Bijdrage Thieme Begroting ELI 2011 (eerste termijn)


24 november 2010

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik begrijp het, voorzitter.

Naar aanleiding van het interruptiedebatje met de heer Graus nog het volgende. De Partij voor de Dieren is helemaal niet voor slachten. Dus iedereen die zegt dat wij voor ritueel slachten zijn, is gewoon onjuist geïnformeerd.

Voorzitter. Vandaag voor het eerst worden dieren, natuur en voedselveiligheid niet meer op ministersniveau behandeld maar als onderafdeling van het ministerie van Economische Zaken. Dieren worden allang door de regering gezien als louter economische zaken. Dus in die zin is het begrijpelijk. Maar het is een klap in het gezicht van vier miljoen georganiseerde dieren-, natuur- en milieubeschermers dat dierenwelzijn, natuur en voedselkwaliteit ondergeschikt gemaakt zijn aan de economie, juist nu steeds meer mensen zich realiseren dat dieren, natuur en milieu weleens belangrijker zouden kunnen zijn dan de economie of dat hun bescherming ook economische betekenis heeft.

Op de kop af tien jaar geleden vroeg het kabinet een commissie onder leiding van Herman Wijffels om advies, omdat de veehouderijsector een aantal kwetsbaarheden kende die de waardering vanuit de samenleving op het spel zetten. Die kwetsbaarheden waren volgens de commissie het gevolg van het feit dat de veehouderij, ik citeer: in de ogen van de samenleving de grenzen van het aanvaardbare en toelaatbare had overschreden. Simpelweg: wat in de bio-industrie gebeurde kon en mocht niet langer in de ogen van een groot aantal burgers.

De sector was volgens de denkgroep toe aan een herontwerp en moest opnieuw uitgevonden worden. Hiermee doelde Wijffels op het feit dat dieren geen ruimte wordt geboden om zichzelf te kunnen zijn, maar worden weggestopt als productiemiddel, als materiaal in donkere, betonnen stallen, op betonnen vloeren. De denkgroep noemde ook de grote schade aan het milieu die de veehouderij veroorzaakt, terwijl deze tegelijkertijd ook het landschap aantast.

In de jaren voor 2000 was er sprake van een ongekend heftige dierziektecrisis. Vervoersverboden en beelden van grote grijpers vol dieren die preventief gedood waren, lagen nog vers in het geheugen. Varkenspest en MKZ leken te horen bij de bio-industrie. Ook het mestoverschot, de grote export van vee en de kosten van het landbouwbeleid schreeuwden om een fundamentele herziening.

Wijffels maakte samen met vertegenwoordigers van de sector, het ministerie en een aantal deskundigen een agenda voor herontwerp voor de veeteelt die aan de minister van Landbouw werd aangeboden. Een herontwerp light, zal ik maar zeggen, want zelfs met de agenda van Wijffels komt de veehouderij nog niet in de buurt van wat een fatsoenlijk leven voor dieren zou mogen heten. Maar het begin van fundamentele veranderingen zou op basis van deze agenda gemaakt kunnen of moeten worden.

Minister Brinkhorst van het toenmalige kabinet van VVD-signatuur omarmde de aanbevelingen en zei dat hij het rapport zou gaan uitvoeren. Punt, zei hij. De in het rapport van de denkgroep geschetste tijdhorizon voor de fundamentele verandering lag in 2010. Wij hebben nog één maand te gaan.

2010 was opnieuw een turbulent jaar voor de vee-industrie. Lage prijzen zorgden voor economische rampspoed in de sector. Het succesvolle verzet tegen megastallen verspreidt zich over het land als een olievlek. In de media woeden discussies over weidegang en ESBLs en duizenden mensen werden letterlijk ziek van de Q-koorts. Velen werden zelfs chronisch ziek en enkelen stierven zelfs aan de gevolgen van een slordig en roekeloos overheidsbeleid, waarin economische belangen belangrijker werden gevonden dan de volksgezondheid.

Voorzitter. Het rapport van de commissie-Wijffels is absoluut niet uitgevoerd. Sterker nog, het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij staat meer dan ooit onder maatschappelijke, intellectuele en morele druk. Het protest tegen de ongebreidelde groei van de bio-industrie groeit met de dag. Het allereerste burgerinitiatief in Nederland dat werd besproken in het parlement, was een aanklacht tegen de bio-industrie.

Dit jaar mengde zich een bijzondere partij in de discussie. Meer dan 700 hoogleraren en andere wetenschappers en ruim 17.000 burgers ondertekenden het manifest duurzameveeteelt.nl. om hun ongerustheid te uiten over de veehouderij in ons land. Dit manifest is een vurig pleidooi om een einde te maken, ik citeer: aan de georganiseerde onverantwoordelijkheid, die de misstanden in deze industrie in stand houdt. Zij wijzen in hun pleidooi ook op de commissie-Wijffels, die de noodzaak en de mogelijkheden schetste om de Nederlandse veehouderij nog voor het einde van 2010 aan te passen aan de moderne Nederlandse samenleving.

Ook deze wetenschappers stellen vast dat de kenmerken die Wijffels schetste voor een nieuwe veehouderij, in het geheel niet in zicht zijn. Tien jaar na het advies had de veehouderij zich volgens Wijffels kunnen omvormen naar een veehouderij die maatschappelijk wel acceptabel zou zijn. En nu, tegen het einde van 2010, nu de aanbevelingen van Wijffels uitgevoerd hadden moeten zijn, lijkt dit verderweg dan ooit.

Prof. Roos Vonk, woordvoerder van de verontruste wetenschappers, benaderde de staatssecretaris inmiddels tweemaal per brief, met het verzoek om een gesprek, maar haar brieven bleven vooralsnog onbeantwoord. Kan de staatssecretaris aangeven of hij bereid is om op korte termijn met haar van gedachten te wisselen, met een vertegenwoordiging van deze verontruste wetenschappers? Graag een reactie.

Die zorg van die wetenschappers is en was terecht. De bakens zijn onder de achtereenvolgende CDA-ministers helemaal niet ingrijpend verzet. Dat heeft inderdaad geleid tot een enorme clash met de samenleving. Er is sprake van een morele en intellectuele opstand in de maatschappij tegen de vee-industrie, een opstand die te lang is weggezet als emotie.

De commissie-Wijffels heeft in 2001 een aantal kenmerken geformuleerd waaraan de veehouderij over een maand, nog dit jaar, moet voldoen. Ik loop ze even langs. De eerste aanbeveling luidt als volgt: met dieren wordt respectvol omgegaan. Veehouderijsystemen zijn gebaseerd op de eigen gedragskenmerken van dieren en bevorderen het weerstandsvermogen van dieren tegen verschillende stoornissen. Ik wil van de staatssecretaris weten of hij het onverdoofd afknippen van biggenstaartjes een respectvolle omgang met dieren vindt. Ik wil van de staatssecretaris weten of hij het binnen zes weken opfokken van een kuiken van 20 gram naar een plofkip van 2,5 kilo een respectvolle omgang met dieren vindt. Ik wil van de staatssecretaris weten of hij het respectvol vindt als vleeskuikens met verbrande poten levenslang in hun eigen mest staan. Ik wil van de staatssecretaris weten of hij het van een respectvolle omgang met dieren vindt getuigen als snavels van kippen worden gekapt. Ik wil van de staatssecretaris weten of hij het van een respectvolle omgang met dieren vindt getuigen als in Nederland jaarlijks 30 miljoen eendagshaantjes worden versnipperd of vergast. Ik verwacht bij elke vraag een duidelijk ja of nee.

De minister-president heeft al een oordeel gevel over onderdelen van de vee-industrie. Hij noemde in het debat over de regeringsverklaring het verdoven van varken met CO2 en het elektrocuteren van pluimvee al gruwelijke vormen van dierenmishandeling. En hij heeft gelijk. Dat is niet respectvol omgaan met dieren. Krijgt de dierenpolitie hier een toezichtstaak, vraag ik de staatssecretaris. Ik begrijp van minister Opstelten dat het niet zo is. Ik hoor van de PVV, de gedoogpartner, dat het wel zo is. Hoe wordt het nu in het vat gegoten?

De ministers van de kabinetten-Balkenende hebben acht jaar op hun handen gezeten en de Kamer gevraagd om vertrouwen te hebben in de veesector. Als dit kabinet als motto afspraak is afspraak heeft, wil de PvdD weten hoe het gevraagde vertrouwen in de sector te rijmen valt met dat kalvermesters te licht geboren kalfjes eigenhandig doden omdat zij er geen geld mee denken te kunnen verdienen. Je gaat toch geen voer geven als je niet aan ze kunt verdienen, lijkt de redenering. Kan de staatssecretaris ons vertellen hoe het motto afspraak is afspraak, zich verhoudt tot het toestaan van het nota bene al in 2005 in Europees verband verboden knippen van varkensstaarten? Kan de staatssecretaris ons vertellen hoe het motto afspraak is afspraak zich verhoudt tot het feit dat kippenboeren zeggen de deadline niet te halen om in 2010 te stoppen met alle ingrepen bij de dieren, zoals snavels kappen en het verwijderen van de kam? Je verzint het niet wat die zoal weghalen bij dieren. Al veertien jaar geleden is echter de afspraak gemaakt om er in 2001 mee te stoppen. Er is al twee keer uitstel verleend. Ik wil van de staatssecretaris op elk van de genoemde geschonden afspraken een reactie hebben.

De staatssecretaris was tot voor kort ponyfokker. Kan hij het zich voorstellen dat hij pony's zou afmaken omdat die te licht zijn, zoals kalvermesters dat met te licht geboren kalveren doen? Dat hij die zou houden onder soortgelijke omstandigheden als bij leghennen of fokzeugen? Als hij zich dat niet kan voorstellen -- ik zie hem nee knikken -- hoe verschilt dan het recht op een fatsoenlijke behandeling van pony's van dat recht voor de genoemde diersoorten?

Ons veehouderijsysteem is gebaseerd op de kenmerken van onze grijze economie en niet op de eigenschappen van de dieren. In 2001 was het kabinet van mening dat er "zonder aanvullende nationale regelgeving geen kooi tot stand zou komen die voldoet aan de eis dat het systeem wordt aangepast aan het dier in plaats van het dier aan het systeem." De onzichtbare hand van Adam Smith heeft immers nog nooit een varken uit de bio-industrie bevrijdt of zelfs maar een geit of koe geaaid. Wat is er met deze kennis gebeurd? Er is sprake van een "rat race to the bottom", waarin de markt aan de boer laat weten dat een ei nog geen stuiver waard is en dat een liter moedermelk van een koe krap drie dubbeltje opbrengt. Hoe kunnen de bewindslieden die beweren zich te laten leiden door begrippen zoals rentmeesterschap en duurzaamheid dergelijke ontwikkelingen met droge ogen aanzien en zelfs voor hun verantwoordelijkheid nemen? Ik weet natuurlijk dat oud-bewindslieden van het CDA zoals Dries van Agt, Ruud Lubbers en Cees Veerman er inmiddels heel anders tegenaan kijken. Wanneer gaan wij het beleven dat een CDA-bewindspersoon tot voortschrijdend inzicht komt terwijl die nog bij machte is om het tij in de intensieve veehouderij actief te keren?

Wij proberen nog steeds dieren aan te passen aan de houderijsystemen in plaats van andersom. Het proberen te fokken van hoornloze koeien is daarvan een uitstekend voorbeeld. Deze lijn wordt tot in het extreme doorgetrokken wanneer wij spreken van genetisch gemanipuleerde dieren. De rentmeesters van 2010 zien in het knutselen met genetisch materiaal kennelijk een oplossing voor vergroting van economische belangen. Deelt de staatssecretaris de mening dat het knutselen aan de genen van een dier voor sport, vermaak of voedselproductie niet kan vallen onder een respectvolle omgang met dieren?

Een andere aanbeveling van Wijffels luidt dat het transport van levende dieren aan strenge regels is gebonden en dat transport over lange afstand niet meer voorkomt. Export, zegt Wijffels, vindt vooral plaats in de vorm van hoogwaardige producten en fokvee. Wij exporteren dieren als bulkproducten en slepen dieren over de weg tot zelfs naar landen als China. Sinds Wijffels is het diertransport over grote afstand gewoon gelijk gebleven. Weer een aanbeveling waarmee niets is gedaan.

Ook de misstanden bij veetransporten gaan onverminderd voor. Deze zomer alleen al, 300 dode biggen, veewagens met een binnentemperatuur van 40 graden en de VWA die een transport goedkeurt met kreupele koeien. Het is slechts de top van de ijsberg. Wanneer dringt het tot de regering door dat zelfregulering overduidelijk niet werkt?

Het is ook een bizar fenomeen. Wij exporteren meer dan 800.000 kalveren terwijl wij tegelijkertijd ook weer grote aantallen kalveren uit andere landen importeren. Daarmee zeulen wij niet alleen onnodig met dieren, maar zij wij ook bezig heel Europa en verder liggende bestemmingen te besmetten met MSRA, zo blijkt uit onderzoek.

Dan Wijffels' herontwerp van het productiesysteem, een andere aanbeveling. De commissie-Wijffels wilde een veehouderij die past bij een hoog ontwikkelde stedelijke samenleving met een focus op kwaliteit en toegevoegde waarde in plaats van op bulk en exportmarkten. Een transparantere manier van werken moest voorop staan. Je hoeft de kranten van dit jaar er maar op na te slaan om te weten dat daarvan niets is terechtgekomen. Megastallen vervuilen ons platteland om op grote schaal goedkope karbonaadjes en filetjes te produceren ten koste van gezinsbedrijven. Steeds meer koeien verdwijnen tot hun dood toe naar binnen. Als de staatssecretaris de maatschappelijke onrust over de vestiging van megastallen serieus neemt, moet er, zolang daarvoor geen draagvlak bestaat, een moratorium komen op nieuwe vestigingen. Ik krijg hierop graag een reactie. Ik overweeg een motie op dit punt.

De veehouderij bestond in de ogen van Wijffels ook uit een hoge mate van verschillende bedrijfsvormen en soorten vee. Het is treurig te moeten constateren dat wij nog geen 3% biologische stallen hebben. De slappe doelstelling van 2011 van 5% integraal duurzame stallen wordt niet eens gehaald. In 2011 lopen de projecten af die de biologische landbouw zouden bevorderen en wat komt daarvoor in de plaats, zo vraag ik de staatssecretaris. Zelfs in onderzoeksbudgetten wordt geen geld meer geoormerkt voor biologisch. De groenregeling waarvan biologische bedrijven sterk afhankelijk zijn, wordt door dit kabinet meedogenloos de nek omgedraaid, niet omdat dit veel oplevert in termen van bezuiniging, maar kennelijk omdat er daden gesteld moeten worden die aangeven dat het menens is met het afserveren van wat tegenwoordig wordt geduid als "linkse hobby's". Die hobby's zouden echter uitstekend passen in de groenrechtse luchtkastelen van onze nieuwe premier.

In ons land wordt vooral de kiloknaller geproduceerd. Onze minister-president zei vorig jaar nog tijdens de algemene politieke beschouwingen, toen nog in zijn rol als vertegenwoordiger van de oppositie, dat wie vlees van de kiloknaller koopt en denkt dat het dier een fatsoenlijk leven kan hebben gehad, zijn kop in het zand steekt. Is de staatssecretaris zo'n bedrijver van struisvogelpolitiek? Of is hij bereid ervoor te zorgen dat de kiloknaller als schandvlek van onze samenleving kan worden uitgebannen?

De maatschappelijke kosten van onze huidige wijze van produceren en consumeren moeten worden betaald door degenen die deze maatschappelijke kosten veroorzaken. Alleen al de echte prijs van bijvoorbeeld varkensvlees zou volgens onderzoek van de Vrije Universiteit 31% hoger moeten zijn dan de huidige winkelprijs als wij alle maatschappelijke kosten zouden verrekenen in de prijs en als wij die niet langer zouden laten betalen door de belastingbetaler.

Nu is immers elke belastingbetaler elk jaar verplicht donateur van de vee-industrie voor meer dan €100, nog voordat hij een ei, een druppel melk of een gram vlees heeft geconsumeerd. Hoe gaat het kabinet de maatschappelijke kosten van de huidige productie- en consumptiewijze meten en wie gaat deze kosten in de toekomst betalen? Is dat de belastingbetaler of gaat het kabinet het de-vervuiler-betaalt-principe toepassen? Graag een reactie.

De Partij voor de Dieren is een partij voor de boeren. Mijn fractie wil boeren een duurzame toekomst geven. Veel boeren hebben het in de afgelopen jaren moeilijk gehad. In de laatste twintig jaar is het agrarisch jaarinkomen niet zo laag geweest als in 2009, en dat terwijl vooral het CDA de scepter zwaaide over het landbouwbeleid. De helft van de boerenbedrijven zakt hiermee onder de armoedegrens; elke dag stoppen ongeveer zes boerenbedrijven. De primaire producent ontvangt veel te weinig van de consumentenprijs. Het gestunt met prijzen door supermarkten gaat onverminderd door. Een vrijblijvende oproep van oud-minister Verburg om niet te stunten met vers, heeft niets opgeleverd. Wat is de volgende stap van dit kabinet? Is de staatssecretaris bereid om een onderzoek in te stellen naar nieuwe concurrentiemechanismen, die duurzaamheid vanuit de markt kunnen bevorderen?

Boeren moeten niet meer terecht kunnen komen in situaties waarin ze onder de kostprijs moeten produceren, met alle gevolgen voor de voedselveiligheid, het dierenwelzijn en het milieu van dien, omdat grote marktpartijen hen tot een race to the bottom dwingen. Om dit te voorkomen, zou de overheid de verantwoordelijkheid voor de productiewijze bij de retailers moeten leggen. Zo zou er bijvoorbeeld een wettelijke bodem in de inkoopprijs moeten liggen. Geen wettelijke bodem in de vorm van een minimumprijs, maar in een verplichting voor de marktpartijen om aan te kunnen tonen dat de producent voor het ingekochte bedrag heeft kunnen produceren, binnen de wettelijke en eventueel bovenwettelijk ingestelde normen. Als dat een algemeen verbindend voorschrift wordt, ontstaat een gezonde en verantwoorde concurrentie in de voedselketen op basis van kwaliteit en efficiëntie, in plaats van op prijs. Graag een reactie. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Kan de staatssecretaris aangeven wat hij exact wil doen om de maatschappelijke kosten van de veehouderij, inclusief 30% biodiversiteitverlies, te beprijzen? En hoe staat het met het kabinetsvoornemen om een transitie tot stand te brengen van productie en consumptie van dierlijke eiwitten naar een meer plantaardige samenleving? En is de staatssecretaris het met mij eens dat het onverantwoord is dat 80% van het landbouwareaal in de wereld ten dienste staat van de veehouderij en dat bijna 50% van de wereldgraanoogst wordt opgeslokt door de veehouderij, puur en alleen om vlees te produceren voor onze westerse landen? Is hij bereid om voortvarend te werken aan een omschakeling naar een dieet met meer plantaardige eiwitten? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Nu een ander toekomstperspectief van de werkgroep-Wijffels, dat volgens het kabinet uit 2001 binnen één maand vanaf nu gerealiseerd had moeten zijn. Ik citeer: "De veehandel heeft zich ontwikkeld tot een leverancier van hoogwaardige logistieke diensten. Veemarkten, als marktplaats, bestaan niet meer". Wijffels wilde dat veemarkten zouden verdwijnen, maar de veehandel vindt het nog steeds goed en modern om handjeklap te hebben op veemarkten. Zo ouderwets. De veemarkt in Purmerend wordt verplaatst in plaats van gesloten, omdat de huidige locatie geen ruimte biedt voor de uitbreiding van activiteiten. Veemarkten zijn een bron van ziekteverspreiding en een bron van dierenleed. Ze passen toch niet in een moderne, digitale samenleving? Ik wil graag horen hoe de staatssecretaris hieraan een eind gaat maken. Mijn door de Kamer aangenomen motie om in ieder geval in de tussentijd verplicht cameratoezicht te voeren, is niet uitgevoerd. Gaat de staatssecretaris dat alsnog doen?

Nu de bedreigingen van de veehouderij voor de volksgezondheid, waarover Wijffels in zijn rapport ook spreekt. Na de aanbevelingen van Wijffels hebben we te maken gehad met de rampspoed van vogelpest, MRSA dat nog steeds aan de orde is, ESBL dat nog steeds aan de orde is, Q-koorts en, niet te vergeten, salmonella- en campylobactervergifitigingen. De ene crisis volgt op de andere. Volgens Wijffels zouden nu, tien jaar na zijn aanbevelingen, veelvoorkomende besmettingen en risico's voor de volksgezondheid beheersbaar zijn gemaakt. We hebben net een desastreuze Q-koortsepidemie achter de rug, althans dat hopen we. Inmiddels staat vast wie die veroorzaakte: een falende overheid, die de problemen zeer wel had kunnen voorkomen als de economie niet het allesoverheersende uitgangspunt was geweest.

Tegelijkertijd met het vernietigende rapport over het Q-koortsbeleid ontvingen wij de brief van de staatssecretaris met een verdere versoepeling van het fokverbod. Hoe doof en blind kun je zijn in het belang van de sector?

De commissie-Van Dijk kwam gisteren met de aanbeveling om de nVWA los te koppelen van de ministeries, en het een echte, onafhankelijke toezichthouder te laten zijn. Dat is nu eens een goed idee. Ik hoor daartoe graag een voorstel van deze staatssecretaris. Ik overweeg daarover een motie in te dienen.

Dan kom ik nu op de milieu-aanbevelingen en de ruimtelijke aanbevelingen van de commissie-Wijffels. Deze commissie adviseerde, voor de intensieve veehouderij een speciaal vergunningenstelsel te ontwerpen. Dat betekent eigenlijk kort en goed dat je geen vergunning krijgt als je de mest niet duurzaam kwijt kunt. Ook daarvan is helemaal niets terecht gekomen. Sterker, dit kabinet wil zelfs de dierrechten afschaffen, waarmee alles weer open ligt om de veestapel te laten groeien. Het beleid van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat de ammoniakwetgeving volkomen is uitgehold. Wij hebben per Nederlander 4000 kilo mest uit de veehouderij. Dat betekent dat elke Nederlander minstens 60 keer zijn eigen gewicht in mest waard is. De mest staat ons niet alleen tot de lippen, nee het volume mest is 60 keer zo groot als het volume Nederlanders. Wat moet je zeggen van zo'n land? Een tsunami van stront overspoelt ons land, zeg ik vrij naar een van de gedoogpartners van de coalitie. Desondanks blijven wij de ambitie houden om de melkboer en slager van Europa te zijn. Ondanks de grote problemen rond de verzuring en de vermesting blijven maatregelen uit.

Volgens Wijffels zou in 2010 organische mest een waardevolle grondstof moeten zijn en zouden de mineraalstromen gesloten moeten zijn. Het Nederlandse mestoverschot is echter een gigantisch en groeiend probleem. Nog steeds is de overheid op zoek naar manieren om de bergen mest in goud om te zetten. Misschien kan dierenambassadeur Graus daarin een rolletje spelen. In een krant las ik dat alles wat hij aanraakt, in goud verandert.

Vooralsnog lijkt alles wat achtereenvolgende bewindspersonen op Landbouw aanraken niet in goud, maar vooral in mest te veranderen. Ik heb de ambtsvoorganger van de staatssecretaris vorig jaar al uitgeroepen tot koningin Minas, die alles wat zij aanraakte in mest kon laten veranderen; dit vrij naar het falende mest- en mineralensysteem. Een fosfaatheffing kan niet uitblijven als wij het principe "de vervuiler betaalt" willen hanteren. Zo'n bronheffing is op termijn internationaal onontkoombaar wanneer wij belangrijke en schaarse grondstoffen onttrekken aan ontwikkelingslanden. Graag krijg ik een reactie van de staatssecretaris op dit voorstel. Zoals oud-minister Veerman al zei: wij importeren voer, wij exporteren varkens en de rommel houden wij hier. Dit systeem is vastgelopen. Wij slaan internationaal gezien een drekfiguur. Maar de boer, hij ploegt voort met steun van een VVD/CDA-kabinet, gedoogd door PVV en SGP.

De reconstructiegelden hebben niet de beloofde verlichting voor het platteland bewerkstelligd, maar geleid tot lelijke landbouwontwikkelingsgebieden, waar megastallen het uitzicht belemmeren en de bevolking zich zeer terecht zorgen maakt over dierziekten. De uitbraak va Q-koorts illustreert duidelijk hoe risicovol het is om zo dicht tegen woonkernen aan zulke hoge concentraties dieren te houden: de intensieve veehouderij als letterlijke verzieker van de open ruimte. Het fijnstof van de veehouderijen maakt mensen en dieren op grote schaal ziek. Niet alleen kan fijnstof schade toebrengen aan de longen, het kan ook ziekteverwekkers uit stallen, zoals Q-koorts, verspreiden.

Het belonen van boeren voor hun bijdrage aan het landschap is verworden tot een klucht. Boeren worden 30 jaar lang gecompenseerd voor virtuele broedparen van weidevogels, terwijl zij elke vorm van biodiversiteit in en op hun land als schadepost willen afknallen als het om ganzen gaat, verzuren als het om regenwormen gaat en verlagen als het om de grondwaterstand gaat. Inmiddels is duidelijk dat het weidevogelbeheer en het agrarisch natuurbeheer zoals het nu wordt vormgegeven, totaal niet effectief is. Niet alle gronden lenen zich hiervoor en er zijn nog talloze beheersmaatregelen die boeren kunnen nemen, zoals verruiging en later maaien, die een enorm effect op de weidevogelstand zullen hebben. In Duitsland broedt de weidevogel weer, maar alleen in gebieden waar niet de landbouw, maar het weidevogelbeheer het uitgangspunt vormt.

De denkgroep-Wijffels kreeg heel wat kritiek op haar aanbevelingen. De aanbevelingen zouden niet nieuw zijn. Het was echter wel voor het eerst dat de problemen in de veehouderij in samenhang werden gepresenteerd. Nu, tien jaar later, is het de hoogste tijd om de gesignaleerde problemen ook in samenhang op te lossen. Meer dan 700 wetenschappers roepen ons op, ons te bezinnen op de fundamentele uitgangspunten van onze vee-industrie, zodat politici en burgers tot morele keuzes kunnen komen. Het is tijd voor een door de overheid geregisseerde paradigmaverandering, een wisseling van een intensieve, grootschalige, door economie en technologie overheerste vee-industrie naar een duurzame landbouw, waarin economie en technologie in dienst komen te staan van het welzijn van dieren, van de mens, van natuur en milieu, kortom van een duurzame samenleving. Met deze ommekeer wordt de veehouderij maatschappelijk aanvaardbaar en toelaatbaar en hoeven wij onszelf en elkaar niet langer voor de gek te houden. Alleen zo komen we tot de zo dringend gewenste afschaffing van de bio-industrie.

Niet alleen de dieren in de vee-industrie hebben het zwaar te verduren. De malafide hondenhandel -- een ander onderwerp -- floreert in Nederland, terwijl het kabinet werkloos toekijkt. De PvdD wil paal en perk stellen aan deze wantoestanden. Het kabinet heeft onze oproep vertaald naar beleid in het regeerakkoord, waarvoor hulde, maar als dit kabinet werkelijk een kabinet van "geen woorden, maar daden" is, dan ben ik benieuwd naar de daden. Komt er nu eindelijk een levenslang houdverbod voor malafide handelaren van honden en andere dieren? Tot nu toe kreeg ik geen steun van de PVV, van het CDA en van de VVD voor zo'n levenslang houdverbod. Nu er een dierenpolitie komt, horen daar natuurlijk wel strenge straffen bij. Graag een reactie.

Ook de dieren in de vrije natuur staan bloot aan vele bedreigingen. Een van de belangrijkste hiervan is de grootschalige jacht. Hoewel er nog steeds op vijf soorten plezierjacht is toegestaan, worden er jaarlijks talloze andere dieren buiten die lijst afgeschoten, in het kader van beheer en schadebestrijding. Wilde zwijnen zijn hier een voorbeeld van. Meer dan 80% van de Veluwse populatie van deze beschermde diersoort wordt elk jaar doodgeschoten. Edelherten en reeën zijn hun leven evenmin zeker. Wettelijk zijn ze beschermd, maar in werkelijkheid zijn ze vogelvrij. Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Door het stoppen met de ecologische hoofdstructuur, door ondeugdelijke afrastering en verstoring door de jacht ontstaat het probleem van zwijnen op wegen en in tuintjes. In plaats van het verbinden van natuurgebieden, verlaging van de maximumsnelheid op wegen door natuurgebieden en een deugdelijke afrastering langs wegen wordt er naar lapmiddelen gegrepen. Inderdaad, nog meer afschot, met als gevolg nog meer verstoring, nog meer overlast en nog meer aanwas van dieren. Ondanks het feit dat het zwijn alleen op de Veluwe en Meinweg wordt gedoogd, worden zwijnen inmiddels ook gesignaleerd in Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant, Overijssel en Limburg. Daarmee kunnen we dus stellen dat het huidige beleid tekort is geschoten en dat het verandering behoeft. Door Alterra, de Zoogdiervereniging en ARK Natuurontwikkeling is het pleidooi gedaan om zwijnen op meer plekken toe te staan. De staatssecretaris weet aan den lijve hoe het is om afhankelijk te zijn van gedoogsteun. Is hij bereid die gedoogsteun ook te bieden aan het wilde zwijn in heel Nederland?

Door de grootschalige jacht is er nooit een situatie waarin de omvang van de populatie gereguleerd wordt door onderlinge concurrentie, voedsel en ziektes. Dankzij de jacht worden er elk jaar grote aantallen biggen geworpen. Dit is klassieke ecologie. Mijn fractie wil een jachtvrije proef op het kroondomein, waar de populatieontwikkeling kan worden gemonitord. Het lijkt mij ook dat we dan meteen moeten kunnen regelen dat het eigenlijke kroondomein in zijn geheel jaarrond voor bezoekers is geopend. Momenteel wordt het drie maanden gesloten ten behoeve van de koninklijke jachtpartijen op wettelijk gezien niet bejaagbare diersoorten. Dat is toch niet meer van deze tijd? Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris bereid is, ervoor te zorgen dat recreanten jaarrond van dit prachtige natuurgebied kunnen genieten.

Dan de ganzen. Nederland vormt voor veel soorten een cruciale schakel in de jaarlijkse trek van broedgebieden naar overwinteringsgebieden en omgekeerd. Hierdoor hebben wij een internationale verantwoordelijkheid. Helaas betekent dit niet dat de ganzen welkom zijn in ons land. Vorig jaar zijn 100.000 ganzen door jagers afgeschoten en de prijs van het ganzenbeleid met fourageergebieden rijst intussen de pan uit.

We geven 17,5 mln. uit en in 2015 zal dat naar schatting 28 mln. zijn. Het Centrum voor Landbouw en Milieu en het LEI raden aan om de foerageergebieden te laten vervallen, ganzen in geval van overlast te verjagen zonder het ondersteund afschot en het vergoeden van ganzenschade overal in Nederland mogelijk te maken. Dit leidt bovendien tot een kostenreductie van 13 tot 29% ten opzichte van voortzetting van het huidige beleid. Is de staatssecretaris bereid om dit advies op te volgen?

De staatssecretaris heeft bij zijn aantreden gezegd dat er met hem zaken te doen zouden zijn over dieren, natuur en milieu. Ik hoop niet dat hij bedoelde dat hij van al deze onderwerpen kleingeld wil maken, zoals het CDA de afgelopen jaren heeft gedaan. Zowel dieren, natuur en milieu als de politiek is gebaat bij een duidelijke trendbreuk die alle levende wezens in dit land weer het vertrouwen kan geven dat er rekening wordt gehouden met hun belangen en dat economie niet standaard prevaleert boven ecologie. Dat zou immers een kostbare vergissing zijn.

Investeren in de natuur levert 100 keer meer op dan erin wordt gestoken. Zelfs voor wie zich laat leiden door geld is aandacht voor de natuur dus aan te bevelen. Wie zich echter laat leiden door het meest kostbare dat wij hebben, namelijk schone lucht, schone bodem, schoon water en biodiversiteit, kan niet anders dan radicaal breken met de koers van de afgelopen jaren. Er zal niet alleen op de kortst mogelijke termijn een einde moeten komen aan de bio-industrie, maar ook serieuze aandacht voor natuur en biodiversiteit moeten komen. Wij zullen daarover allen persoonlijke verantwoording moeten afleggen, omdat het gaat over onze verantwoordelijkheid naar komende generaties. Ik zal daarover een motie indienen en daarvoor een hoofdelijke stemming aanvragen.

De heer Graus (PVV):

Ik heb allereerst een feitelijke onjuistheid geconstateerd. Ik ben het Kamerlid geweest dat als eerste een motie heeft ingediend over een levenslang houdverbod. Met alle respect, maar dat kan iedereen bij het Centraal Informatiepunt navragen. Het lijkt mij dus heel stug dat wij de Partij voor de Dieren niet hebben gesteund. Er zal wel een of andere rare zin in hebben gestaan, waardoor wij een bepaalde motie of een bepaald amendement niet hebben gesteund. Misschien was er sprake van een ondeugdelijke dekking of dat soort zaken. Ik ben de grondlegger in deze Kamer van een levenslang verbod op het houden van dieren voor dierenbeulen en dan gaat mevrouw Thieme, met alle respect zeggen, dat de PVV dat niet steunt. Dadelijk bent u nog een zetel kwijt, mevrouw Thieme.

Ik heb nog twee vragen. Als de Partij voor de Dieren tegen het ritueel slachten is, waarom heeft zij dan geen initiatiefwet ingediend voor een verbod daarop? Waarom pleit zij dan voor die bedwelming? In principe frustreert dat mijn initiatiefwet voor een verbod op ritueel slachten.

De voorzitter:

Ik sta nog één kort antwoord op deze vraag toe, want wij gaan niet herhalen.

De heer Graus (PVV):

Mijn andere vraag is waarom de Partij voor de Dieren ons niet steunt waar het gaat om invoering van minimumstraffen, na dit hele betoog. Waarom moeten dierenbeulen niet zwaarder worden gestraft? De Partij voor de Dieren heeft ons daar nooit in gesteund.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik zal hier kort op reageren. Wij willen een verbod op onverdoofd ritueel slachten. Dat betekent dat er bedwelming moet worden toegepast. Er bestaat reversibele en irreversibele bedwelming. Ik ga nu niet uitleggen wat het verschil is, maar het gaat erom dat het ons niet uitmaakt of de bedwelming irreversibel of reversibel is. Het gaat erom dat er een verdovingsmiddel wordt gebruikt, ook al leidt dat misschien meteen tot de dood van het dier. Dat vinden wij prima, als het maar op zo'n manier gebeurt dat een dier niet lijdt. Dat is belangrijk en ik geloof dat wij het daar gewoon met elkaar over eens zijn.

Uit onderzoek is duidelijk gebleken dat minimumstraffen absoluut niet leiden tot minder criminaliteit. Ook op rechtstatelijke gronden zijn wij daartegen.

De heer Graus zei als eerste dat hij zich niet kan voorstellen dat hij een tegen een levenslang houdverbod heeft gestemd. Laat hij zijn stemgedrag nakijken. Wij hebben een amendement ingediend voor een levenslang houdverbod en de PVV-fractie stemde ertegen.

De voorzitter:

Dat kunnen wij op een ander moment precies uitzoeken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja.

De heer Graus (PVV):

Ik kom in mijn eigen termijn terug op dat levenslange houdverbod, dus daar hoeft nu geen tijd meer voor te worden ingeruimd.

Mevrouw Thieme zei in haar betoog dat zij tegen ritueel slachten is.

De voorzitter:

Nee, ik sta dit echt niet toe. Wij hebben het hier al uitvoerig over gehad, het spijt mij zeer.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik denk echt dat de heer Graus niet goed weet hoe het bedwelmen in elkaar zit.

De voorzitter:

Daar komen wij vanavond niet meer uit, denk ik. Ik geef nu mevrouw Ouwehand het woord. Misschien moet u maar eens bij elkaar gaan zitten met een kopje koffie, mevrouw Thieme en mijnheer Graus. Dan wil ik er nog bij komen ook.