Bijdrage Van Esch aan debat over de mond­kap­jes­plicht


24 november 2020

Voorzitter, fijn dat we vandaag deze regelingen kunnen bespreken. Het is goed dat de Kamer de spoedwet daarvoor aanscherpte.

Laat ik beginnen te stellen dat de vragen en opmerkingen van mijn fractie over grondrechten en burgerlijke vrijheden net zo goed van toepassing zijn voor het Caribische gedeelte van Nederland. Ook al staat dat dan in aparte regelingen beschreven.

Ik begin bij de mondkapjesplicht voorzitter, Want daarover nog heel veel vragen.

Want met een advies, zoals het nu is, laten we burgers vrij om hun individuele afweging te maken. Geheel conform de bescherming van de individuele burgerrechten. Als jij jezelf genoodzaakt ziet, of zelf reden ziet, om het niet te dragen dan ben je vrij om dat niet te doen. Als het kabinet die vrijheid af wil nemen dan moet daar een harde onderbouwing voor zijn. En ik heb die eerlijk gezegd nog niet gezien, van deze minister.

En nu steeds meer mensen een mondkapje dragen op plekken waar dat geadviseerd wordt, kan de minister dan toelichten waarom hij toch over wil op een plicht? Welk probleem lost dat volgens hem op? Welke onderbouwing heeft de minister dat dit echt een bijdrage gaat leveren bij het terugdringen van ‘verregaande verspreiding’? En wanneer zou die plicht dan weer opgeheven worden? Bij welke besmettingscijfers?

De minister zijn verhaal, dat het nodig is omdat alle kleine beetjes helpen, vind ik ook tamelijk ongeloofwaardig geworden. Want niemand zal ontkennen dat kleine beetjes helpen. Maar als je jezelf op grote achterstand zet door de luchtvaart en de slachthuizen hun gang te laten gaan. Dan verliest dat verhaal wat de Partij voor de Dieren betreft heel snel aan glans.

En als de minister zegt dat de communicatie eenduidig moet zijn. Dan vraag ik hem welke aanleiding hij heeft te veronderstellen dat dat nu niet duidelijk zou zijn? In het OV moet het, andere plekken binnen adviseren we het. Dat is het. Dat is de lijn nu.
En de mondkap in het OV dat steunen we ook.

Maar, dan blijft de vraag. Waarom is deze algemene plicht volgens de minister nodig? Wat is de toegevoegde waarde? Waar is de onderbouwing? Waren er geen alternatieven? – bijvoorbeeld een publiekscampagne? of het gratis verstrekken van herbruikbare maskers aan minima? En organiseert de minister met deze plicht niet zijn eigen verzet?

Voor de Partij voor de Dieren gaat de algehele mondkapjesplicht nu te ver. Niet proportioneel, onvoldoende onderbouwd en geen oog voor alternatieven.

Dan heb ik nog een vraag over het onderwijs voorzitter. Vind de minister dat de regels voor scholen nu duidelijk zijn? De ene regeling schrijft een mondkapjesplicht voor. Terwijl de andere regeling een uitzondering maakt op de 1,5 meter. Dus scholieren mogen wel knuffelen, maar alleen met mondkap op.
Wat je ook vind, wel of niet een mondkapjesplicht. De minister moet toch toegeven dat dit soort regelingen verwarrend zijn?

Tot slot, voorzitter wil ik nog 1 zin kwijt. Het valt ons op dat er steeds meer mondkapjes in het milieu terecht komen. Kan de minister aangeven wat hij, met de staatssecretaris, gaat doen om dit te voorkomen?