Bijdrage Ouwehand AO (sociaal-)econo­mische situatie in Neder­landse visse­rij­sector


25 mei 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De situatie in de Noordzee is al tientallen jaren zorgelijk. Werden vissen als tong en kabeljauw vroeger nog 25 tot 40 jaar oud, inmiddels zwemt er geen exemplaar meer rond dat ouder is dan een jaar of zes. Het gaat steeds slechter met de vissen. Eenzelfde achteruitgang kunnen we schetsen voor de ecosystemen in de Noordzee. Al die veranderingen worden veroorzaakt door de hoge visserijdruk en in het bijzonder de boomkorvisserij: veel te veel boten, te weinig vis en destructieve vangsttechnieken.

De PvdD heeft sinds haar intreden in de Kamer onophoudelijk gepleit voor het aanpakken van de overcapaciteit. Daar had men geen oren naar. De historische context van het probleem dat vandaag voorligt, is het feit dat vissoorten als kabeljauw en wijting onder sterke visserijdruk behoorlijk zijn teruggelopen. Om quota te sparen zijn veel vissers destijds overgestapt op garnalen; daar waren er immers genoeg van. Dit is echter wel een schoolvoorbeeld van "fishing down the food web", zoals door de meest vooraanstaande visserijbioloog ter wereld, Daniel Pauly, al jaren geleden is geschetst. Je haalt de dieren die bovenaan de voedselketen staan, zoals kabeljauw, eruit en gaat dan verder de keten af. Dat garnalen het goed doen, komt doordat de predatoren allang zijn weggevangen. De vissers vangen nu steeds grotere hoeveelheden, er komen steeds meer vissers bij, de prijs wordt lager en er treedt een neerwaartse spiraal op die alleen kan worden doorbroken door de overcapaciteit aan te pakken.

Het komt niet heel vaak voor, maar ik ben het dan ook grotendeels eens met de lijn die de staatssecretaris in zijn brief schetst. Wel vind ik dat hij te weinig doet om het structurele probleem aan te pakken. Er moet meer gebeuren. Overcapaciteit blijft het belangrijkste punt. Verder is het beschermen van gebieden essentieel, maar daar lees ik dan weer niets over. Ik hoor graag wat de staatssecretaris aan structurele oplossingen ziet. Hoe kijkt hij aan tegen het voorstel van Eurocommissaris Damanaki om die grote plastic soep te laten opruimen door mensen die nu nog met een boot op sterk onder druk staande zeedieren vissen? Graag nog iets meer van dat.

Staatssecretaris Bleker: Er is ook gesproken over vissen op plastic. Er is inmiddels een pilot met vissen op plastic in de Middellandse Zee. Dit gebeurt overigens al vrijwillig, ook in Nederland. In het overleg met de Europese Commissie zal ik de mogelijkheden bekijken. Ik zie niet direct dat hierin het heil gevonden zal worden, maar je weet het nooit. Het is ook de vraag hoe dicht vissen op plastic bij de bedrijfscultuur van de vissers staat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik wil toch graag opgemerkt hebben dat het erop lijkt dat zowel de Kamer als de staatssecretaris de handen vol heeft aan de vrije markt. Daar verbaas ik me over. Ik vind het jammer dat de staatssecretaris niets heeft gezegd over de overcapaciteit en de bescherming van gebieden. Gisteren, toen we het over mest hadden, heb ik hem ook voorgehouden dat je iets moet doen met productiesturing als je de ecologische grenzen van de aarde wilt respecteren. Dat is hier eveneens nodig, zo blijkt ook uit de evaluatie van het visserijbeleid. Als je dit niet aanpakt, kom je er niet uit. Ik zou graag zien dat de staatssecretaris nog eens een nachtje slaapt over de manier waarop we de overcapaciteit aan kunnen pakken. We moeten echt gebieden gaan beschermen.