Bijdrage Van Esch aan Begroting Infra­structuur en Water­staat 2022


3 november 2021

Voorzitter, dank u wel.

Een gezonde leefomgeving is van levensbelang. Maar helaas is de leefomgeving waarin we nu leven alles behalve gezond.

Het milieubeleid tot nu toe heeft altijd bestaan uit reactief beleid.

We constateren dat er een probleem is, we zoeken uit wat de oorzaak is van het probleem, deze specifieke oorzaak nemen we weg en vervolgens poetsen we het probleem weg door bijvoorbeeld de grond te saneren.

Maar reactief beleid beschermt het milieu niet, het repareert het enkel.

Met gezondheidsproblemen en milieuschade tot gevolg.

Denk alleen al aan de schandalen de afgelopen maanden waarbij ons milieu is verontreinigd met chemicaliën.

Het stof dat rond Tata Steel neerdaalt waarbij langdurige blootstelling kan leiden tot negatieve effecten op het IQ van kinderen.

De asfaltfabriek in Nijmegen die 17 keer meer schadelijke stoffen uitstoot dan is toegestaan, waaronder kankerverwekkende stoffen (PAK’s).

De asfaltfabriek in Eindhoven die tot 2 keer teveel kankerverwekkend benzeen uitstoot dan is toegestaan.

En de bizar hoge concentraties PFAS lozingen in de Schelde door 3M, waarvan het effect op de gezondheid van omwonenden in Zeeland nog onbekend is, maar de zorgen toenemen.

Daarnaast is luchtverontreiniging volgens de WHO een van de ernstigste bedreigingen van de menselijke gezondheid door het milieu.

Alleen al in Nederland 12.000 doden per jaar.

De WHO scherpte daarom in september voor het eerst sinds 2005 de richtlijnen voor luchtkwaliteit aan.

Onder andere voor fijnstof. Gelukkig! Maar nu onze eigen normen nog aanscherpen.

Tevens ligt er een advies van de gezondheidsraad over de risico’s van ultrafijnstof, waarin aanbevelingen worden gedaan om de uitstoot van ultrafijnstof terug te dringen.

De staatssecretaris heeft aangegeven aan de slag te gaan met de aanbeveling om ultrafijnstof te gaan monitoren en modeleren.

Dat is op zich fijn.

Maar hoe lang moeten we vervolgens wachten totdat er concrete maatregelen genomen gaan worden?

De gezondheidsraad stelt dat minder stoken van hout door particulieren en minder vliegbewegingen zal bijdragen aan de vermindering van de uitstoot van ultrafijnstof.

Neemt de staatssecretaris dit mee?

Zeker gezien houtkachels als warme broodjes over de toonbank gaan sinds de gasprijzen zijn gestegen.

Dat het milieubeleid reactief is geldt voor chemicaliën en voor luchtverontreiniging, maar geldt ook op andere gebieden.

Op het gebied van plastic, bijvoorbeeld, ligt de focus van het huidige beleid op recycling en statiegeld.

Zolang consumenten maar goed hun afval scheiden en alle statiegeldverpakkingen inleveren, kunnen we zoveel plastic gebruiken als we willen. Maar er moet beleid worden gemaakt dat focust op minder gebruik van plastic en meer hergebruik of refill-mogelijkheden. Hoe ziet de staatssecretaris dat?

Daarnaast proberen producenten ook elke keer weer mazen in de wet te vinden als het aankomt op statiegeld.

Zo wordt er nu meer gebruik gemaakt van drankkartons zonder statiegeld of verpakkingen met een ‘duurzame’ laag die vervolgens niet te recyclen zijn.

Ook in het kader van de circulaire economie voeren we een reactief beleid.

Het uitgangspunt van een circulaire economie zou niet moeten zijn ‘waar kunnen we dit afval kwijt?’, maar is in eerste instantie ‘rethink’ en ‘redesign’.

Aan de voorkant moet rekening worden gehouden met wat te doen als het product niet meer kan worden gebruikt. In plaats van voor afvalstromen ‘nuttige toepassingen’ zoeken, zoals het geval is bij granuliet of plastic bouwafval dat in bospaden wordt verwerkt.

Circulaire economie is bijvoorbeeld kiezen voor het gebruik van een maximaal aantal grondstoffen, zodat aan het einde van de keten grondstoffen makkelijker te verwerken en herbruiken zijn.

Wat is de visie van deze staatssecretaris daarop?

Voorzitter, langzamerhand komen we erachter dat steeds meer problemen niet meer zijn weg te poetsen.

We worden bijvoorbeeld geconfronteerd met microplastics die nooit meer uit het milieu te halen zijn en met forever chemicals, zoals PFAS, die niet opgeruimd kunnen worden.

Het is dus tijd voor een omslag.

We moeten niet langer slechts problemen oplossen wanneer we ermee worden geconfronteerd, maar we moeten actief voorkomen dat deze problemen in eerste instantie ontstaan.

Hierbij moet een gezonde en veilige leefomgeving voor mens en dier centraal staan. En daar gaat mijn collega Lammert van Raan graag op door.

Voorzitter, dank u wel.