Bijdrage Thieme AO Inter­na­ti­onaal Maat­schap­pelijk Verant­woord Onder­nemen


7 maart 2013

Voorzitter, de minister ziet meer in handel dan in hulp voor ontwikkelingslanden, lezen we in de Volkskrant. Natuurlijk willen arme landen liever handel dan hulp maar dan wel op een totaal andere manier dan het kabinet nu voorstelt! Al tijdens Unctad 1968 eisten de arme landen verlaging en liefst verdwijning van westerse tariefmuren, zodat ze zouden kunnen exporteren. ‘Trade Not Aid’ was het motto.

De rijke landen verhoogden wel de hulp, maar onze industrie en landbouw konden blijven groeien en bloeien achter hoge veilige tariefmuren. De Arme landen die geld wilden lenen bij IMF of Wereldbank, werden gedwongen hun markten open te stellen voor westerse importen en investeringen. Het westerse antwoord op Trade Not Aid was: Geen Free Trade, dan ook geen Aid.

Op dezelfde dag dat de minister haar uitspraak deed in de Volkskrant, schrijft collega Maij, in Trouw dat ‘lokale autonome bedrijvigheid niet mag worden weggeconcurreerd en arbeidsrechten alsmede sociale en culturele rechten moeten worden gerespecteerd.’

Voorzitter. Veel bedrijven leiden consumenten om de tuin met MVO greenwashing. Shell bijvoorbeeld. Een bedrijf met de mond vol over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – die tegelijk grote gebieden in Afrika –en wellicht ook in de toekomst op de Noordpool – ernstig vervuilt, en weigert de schade op te ruimen en zelfs slachtoffers schadeloos te stellen. Mijn fractie pleit voor veranderingen in de regelgeving om het voor slachtoffers gemakkelijker te maken toegang te krijgen tot bewijsmateriaal dat zich in handen van het betreffende bedrijf bevindt. Ik hoor graag een reactie van de minister op dit voorstel.

We zien het groene sausje, wat IMVO feitelijk is, ook bij keurmerken als RTRS voor soja en RSPO voor palmolie.
De toch al schamele criteria worden nauwelijks gehandhaafd. Bijna alle grote westerse gebruikers van palmolie, zoals McDonald's, Walmart en Unilever, zijn lid van de ronde tafel voor duurzame palmolie.
En toch wordt Zuid-Azië nog steeds massaal ontbost voor palmolieplantages en worden mensen van hun land verjaagd. Het antwoord op de vraag hoe dit mogelijk is, is dat duurzame palmolie is verzonnen om het geweten van bedrijven, consumenten en overheden te sussen.

Uit het recent gepubliceerde rapport van Oxfam blijkt dat de tien grootste voedingsconcerns allemaal ernstig onder de maat presteren. Voorzitter, dit rapport is de zoveelste illustratie van het feit dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen de wereld niet zal redden en de productie niet werkelijk verduurzamen. Daarvoor zijn strenge regels nodig, die door overheden worden opgelegd, zowel nationaal als internationaal. De markt kent geen ethiek, overheden zouden dit moeten toevoegen aan het marktmechanisme. En dus vraag ik de minister: deelt zij bereid randvoorwaarden te stellen aan bedrijven? Gaat zij inzetten op een adequaat toezicht- en sancioneringssysteem?

Ik wil ook graag weten hoe de minister mijn aangenomen motie om in het buitenlandbeleid steeds te streven naar een verkleining van onze voetafdruk, uit gaat voeren. De westerse wereld consumeert meer dan zijn eerlijk aandeel, en als wij serieus menen dat de honger de wereld uit moet, is dat het eerste dat moet veranderen. Honger is geen technisch probleem dat opgelost kan worden door de voedselproductie te verhogen, maar vooral een verdelingsvraagstuk.

Voorzitter, het is naïef om te geloven dat wij kunnen doorgaan met groeien. Dat wij een belofte kunnen afgeven dat, als wij nu maar meer gaan produceren, iedereen uiteindelijk net zoveel welvaart krijgt als wij hier in het Westen. Dat wij dus allemaal rijker en beter worden als wij maar meer handel gaan drijven. Wij hebben nu eenmaal te maken met de fysieke grenzen van de aarde. Wij kunnen niet meer produceren dan wij nu al doen. Wij gaan al ruim over de grenzen van de aarde heen.

Is de minister met mij van mening dat niet zozeer de mensen de illusie moet worden voorgehouden dat wij de koek groter kunnen maken om te verdelen, maar dat wij juist de koek die wij hebben op een eerlijke manier moeten gaan verdelen.

Om werkelijk een duurzame eerlijkere wereld te krijgen, zal, hoe duurzaam de productie ook gebeurt, de consumptie in het rijke Noorden naar beneden moeten. We kunnen niet blijven consumeren alsof we vier aardbollen ter beschikking hebben. Dat betekent ook dat we moeten ophouden met het exporteren van onze leefstijl naar andere landen, en ook als het gaat over landbouwontwikkeling, het exporteren van bio-industrie technieken naar andere landen. Mensenrechtenexpert Olivier de Schutter wijst daar met nadruk op.

In deze lijn heeft de Kamer via een motie de regering opgedragen, op geen enkele wijze meer bij te dragen aan de financiering van megastallen in het buitenland. Het geld moet ten goede komen aan de allerarmsten. Deze motie is nog niet uitgevoerd. De minister zegt dat bij de beoordeling van projecten, gekeken wordt naar dierenwelzijn. Waar vind ik dit officiële criterium en kan een project daar juridisch gezien succesvol op afgewezen worden?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Jan Vos (PvdA): Voorzitter. Wij hebben uitgezien naar dit debat met minister Ploumen, de eerste minister die de onderwerpen ontwikkelingssamenwerking en handel in één portefeuille verenigt, op een bijzonder dynamische wijze, zoals we tot nu toe hebben kunnen waarnemen. Complimenten daarvoor. (...) Het eerste waar mijn fractie dan ook voor wil pleiten, is een nationale toezichthouder verantwoord ondernemen. Al die mooie richtlijnen en afspraken die we maken, moeten immers wel worden nageleefd. Als we voedselschandaal na voedselschandaal hebben en de mensenrechten toch geschonden blijven worden, dan moeten we daar op een andere manier naar gaan kijken. Ik krijg graag een reactie van de minister op het idee voor een nationale toezichthouder verantwoord ondernemen.

(...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik heb nog een vraag over het nationaal toezichthouderschap. Dat is een interessante gedachte. Ik hoorde de heer Vos ook tussen neus en lippen door zeggen dat het orgaan dat we nu hebben, geen sanctioneringsbevoegdheid heeft. Begrijp ik goed dat de PvdA-fractie wil dat de toezichthouder een sanctioneringsbevoegdheid krijgt?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik kan mij voorstellen dat wij op dat terrein wat verder gaan kijken, naar analogie van de financiële sector. In de Verenigde Staten is het heel gebruikelijk dat mensen strafrechtelijk vervolgd worden als ze financiële malversaties plegen, terwijl je in Nederland nog steeds wegkomt met een taakstraf van 200 uur. Ik denk dat ondernemers een verantwoordelijkheid hebben. Als ze die niet nakomen, moeten ze sancties opgelegd kunnen krijgen.

(...)

De heer Ziengs (VVD): Voorzitter. Als ondernemerspartij hecht de VVD grote waarde aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, ook in internationaal perspectief. De VVD-visie op mvo verschilt echter duidelijk van die van veel linkse partijen, die vooral vanuit een negatieve benadering via verplichte regelgeving duurzaam ondernemerschap willen afdwingen. De VVD is van mening dat mvo in de eerste plaats een keuze is voor de ondernemer en de consument.(...)

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik hoor de heer Ziengs hier een heel ander verhaal vertellen dan zijn coalitiepartner, de heer Vos. Steunt de VVD-fractie het idee van de PvdA-fractie om te zoeken naar een mogelijkheid van een nationaal toezichthouder?

De heer Ziengs (VVD): Als VVD zijn wij van mening dat de verantwoordelijkheid bij de bedrijven ligt. Het idee van een nationaal toezichthouder spreekt ons niet direct aan.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat vind ik nogal onduidelijk. De PvdA-fractie geeft de minister echt de opdracht om hier nadrukkelijk naar te kijken. Bedrijven kunnen echt worden aangesproken, ook met sancties. Dat gaat dus veel verder dan die vrijblijvendheid. Ik hoor hier echt een andere mening en ben benieuwd hoe de minister hiermee moet omgaan.

De heer Ziengs (VVD): Uw constatering is juist. Wij staan hier volledig anders in. Die discussie zal dus nog gevoerd moeten worden.

Beantwoording door de minister van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking

Minister Ploumen: Voorzitter. Hartelijk dank aan de leden voor de inbreng. Ik heb mij voorgenomen om alle vragen te beantwoorden. (...) De heer Vos refereerde aan de schandalen rondom voedselveiligheid. In principe gaat het daarbij niet om mvo, maar gewoon om het overtreden van wetgeving. Dat zijn criminele gedragingen. De regelgeving daarvoor is deels Europees en deels nationaal. De NVWA houdt toezicht. Wij laten het niet zomaar passeren. Ik wil het dus niet onbeantwoord laten. (...) Bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid. De overheid moet bedrijven daarop aanspreken. Daar waar nuttig en nodig moet zij proactief zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil aanhaken bij de woorden van de minister over voedselschandalen. Het is wetgeving die overtreden wordt en dat moet hard worden aangepakt. Maar waarom zouden wij wel strenge regelgeving hebben voor de voedselveiligheid en om voedselschandalen te voorkomen, en houden wij het bij richtlijnen en dialogen als het gaat om schending van mensenrechten en milieunormen? Waarom hanteren wij daar niet dezelfde systematiek?

Minister Ploumen: Ik zou die vraag graag aan het eind van mijn betoog beantwoorden. Ik ben benieuwd of de vraag nog in dezelfde scherpte aan de orde is als ik heb uiteengezet hoe het beleid eruit gaat zien en wat ik op een aantal punten ga doen. (...)

Mevrouw Thieme heeft duurzame palmolie een verzinsel genoemd. Ik neem daar afstand van. De ronde tafel over palmolie is een platform waarin de verschillende partijen werken aan een standaard voor duurzame palmolieproductie. Daar zijn ngo's, lokale organisaties, grote en kleine producenten, maar ook retailers en verwerkers bij betrokken. Die ronde tafel heeft een governancemechanisme. Men neemt dat uitermate serieus en is bezig met initiatieven rond het tegengaan van ontbossing, samen met de overheid van de VS. Ik heb mij daarbij aangesloten. Daar waar een groen sausje over lamsvlees misschien lekker is, is hier niet aan de orde dat het zomaar een sausje zonder inhoud is.

Wat het dierenwelzijn betreft merk ik op dat de imvo-kaders generiek en algemeen zijn, maar als het gaat om het beoordelen van ondersteuning van mogelijke financieringen, is er altijd sprake van maatwerk. Wij nemen daar de imvo-kaders bij, maar wij kijken aanvullend naar andere standaarden, zoals de Europese normen voor dierenwelzijn. Ik meen dat wij daarop in de antwoorden op Kamervragen van mevrouw Thieme over de financiering van megastallen reeds zijn ingegaan.

Tweede Termijn:

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ook mijn fractie heeft gevraagd om een andere manier van denken. De Kamer heeft mijn motie aangenomen waarin staat dat het buitenlandbeleid moet zijn gericht op het verkleinen van de ecologische voetafdruk in het buitenland. Dat vraagt om een actieve rol van de overheid. Ik heb daar nog geen reactie op gekregen. Een aantal onderdelen van het mvo zou je in dialoog met het bedrijfsleven kunnen bespreken, maar juist die oproep tot het verkleinen van de ecologische voetafdruk betekent minder consumeren, omdat de aarde nu eenmaal een beperkt aantal reproduceerbare grondstoffen kan produceren. Dat kun je niet aan het bedrijfsleven overlaten, omdat dat tegen het hele principe van het bedrijfsleven ingaat, namelijk produceren. Minder consumeren betekent minder winst. De overheid moet dat doorbreken, simpelweg omdat wij niet op de oude voet door kunnen gaan.

Minister Ploumen: (...) Ik ga in op het element van de groene groei. In het regeerakkoord staat dat wij streven naar duurzame groei. Kabinetsbreed komen wij met een nota. Een aantal van de geformuleerde ambities zullen daarbij aan de orde kunnen zijn.

Mevrouw Thieme (PvdD): Groene groei gaat nog steeds uit van meer produceren, terwijl wij erop wijzen dat er een fysieke begrenzing is aan wat de aarde jaarlijks aan reproduceerbare grondstoffen kan produceren. Je zult echt minder moeten gaan consumeren. Een motie van ons om onze ecologische voetafdruk in het buitenland te verkleinen is aangenomen. Dat gaat lijnrecht in tegen de missie van het bedrijfsleven, namelijk meer produceren. Als je minder gaat consumeren, heb je dus minder winst. De overheid heeft een rol om daar in het kader van mvo anders naar te kijken.

Minister Ploumen: Ik heb altijd begrepen dat het bedrijfsleven niet zozeer meer wil produceren, als wel zich richt op winstgevendheid. Dat zegt iets over de manier waarop het bedrijfsleven, daartoe aangemoedigd door de overheid, kan omgaan met productie. Ik zie dit minder als een spanningsveld. Het mag geen semantisch debat worden; dat zou veel te gemakzuchtig zijn. Het gaat niet alleen over de vergroting of de verdeling van de koek, maar ook over hoe de koek eruit moet gaan zien. Wellicht dat mevrouw Thieme en ik daar elkaar op een zeker moment kunnen vinden.