Bijdrage Thieme AO Dier­ziekten en anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik in de veehou­derij


26 mei 2011

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter, het dossier dierziekten over hoe de intensieve veehouderij in Nederland mensen en dieren ziek maakt heeft in de Kamer een jaar stil heeft gelegen. Dankzij CDA, VVD, SGP en PVV is de bedreiging die het antibioticagebruik vormt na de val van het kabinet controversieel verklaard. Ook na de formatie bleven deze partijen aandringen op uitstel, op een overleg hierover zonder de minister van Volksgezondheid, op korte debatten met beperkte spreektijden. Aan spoeddebatten hadden ze geen behoefte.
De obstructie om de vinger op de zere plek te kunnen leggen trof de Commissie Van Dijk ook aan bij het kabinet. Van Dijk concludeerde dat LNV bij de aanpak van de Q-koorts een obstructieve houding had.

De Wereldgezondheidsorganisatie houdt rekening met pandemieën die nauw samenhangen met onze wijze van veehouderij en extreme veedichtheden in relatie tot onverantwoord medicijngebruik. Maar de Nederlandse regering en woordvoerders van de grote fracties spreken sussende woorden. This is not happening, door niet te denken aan de rampspoed die we over onszelf afroepen, denken sommigen dat die ook niet zal komen. Dat zal ijdele hoop blijken, voorzitter. Waar de q-koorts uitbraak tijdelijk onder controle lijkt te zijn gebracht door verkleining van de veestapel, komen nu de gevolgen in beeld van het jarenlange, overmatige antibioticagebruik in de veehouderij. MRSA-besmetting op een bedrijf is regel geworden. In 2009 al was 88 procent van de kalverbedrijven besmet, en bijna 60% van de varkensbedrijven.

Voorzitter, er is nauwelijks behandeling bij MRSA en ESBL besmetting. Simpele infecties kunnen mensen het leven kosten, waardoor we eeuwen terug lijken te gaan in de medische wetenschap. Duidelijk is dat er onder mensen veel doden zullen vallen wanneer de overheid nu niet rigoureus ingrijpt. Alle kip in de schappen is besmet zoals we gister in Nieuwsuur konden vaststellen, de bacterie wordt inmiddels ook al aangetroffen in groenten, en in de sloten in de veedichte gebieden in Noord-Brabant. En dan nu de zeer resistente EHEC-bacterie, die in Duitsland al tot drie doden heeft geleid. Vanochtend bleek de eerste Nederlandse patient hiermee opgenomen te zijn. Ik wil van het kabinet weten wat de relatie is tussen EHEC en het antibioticagebruik in de veehouderij.

Voorzitter, na de dodelijke Q-koorts epidemie zien we opnieuw een afwachtende overheid die echte maatregelen uit de weg gaat of voor zich uit schuift. Wat de grootste medische uitdaging van deze eeuw lijkt te worden, kan niet rekenen op de overheid maar wordt aan de markt overgelaten. Onze verslaving aan geld, ook wel geduid met het eufemistische ‘economische belangen’, wordt mogelijk de kostbaarste vergissing uit de geschiedenis.

We moeten nu grote stappen zetten om dat te voorkomen, ook als we de grote financiële belangen van de sector daaraan ondergeschikt moeten maken. De fundamentele problemen in de veehouderij zullen erkend moeten en opgelost en wel binnen de kortst mogelijke keren. De letterlijk ziekmakende bio-industrie zal met wortel en tak moeten worden uitgeroeid en vervangen door houderijsystemen die de belangen van mensen en dieren respecteren.

Een systeem dat de meeste kilo’s voor de laagste kostprijs produceert, valt automatisch terug op breed ingezette antibiotica. En er worden niet alleen teveel antibiotica gebruikt, maar ook de verkeerde. Waar bij mensen bepaalde antibiotica voor intramuraal worden gereserveerd, krijgen dieren het hele palet.

Niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief dient VWS in te grijpen. Door het enorme aantal dieren dat op een kluitje zit stijgt de ziektedruk, en is het bijna onmogelijk geworden dieren individueel en curatief te behandelen. Dan moet dus anders. Koppelbehandelingen moeten verboden worden, preventief gebruik van antibiotica moet verboden worden, de veehouderij moet terug naar de menselijke maat. Sinds het verbod op gebruik van groeibevorderaars, is het antibioticagebruik enorm gestegen. Antibiotica wordt ingezet als gedoogde groeibevorderaar. Voorschrijf- en controlegedrag moet anders. Derde en vierde generaties van antibiotica moeten gereserveerd worden voor humaan gebruik.

Dierenartsen en de producten van diergeneesmiddelen hebben een financieel belang bij verkoop van antibiotica. Deze perverse prikkel moet worden weggenomen. Door het private systeem dat de overheid nu in het leven heeft geroepen, met VetCis als registratie en de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) heeft zij zelf geen zicht op het werkelijke gebruik van antibiotica in de veehouderij. In de gebruiksregels van Vetcis is vastgelegd dat er “nooit zonder expliciete toestemming van de dierenarts inzicht wordt verschaft in de gegevens die herleidbaar zijn naar de individuele dierenarts of veehouder”. Zo vormt Vetcis dus juist een barrière voor overheidsingrijpen. Voorzitter, wat gaat het kabinet hiertegen doen?
Voorzitter, de overheid moet te allen tijde, en op alle niveaus, inzicht hebben in wat er zich afspeelt achter de staldeuren. Geen zelfregulering maar zeer restrictief overheidstoezicht!

Voorzitter, ik wil vandaag van het kabinet een lange termijn visie horen, geen sussende praatjes voor de vaak. Nu liggen er doelstellingen voor het eind van dit jaar (-20%) en voor 2013 (-50%).
De veehouderij zei in 2009 dat ze de doelstellingen niet zou halen, en ook dit jaar wordt dat aangegeven! Voorzitter, de staatssecretaris zei bij 1 vandaag dat hij deze zomer met harde maatregelen komt als het de veehouderij niet gaat lukken. Graag ontvang ik de lijst met maatregelen en wil ik weten of deze 1 juli of 1 augustus in zullen gaan.

Voorzitter, dan de Qkoorts. De Q-koorts maakte sinds 2007 4052 mensen ziek en heeft tenminste 19 doden onder mensen tot gevolg gehad. Nog steeds zitten er mensen thuis met chronische klachten die maar niet over gaan. En dat alleen maar omdat ze in de buurt van een geitenbedrijf wonen, en omdat de overheid niet ingreep bij de eerste signalen dat er wat mis is.

Deze mensen zijn sindsdien aan hun lot over gelaten. Geitenhouders werden gecompenseerd, de overheid liet Q-koortspatiënten in de kou staan, soms doodvallen in de meest letterlijke zijn van het woord. Ik heb dat eerder dood door schuld genoemd. Het onfatsoen zit niet in het gebruik van die term, voorzitter, maar in een welbewust beleid dat alles laat wijken voor economische belangen. Risicogroepen werden niet gewaarschuwd, omdat dat de belangen van veehouders zou kunnen schaden, voorzitter, ik noem dat een misdadig beleid. Juist de mensen met langdurige klachten worden niet erkend door de instanties van de overheid, waardoor een uitkering aanvragen onmogelijk is. Zij vallen tussen wal en schip, en hier moet héél snel een oplossing voor komen. Met name de fracties die in dit huis voortdurend pleitbezorger zijn van de bio-industrie, hebben een forse ereschuld in te lossen tegenover de Q-koortspatiënten.
ZonMw heeft al sinds 2002 een rapport in de la liggen over het vergoeden van schade (als gevolg van medisch handelen) waar in principe moeilijk een schuldige voor is aan te wijzen. Scandinavische landen en ook Nieuw-Zeeland kennen dan een soort no-fault compensatiesysteem, dat schade vergoedt zonder een juridische procedure te hoeven voeren. Bij Q-koorts gaat het ook om medische schade, ontstaan door een nalatige overheid.

Voorzitter, hoe kan het dat de staatssecretaris aan de ene kant zegt dat het en ik citeer “beter had gekund, beter had gemoeten en in die zin het ons nederigheid past richting de mensen die hier last van hebben gehad en er soms ook ernstige gevolgen van hebben ondervonden” einde citaat, maar dat dezelfde bewinspersoon dit ZOnW rapport niet betrokken heeft bij het zoeken naar mogelijkheden voor compensatie? Is het kabinet bereid een dergelijke no-fault compensatieregeling in het leven te roepen voor de slachtoffers van q-koorts en andere zoönosen? Is dat niet het minste wat de overheid kan doen voor de mensen die ziek zijn geworden omdat deze zelfde overheid niet ingreep voordat het te laat was?

Voorzitter, een afsluitende opmerking. De commissie Van Dijk heeft in haar evaluatie nauwelijks aandacht besteedt aan de (informatie)positie van de burger. Er zijn echter wel vragen te stellen over of de burger voldoende geïnformeerd was, zowel met betrekking tot de locatie van de besmettingshaarden, als tot de handelingsperspectieven die de burger had en heeft om zichzelf tegen een besmetting te beschermen. Ik stel dan ook voor dat wij als volksvertegenwoordigers de nationale ombudsman te vragen onderzoek te doen naar de wijze waarop de overheid heeft opgetreden ten aanzien van de informatievoorziening naar de burger toe. Ik hoor graag de reactie van de collega’s op dit voorstel.

[1]http://www.rivm.nl/cib/themas/Q-koorts/q-koorts-professionals.jsp#index_2