Bijdrage Thieme Debat over het vrij­han­dels­verdrag met Canada (CETA) en met de VS (TTIP)


7 juni 2016

Vrijhandel. Het klinkt zo mooi. Vrijheid is een groot goed. Maar vrijhandel gaat niet zelden ten koste van vrijheden.

Onze vrijheid om in een gezonde leefomgeving te wonen, om betrouwbaar en betaalbaar eten te kunnen kopen, dat voldoet aan onze standaarden en onze normen, om milieuregels op te stellen om zo bijvoorbeeld kolencentrales te sluiten…, deze vrijheden worden bedreigd door de verdragen CETA en TTIP.

CETA geeft Canadese multinationals, maar ook Amerikaanse multinationals met dochterondernemingen in Canada, vrij spel op de Europese markt. Én vrij spel om via speciale vrijhandels-rechtbanken landen aan te klagen voor het maken van regels om mens, dier en milieu te beschermen. Het is onverteerbaar dat deze arbiters straks mogen gaan bepalen of regels noodzakelijk, legitiem en proportioneel zijn. Is het straks aan hen om investeringsbelangen af te wegen tegen wetgeving?

Het parlement van een soevereine staat wordt hiermee feitelijk opzij gezet. CETA spreekt over het recht van de overheid om regels te maken, maar wel in lijn met de CETA-bepalingen. En dan moet de buitenlandse investeerder ook nog eens gecompenseerd worden.

Voorzitter, Brussel wil zo snel mogelijk CETA in werking laten treden. De Europese Commissie vindt zelfs dat Brussel die beslissing geheel alleen mag nemen en het niet aan de individuele lidstaten is. Waarom heeft Nederland zich daartegen niet expliciet uitgesproken in Brussel? Dankzij het Verdrag van Lissabon, waar Nederland massaal nee tegen heeft gezegd in 2005, zou het mogelijk zijn om delen van CETA in werking te laten treden zonder dat de Lidstaten daar ook maar iets over te zeggen hebben. Klopt dat, voorzitter?

Het is noodzakelijk dat het Europees Hof van Justitie om advies wordt gevraagd of het omstreden investeringsbeslechtingsmechanisme – met andere woorden de instelling van vrijhandels-rechtbanken –juridisch houdbaar is. Is de minister dat met ons eens? We overwegen een motie op dit punt.

Voorzitter, veel mensen hebben de petitie al ondertekend tot het houden van een volksraadpleging. Het kabinet of het parlement kan zelf het initiatief nemen om zo’n referendum te houden, net als dat gebeurd is voor de Europese grondwet.
CETA mag niet in werking treden zonder dat eerst het parlement daar over stemt en het volk daarover geraadpleegd is. Immers, de vrijhandelsverdragen zetten het parlement namelijk voor een groot deel buitenspel en dat maakt het noodzakelijk dat alle burgers zich daarover moeten kunnen uitspreken. Dit gaat over de soevereiniteit van onze parlementaire democratie.

Voorzitter, dankzij het toenemende protest van een zeer groot deel van de Europese bevolking en bedrijven en boeren wordt het draagvlak voor TTIP steeds wankeler. Europees commissievoorzitter Juncker meent niet zonder een herbevestiging van het mandaat van alle lidstaten te kunnen. Hiermee wordt duidelijk dat het bestaande mandaat niet volstaat. In die onzekere situatie is ontijdige inwerkingtreding van CETA niet te verantwoorden evenmin als dat het geval zou zijn bij TTIP. Daarom wil ik het Kabinet vragen in Brussel te pleiten voor een pas op de plaats.

De staatssecretaris van Economische Zaken lijkt het met ons eens te zijn. Ik citeer: “Ik heb gezegd dat ik vind dat handelsverdragen niet onze normen moeten ondermijnen doordat ze onze markt openen voor producten die tegen lagere standaarden worden geproduceerd. Dat ondermijnt het level playing field en onze inspanningen.” Einde citaat

Voorzitter. Onze democratie, onze rechten, onze gezondheid, dierenwelzijn en onze planeet mogen niet gezien worden als handelsbelemmeringen, voorzitter, maar moeten gekoesterd worden als het kostbaarste wat we hebben. Dat is niet in geld uit te drukken!

Aan CETA en de TTIP-onderhandelingen moet een einde komen. Net zo goed als dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Dank u wel.