Bijdrage Ouwehand AO Mest­wet­geving


6 maart 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Om te beginnen: het mestdebat is altijd vervreemdend. Misschien is het wel iets van 1573 of zo, maar we blijven hier in Den Haag maar zeggen: gut, mest, dat is een beetje een probleem, we hebben er veel van. Het komt niet uit de lucht vallen! We vragen er zelf om. We hebben een veestapel die veel groter is dan gezond is voor ons land, voor de dieren en voor de landbouw. We slepen waardevolle voedingsstoffen van andere plekken in de wereld hierheen en in ons kleine landje mesten we dan ieder jaar 500 miljoen dieren vet voor de slacht. En dan hebben we 70 miljard kilo mest. Ja, wat zullen we er eens mee? Ik zeg, tegen de VVD: minder dieren, minder mest, minder problemen en minder regels. Zolang die kern, namelijk dat dit systeem op zichzelf onhoudbaar is, niet wordt besproken, is het echt zonde van de tijd. Dat zeg ik overigens met alle respect voor alle ambtenaren die ook vandaag weer hier zitten, en voor alle mensen op beide ministeries die dagelijks hun aandacht aan het mestdossier mogen geven. We doen het nu al heel wat jaren, maar het probleem lost zich niet op. Ik vind het moeilijk te verkopen aan de belastingbetaler dat we de problemen niet bij de bron aanpakken en dus maar blijven investeren in oplossingen waarvan we nu eigenlijk al wel kunnen weten dat die het niet helemaal gaan worden. Mijn oproep aan de staatssecretaris is daarom: wees daar nou eerlijk over.

Ik ben blij dat in de brief over de wijziging van de wet wordt aangekondigd dat de dierrechten niet automatisch zullen vervallen, maar dat het een nader te bepalen tijdstip wordt en dat er dus nog een afwegingsmoment kan zijn om te bezien of dat wel verstandig is. Ik voorspel alvast dat het niet verstandig is. We kunnen de mestproductie niet loslaten. Sterker nog, we zullen de beperking van de mestproductie moeten uitbreiden naar andere sectoren. Natuurlijk moet het debat breder gaan dan alleen over mest. Het moet gaan over het zorgvuldig omgaan met schaarse grondstoffen, zoals fosfaat, en het vruchtbaar houden van landbouwgronden in de wereld. We kunnen het niet maken om de landbouwgronden in Latijns-Amerika uit te putten voor onze hebzucht hier. Het moet toekomstbestendig. Leer alsjeblieft van landbouwers met verstand van zaken. Ik weet dat de staatssecretaris graag trots is op de sector. Ook ik ben dat. Er zijn mensen, echte vakmensen, die met veel liefde hun werk doen, maar niet op een tot in de puntjes doorgedraaide, intensieve manier die de nutriëntenkringloop niet respecteert, want daar komen alleen maar problemen van die je niet kunt oplossen. Een krimp van de veestapel is voorwaarde nummer 1. Dat model is nog niet gegeven. Dat zou optie 5 zijn. Daar ben ik voor.

Naast mestverwerking is mestvergisting een van de manieren om te proberen het enorme mestprobleem weg te moffelen. Ik heb daarover al verschillende keren vragen gesteld. Mestvergisting is schadelijk voor het milieu en voor omwonenden, maar ook voor boeren. We zullen met elkaar moeten vaststellen dat het mestoverschot dat komt boven de natuurlijke kringloop, gewoon afval is, zolang we niet voldoen aan de voorwaarden voor een echte nutriëntenkringloop en een duurzame landbouw. Het is gewoon afval en het moet ook op zodanige manier worden behandeld.

De voorzitter: U hebt nog twintig seconden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nog twintig seconden. Dan vraag ik de staatssecretaris of ze de mening van de fractie van de Partij van de Arbeid deelt dat je het verwerken van afval moet laten betalen door degene die die troep maakt, de sector zelf. Ik weet dat de Partij van de Arbeid het briljante voorstel heeft gedaan om een stikstofbelasting in te voeren. Ik heb het in de bijdrage van mevrouw Dikkers niet gehoord, maar ik neem aan dat ze het nog steeds een goed voorstel uit haar eigen partijprogramma vindt. Ik vraag de staatssecretaris om dat eens te onderzoeken, als idee om de kosten niet op de samenleving af te wentelen maar op de veroorzakers zelf. En we moeten dus af van in elk geval de subsidies op de mestvergisters.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Lodders (VVD): (...) Het tweede punt waarvoor de VVD aandacht wil vragen is de bodemvruchtbaarheid in relatie tot de Meststoffenwet. In de afgelopen jaren is de bodemvruchtbaarheid afgenomen. De eisen voor de gebruiksnormen zijn steeds strenger geworden. Ze hebben geleid tot een afname van de kwaliteit van gewassen. Als de kwaliteit van gras terugloopt, bijvoorbeeld op het punt van het ruweiwitgehalte, dan dient de ondernemer te zorgen voor aanvulling met eiwitrijke producten, zoals sojaschroot of raapschroot. Nu een meerderheid in de Tweede Kamer heeft gepleit voor het telen van voedergewassen in Nederland, moet er boter bij de vis worden geleverd. Een ruimere bemestingsnorm is noodzakelijk om die gewassen in Nederland te kunnen telen. Graag hoor ik de reactie van beide staatssecretarissen hierop, evenals een antwoord op de vraag in hoeverre ze bereid zijn om evenwichtsbemesting of kringloopbemesting als uitgangspunt te nemen voor het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als ik de bijdrage van de VVD zo hoor, dan komt het ongeveer neer op: we zitten nog niet genoeg in de stront, dus doe er nog maar wat mest bij. Ik ben ook steeds zo verbaasd over het niveau waarop de VVD dit debat voert. Ik heb in de stukken al gelezen dat de VVD niet snapt dat de regeldruk zwaarder wordt als je maar blijft bemesten. Dat lijkt me niet in het belang van de boeren, voor wie de VVD zegt op te komen. Ik begrijp ook niet dat de VVD zich zo druk maakt over de bodemvruchtbaarheid als we duidelijk kunnen zien dat boeren met verstand van zaken -- dat zijn dus echte vakmensen, voor wie de VVD zou moeten opkomen -- met toepassing van teeltwisseling en biologische bemesting een heel gezonde bodem hebben. Waar haalt de VVD steeds de aantijgingen vandaan dat onze bodems niet vruchtbaar zouden kunnen zijn als we er minder mest op gooien?

Mevrouw Lodders (VVD): Het eerste deel van de interruptie van mevrouw Ouwehand ging over de regeldruk. De VVD staat er bij de behandeling van dit wetsvoorstel juist voor dat de regeldruk wordt teruggedrongen. Wat de bodemvruchtbaarheid betreft, baseert de VVD zich op allerlei onderzoeksbureaus en uitslagen van monsters. We zien dat de bodemvruchtbaarheid de afgelopen jaren dalende is. Ik hoor zelfs van ondernemers dat die echt door de bodem zakt. Dat is misschien wel een mooie beeldspraak als het gaat over bodemvruchtbaarheid. Het ruweiwitgehalte in grassen gaat sinds een aantal jaren fors achteruit. Ik heb een aantal melkveebedrijven bezocht. Die moeten één tot anderhalve kilo extra eiwit toevoegen om de productie op peil te houden. We baseren ons in dezen dus op feiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp dat de VVD de staatssecretaris op pad wil sturen met een lariekoeklandbouwverhaal. Ik begrijp dat de VVD niet spreekt met biologische boeren, maar bij mensen met verstand van zaken, echte vakboeren, is genoeg kennis over de wijze waarop we de bodem op lange termijn vruchtbaar kunnen houden, bijvoorbeeld door wisselteelten en door het goed aanpassen van de bemesting binnen de bestaande normen. Ik raad de staatssecretaris dringend aan om hier niet in mee te gaan, want anders wordt ze gewoon uitgelachen. De VVD erkent nog steeds niet …

De voorzitter: Hebt u een vraag, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): … -- en op mijn vraag daarover heb ik geen antwoord gekregen -- dat de administratievelastendruk, de regeldruk, juist toeneemt als we binnen de regels die de VVD zelf ook kent, de mestproductie niet weten te beteugelen. Een toename lijkt me strijdig met het pleidooi van de VVD om boeren niet te zwaar te belasten.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik maak twee opmerkingen in de richting van mevrouw Ouwehand. Ik proef dat we samen nog eens een werkbezoek gaan afleggen. Ik heb recentelijk gesproken met een biologische boer, die tegen dezelfde beperkingen aanloopt. Het gaat eigenlijk nog veel verder dan alleen de onwil waarover we het nu hebben. Ook biologische boeren lopen met de op dit moment in de wet verankerde normen aan tegen problemen en beperkingen op het gebied van bijvoorbeeld landruil, de basis voor goed biologisch management. Ik vind het heel interessant om het met mevrouw Ouwehand verder op te pakken. Ik nodig haar daartoe graag uit. Wat betreft de administratieve lasten merk ik op dat de VVD uitgaat van vertrouwen in ondernemers. Het wetsvoorstel ligt nu voor. De VVD is voor de verplichte mestverwerking. Als we daarvoor de tijd bieden, dan ben ik ervan overtuigd dat de sector deze handschoen oppakt en het op een fatsoenlijke manier gaat regelen.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

Staatssecretaris Dijksma: (...) Ik heb, met mijn collega, tegen de Kamer gezegd dat we de mestproblematiek langs drie sporen willen aanpakken. Het eerste is een wetsvoorstel om te komen tot een verplichte mestverwerking. Het tweede is het voerspoor. Het derde punt is het met pilots werken aan kunstmestvervangers. We hebben de Kamer per brief van 18 januari geïnformeerd. Centraal staat de mestverwerking als oplossing van het mestprobleem. Dat betekent dat de mest buiten de Nederlandse markt voor dierlijke mest moet worden geplaatst. Dat zal leiden tot het verminderen van de druk op de mestmarkt.

(...) Mevrouw Dikkers heeft gevraagd of met dit wetsvoorstel wordt beoogd om de veestapel te beperken, terwijl mevrouw Ouwehand juist hiertoe heeft opgeroepen. Ik moest kleur bekennen: dat gaan we met dit wetsvoorstel dus niet doen. Mevrouw Ouwehand zal daar niet blij mee zijn. (...)

Ik kom bij het derde blokje: bodemvruchtbaarheid. Daar bestaat zorg over. Bodem is kapitaal van de ondernemer, zo wordt gezegd. Dat vraagt zorg en aandacht. Het is wel heel complex. Het totale bedrijfsmanagement is ook van belang. Je kunt met goed management de grond heel sterk verbeteren. Mestbeleid wordt door sommigen genoemd als dé oorzaak van de achteruitgang van de bodemvruchtbaarheid, maar dat is in onze ogen niet helemaal waar -- ik zeg het maar voorzichtig -- want er zijn ook nog wel andere kwesties die daarbij spelen. Ik ben echter bereid om te bekijken, ook op basis van de huidige kennis over de bodemvruchtbaarheid, of we ook naar de gebruiksnormen moeten kijken. Dat moet dan gebeuren in het kader van het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Het moet ook in overleg, uiteraard ook tussen ons. De milieudoelen gaan we wel gewoon handhaven. Zeker op het gebied van de waterkwaliteit is er veel te doen, zoals de woordvoerders wel weten. Het gegeven dat we in een belangrijk deel van de Nederlandse landbouwgronden een grote voorraad fosfaat hebben, moeten we dan ook meewegen. Fosfaat wordt steeds schaarser. Het is echt belangrijk dat we daarmee doelmatig omgaan. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We krijgen dus nog wat informatie, begrijp ik. Ik wil heel graag weten wat het voor de plaatsingsruimte in Nederland en de omvang van de veestapel betekent als het verzoek om derogatie niet wordt gehonoreerd. Ik zou die informatie graag ontvangen. Ik stel voor dat we dat op papier krijgen. De staatssecretaris hoeft het nu niet allemaal uit haar hoofd op te lepelen.

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb wel begrepen dat dat een heel grote ramp voor de sector is. Dat kan ik mevrouw Ouwehand alvast vertellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vroeg wat het voor de plaatsingsruimte en de omvang van de veestapel betekent. Volgens mij moeten we ook weten wat de scenario's zijn.

Staatssecretaris Dijksma: Dat laatste vind ik wat ingewikkeld, want iedereen leest en kijkt mee. Ik wil liever niet publiekelijk onderhandelen met de Europese Commissie. Mevrouw Ouwehand moet me maar vergeven dat ik dat niet verstandig vind. Ik kan wel in de brief die we aan de Kamer schrijven over onze inzet voor het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn, meenemen wat het betekent als we de derogatie niet krijgen. dit betekent. (...)

Mevrouw Ouwehand vroeg of de sector niet zelf moet betalen voor het verwerken van mest en of ik het invoeren van een stikstofheffing wil onderzoeken. Het financieren van de afvoer en verwerking van mest is aan de sector. Ik zie geen aanleiding om een heffing op stikstof te onderzoeken. We hebben naar ik meen bij de begrotingsbehandeling en alle vragen daarbij de Kamer daarover al uitgebreid schriftelijk geantwoord.

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben niet zo van de boetes. Ik heb het volgende gezegd. Met milieu sta je een beetje met je een zweep achter de lijn en zeg je over alles wat aan de voorkant niet goed gaat: foei, foei, de normen zijn niet gehaald. Ik denk dat het veel slimmer is om aan de voorkant beleid en bedrijfsvoering zo in te richten dat je weet dat je de normen en doelen gaat halen. Dan kom je niet in de handhavings- of boetesfeer terecht. Dat zou de perfecte weg zijn.

(...) Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat sjoemelen gaat niet alleen over de afzet van mest maar ook over mestvergisting. We hebben daarover een brief gekregen. Ik miste daarin de analyse van hoe ingewikkeld het is en een antwoord op de vraag wat het kost om ervoor te zorgen dat je een minimaal niveau van handhaving hebt waarbij je aardig in de smiezen hebt of het goed gaat of niet. Dat is een aanvullende vraag. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris de antwoorden schriftelijk aanlevert. We hebben er te weinig zicht op hoe reëel het is dat we het een beetje in de smiezen kunnen houden.

De voorzitter: Helder. Kan de staatssecretaris dit er schriftelijk bij leveren?

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb al eerder laten weten dat het ingewikkeld is om te handhaven op het gebied van mestvergisting en op wat daarin gaat. Ik zal daar schriftelijk op terugkomen.