Bijdrage Thieme Begroting Buiten­landse Zaken Thieme 1e termijn


17 december 2010

De heer Van der Staaij (SGP): Het regeerakkoord laat al het nodige zien over de koers die dit kabinet wil gaan varen in het buitenlands beleid. Vanzelfsprekend wordt niet op alles ingegaan. Graag hoor ik meer over de volgende drie punten, allereerst over de beleidslijn tegenover fragiele staten. Wat is de inzet van het kabinet? Neem bijvoorbeeld Somalië; de inzet tegen piraterij en de opvang van vluchtelingen kosten veel geld en energie. Die inspanning is terecht, maar in feite is dit symptoombestrijding. Hoe kan dit probleem meer bij de bron, dus in Somalië zelf worden aangepakt?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik complimenteer de heer Van der Staaij voor het feit dat hij zich zorgen maakt over piraterij en dat hij de minister van Buitenlandse Zaken vraagt om te kijken naar de oorzaken van de piraterij van onder anderen Somaliërs. Ik neem dan aan dat hij het met mij eens is dat ook moet worden bekeken hoe de Somaliërs weer in hun eigen onderhoud kunnen voorzien door van hun eigen viswateren gebruik te maken en dat de Nederlandse schepen die daar op dit moment alle vis wegroven, daar weg moeten om piraterij te voorkomen. Somaliërs hebben op dit moment immers niets anders waarmee zij in hun onderhoud kunnen voorzien, omdat de wateren leeg zijn gevist door onze schepen.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is erg jammer dat op het terrein van internationale problematiek ook hier in de Kamer de kennis ontbreekt van de oorzaken van armoede en van piraterij. Alle internationale organisaties geven namelijk aan dat de overbevissing met name in die wateren leidt tot piraterij van de bewoners van die staten, die daarvan afhankelijk zijn. Daarom vraag ik nogmaals: als ik dit, misschien op een ander moment, met u kan bespreken, bent u dan bereid om samen met het kabinet te bekijken hoe wij dit probleem kunnen aanpakken?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Een korte conclusie. Ik vind het kenmerkend dat hier weer met het vingertje naar de staat zelf wordt gewezen. Er wordt niet gekeken naar de eigen verantwoordelijkheid van Nederland. Wij zijn vooral op rooftocht in andere delen van de wereld om in onze welvaart te voorzien. Ik vind het jammer dat we niet kijken naar onze eigen invloed hierop.

[…]

De heer Ormel (CDA): Het CDA vraagt aandacht voor de problematiek van de zeldzame metalen. Ook collega Nicolaï vroeg hiervoor al aandacht. Zeldzame metalen worden vaak gewonnen in instabiele gebieden, onder mensonwaardige omstandigheden. Deze winning kan zorgen voor politieke instabiliteit en aantasting van unieke natuurgebieden; denk bijvoorbeeld aan Oost-Congo, dat een oorlogsgebied is, een conflictgebied, waar volop illegale winning van zeldzame metalen plaatsvindt. Hoe moeten wij dit bestempelen? Is dat geen plundering, bijvoorbeeld?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is natuurlijk prachtig dat de heer Ormel zich zorgen maakt over de zeldzame grondstoffen, maar we hebben ook nog andere grondstoffencrises, zoals een fosfaatcrisis. Daar heeft Nederland een belangrijke rol in te vervullen, aangezien het een grootverbruiker is van fosfaat, juist voor de kunstmest. Is de heer Ormel met mij van mening dat daar ook wat aan gedaan moet worden en dat er ook een internationaal juridisch kader moet komen om de fosfaatcrisis aan te pakken?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is het goed recht van de heer Ormel om er een karikatuur van proberen te maken, maar we hebben te maken met een fosfaatcrisis van jewelste. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat wij een grootverbruiker zijn van kunstmest. De heer Ormel zegt terecht dat de kringlopen verstoord zijn, zeker op regionaal gebied. Nederland is daar een van de veroorzakers van. Hoe gaat Nederland, juist om de fosfaatcrisis aan te pakken, zijn verantwoordelijkheid nemen om dat op te lossen?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat ben ik niet met de heer Ormel eens. Het gaat er juist om dat we de crises in samenhang bekijken. De minister van Buitenlandse Zaken speelt een grote rol bij het aan de orde stellen van dit soort crises in internationaal verband, zeker als het gaat om de rol van Nederland.

[…]

De heer El Fassed (GroenLinks): We weten dat grondstoffenwinning gepaard gaat met enorme milieuschade en mensenrechtenschendingen. Wat is de heer Ormel bereid om daaraan te doen?

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Joseph Luns zei dat Nederland een klein land is met een grote betekenis in de wereld. Ook zei hij dat het belang van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken groot geacht moet worden, omdat wij immers als klein land te maken hebben met een heel groot buitenland. Daarnaast hebben wij een zeer grote verantwoordelijkheid, gelet op het verleden. De VOC-mentaliteit die ons landje groot heeft gemaakt, heeft ook de uitputting van de aarde sterk bevorderd en de ecologische voetafdruk van het rijke westen. Internationale handel heeft ons een buitenproportionele invloed gegeven en onze invloed in landen als Indonesië, Suriname, Sri Lanka, Brazilië en de Antillen is groot geweest. Dit maakt ook onze verantwoordelijkheid zeer groot. Wij consumeren in ons land een veelvoud van wat de aarde aankan. Het Wereld Natuur Fonds berekende in het Living Planet Report dat er in 2050 drie aardbollen nodig zijn om in de groeiende consumptiebehoefte van de wereldbevolking te kunnen voorzien. Elk jaar worden er meer bomen gekapt dan er in één jaar terug kunnen groeien. Elk jaar worden er meer vissen gevangen dan er worden geboren. Als wij de biocapaciteit van de aarde vergelijken met een jaarsalaris, moeten wij zeggen dat wij vandaag de dag al in september ons hele loon hebben gespendeerd en de rest van elk jaar op de zak van toekomstige generaties leven.

Wij voelen ons ver verheven boven het bijgeloof dat wij aantroffen in de gebieden die wij in het verleden koloniseerden, maar geven ons nu zelf over aan een volstrek irrationeel bijgeloof, namelijk dat er zoiets zou bestaan als de onzichtbare hand, bedacht door Adam Smith die de markt en daarmee onze toekomst zou ordenen. Het sprookje van die onzichtbare hand is uit, zelfs als veel mensen daar nog niet aan willen. Onder architectuur van de huidige minister van Buitenlandse Zaken en onder leiding van zijn protegé Mark Rutte is er een beleid opgetuigd waar rechts Nederland zijn vingers bij zou aflikken, maar reeds in 1982 werd voorspeld dat het sprookje geen lange levensduur had. Professor Goudswaard schreef het boek Kapitalisme en vooruitgang, waarin hij de problemen die wij vandaag ondervinden, loepzuiver voorspelde: de grondstoffenproblematiek, de hebzucht, de klimaatproblemen. Het kan niet anders of hij moet diep treurig gestemd zijn over het verraad van zijn partij, het CDA, en het nu gevoerde kabinetsbeleid dat zijn aanbevelingen andermaal negeert. Het nu gevoerde beleid blijft hangen in achterhaalde begrippen als links en rechts en dat is een dramatisch misverstand dat ons land, en daarmee ook het immense buitenland dat onder het takenpakket van de minister Rosenthal valt, in grote problemen zal brengen.

Het is pompen of verzuipen. En iedereen die meent te moeten pleiten voor het afschaffen van linkse hobby's, om daarmee rechts Nederland zijn vingers af te laten likken, maakt zich schuldig aan miskenning van de ernst van de feiten en de urgentie van een duurzame omslag. We mogen niet verwachten dat de onzichtbare hand van Adam Smith ook maar iets zal betekenen in de strijd tegen landoverschrijdende dierziekten, het tegengaan van de klimaatcrisis, het voorkomen van de fosfaatcrisis, het verbeteren van de wereldvoedselverdeling, het voorkomen van de kap van het regenwoud en de uitputting van andere grondstoffen. Jaarlijks sterven honderdduizenden mensen aan de gevolgen van overstroming, droogte en verwoestijning, goeddeels veroorzaakt door ons westerse leefpatroon. Elk jaar sterven zes miljoen kinderen aan de gevolgen van ondervoeding, maar ons buitenlands beleid blijft vooralsnog gericht op de instandhouding van onze westerse welvaart. Wij hebben een vee-industrie die jaarlijks 50% van de wereldgraanvoorraad opslokt voor veevoer, grote milieu- en klimaatproblemen veroorzaakt en 80% van het wereldlandbouwareaal in beslag neemt. De veehouderij veroorzaakt 30% van het biodiversiteitsverlies, dat steeds dramatischer vormen aanneemt.

Ik gaf al aan dat we bij een onverantwoord leefpatroon in 2050 drie aardbollen nodig zouden hebben. Ik weet dat minister Rosenthal tegen die tijd 105 jaar oud zal zijn en ikzelf 78. We kunnen natuurlijk doen alsof het ons niet aangaat, alsof we de tijd hebben om vriendschappelijk aan het bedrijfsleven te vragen om te verduurzamen en te zien waar het schip strandt. Wat gaan u en ik onze kinderen en kleinkinderen nalaten? Gaan we deze planeet in een betere conditie achterlaten dan we hem hebben aangetroffen? En wat zal daarin de rol zijn van ons buitenlands beleid? Bij zijn aantreden heeft minister Rosenthal gezegd dat hij zich vooral wil gaan inzetten voor het behoud van de Nederlandse welvaart, vrijheid en veiligheid. Hoe ziet hij dat? Als we, met oogkleppen op, menen dat de Nederlandse welvaart behouden kan blijven, inclusief onze tomeloze overconsumptie, zal dat onze vrijheid en veiligheid ernstig in gevaar brengen. Zijn oud-collega in de Eerste Kamer, generaal buiten dienst Van Kappen, waarschuwde voor ongebreidelde welvaartsgroei. Ik citeer: "De effecten van de verregaande globalisering in combinatie met de steeds maar groeiende wereldbevolking leiden tot schaarste en een stijgende energiebehoefte. Als die klimaatverandering doorzet, wordt de situatie nog nijpender. Het zal dan ook steeds moeilijker worden om de groeiende wereldbevolking te voeden. In het bijzonder de toegang tot drinkbaar water wordt dan een potentiële casus belli". Ik vat het maar even samen in mijn eigen, eenvoudige woorden: als wij blijven inzetten op welvaartsgroei, zal dat ten koste gaan van de vrijheid en veiligheid in de wereld; het zal een reden voor oorlogen zijn. Zo denkt in ieder geval een vooraanstaand partijgenoot van de minister erover.

Maar de minister filosofeert niet graag over de veranderingen in de diplomatieke dienst die nodig zijn om samen de overlevingskansen groter te maken. Nou ja, de minister wil wel dat er iets verandert in de diplomatieke dienst: die zou niet langer een rustiek tijdverdrijf moeten zijn. Dat is interessant, want kennelijk was hij dat tot nu toe wel. Graag een toelichting daarop. Er zou meer ingezet moeten worden op de economische belangen van Nederland dan op mensenrechten. Wat bedoelt de minister daar eigenlijk mee? Gaan we nog meer inzetten op het plunderen van grondstoffen in Afrika en Zuid-Amerika, blijven we zoet water in het buitenland verspillen voor onze voedselvoorziening, terwijl het Wereld Water Forum ons leert dat in 2017 70% van de wereldbevolking geen vrije toegang meer zal hebben tot schoon drinkwater?

En als de minister de diplomatieke dienst meer wil inzetten voor de economische belangen van Nederland, hoe verhouden de ecologische belangen van de wereldbevolking zich daartoe? Graag een reactie van de minister. De huidige EU zegt dat het akkoord dat dit weekend is bereikt in Cancún, voor iedereen meer inspanningen vergt, dus ook van Europa, omdat we nu de temperatuursstijging niet gaan beperken tot twee graden. Welke extra inspanningen zullen Nederland en Europa leveren? Ik heb minister Rosenthal daarover in het geheel nog niet gehoord. Sterker nog, hij pleit voor Nederlands welvaartsbehoud, dat zich vooralsnog niet verdraagt met de genoemde doelstellingen. In de internationale gemeenschap krijgt de landbouw meer dan ooit een hoofdrol toebedeeld bij de wereldvraagstukken rondom voedselzekerheid, zoetwatervoorraden, klimaatverandering en versterking van economieën in ontwikkelingslanden. De koppeling tussen landbouw- en klimaatbeleid is in Cancún duidelijk gelegd. Investeringen in landbouw werden tijdens deze top eindelijk serieus besproken. Volgens de UNCTAD moeten internationale handelshervormingen gericht zijn op ondersteuning van de biologische landbouw, gekoppeld aan een echte vermindering van landbouwsubsidies en exportsteun door de ontwikkelde landen. Ik hoor graag of, en zo ja hoe, deze elementen zullen terugkomen in ons buitenlands beleid. Helaas heb ik het wetgevingsoverleg over ontwikkelingssamenwerking moeten missen. Ik deel de boosheid over de bezuinigingen. Genoeg is inderdaad genoeg. Ik zal proberen de discussie hierover niet nog eens over te doen, maar ik wil enkele belangrijke punten aanstippen, waarbij het van belang is dat de minister van Buitenlandse Zaken meeluistert. Het persbericht van het kabinet over het ontwikkelingsbudget meldde dat de bezuinigingen vooral worden gevonden bij de uitgaven voor sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, in de trant van: houd jij ze arm, dan houd ik ze dom.

Ik heb een paar vragen over het initiatief Duurzame Handel. Het kabinet wekt de indruk, grote verwachtingen te hebben van de inzet van het bedrijfsleven, en dat zullen wij weten ook. De komende vijf jaar gaat er namelijk 100 mln. naar het initiatief Duurzame Handel. Het bedrijfsleven is zeer bereid om zijn activiteiten te vergroenen, als het er maar geld voor krijgt en als er van overheidswege maar niet te hard wordt nagedacht over de vraag wat dan precies duurzaam te noemen is. Aan deze 100 mln. heb ik nog geen voorwaarden gekoppeld gezien. Dit kabinet zet een streep door private groene investeringen van burgers met idealen, om vervolgens het bedrijfsleven te gaan subsidiëren. Is dat het beleid waar rechts Nederland zijn vingers bij zal aflikken? Zo vraag ik de minister. In het regeerakkoord lees ik dat subsidies alleen nog worden toegekend als de effectiviteit bewezen is. Ik stel voor, dat wij dan ook stoppen met de subsidie aan de Round Table on Responsible Soy. Dit project is allesbehalve duurzaam. Immers, binnen dit project, dat verantwoorde soja zou moeten opleveren, wordt ontbossing nog steeds toegestaan en worden er bewezen meer giftige bestrijdingsmiddelen gebruikt, ten koste van de lokale bevolking en de biodiversiteit. Dit project is een cadeautje aan bestrijdingsmiddelengigant Monsanto. Ik vraag de staatssecretaris, welke criteria worden gehanteerd bij het subsidiëren van projecten in het kader van het initiatief Duurzame Handel. Hoe wordt het geld verdeeld over de projecten en welke verantwoordelijkheid neemt de overheid in dit proces? Hoe worden de deelnemers geselecteerd, zowel hier als daar? Welke indicatoren hanteert het kabinet en op welke manier kan het op dit beleid worden afgerekend? Welke definitie van duurzaamheid wordt in dit project gehanteerd? Ik krijg graag meer duidelijkheid. Wij steunen dan ook graag de motie van de ChristenUnie die is ingediend tijdens het wetgevingsoverleg.

Wat ik zie gebeuren met deze subsidie is dat wij de positie van ontwikkelingslanden als leverancier van primaire goederen gaan versterken, terwijl wij zouden moeten investeren in de capaciteit van ontwikkelingslanden om niet alleen primaire goederen te produceren, maar deze ook te verwerken, op te waarderenen af te zetten op de eigen markten. Deelt de staatssecretaris deze mening? Op welke wijze wordt het bedrag van 100 mln. ingezet om deze zelfredzaamheid te stimuleren? Het lijkt er nu sterk op dat het bedrag van 100 mln. is bedoeld om de ketens van een paar grote multinationals te "greenwashen". Graag krijg ik een reactie.

Staatssecretaris Knapen zei in een speech trots dat wel elf donorlanden, waaronder de VS, tot de conclusie waren gekomen dat wij de millenniumdoelen niet gaan halen zonder de private sector. Precies, zou ik willen zeggen: donorlanden willen graag dat de private sector het ontwikkelingswerk gaat opknappen. Maar willen de ontvangende landen ook dat hun hulp wordt veranderd van het bouwen van scholen en ziekenhuizen in het opgedrongen krijgen van concepten waarmee hun landen voortaan verantwoord kunnen worden beroofd van drinkwater, nutriënten en genetische rijkdommen? Er was afgesproken dat handelsregels en regels omtrent "intellectual property rights" en het benutten van genetische hulpbronnen in orde gemaakt zouden worden, vanuit het perspectief van de ontwikkelingslanden zelf, waarbij hun belangen voorop staan. Is het kabinet bereid dit te doen en zo ja, hoe gaat het dit doen? Welke verantwoordelijkheid heeft de staatssecretaris hierin en wat ligt er bij de staatssecretaris van landbouw? Graag krijg ik de toezegging van de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking dat zij betrokken zullen zijn bij de handelsafspraken en de reizen van de staatssecretaris van ELI en dat zij zullen kijken naar de behoeften van het andere land; niet alleen naar de behoeften van ons land. Daarbij ben ik ook benieuwd naar de visie van het kabinet op de lopende DOHA-ronde binnen de WTO. Welke handreikingen is Nederland bereid te doen aan ontwikkelingslanden?

Wij weten dat het internationale bedrijfsleven aan steeds meer en steeds belangrijkere touwtjes trekt dan Den Haag. Wat is de visie van deze minister op governance? Hoe geeft hij de verhoudingen vorm tussen de belangen en de macht van burgers en die van aandeelhouders in deze dramatische tijden, waarin het gesneuvelde neoliberalisme weer tot leven gewekt moet worden door bewindslieden die heel hard roepen: leve het neoliberalisme? Alsof daarmee een terugkeer naar de vette jaren zou kunnen worden bewerkstelligd. Graag krijg ik hierop een reactie.
Voorzitter. Het begint er een beetje op te lijken dat dit kabinet niet weet hoe snel het publiek geld in private handen moet leggen. De publieke potjes -- ik noem ODA, kunst en cultuur, ontwikkelingssamenwerking, natuur- en milieubeleid en het FES -- worden door dit kabinet zo snel mogelijk leeggetrokken, terwijl de miljoenen het bedrijfsleven om de oren vliegen. "At your service" lijkt inderdaad het opnieuw tot leven gewekte motto van dit kabinet te zijn, niet ten dienste van de internationale samenleving, helaas, maar ten dienste van het internationale edrijfsleven. OS wordt verdeeld onder de armen, de armen van het Nederlandse bedrijfsleven wel te verstaan. Het kabinet moet uitkijken dat het niet de verdenking op zich laadt, louter in dienst van het bedrijfsleven en het grote geld te staan. WikiLeaks komt vast nog wel met nieuws op dat punt. WikiLeaks heeft het allemaal bevestigd: minister Verhagen was de grote vriend van de Verenigde Staten. Zal minister Rosenthal net zo happig zijn, net zo toegeeflijk aan Washington?

Over WikiLeaks gesproken: WikiLeaks is naar onze mening heel belangrijk voor de wereld. De informatiepositie tussen overheden en burgers, tussen bedrijven en maatschappelijke organisaties, tussen Zuid en Noord is meer in evenwicht gebracht. Eindelijk werd duidelijk hoe Shell in Nigeria te werk gaat. Wat gaat Nederland hieraan doen? Dat vraag ik aan de minister. Hoe nemen wij onze verantwoordelijkheid, nu de hele wereld weet dat een groot Nederlands bedrijf zich schuldig maakt aan corruptie? Graag hoor ik hoe hier een vervolg aan gegeven zal worden. Hoe zit het momenteel met de aansprakelijkheid van Nederlandse bedrijven voor activiteiten in het buitenland? Er zit natuurlijk nog veel meer in die "cables". Olieproducerende landen willen geen sterk klimaatverdrag. Dat is niet verrassend, maar het is goed om te zien hoe dat werkt. De Verenigde Staten willen weten hoe de Afrikaanse leiders over gentech denken. Dat wordt al interessanter. Op welke wijze zet Nederland haar diplomaten in om dergelijke handelsbelangen te verzekeren? Gaan we Vion of Cargill tegenkomen in Leaks?

Voorzitter. Maak niet dezelfde fout als minister Verhagen deed. Zoals Shell al zei: de VS-diplomatie is nogal leaky. Bij de behartiging van dit soort handelsbelangen door regeringen wordt dit alleen nog maar een reëler gevaar. Het kabinet moet zich gedragen op een manier die het daglicht kan verdragen. Handel in het belang van de mensheid, dan is er niets aan de hand. Dan mag iedereen meelezen met wat het kabinet doet.

Dan de missie naar Afghanistan. Wij willen dat Nederland geen militairen meer stuurt naar Afghanistan. Zoals het er nu naar uitziet, zal de door sommigen bepleitte afgeslankte Afghanistanmissie worden gefinancierd uit het ontwikkelingsbudget. Dit is een regelrechte schande, als het waar is. Als dit een vorm van ontwikkelingshulp is, hoe verhoudt zich dat dan tot de kabinetsafspraak dat we alleen ontwikkelingshulp zouden geven aan landen zonder corruptie, die enigszins stabiel zijn, waardoor we zeker zijn van de effectiviteit van de hulp? Graag een reactie.
Voorzitter. Ik wil afsluiten met een compliment aan de regering. Ik vond het goed om te zien dat er blushelikopters beschikbaar zijn gesteld om in Israël te helpen de bosbranden te bestrijden.

Graag zien we hier meer van. Internationale solidariteit is een groot goed. Graag horen we welke ideeën er leven om een meer structurele bijdrage te leveren aan de internationale veiligheid. Niet in ons eigen belang of dat van onze gekoesterde welvaart, maar in het belang van de zes miljard mensen met wie we deze planeet delen.
In dat kader ben ik voorts van mening dat er zo snel mogelijk een einde moet komen aan de bio-industrie.

* Bijdrage Partij voor de Dieren begroting Buitenlandse Zaken Thieme 2e termijn