Bijdrage Thieme AO Wild­beheer


14 mei 2014

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Als het aan de Staatssecretaris ligt, hebben we nooit een debat over wildbeheer, want volgens haar is het een zaak van de provincies. Gaan de provincies er niet over, zoals in het geval van het internationaal verdrag over verboden jachtmiddelen, dan is de Staatssecretaris er als de kippen bij om de jagers alsnog carte blanche te verschaffen. Ze heeft namelijk onmiddellijk nadat de Raad van State het nachtjagen op onder meer vossen onder alle omstandigheden illegaal had verklaard, op grond van het Benelux-verdrag de partnerlanden om een ontheffing gevraagd. Nederlandse provincies hebben jarenlang het verdrag geschonden en de Staatssecretaris geeft ze met terugwerkende kracht gelijk. Waarom respecteert de Staatssecretaris het internationale verdrag niet? Is het haar weleens opgevallen dat er nooit een wildbeheerdebat gevoerd wordt over winterkoninkjes, roodborstjes, veldmuizen of de blauwe reiger? Het betreft altijd dieren die de jager graag op zijn bord ziet of die voedselconcurrenten van de jager zijn, zoals de vos. Is het toeval dat de jager zich wel zorgen maakt over de zogenaamde overpopulatie van herten, maar nooit over die van egels of van de coloradokevers die de aardappeloogsten van de boeren regelmatig verwoesten? Enige scepsis over de daadwerkelijke drijfveren van het jagersgilde is op zijn plaats. Volgens de huidige wet mag pas tot het doden van dieren in het wild worden overgegaan, wanneer er sprake is van belangrijke schade, bijvoorbeeld aan landbouwgewassen, of wanneer de openbare veiligheid of volksgezondheid wordt bedreigd en dan nog alleen wanneer er geen andere bevredigende oplossing is dan de jacht.

De heer Bosman (VVD): Dit is mijn eerste wildbeheerdebat, maar ik ben toch enigszins verbaasd over de oproep van de PvdD om meer te jagen op meerdere diersoorten. Dat is tenminste wat ik hoor. Begrijp ik dat nou goed?

Mevrouw Thieme (PvdD): Anders dan de heer Bosman van mening is, staat voor ons wildbeheer gelijk aan jagen. Een debat over wildbeheer moet gaan over de wijze waarop we omgaan met de natuur en met alles wat daarin leeft. Jagers maken zich vooral druk over voor hen eetbare diersoorten. Ze hebben het alleen over de overpopulatie van herten en over de vreselijke hongerdood die een ree moet lijden, terwijl jaarlijks ook veldmuisjes, roodborstjes en veldleeuweriken het loodje leggen. Daar hoor je de jagers niet over. Dat heeft toch echt te maken met de selectieve wijze waarop jagers met dieren omgaan, zowel als trofee als om een lap vlees op het bord te krijgen.

De heer Bosman (VVD): Ik hoor dat de PvdD geen bezwaar heeft als we andere dieren afschieten als ze in hongersnood zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): In de wet staat dat we geen dieren moeten doodschieten, tenzij er echt noodzaak toe is. De praktijk is echter heel anders. Ontheffingen voor afschot worden routinematig verleend en elk jaar worden 2 miljoen vogels en zoogdieren doodgeschoten. Minstens zo veel dieren worden aangeschoten en sterven een ellendige dood. Het CDA en de VVD hebben in 2006 onder meer de vos op de vrijstellingslijst geplaatst, terwijl in datzelfde jaar uit meerjarig onderzoek van Sovon, Alterra en Landschapsbeheer Nederland in zeventien weidevogelgebieden bleek dat niet de vos een rol van betekenis speelt bij het verdwijnen van weidevogels, maar het maaibeleid van de boeren. Dat de toenmalige Minister van Landbouw, de heer Veerman, dit nota bene door het ministerie gefinancierde onderzoek negeerde, was niet onverwacht. Van deze Staatssecretaris verwacht ik echter fact-based politics. Is de Staatssecretaris bereid om de vos van de vrijstellingslijst te halen, zodat provincies wildbeheer op maat kunnen ontwikkelen? Als ik kijk naar de verkiezingsbeloften, dan is hiervoor ook steun van de Kamer. Uit de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten wordt duidelijk dat veel mensen vinden dat er ruimte moet komen voor natuurlijk populatie-beheer en dat bij mogelijke overlast van dieren eerst gezocht moet worden naar diervriendelijke alternatieven. Neem dit signaal serieus, evenals het feit dat de rechter provincies regelmatig terugfluit omdat ze niet kunnen aantonen dat afschot nodig is of dat er geen alternatieve maatregelen mogelijk zijn. Vorige week werd bijvoorbeeld een Drentse provinciale ontheffing voor het afschot van reeën door de rechter vernietigd, omdat de provincie niet aannemelijk kon maken dat schieten op reeën bijdraagt aan de verkeersveiligheid. Het moet afgelopen zijn met het aan flarden schieten van natuurlijke populaties door hobbyisten. Het zogenaamd oogsten uit de natuur kan niet zonder geweld en schade aan de natuur gebeuren. Het schieten veroorzaakt aangeschoten dieren en zorgt voor verstoring van alle in de omgeving levende dieren. Het geweer verstoort ook het ecologische systeem. Gezonde, vooral mannelijke dieren worden doodgeschoten. Dat is de wereld op zijn kop. Ik ken geen jager die zieke hazen schiet voor in de pan. Wilde zwijnen creëren poelen en graven kuilen en zorgen daarmee voor een gevarieerde bodem. Daardoor krijgen meer verschillende soorten een kans. Herten houden het bos open en creëren een natuurlijk landschap waar ook andere planten en dieren van profiteren. Dat kan alleen met een natuurlijke populatie. Komt er in de nieuwe Natuurbeschermingswet meer of minder ruimte voor natuurlijke populaties? Blijven de dodenlijsten, zoals de vrijstellings-lijst, bestaan? De dieren die op die lijst staan mogen door elke jager op bijna elk moment afgeschoten worden, zelfs in de broed-, draag- of zoogtijd. Zelfs als provincies het willen, kunnen ze niets doen tegen die vrijstelling, want dat is rijksbeleid. Blijven jachthouders in kleine, ondemocratische clubjes beleid bedenken waar geen enkele landelijke of provinciale volksvertegenwoordiger iets over mag zeggen? Denk daarbij aan de faunabeheerplannen. Ik heb een initiatiefnota ingediend met als doel een einde te maken aan de hobbyjacht. De Kamer zal daar binnenkort over spreken. Ik vind het jammer dat de Staatssecretaris haar visie op deze nota niet wil geven, anders dan gebruikelijk is. Afgaande op de verkiezingsbeloften van de partijen om een einde te maken aan de hobbyjacht, is er een ruime meerderheid te verwachten voor mijn voorstel en daar zie ik ook zeer naar uit.

We weten dat de VVD graag een schiettent wil maken van de Oostvaardersplassen. Het valt mij op dat de VVD-fractie krokodillentranen plengt over het vermeende dierenleed. Wij zouden nooit aan zo’n experiment als de Oostvaardersplassen begonnen zijn en wij vinden uiteraard ook dat dieren die lijden uit hun lijden verlost moeten worden. Om echter gezonde dieren nog voordat zij lijden te euthanaseren, is echt de wereld op zijn kop. Als de VVD-fractie serieus meent dat men dieren de ruimte wil geven en dieren niet onnodig wil laten lijden, waarom stemt men dan structureel tegen het uitbreiden van het gebied, bijvoorbeeld het Oostvaarderswold dat een corridor vormt tussen de Oostvaarderplassen en de Veluwe?

De heer Bosman (VVD): We kunnen van Nederland wel een natuurpark maken, maar dat is de VVD niet van plan. We maken ons zorgen over de biodiversiteit. Door die grote grazers op dat kleine gebied van de Oostvaardersplassen – mevrouw Thieme gaf dat ook aan – verandert de biodiversiteit dusdanig dat het gewoon grasland wordt. Als we nog langer wachten, blijft er alleen nog grasland over en zijn er geen trekvogels. Je zult echt wat moeten doen om in het kader van die biodiversiteit verschil-lende soorten in dat gebied te behouden. Dat is actief natuurbeheer.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag. Biodiversiteit is van groot belang. Natuurgebieden moeten aan elkaar worden gekoppeld. Uit alle onderzoeken blijkt dat biodiversiteit alleen goed op orde is, als je de natuurgebieden zo veel mogelijk aan elkaar koppelt. Daar hebben we ook de ecologische hoofdstructuur voor. Als de VVD zo begaan is met de biodiversiteit, waarom is men dan tegen een corridor tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe?

De heer Bosman (VVD): Omdat dat ook geld kost. Je kunt de huidige gebieden goed beheren en daar geld in stoppen of je kunt het beheer verder laten verwateren. Je hebt dan nergens goed beheer, maar wel aaneengesloten gebieden. (..)

Mevrouw Thieme (PvdD): Mevrouw Jacobi heeft mijn pleidooi over het van de vrijstellingslijst halen van de vos gehoord. De kieswijzer van de Dierenbescherming zegt dat de PvdA het daarmee eens is. De PvdA zegt dat door deze dieren op de lijst van vrij te bejagen dieren te plaatsen, lokaal maatwerk niet meer mogelijk is, terwijl de PvdA lokaal maatwerk juist ziet als de sleutel in de bestrijding van overlast en het bevorderen van ecologisch evenwicht. Ik neem aan dat mevrouw Jacobi de motie die ik in stelling ga brengen steunt.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik heb deze vraag al vier keer gehad. Het is verkiezingstijd. Ik zie die motie graag tegemoet en dan zullen we het zien.

Mevrouw Thieme (PvdD): Uitstekend.

Mevrouw Thieme (PvdD): De Staatssecretaris zegt dat de Kamer destijds met Minister Veerman de vos op de vrijstellingslijst heeft gezet. Ik heb het in mijn bijdrage gehad over het meerjarige onderzoek van onder meer Alterra en Sovon, waaruit blijkt dat er geen belangrijke rol voor de vos is bij het verdwijnen van weidevogels. Ik vroeg de Staatssecretaris om met feiten politiek te bedrijven en beleid te maken. Zij kan dan niet terugver-wijzen naar de Kamer die het zo gewild heeft. Ik verwacht van de Staatssecretaris dat zij op basis van feiten en wetenschappelijke onderzoek besluiten neemt die recht doen aan dierenbescherming in brede zin, zowel van weidevogels als van de vos. Als uit onderzoek van 2006 en later blijkt dat de vos geen enkele rol heeft bij de verdwijning van weidevogels, dan moet ze de vos van die vrijstellingslijst halen. Een meerderheid in de Kamer was namelijk voor het plaatsen van de vos op de vrijstellingslijst, omdat men in die veronderstelling verkeerde.

Staatssecretaris Dijksma: Twee dingen lopen in de redenering van mevrouw Thieme door elkaar. Ik begrijp dat ook wel, want zij fixeert zich nu op de mogelijke schade aan de weidevogels. Een Kamermeerderheid heeft toen inderdaad om die reden de vos op die lijst geplaatst. Ik was daar overigens zelf niet bij. Vossen veroorzaken natuurlijk niet alleen maar schade aan weidevogels. De weidevogelstand is wel onderwerp van onderzoek en er zullen ongetwijfeld meer gegevens komen. Ik heb al eerder gezegd dat als de Kamer er nu anders over denkt, de Kamer dat moet laten zien. Mevrouw Thieme heeft al een motie aangekondigd en die wacht ik af. Ik heb op dit moment geen argumenten of gegevens om meteen zo’n stap te kunnen zetten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik verwacht van de Staatssecretaris juist dat ze alle argumenten op een rijtje heeft staan aangezien zij in de Benelux heeft bepleit dat er ook ’s nachts op vossen gejaagd mag worden. Welke schadelijke effecten heeft de vos dan dat je ook ’s nachts op de vos moet jagen? Ik wil dat klip en klaar en ook wetenschappelijk hier op tafel hebben, want de Staatssecretaris is nota bene een ontheffingsprocedure gestart.

Staatssecretaris Dijksma: Dat lijkt mij een faire deal. Mevrouw Thieme krijgt een brief.

Mevrouw Thieme (PvdD): We kunnen dat hier toch gewoon bespreken?

De voorzitter: Zo gaan we dat niet doen. De Staatssecretaris zegt dat er een brief komt. Dat is een toezegging. Die nemen we op en die lees ik straks ook voor. Daar moet u het in deze ronde even mee doen. Mevrouw Thieme wil een tweede interruptie en zet daarmee haar joker in.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ja, de joker. Ik heb in mijn bijdrage ook gesproken over de vele ontheffingen van provincies die door de rechter vernietigd worden. Er zijn dus provincies, zoals Gelderland, Limburg en Zeeland, die telkens opnieuw niet kunnen aantonen waarom vossen of bijvoorbeeld wilde eenden moeten worden bejaagd in het kader van de verkeersveiligheid, dan wel schade aan landbouwgewassen. Als de Staatssecretaris dat wil, dan kan ik haar een lijst van die provincies toesturen. Vindt de Staatssecretaris met mij dat, gezien het feit dat er een tendens is dat provincies telkens hun ontheffingen zien sneuvelen bij de rechter, er een gezamenlijke aanpak moet komen voor een samenhang van natuurbeleid en wildbeheer?

Staatssecretaris Dijksma: We hebben een wet, we hebben provincies die daarmee werken en we hebben een rechter die dat toetst. Als een rechter vindt dat een provincie haar huiswerk niet gedaan heeft, dan wordt het terugverwezen en dan moet er iets anders gebeuren. Je kunt dus ook zeggen dat het systeem werkt. Ik begrijp wel dat mevrouw Thieme het om inhoudelijke en idealistische motieven anders zou willen, maar dit laat zien dat wanneer er twijfel bestaat over de wijze waarop provincies hiermee omgaan, de rechter ingrijpt. Dat is in onze samenleving goed geregeld.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het betreft hier niet mijn idealistische motieven, maar het gaat mij om zorgvuldigheid en rechtsgelijkheid aangaande het wildbeheerbeleid. Dat heeft niet zozeer met idealen te maken, maar met het feit dat dieren niet in elke provincie op dezelfde manier worden behandeld en worden beschermd. Het is van groot belang dat er landelijk een duidelijker kader wordt geschapen. De Staatssecretaris zegt dat het systeem kennelijk werkt. Nu worden er standaard onthef-fingen verleend voor alle soorten dieren die in principe door de wet zijn beschermd. Als de rechter dan telkens provincies terugfluit, dan moet je het gehele beleid herzien. Is de Staatssecretaris dat met mij eens?

Staatssecretaris Dijksma: Het is niet mijn beeld dat provincies telkens worden teruggefloten. Daar moeten we met wat meer nuance naar kijken. Daarnaast bevat de wetgeving een zekere vorm van kaderstelling. De rechter toetst dat. Wanneer er twijfel bestaat over de vraag of provincies doen wat de wetgever beoogd heeft, dan zal de rechter vermoedelijk ingrijpen. Dat lijkt mij ook goed. Daarover moet je niet in discussie gaan, want dat functioneert dus.