Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


16 december 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De staatssecretaris twitterde zojuist dat de agenda overvol is en daar heeft hij gelijk in. Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de opmerkingen van mevrouw Van Tongeren over kolencentrales. Laten wij die dingen vooral niet bouwen. Ik ga kort in op Cancún. De inzet moet natuurlijk omhoog. Europa moet als eerste over de brug. Graag hoor ik daarop een reactie. Ik wil vooral even stilstaan bij gentechnologie. Het lijkt mij van groot belang dat lidstaten kunnen weigeren teelt van ggo's op hun grondgebied toe te laten. Inmiddels liggen drie adviezen over het voorstel van de Commissie ter overweging voor, maar het onderhavige voorstel garandeert dat nou juist niet. Dat moet dus anders. Voorgesteld wordt om de rechtszekerheid te versterken door een expliciete juridische basis in de richtlijn zelf op te nemen. Ik vind dat de staatssecretaris zich daar hard voor moet maken. Ook wordt voorgesteld om een niet-limitatieve lijst van gronden op te nemen die kunnen dienen als basis voor een verbod op deze teelt. Dat lijkt mij de moeite van het overwegen waard.

Het is van groot belang dat het voorstel dat nu is gedaan, een scherpe juridische basis krijgt. Ik weet dat wij de "pro-gentechopstelling" van dit kabinet niet kunnen veranderen, maar ik vraag het kabinet om de bezwaren tegen gentechnologie, die breed in Europa leven, op z'n minst serieus te nemen. Er is ook een burgerinitiatief op dit vlak, het eerste in Europa, waarbij een miljoen handtekeningen zijn verzameld. Graag hoor ik een reactie op dit punt. Klopt het dat de routekaart voor de afschaffing van milieubelastende subsidies bij de Commissie ligt en tot nu toe niet openbaar is gemaakt? Ik vraag de staatssecretaris om concrete doelen en tussenstappen te noemen, opdat wij daarmee aan de slag kunnen. Is het waar dat de Nederlandse overheid niet enthousiast is over de voortzetting van het Milieuactieprogramma? Het zesde programma loopt af in 2012. Het wordt tijd om te starten met de voorbereidingen voor het zevende programma. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij daarmee aan de slag gaat en dat hij daarop in Europa zal aandringen?

Als er één dossier is waarbij voortdurend in pastelkleurige tonen wordt gesproken over het belang ervan, dan is het wel het dossier over de biodiversiteit. Wij halen iedere keer de doelen niet. 2010 is nota bene het jaar van de biodiversiteit. In Nagoya heeft een mooie top plaatsgevonden met uiteindelijk, gelukkig, mooie conclusies. Dat is beter dan helemaal niks. Om te voorkomen dat wij in 2020 weer moeten zeggen "verdorie, wij hebben het niet gehaald", wil ik dat de staatssecretaris toezegt dat er een eigen Nederlandse inbreng komt om de afspraken van Nagoya voor 2020 binnen bereik te brengen. Ik vraag dus om een eigen Nederlands actieplan als basis voor een Europese inzet. Graag hoor ik een toezegging op dit punt. Ik overweeg om op dit punt moties in te dienen.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Europa heeft verder gezegd dat het bereid is om over te stappen naar 30% als de lidstaten zich aan de gemaakte afspraak committeren en alle werelddelen en alle grote industriestaten zich echt gaan houden aan die afspraak. Dat heb ik voorafgaand aan het overleg gezegd en dat herhaal ik nu. De uitkomst
klopt dus precies: 25 tot 40%. Europa houdt dus vast aan de 20%, maar op het moment dat iedereen echt aantoonbaar gaat werken aan die afspraak, is Europa bereid om nog een stap verder te gaan, namelijk naar 30%. Dat is wat wij hebben afgesproken. Daarom ben ik ook erg blij met die uitkomst.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het Europees Parlement spreekt over 30% CO2-reductie in 2020. Is de staatssecretaris bereid om daar namens Nederland in de Milieuraad steun aan te verlenen?.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Zoals altijd kan ik u geruststellen, mevrouw Ouwehand. Die motie hoeft u helemaal niet in te dienen. Ik kom u natuurlijk weer tegemoet, zoals altijd. Daarmee zeg ik niet dat u niet terug hoeft te komen. Ik zie u graag terug. Ik zal er straks op ingaan. Uw vraag gaat over de 30%. De 27 landen hebben gezegd dat zij ook gaan voor 30% op het moment dat de ambitie die nu is uitgesproken, wereldwijd wordt gerealiseerd. Ik kan het niet helderder zeggen: daar houden wij ons aan en daar zal het Europees Parlement zich dus ook naar schikken. Dat is mijn stellige overtuiging.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand heeft aandacht gevraagd voor de ggo's. Mevrouw Wiegman heeft dat overigens in de meest uitgebreide zin gedaan. Ik begrijp dat mevrouw Ouwehand en mevrouw Wiegman dit onderwerp uitgebreid naar voren hebben gebracht omdat zij daar in het verleden expliciet aandacht voor hebben gevraagd. Overigens wil ik daar niet mee zeggen dat de anderen dat niet hebben gedaan. Mevrouw Wiegman en mevrouw Ouwehand noem ik heel nadrukkelijk omdat zij voor het nieuwe kader dat wij beogen, in een vorige periode aandacht hebben gevraagd. Zij hebben dat kader ook in de meest ruimte zin bepleit. Die discussie heb ik van een afstand gevolgd. Het compromis dat er was en waarop mevrouw Wiegman uitvoerig is ingegaan, is inderdaad een voorstel waarbij in de kern voor de lidstaten ruimte wordt bepleit voor de toelating van gmo's (genetisch gemodificeerde organismen). Dat is eigenlijk wat de Kamer in de afgelopen jaren aan ons heeft gevraagd. Wij praten nu even niet over de vraag in welke zin die ruimte wordt benut. Het is niet verrassend dat daar in Europa verschillend over wordt geoordeeld. Het is jammer dat de juridische adviezen die daarover zijn gegeven, verschillend zijn. Dat maakt het alleen maar extra complex.

Ik houd mijn hart vast voor de betekenis daarvan, want dat kan betekenen dat je, als je niet uitkijkt, in de discussie maandag terug bij af bent, en ik weet niet of dat het verstandigste is. Ik wil daarom toch vasthouden aan de lijn die de Kamer in de vorige periode heeft aangegeven: probeer binnen een Europees kader een eigen, nationale positie te bepleiten. Dat was ons vertrekpunt, maar dat moet dan 1. wel juridisch geborgd zijn en daar moet dan 2. draagvlak voor zijn. Bij de juridische borging worden vraagtekens geplaatst. Dat heeft te maken met de positie van de interne markt, maar het raakt ook onmiddellijk de positie van Europa binnen de WTO. Wij hebben er helemaal niets aan als wij daar met z'n allen gaatjes in laten vallen. Wij hebben er dus allemaal belang bij om dit te dichten. Dat is dus best complex. Tegelijkertijd is een andere complexiteit dat een aantal lidstaten totaal niet zit te wachten op een eigen positie voor de lidstaten binnen het Europese kader. De Kamer weet welke landen dat zijn. Dat zijn landen met relatief veel stemmen, dus met veel gewicht in de schaal. Zij kunnen op een achternamiddag toch vrij gemakkelijk een blokkerende minderheid in het leven roepen.

Ik vraag er dus begrip voor dat het laveren wordt. De inzet van het kabinet is wel om te doen wat de Kamer heeft gevraagd. IJzer met handen breken kan ik echter niet, en dat hoeft ook niet, al zou het soms handig zijn. Als je de twee verschillende punten naast de inzet van Nederland legt, dan blijkt dat het lastig is. Ik kan niet anders doen dan toch proberen om de Nederlandse inzet overeind te houden, maar het moet wel houdbaar zijn. Daar begint het mee. En als het houdbaar is, dan moet je er ook nog voor zorgen dat een meerderheid ervoor is. Die kan ik op dit moment niet garanderen, maar de Kamer kent onze inzet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het moet inderdaad houdbaar zijn. Ik heb gewezen op de adviezen die zijn gegeven en de richting die wij op kunnen gaan. Wat doet de staatssecretaris daarmee? Op welk moment kunnen wij een aanscherping van de Nederlandse inzet verwachten om het ook echt houdbaar te krijgen?

Staatssecretaris Atsma: Ik verwijs naar wat mevrouw Wiegman heeft gezegd: er liggen verschillende juridische adviezen. Bij de vraag wat houdbaar is, gaat het er niet om wat het meest houdbaar is of wat beter houdbaar is, maar wel om wat juridisch echt dicht te timmeren valt. Daar kan ik geen zinnig woord over zeggen. Mevrouw Ouwehand vraagt mij om een scherpere koers te varen, maar als dat inhoudt dat de lidstaten nog verder uit elkaar komen te liggen, dan schiet niemand daar iets mee op. Ik herhaal dat juist de Partij voor de Dieren een eigen nationale positie wilde binnen het Europese kader. Zij vraagt mij nu om scherp aan de wind te varen, maar als het daardoor allemaal ploft, zijn we terug bij af.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, ik heb een punt van orde. Volgens mij kan het niet zo zijn dat wij een algemeen overleg moeten afronden omdat wij anders door de plenaire planning geen moties meer kunnen indienen. Ik stel daarom voor, dit algemeen overleg gewoon af te maken. Wij zijn later begonnen en wij hebben het overleg tussendoor moeten schorsen.

De voorzitter: Dat is allemaal waar. Het enige wat ik wilde doen, is aan de plenaire zaal doorgeven waar zij rekening mee moeten houden. Als de leden hier zeggen dat zij moties
zullen indienen, zullen wij proberen om het AO zo snel mogelijk af te ronden opdat wij nog een plekje krijgen op de agenda voor de plenaire zaal. Gaat u sowieso moties indienen, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dat Nederland zich moet inzetten voor een CO2-reductie van 30%. Dat heb ik de staatssecretaris niet horen zeggen. Als hij alsnog kan toezeggen dat de Nederlandse inzet 30% moet zijn, zonder daarbij van allerlei voorbehouden te noemen, zal ik daarover geen motie indienen.

Staatssecretaris Atsma: Ook op dit punt ben ik glashelder geweest. Een reductie van 20% is het vertrekpunt van Europa. Als de wereld meedoet, doen wij 30%. Voorzitter. Ik zal snel doorgaan met mijn antwoord. Mevrouw Ouwehand heeft aanvankelijk een motie aangekondigd over biodiversiteit. Hoe gaan wij de afspraken van Nagoya implementeren of nakomen? Ik vind dat Nederland een eigen stappenplan moet hebben. Het aardige is dat organisaties zoals VNO-NCW, LTO, maar ook ngo's dit actieplan samen met de overheid willen opstellen. Dat moet wel passen -- dat zal een voorwaarde zijn en daar gaan wij ook van uit -- binnen het Europese kader dat wij nu met z'n allen hebben afgesproken.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ga nog in op de biodiversiteit. De staatssecretaris vindt dat Nederland een eigen inzet en een eigen plan moet hebben. Dat is prachtig. Ik wil hem vragen wanneer dat dan komt, want ik denk dat wij daarmee haast moeten maken. De staatssecretaris begon wat de inhoud betreft over LTO en VNO-NCW. Ik ken die clubs veel macht toe, maar nou net niet dat zij ervoor kunnen zorgen dat 17% van ons oppervlak wordt beschermd. Kan de staatssecretaris toezeggen dat er voor het plan dat er nog gaat komen een stevige nationale inzet is, even los van het bedrijfsleven?

Staatssecretaris Atsma: Ik denk dat dit sneller kan, het plan althans. Dat geldt niet voor de implementatie en de uitvoering. Ik vind het juist heel bijzonder dat de ngo's, het bedrijfsleven via VNO-NCW en de LTO, die daar een eigenstandige rol in heeft, hebben gezegd dat zij ervoor gaan. Dat doet men in principe uit eigen initiatief. Tegelijkertijd zal de rijksoverheid ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. Die wordt niet weggepoetst. Ik kan de Kamer verzekeren dat het Rijk zeer hecht aan het oordeel van die brede belangenorganisaties in Nederland. Je kunt wel zeggen dat wij iets willen, maar als je de sectoren niet meekrijgt, is het trekken aan een dood paard. Als je draagvlak wilt hebben, moet je alle betrokkenen, inclusief de ngo's, erachter proberen te krijgen. Ik ben er erg voor en ik hoop dat het snel kan. De richtlijn geeft volgens mij aan dat je twintig jaar de tijd hebt. Zo lang hoeft het niet te duren, want het kan sneller. Ga er maar van uit dat wij het komende jaar op dit punt een paar stappen willen zetten. Die discussie zal ongetwijfeld een gevolg krijgen, ook binnen de raad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): "Wij gaan het komende jaar een paar stappen zetten" is mij iets te vaag. Dit voorjaar een plan: dat lijkt mij beter.

Staatssecretaris Atsma: Nou ja, ik kan ook zeggen dat mevrouw Ouwehand eigenlijk op de alarmbel van EL&Imoet drukken. Ik heb geprobeerd antwoord te geven. Eigenlijk is het de agenda van ELI, dat weet zij ook. Ik heb al gezegd wat de inzet van het kabinet is. Ik kan het moeilijk anders zeggen, want over vijftien dagen zijn wij in het nieuwe jaar.