Bijdrage Thieme Debat kabi­nets­re­actie commissie Davids Tweede termijn


17 februari 2010

Mevrouw Thieme:

Voorzitter,

Tegen mijn gewoonte in kan ik de regering niet bedanken voor de beantwoording van de vragen in eerste termijn. Het is ontluisterend, dat het kabinet weigert consequenties te verbinden aan het onvolledig en onjuist informeren van de kamer en steun aan een oorlog zonder volkenrechtelijk mandaat. De coalitie heeft gekozen voor een vlucht naar voren. Zand over het verleden, goede voornemens moeten de blamage uit het verleden doen vergeten. CDA, PvdA en Christenunie hebben gekozen voor een wurgende omhelzing van elkaar, niet uit liefde of uit oprechte gevoelens van saamhorigheid, maar uit regelrechte angst voor verkiezingen.

Toen de coalitie ervoor koos om net te doen alsof haar neus bloedde, zich te beperken tot goede voornemens en geen personele consequenties te verbinden aan de gemaakte fouten die door de commissie Davids zijn vastgesteld, moest er nog een polonaise gelopen worden over het podium van de nationale politiek waarbij de schijn moest worden opgehouden dat het allemaal koek en ei zou zijn en dat er “belangrijke lessen” geleerd zijn.

Dit kabinet dient echter verantwoording af te leggen opdat de kiezer lessen kan trekken voor de toekomst.

Mag ik u erop wijzen dat die belangrijke lessen dan wel geleerd zijn via de opoffering van meer dan 100.000 mensenlevens?
Wat moeten de ouders van gesneuvelde jonge mannen en vrouwen, of mannen en vrouwen die beschadigd zijn teruggekomen uit Irak denken van de politieke niemandalletjes die van hun lot een interessante les voor de toekomst maken voor politici van CDA, PvdA en Christenunie?

Zij zijn niet gesneuveld of beschadigd geraakt vanwege een hoger doel, in de naam van vrijheid of rechtvaardigheid, maar vanwege het feit dat het kabinet reden dacht te hebben de Kamer onjuist, onvolledig en in elk geval onzorgvuldig te kunnen informeren. Die dacht blinde steun te kunnen geven aan bondgenoten als Bush en Blair, die geen enkele spijt betuigd hebben voor hun dodelijke fouten die alles te maken hadden met geopolitieke belangen met de nadruk op olie.

Van Saddam Hoessein stond in 2002 vast dat hij weliswaar een bloedige dictator was, maar ook dat hij op dat moment geen gevaar vormde voor zijn buurlanden, dat hij geen islamistische agenda had, niet beschikte over massavernietigingswapens en dat er geen aanleiding was om te denken dat hij beschikte over biologische wapens. Dat vormde volkenrechtelijk gezien allerminst een aanleiding het land binnen te vallen, de leider op te hangen en de macht over te nemen.
Dat is wat vandaag ter discussie zou moeten staan en wat zorgvuldig vermeden wordt.

Het is verbijsterend om vast te stellen dat de coalitiepartijen geen enkele consequentie willen verbinden aan dit falen. Het tast hun geloofwaardigheid tot op het bot aan. Geen kiezer gelooft nog in de oprechtheid van leiders die na meer dan 100.000 doden vooral alles doen om hun eigen vege lijf in politieke zin te redden.

De ontkenning van de minister-president van belangrijke feiten uit het Davids-rapport vind ik schokkend.

Zo constateert de commissie dat de Nederlandse regering de wapeninspecties steunde zolang deze de Amerikaans-Britse militaire planning niet in de weg stonden.
De minister-president geeft op mijn interrupties op dit punt aan de gepresenteerde feiten ‘niet te kunnen plaatsen’ en laat het daarbij.

Voorzitter, een parlementaire enquête is de enige manier is om de werkelijke feiten boven tafel te krijgen.

Daarom dien ik de volgende motie in.

Voorzitter, de leden van het kabinet die met zoveel nadruk hun goede voornemens hebben belicht vanavond, hebben wat mij betreft bloed aan hun handen. Laten we het er maar op houden dat het veroorzaakt kan zijn doordat ze de hele middag en avond al doen alsof hun neus bloedt, omdat dat voor hen de beste politieke overlevingsstrategie lijkt.

Ik kan iedereen aanraden de songtekst Meneer de President van Boudewijn de Groot nog eens na te lezen op toepasselijkheid op dit moment, ik zou hem hier als herhaald en ingelast in mijn betoog willen beschouwen.
Vrij naar Boudewijn de Groot zou ik willen zeggen: Minister president, slaap zacht.

Dank u wel!

(Minister president, welterusten
Slaap maar lekker in je mooie witte huis
Denk maar niet teveel aan al die verre kusten
Waar uw jongens zitten eenzaam ver van huis
Denk vooral niet aan die 100.000 doden
Die vergissing laatst met dat bombardement
En vergeet het vierde van die 10 geboden
Die u als goed Christen zeker kent
Denk maar niet aan al die jonge frontsoldaten
Eenzaam stervend in de verre tropennacht
Laat die bleke pacifistenkliek maar praten
Meneer de president, slaap zacht)