geval? Zo nee, waarom heeft de minister de app dan al landelijk beschikbaar gemaakt?





[1] Kamerstuk 25 295 nr. 273

[2] https://www.nporadio1.nl/polit...

[3] http://allai.nl/wp-content/upl...