Bijdrage Ouwehand Begroting ELI 2011


23 november 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mevrouw Jacobi heeft vraagstekens geplaatst bij de uitlatingen van de staatssecretaris voor een boerencongres. Die vraagtekens hebben wij ook. Zij zegt nu: dat is niet zo aardig van de staatssecretaris. Zij heeft toch wel zwaardere kritiek, hoop ik?

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Ik ben de eerste spreker en wilde de sfeer niet verpesten, dus ik dacht: laat ik een understatement gebruiken. Maar als u het echt van mij wilt weten, vind ik het ongehoord wat de staatssecretaris heeft gedaan.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Bij de precisielandbouw zullen we als je kijkt naar de milieukundige kant nog behoorlijk wat stappen kunnen zetten. Dat is winst.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Precisielandbouw klinkt natuurlijk mooi, en de Partij voor de Dieren is daar zeker niet tegen, maar bij de VVD-fractie weet ik dan altijd meteen: dit gaat over mest, over de nitraatrichtlijn, en over per perceel bekijken of er niet toch wat meer mest op mag komen. Daar hebben we al over gediscussieerd in dit huis.
De conclusie was dat het meer administratieve lasten zal betekenen voor zowel de overheid als de ondernemers. Kan ik van de VVD-woordvoerder hier de garantie krijgen dat als dat het geval is, de VVD niet akkoord zal gaan met het differentiëren in de zin van op het ene perceel meer mest dan op het andere?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik ga straks iets heel anders zeggen. Dus u krijgt van mij daarop geen ja te horen. Met precisielandbouw gaat het erom dat je zorgt dat op het juiste plekje het juiste komt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat begrijp ik wel en daar is de Partij voor de Dieren ook voor, maar ik herinnerde zo-even niet voor niets aan de geschiedenis die wij in dit soort debatten hebben met de VVD. Mijn ervaring is dat u vooral op zoek bent naar het maximaal benutten van de milieugebruiksruimte die er is. Dus zoveel mogelijk mest op die percelen. Als u dat hier kunt wijzigen en wilt aangeven dat de VVD hierin een nieuwe koers voorstaat, prima, maar mijn stellige indruk is toch dat u vooral daarnaar op zoek bent.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Ik kan u niet geruststellen, mevrouw Ouwehand.
Dan kom ik te spreken over de mestwetgeving. Als het aan de VVD ligt moet die eenvoudiger. Minder bureaucratisch en gericht op die gebieden waar problemen zijn en meer gericht op de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer. Dus leg die verantwoordelijkheid bij de ondernemer maar wel met flexibiliteit in de regio's.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is dus precies waar ik net over begon bij de precisielandbouw. Van de voormalig minister van Landbouw hebben wij te horen gekregen dat het idee misschien wel leuk is dat je bij wijze van spreken per grasspriet gaat kijken hoeveel mest er op kan, maar het betekent wel een toename van administratieve lasten zowel voor de ondernemer als voor de overheid. Nu vind ik dat de VVD moet kiezen: óf voor iedere grasspriet apart bepalen wat er op mag óf de administratieve lasten omlaag. Allebei gaat niet lukken.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Dat leest u in dat rapport; dat lees ik er niet in. Er zit nu een nieuw kabinet met nieuwe ambities. Wij zullen echt moeten proberen de bureaucratie te verminderen. Boeren die volledig voldoen aan wat Europa vraagt, mogen wat ons betreft niet opgezadeld worden met extra bureaucratie ten aanzien van de mestwetgeving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan zal ik de vraag versimpelen. Wie wil de VVD liever voor de gek houden? Boeren of burgers, tegen wie zij zegt dat wij van al die regeltjes af moeten? Daar wint zij lekker veel kiezers mee, prachtig. Houdt zij liever de burgers voor de gek of de boeren? Ik zeg haar dat het niet allebei kan. Dat staat ook in dat rapport en dat weet zij.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Wij willen niemand voor de gek houden. Wij willen alleen maar dat planten die verzorging krijgen die zij uiteindelijk nodig hebben, en dat is door te gaan bemesten op basis van wat grondsoorten en planten nodig hebben.

Mevrouw Verburg (CDA):
Daar vindt de heer Braakhuis mij aan zijn zijde, en ik hem, doodgewoon omdat ik vind dat dat moet. Maar onderschat niet de kracht -- ik heb gelukkig mogen ervaren hoe sterk die gouden driehoek kan werken -- van het agro-foodcomplex, de chemie en de tuinbouw.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik had mijn vraag eigenlijk tot het einde willen bewaren, maar als het over pitbulls gaat kom ik graag naar voren. Ik hoorde mevrouw Verburg namens de CDA-fractie een paar keer spreken over de gouden driehoek, waar zij kennelijk alle heil van verwacht. Ziet de CDA-fractie dan misschien ook een rol voor fundamenteel en onafhankelijk onderzoek als het gaat om de grootste uitdaging waar onze generatie voor staat, namelijk het duurzaam krijgen van onze voedselproductie, voor nu, voor straks, voor generaties na ons?

Mevrouw Verburg (CDA):
Het antwoord is ronduit ja. Er wordt ook hard aan gewerkt, niet alleen hier in Nederland maar ook wereldwijd. Mevrouw Ouwehand en ik weten beiden hoe sterk de Universiteit Wageningen zich daarin manifesteert en hoe bekend die internationaal is. Dat willen wij graag met alle andere universiteiten en kennisinstellingen in Nederland ook bereiken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan zit daar een al dan niet bewust verschil van opvatting over wat Wageningen doet, want dit kabinet zet onder het mom van die gouden driehoek vooral in op toegepast onderzoek. Dat kan de CDA-woordvoerder toch niet ontkennen?

Mevrouw Verburg (CDA):
Maar het ene onderzoek kan niet zonder het andere. De heer Dijkgraaf heeft mij gevraagd of ik ook niet wil dat de eerste geldstroom ten aanzien van onderwijs en kennis wordt toegepast. Natuurlijk, maar wel met behoud van de grenzen en de begrenzingen. Maar wat betreft de tweede geldstroom: als fundamenteel onderzoek en strategisch en toegepast onderzoek in elkaars dienst kunnen functioneren zou dat fantastisch zijn. Laten wij elkaar hier alsjeblieft niet op bevechten. Wij hebben het nationaal en internationaal geweldig hard nodig, als ik op mij in laat werken welke uitdagingen wij de komende decennia het hoofd hebben te bieden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Feit is dat dit kabinet vooral inzet op toegepast onderzoek. Ziet mevrouw Verburg er dan geen nadelen in dat wij ons onderzoek laten uitvoeren en mede financieren door bedrijven die juist belang hebben bij de manier waarop wij ons voedsel nu produceren? Ik noem de Bayers van deze wereld die er belang bij hebben dat wij onze voedselproductie zo georganiseerd houden dat zij hun bestrijdingsmiddelen kunnen blijven verkopen. Ziet de woordvoerder hier dan echt geen nadelen in?

Mevrouw Verburg (CDA):
Het zijn zaken waar je altijd goed en zorgvuldig naar moet kijken. Je moet oppassen dat er geen belangen verstrengeld raken. Zowel wetenschappers als bedrijven hebben hier publiek verantwoording over af te leggen. Wij kunnen ze te allen tijde vragen hoe ze hun positie hebben gebruikt en dat juich ik zeer toe.

De heer Van Vliet (PVV):
Tot ons genoegen hebben wij gezien dat de Crisis- en herstelwet van het kabinet goed uitpakt en derhalve een permanent karakter heeft gekregen. Ik vraag de minister of hij van plan is om met initiatieven te komen om de Crisis- en herstelwet naar andere sectoren dan de infrastructuur uit te breiden. Mijn fractie zou daar een voorstander van zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoorde de PVV-woordvoerder spreken over energie en over de Crisis- en herstelwet. Nu weet ik dat de PVV-fractie destijds tegenstander was van de CO2-opslag onder Barendrecht. Er is ondertussen veel onrust in Bergen over de plannen voor gasopslag aldaar. Hoe staat de PVV-fractie daarin?

De voorzitter:
Ik wil een opmerking vooraf maken. Er is, zoals u weet, op 6 december nog een apart begrotingsonderzoek over energie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat klopt. Het betreft hier weliswaar een beslissing van de minister van Economische Zaken maar de staatssecretaris van Landbouw heeft ook wel degelijk van doen met dat gebied omdat het een ehs-gebied is. Dus het lijkt mij wel aan de orde hier.

De heer Van Vliet (PVV):
Zoals u zegt, voorzitter, er wordt op een ander gremium op teruggekomen. Ik kan wel zeggen dat mijn fractie tegenstander is van die gasopslag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat maakt dit onderwerp hier wel relevant. Ik hoor de PVV-fractie hier vragen om uitbreiding van de Crisis- en herstelwet. Tevens zie ik haar handtekening staan onder het regeerakkoord en het gedoogakkoord waarin staat dat men de Crisis- en herstelwet permanent wil maken. Welnu, die Crisis- en herstelwet zorgt er nu juist voor dat de beslissingsbevoegdheid wordt weggenomen bij de gemeenten. Hoe ziet de heer Van Vliet dat dan? Hoe wil hij dan die gasopslag in Bergen nog tegenhouden, als hij dit kabinet steunt en tegelijkertijd die Crisis- en herstelwet wil uitbreiden?

De heer Van Vliet (PVV):
Een kort antwoord, want daar wordt in een ander gremium op teruggekomen, zoals de voorzitter zegt. Mijn fractie is tegenstander van die gasopslag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat maakt dit onderwerp hier wel relevant. Ik hoor de PVV-fractie vragen om uitbreiding van de Crisis- en herstelwet en ik zie de handtekening staan onder het regeer- en gedoogakkoord, waarin wordt gezegd dat men die Crisis- en herstelwet permanent wil maken. Die Crisis- en herstelwet zorgt er nu juist voor dat de beslissingsbevoegdheid wordt weggenomen bij de gemeenten. Hoe ziet de heer Van Vliet dat dan? Hoe wil hij die gasopslag in Bergen nog tegenhouden als hij dit kabinet steunt en de Crisis- en herstelwet alleen maar wil uitbreiden?

De heer Van Vliet (PVV):
Een kort antwoord. Wij zijn en blijven tegenstander van die gasopslag en er is nog steeds een meerderheid in de Kamer nodig voor die gasopslag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Prima. Dat wilde ik graag horen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):
Gaat Nederland zich er bij de herziening van het Europees landbouwbeleid voor inzetten dat milieu, dierenwelzijn, het recht van de consument op gezond voedsel en het recht van dieren op een diervriendelijk leven vooropstaan? Is de staatssecretaris het met de fractie van GroenLinks eens dat we af moeten van de directe inkomenssteun en dat we boeren in plaats daarvan moeten betalen voor agrarisch natuurbeheer, waterberging en bovenwettelijke prestaties op het gebied van milieu en dierenwelzijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Waar staat de GroenLinks-fractie nu precies met haar wens, die we zeker delen, voor een milieu- en diervriendelijke veehouderij? Dat vraag ik met name omdat er ontwikkelingen zijn in de aanpassingen aan stallen die vaak wel goed zijn voor de natuur of het milieu in de directe omgeving van de stallen, maar die tegelijkertijd nadelig zijn voor het dierenwelzijn. Ik zie de GroenLinks-fractie die ontwikkeling steeds steunen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):
Ik heb daar geen passend antwoord op, moet ik eerlijk zeggen, omdat het doodeenvoudig mijn portefeuille niet is. Ik kan me de vraag echter heel goed voorstellen. Ik zal hem zeker terugleggen bij mijn fractie en er morgen in tweede termijn op terugkomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Prima, dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Wij hebben al twee wetgevingsoverleggen gehad over deze begroting. Visserij en Naturr. Om te beginnen met Visserij. Ik heb de staatssecretaris het standpunt van de PvdD meegedeeld: de zeeën en oceanen zijn geen particulier viswater. Het is natuurlijk kapitaal waar wij met zijn allen van afhankelijk zijn. In plaats van dat te beschermen, worden onze mariene ecosystemen systematisch verwoest. De staatssecretaris vond mij nogal somber. Ik baseer mij echter op wetenschappers. Ik vraag de minister van Economische Zaken welke perspectieven hij ziet voor onze toeristische sector, onze kustsector, als wij niet ingrijpen en de Noordzee laten veranderen in een ondergelopen zandbak vol met kwallen. Dat zijn de perspectieven waar wij op aansturen. Dat wordt onze voortuin.

We hebben ook gesproken over het stokje dat dit kabinet steekt voor het plan om de natuurgebieden met elkaar te verbinden. Hoewel wij weten dat deze verbindingen cruciaal zijn voor het behoud van onze soortenrijkdom en een gezonde landbouw doet de staatssecretaris deze vernietiging af met flauwigheden. Hij gaat niet alleen dwars voor de kar liggen als het gaat om het vergroten van de natuur, maar de natuurgebieden die wij nog hebben en moeten beschermen, levert hij uit aan hun grootste vijand, de varkensboeren en hun ammoniakoverschotten. Vorige week konden wij in De Limburger een oproep van de staatssecretaris lezen. Ik vond die nogal stuitend. Het was een letterlijke oproep waarin hij zegt -- het gaat over Natura 2000-gebieden --: "Limburgers zijn meester in het zoeken van praktische en pragmatische oplossingen in dit soort situaties. Ik zou zeggen: zoek die creatieve oplossingen. Doe het, maar doe het vooral in stilte. Ik wil niet weten hoe u het doet, als het maar gebeurt.” Eerst een beleefde vraag aan de staatssecretaris. Is hij misschien onjuist geciteerd? Of heeft hij wel degelijk een oproep gedaan om de regels aan de laars te lappen? Ik zou dat schandalig vinden. Ik wil weten wat de staatssecretaris daarmee bedoelt en wie er precies aan moeten meewerken. Zijn dat de boeren, of zijn dat de provincies? Graag duidelijkheid daarover.

Als wij het hebben over onze natuurgebieden, dan is er één gebied dat op dit moment zwaar onder vuur ligt. Ik begrijp dat de rijksoverheid wilde plannen heeft voor een schitterend ehs-gebied bij Bergen. De gemeente Bergen, een dorp in Noord-Holland met 12.000 inwoners, en het Bergermeer vormen samen met de omliggende polders een overgangszone tussen de binnenduinrand van het westen en de oude strandwallen in het oosten, met de Loterijlanden, bloem- en vlinderrijke graslanden met greppeltjes die voor weidevogels aanmerkelijk aantrekkelijker zijn dan de intensief bewerkte en platgemaaide biljartweilanden en bollenlanden. Dat is een goede plaats voor weidevogels die het in ons land moeilijk hebben. Ik noem de grutto. Maar er zijn plannen voor gasopslag en er is onrust. Is dat gek? Aantasting van een ehs-gebied, overlast voor de omwonenden, een gebied nota bene dat risico loopt op aardbevingen en een minister van Economische Zaken die de beslissingsbevoegdheid bij de gemeente heeft weggehaald, zonder overleg. Natuurlijk is daar onrust. Zien wij hier het ware gezicht van de Crisis- en Herstelwet, waarbij de rijksoverheid beslissingsbevoegdheid weghaalt bij decentrale overheden, die vervolgens niets meer te vertellen hebben? Gezien de onrust wil ik van de minister van Economische Zaken weten wat de stand van zaken op dit dossier is. Ik weet dat een deel onder de rechter ligt, maar wij kunnen hier toch niet weken mee wachten, terwijl de onrust zo groot is? Tegen de staatssecretaris zeg ik alvast dat ik niet gerust ben over de natuurcompensatieplannen. Ik vraag de bewindslieden om een gezamenlijke reactie die wij graag voor de tweede termijn ontvangen. Ik kan nu alvast meedelen dat de PvdD niet zal instemmen met de gasopslag in Bergen. Ik ben blij dat de fractie van de PVV daar net zo over denkt.

Met de toevoeging van het woord "innovatie" aan het nieuwe superministerie verwachten wij natuurlijk dat er een minister zit met een duidelijke visie op innovatie. Ik ben nog niet erg onder de indruk. Ik mis een duidelijke visie op transitiemanagement. De focus van deze minister lijkt vooral te liggen op bestaande grote bedrijven, maar dat is echt verkeerd gekozen.
Echte vernieuwing komt niet van de zogenaamde regimespelers zoals Shell, Nuon en Unilever, maar veel vaker uit schuurtjes in achtertuinen, waar door echte willie wortels wordt geknutseld. Veel te veel van de echte doorbraken die in die schuurtjes worden bereikt, halen nooit succesvol de stap naar de markt. Deze spelers hebben hulp nodig, de regimespelers niet. Regimespelers kun je namelijk met een ander woord aanduiden: de gevestigde belangen. Die spelers hebben belang bij de huidige structuren en instituties. Echte oplossingen bereik je alleen maar door een paradigmaverandering, door het verlaten van de oude oplossingsrichtingen. Ik hoef deze minister toch niet uit te leggen dat het vasthouden aan de gevestigde belangen de nieuwe ontwikkelingen van onderop tegenhoudt en dat je opzij moet stappen om de nieuwe ontwikkelingen een kans te geven?

Is de minister het met mij eens en deelt hij de mening dat er een systeemverandering nodig is om tot werkelijk duurzame oplossingen te komen? Zo ja, op welke wijze wil hij deze systeemverandering dan gaan stimuleren en faciliteren? Dat het lang duurt, is geen excuus om er niet vandaag aan te beginnen. Ik noem Helianthos als voorbeeld. Dat bedrijf had natuurlijk inmiddels een op zichzelf staand bedrijf moeten zijn, maar het wordt verkocht aan de Chinezen. Daar moeten wij ons voor schamen. Het is een bedrijf dat innovatief met zonne-energie aan de slag ging en wij kunnen het hier niet houden. Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat wij zulke initiatieven wel de kans geven in Nederland?

Dat er regels en andere instituties zijn die de werkelijke innovaties tegenhouden, lijkt mij overduidelijk. Ik noem de subsidies op fossiele energie. Ik heb het over de voorkeur van ambtenaren bij het oude ministerie van EZ om de bekende spelers subsidies toe te kennen waardoor de willie wortels met lege handen achterblijven. Dan heb ik het over regels die ervoor zorgen dat buren niet belastingvrij en makkelijk hun eigen zonne-energie met elkaar kunnen verwisselen. Heeft deze minister een analyse van dit soort belemmeringen voor echte innovaties? Zo ja, kan hij deze in eerste termijn aan de Kamer toesturen? Het mag ook in een brief. Ik ben erg benieuwd naar een uitgebreide analyse van deze minister.

Ik ga nog even verder over de grote bedrijven. Wij hebben naar ik meen gisteren kunnen lezen dat de minister 100 mln. uitdeelt aan de voedingssector, de levensmiddelensector, die per jaar miljoenen tonnen palmolie uit Azië laat invoeren om zo goedkoop mogelijk koekjes, chocola en sausjes in de markt te zetten, ten koste van de orang-oetang en zijn leefgebied, ten koste van veenbossen, ten koste van het klimaat. Dezelfde levensmiddelensector, die ons steeds agressiever probeert te verleiden om koekjes te kopen waar je cholesterol van zou dalen, drankjes waar je een betere darmwerking van zou krijgen en yoghurtjes die je een betere huid beloven. Allemaal op basis van vaste claims natuurlijk. Welke criteria heeft de minister gehangen aan de uitgave van 100 mln.? Kan hij garanderen dat met dit geld geen dierproeven worden uitgevoerd voor bijvoorbeeld al die nieuwe stofjes in de voeding die wij helemaal niet nodig hebben? Kan hij garanderen dat dit geld niet gestoken wordt in de levensmiddelensector die de aarde van haar natuurlijke hulpbronnen berooft? Ik wil weten wat die criteria zijn en ik wil weten -- ik heb er eerder naar gevraagd -- wat de deal was met Danone in 2009. Danone dreigde zijn R&D-afdeling uit Nederland terug te trekken. Het ministerie van EZ heeft naar eigen zeggen hard geknokt om dit tegen te gaan. Maar de Kamer weet tot op de dag van vandaag niet welke toezeggingen aan Danone zijn gedaan. Wel nu 100 mln. naar deze sector, vorig jaar 40 mln. ... Het lijkt geen toeval.
Ik rond af met mijn laatste onderwerp. Ik las in de krant dat groenteveredelingsbedrijf Rijk Zwaan dit jaar de prijs van beste werkgever uitgereikt is. Dat is hartstikke mooi, ik denk dat wij daar trots op zijn: sociaal en innovatief. Ik wil deze bewindslieden vragen wie van beide heren zich eigenlijk zorgen gaat maken over de toekomst van dit bedrijf. Immers, wat er speelt zijn dreigende patenten die deze innovaties ernstig kunnen belemmeren. De patenten worden momenteel afgegeven op levende organismen en onderdelen daarvan en dat baart de PvdD zeer veel zorgen.
Het kwekersrecht is een Nederlandse uitvinding. Het is van belang voor het beschikbaar maken en houden van uitgangsmateriaal voor boeren wereldwijd, dus hier en in ontwikkelingslanden. Dat gaat over het vrij beschikbaar stellen van zaadjes van genetisch materiaal, omdat dat van niemand is en dus van iedereen. Patenten op het leven, of het nu soorten, eigenschappen, genen of techniek van veredeling betreft, vindt de PvdD ethisch volstrekt onverantwoord. De genetische rijkdom van het leven behoort toe aan de hele wereld, en niet aan een paar machtige multinationals die hun kans schoon zien om eigenaar te worden van onze voedselvoorziening.

We zitten midden in het proces waarin wordt bekeken of het kwekersrecht boven patenten gesteld kan worden. Ik ben heel erg benieuwd naar de voortgang daarvan. Kunnen de bewindslieden daarop reageren? Ik wil benadrukken dat het van groot belang is dat we opkomen voor onze Nederlandse zaadveredelingssector, een sterke, zeer innovatieve tak van de economie. Deze sector heeft een sterke positie op het gebied van groente, gewassen en aardappels. We nemen een koppositie in op het gebied van innovatie van plantaardig uitgangsmateriaal. Graag hoor ik hoe we de toekomst van bedrijven als deze, alsmede de toegang tot het uitgangsmateriaal voor boeren in ons eigen land en in ontwikkelingslanden zeker gaan stellen en daarmee de diversiteit in onze voedingsgewassen.

Naast de problemen die spelen in de plantveredeling wordt er wereldwijd veel geknutseld aan dieren. Het zal geen geheim zijn dat wij ons daarover heel grote zorgen maken. De Nederlandse Wageningen University heeft een patent gedeponeerd op het gebruik van genetische merkers voor het meer gericht aanpassen van de melksamenstelling, met publiek geld. Deelt de minister de mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat met publiek geld kennis uit het publieke domein wordt gehaald en in de handen wordt gelegd van grote spelers in de agro-industrie? Voormalig minister Verburg heeft toegezegd dat wij nader geïnformeerd zouden worden over de discussie over de ethische aspecten van voortplantingstechnieken en fokkerijmethoden. Zij had de Raad voor Dierenaangelegenheden gevraagd, dit in kaart te brengen. Kunnen de bewindslieden aangeven wat hiervan de voortgang is en wanneer de Kamer over de uitkomsten geïnformeerd zal worden? Het is van groot belang, vindt de fractie van de Partij voor de Dieren, dat de Nederlandse overheid samen met de samenleving een standpunt inneemt over het patenteren van dieren, voordat de discussie in de EU of door handelskwesties aan de orde komt. Ik vraag de minister om een reactie. We overwegen een motie op dit punt.