Bijdrage Thieme AO Dier­ziekten en anti­bi­otica in de veehou­derij


5 juli 2012

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Wij voeren helaas pas na het zomerreces een uitgebreid debat over de Q-koorts. De bevindingen van Nieuwsuur van gisteren en voorgaande weken vereisen echter een onmiddellijke reactie en actie van de Kamer. Het kabinet blijft maar volhouden dat er juist is gehandeld ten tijde van de Qkoortsbesmetting en dat het niet anders had gekund. Mijn fractie vindt dat schokkend, omdat uit de rapporten van de commissie-Van Dijk en de Nationale ombudsman en uit de feiten die zijn gepresenteerd door Nieuwsuur blijkt dat de aanpak van de Q-koortsepidemie met de kennis van toen veel sneller en beter had gekund. Gebleken is dat het ministerie van Landbouw de aanpak heeft getraineerd, dat economische belangen lijken te hebben geprevaleerd boven dierenwelzijn en de volksgezondheid en dat er volgens de Ombudsman onbehoorlijk is gehandeld ten opzichte van de humane slachtoffers. Gebleken is dat het ministerie van Landbouw in 2008 wist dat er 100 besmette bedrijven waren en dat dit een halfjaar lang onder de pet is gehouden, dat de ministers ten onrechte hebben beweerd dat zij geen goede tests hadden om besmettingen te detecteren, dat de ministers de eindresultaten van de tankmelktesten in 2008 in een brief betitelen als "voorlopige resultaten" terwijl dit pertinent onjuist is, om zo te legitimeren dat er geen maatregelen zijn genomen en dat zij de burgers, ook kwetsbare groepen zoals zwangeren en longpatiënten, welbewust geen informatie hebben verstrekt over welke geitenbedrijven besmet waren. Het huidige kabinet gaat door met het verdoezelen en verdraaien van feiten voor de Tweede
Kamer, feiten waaruit blijkt dat de overheid verantwoordelijk is voor al die mensen die door een gebrek aan informatie ziek zijn geworden of zijn gestorven. Sterker nog, het kabinet is bereid om €50.000 belastinggeld uit te geven om criticasters de mond te snoeren en om een professioneel rookgordijn op te trekken. Voor burgers en slachtoffers van de Q-koorts geldt dat hun eigen belastinggeld door hun eigen overheid wordt ingezet tegen hun belangen en tegen de waarheidsvinding van de vrije media. Dat is schokkend en zou in een land als het onze niet mogen en kunnen voorkomen indien de waarheid en het beschermen van de volksgezondheid het uitgangspunt vormden. Een falende overheid die consequent weigert om haar eigen fouten te erkennen is onacceptabel.
Het briefje van €50.000 dat wij hebben ontvangen staat vol tegenstrijdigheden. Het kabinet zegt dat het bezig was, bedrijven vrij te verklaren van Q-koorts in 2008 en dat daarom de test niet zo snel kon worden gevalideerd. Als dat zo zou zijn, is dat te vergelijken met de situatie in een dorp waar een huis in brand staat en de brandweer, alvorens de brand te blussen, eerst op zoek gaat naar andere huizen om te bekijken of daar brand is en om ze vervolgens vrij te kunnen verklaren van brand. Dan kun je lang zoeken. Het is een onzinverhaal van het kabinet. De Gezondheidsdienst voor Dieren was in 2008 wel op zoek naar besmette bedrijven. Sterker nog, wij kunnen lezen dat het onderzoek ook gericht was op de validatie van de test en dat het eindresultaten heeft opgeleverd, namelijk dat 30% van de bedrijven besmet was. In een dergelijke situatie hadden een vervoersverbod en een fokverbod zin gehad.
De overheid heeft de resultaten een halfjaar onder de pet gehouden en zegt nu dat het slechts voorlopige resultaten waren. Alles lijkt te zijn gedaan om de geitenbedrijven maar operationeel te houden. Ik wil alle correspondentie tussen het ministerie en de Gezondheidsdienst voor Dieren uit die tijd ontvangen. Ik wil dat de onderste steen boven komt en zie geen andere mogelijkheid hiervoor dan het instellen van een parlementaire enquête. Dit staat een compensatieregeling en excuses door de overheid niet in de weg, zo zeg ik ook tot de heer Van Gerven. Ik breng vandaag mijn motie voor compensatie van de slachtoffers van de Q-koorts in stemming. Ik hoop op brede steun voor deze motie, zodat de slachtoffers niet nog gedurende het hele reces van de Kamer in het ongewisse worden gelaten. Ik vraag een VAO aan om deze motie in te dienen.
Antibiotica vormt een ander hoofdpijndossier waarin de economische belangen prevaleren boven de volksgezondheid. Het antibioticagebruik in de veehouderij is levensbedreigend hoog. Het plan van aanpak van het kabinet is te traag en te vrijblijvend. Trots wordt een daling van het antibioticagebruik gemeld, terwijl enkele weken eerder grootschalig illegaal antibioticagebruik werd gerapporteerd aan de Kamer. In hoeverre is de daling van het antibioticagebruik toe te schrijven aan extra illegaal gebruik? Hoe kan het dat de Kamer pas op 1 juni 2012 op de hoogte is gebracht van VWA-onderzoeken naar illegaal gebruik uit 2010 en 2011?
Ook de registratie van de gegevens heeft veel weg van een rookgordijn. Eerst zou dit via de private maar nog enigszins onafhankelijke Fedis gebeuren. Nu opeens, omdat de veeindustrie de dierenartsen niet meer vertrouwt, gaat het kabinet akkoord met registratie door de vee-industrie zelf. Dat is een grote stap terug. De overheid moet te allen tijde en op alle niveaus inzicht hebben in wat er zich afspeelt achter de staldeuren: geen zelfregulering maar een zeer restrictief overheidstoezicht door de VWA. Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

Interrupties bij andere partijen

De heer Grashoff (GroenLinks): Voorzitter. Ook ik begin met de Q-koorts. Daarna zal ik ingaan op de antibiotica. Sinds de conclusies van de commissie-Van Dijk is het eigenlijk al duidelijk dat de overheid heeft gefaald in de kwestie van de Q-koorts. Het is ook duidelijk dat dit in zoverre erkend is dat er sindsdien tal van zaken veranderd zijn in de werkwijze. Dat is terecht. Eigenlijk zou het rapport van de Nationale ombudsman moeten worden gezien als een sluitstuk om ook de kant van de burger en de patiënt erbij te betrekken. Als de Ombudsman komt met harde en duidelijke conclusies die overeenkomen met de eerdere conclusies uit het rapport-Van Dijk, alsmede met de erkenning in de zin dat vele procedures zijn veranderd, gaat het niet aan om vervolgens alleen in de verdediging te schieten. Het gaat dan aan om vanuit de regering te zeggen: ja, die onderzoeken hebben plaatsgevonden; ja, wij zijn er inderdaad onzorgvuldig mee omgegaan. […]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik vind het heel fijn dat de heer Grashoff zegt dat de overheid heeft gefaald. Ik heb mij de afgelopen jaren een roepende in de woestijn gevoeld. De enige partij die verder fanatiek bezig was op dit dossier, was het CDA. Ik weet wat voor resultaten dat dan oplevert, namelijk een falend overheidsbeleid ten aanzien van de volksgezondheid. Dat wij kunnen vaststellen dat de overheid heeft gefaald, is één ding. Ik denk echter dat wij in dit debat ook moeten vaststellen dat de overheid de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd en heeft misleid. Ik wijs als laatste staaltje hiervan op de brief van deze week. Is ook de GroenLinks-fractie van mening dat het kabinet de Kamer heeft misleid?

De voorzitter: Dit is een dusdanig lange vraag dat ik geen rebound toesta.

De heer Grashoff (GroenLinks): Het korte antwoord is dat je dat volgens mij op dit moment niet met zo veel woorden kunt vaststellen. Als je dat met die kracht zou willen vaststellen, is daarvoor nader onderzoek nodig. Mijn fractie is er overigens voorstander van om dat te doen. Wij zijn dus voorstander van een parlementair onderzoek en desnoods van een parlementaire enquête. Het zou toch mogelijk moeten zijn om met een parlementair onderzoek de verantwoordelijkheidsverdeling en het verkeer tussen Kamer en regering goed te onderzoeken? Eerst en vooral is het nu een kwestie van het erkennen ten opzichte van de samenleving hoe een en ander is gelopen en daaruit consequenties te trekken. Dat is de reden waarom ik mijn bijdrage sterk de nadruk leg op dat aspect.

Beantwoording door de minister van Volksgezondheid

Minister Schippers: Voorzitter. Ik begin met nogmaals te zeggen dat ik intens meeleef met de mensen die door Q-koorts zijn getroffen. Ik vind het heel erg dat er zo veel mensen ziek zijn geworden, dat er mensen zijn overleden en dat er mensen zijn die nog steeds last hebben van de gevolgen. Dat geldt niet alleen voor de patiënten, maar ook voor hun omgeving, hun familie. Dat is ingrijpend. Voor een deel van de patiënten en hun gezinnen is het leven enorm veranderd door de knagende onzekerheid of en wanneer zij hun vermoeidheidverschijnselen kwijt zullen raken of door blijvende beperkingen. De Nationale ombudsman heeft, met het rapport van de commissie-Van Dijk als basis, het perspectief van de burgers en de patiënten heel indringend geschetst. Mijn collega Bleker en ik betreuren het dat het vertrouwen in de overheid is geschaad en dat patiënten zich niet gehoord voelen.
[…]
Het kabinet is van mening dat er in Nederland een goede set van regelingen is voor arbeidsongeschiktheid en medische kosten. Deze regelingen gelden ook voor de Qkoortspatiënten.
Individuele schadevergoeding is daarom naar de mening van het kabinet niet aan de orde. De stichting kan wel ondersteuning bieden aan individuele patiënten om hen bijvoorbeeld naar werk te begeleiden of om hen anderszins te informeren hoe zij een beroep kunnen doen op regelingen, hervatting van het leven en gerichte ondersteuning naar een nieuwe toekomst. Daar waar bestaande regels onbekend zijn of niet juist worden toegepast, kan de stichting ondersteuning bieden. We zijn bezig met het opzetten van deze stichting en zullen de Kamer uiteraard hierin betrekken. Met de oprichting van deze stichting geven we invulling aan de belangrijkste aanbeveling van de Nationale ombudsman. Wij hopen dat dit voor patiënten kan leiden tot een afsluiting van deze periode. Wij bepalen hiermee de contouren; de stichting moet zelf in overleg met de betrokkenen beslissen wat maatwerk is, wat nodig is en hoe zij dat gaat realiseren. […]

Mevrouw Thieme (PvdD): De minister zegt dat zij het betreurt dat het vertrouwen in de overheid is geschaad. Waarom gaat zij daar dan mee door? In de brief van de minister en de staatssecretaris staat dat er sprake is van "voorlopige resultaten" in 2008, om te rechtvaardigen dat er geen maatregelen zijn getroffen, terwijl de onderzoekers in hun rapport spreken over "eindresultaten". Hoe lang gaat de minister nog door met het verkeerd voorlichten van de Kamer om te rechtvaardigen wat niet te rechtvaardigen valt? We kunnen allemaal lezen dat het ging om eindresultaten, dat 30% van de bedrijven was besmet en dat de overheid niets heeft gedaan. Hoe kan de minister zeggen dat ze het betreurt dat het vertrouwen in de overheid is geschaad, terwijl ze daar gewoon mee doorgaat?

Minister Schippers: We hebben de commissie-Van Dijk gevraagd om dit systematisch te onderzoeken en met een rapport te komen. Dat heeft de commissie-Van Dijk gedaan. Naar aanleiding van dat rapport hebben wij met de Kamer een uitgebreid debat gevoerd. Wij hebben toen gezegd dat de overheid achteraf gezien fouten heeft gemaakt in haar optreden. Zij had eerder moeten communiceren en ook onzekerheid moeten communiceren. Wij zullen dat oppakken. In latere crises hebben wij ook onzekerheid gecommuniceerd. Wij hebben gezegd: wij weten het niet. Bij EHEC heb ik gecommuniceerd: we weten niet of het op de komkommers zit. Naar aanleiding van het rapport van de commissie-Van Dijk hebben wij een humane structuur en zoönosestructuur opgezet, waardoor wij veel beter de verbinding kunnen maken en veel eerder een signaleringsoverleg voeren. Daardoor zitten we erbovenop en kunnen we sneller, kordater en actiever optreden. En zo kan ik nog doorgaan.
Er zijn dus lessen getrokken, ook naar aanleiding van het rapport van de Nationale ombudsman, die nog eens de schijnwerper heeft gezet op niet alleen de structuur en het overheidsoptreden, maar ook de ervaringen van de burger. Het is heel helder geworden dat er sprake is van een vertrouwensbreuk. Wij hebben gezegd: wij kunnen jarenlang doorgaan met elkaar verwijten maken en elkaar van alles naar het hoofd te slingeren, maar laten we dat niet doen; laten we bekijken hoe we gezamenlijk naar de toekomst kunnen kijken, met de handreiking van een schadefonds. Wij willen bekijken hoe we mensen in de toekomst weer terug kunnen krijgen in hun kracht en naar een normaal leven. Dat is de handreiking waar ik het over heb. Dat is niet volhardend doorgaan, maar dat is een handreiking.

Mevrouw Thieme (PvdD): Die handreiking is niets waard als de minister zegt dat het onderzoek in 2008 gericht was op het Q-koortsvrij verklaren van bedrijven, terwijl duidelijk in het rapport van de Gezondheidsdienst voor Dieren staat dat het juist de doelstelling was om Q-koorts in tankmelkmonsters aan te tonen. Hoe verklaart de minister dat zij iets heel anders zegt dan er daadwerkelijk is gedaan?

Minister Schippers: Op dat onderdeel zal mijn collega straks ingaan. We kunnen heel lang discussiëren over de vraag of dit wel of niet aan de orde is geweest. De heer Van Dijk heeft een rapport geschreven en de Nationale ombudsman heeft dat als uitgangspunt genomen. Ik vind dat de overheid wel degelijk lessen heeft getrokken en met dit handgebaar wel degelijk laat zien dat zij een andere koers wil volgen en een ander vervolg wil geven aan deze situatie.

[…]

De voorzitter: Mevrouw Thieme wil haar tweede interruptie ook nu gebruiken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik hoor de minister zeggen dat het bij de taak van de overheid hoort om onzekerheid te communiceren. Maar onzekerheid creëren, door niet te vertellen waar de besmette bedrijven zich bevinden, en daarmee slachtoffers maken onder burgers, die immers niet wisten waar de besmettingen waren, is volgens de Ombudsman onbehoorlijk. Ik noem dat zelfs gevaarzetting. Wil de minister excuses maken voor het feit dat niet bekend is gemaakt waar de besmette bedrijven zich bevonden?

Minister Schippers: Ik heb gezegd dat de overheid lessen moet trekken uit dingen die zij beter moet doen. Wij hebben daar uitgebreid over gesproken naar aanleiding van het rapport-Van Dijk. Mevrouw Thieme en ik verschillen echter van mening over het oordeel daarover.

Mevrouw Thieme (PvdD): De minister wil geen excuses maken voor het feit dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de besmette bedrijven zich bevonden. De overheden in Brazilië en de Verenigde Staten vertelden hun reizigers dat zij niet in Brabant moesten gaan fietsen of wandelen, maar de Nederlandse overheid heeft haar burgers in het ongewisse gelaten. Ik geef de minister dus een laatste kans: wil zij excuses maken voor het feit dat nietsvermoedende burgers gewandeld en gefietst hebben in Brabant zonder dat ze wisten dat ze Q-koorts konden oplopen?

Minister Schippers: Laten we het wel in perspectief zien. Q-koorts kwam al heel veel in Nederland voor. Dit was echt een unieke en niet vooraf in te schatten situatie, die zich zo ernstig heeft ontwikkeld dat ook deskundigen uit het buitenland dat niet konden voorzien. Wij konden dus in het begin niet vermoeden dat de situatie uiteindelijk zo ernstig zou blijken te zijn. We moeten dus wel bij de feiten blijven over het verloop van deze ziekte. Dat er sneller moet worden gecommuniceerd over besmette bedrijven, daar hebben we het de vorige keer al uitgebreid over gehad. Het verband dat mevrouw Thieme noemt, bestond destijds echter niet een-op-een.

[…]

Staatssecretaris Bleker:
[…] Ik ga nu in op de evaluatie door de commissie-Van Dijk en op de testen. Er waren in 2008 en in de eerste helft van 2009 testen en testresultaten. Ik wil geen woordspel spelen over "eindresultaten" of "tussenresultaten". De testresultaten gaven aan dat 30% van de bedrijven besmet was. De deskundigen van toen hadden dezelfde kwaliteiten als de deskundigen van nu. Het waren veterinair deskundigen, humaan deskundigen en mensen die met de bestrijding van epidemieën te maken hadden. Zij constateerden dat 30% van de bedrijven besmet was, maar dat verraste hen niet omdat Q-koorts endemisch was, dus aanwezig in de populatie. Het ging overigens om 10% van de dieren en om 30% van de bedrijven, zo zeg ik tegen de heer Van Gerven. Men wist nog niet van de grote humane uitbraak, want die was in 2008 en begin 2009 nog niet in beeld. De deskundigen hebben toen met hun professionele kennis gezegd: het is een normale situatie en we moeten nu werken naar een, in termen van risicobenadering, valide test die zekerheid geeft over bedrijven die schoon zijn, zodat we die kunnen beschermen tegen besmetting door andere bedrijven. Dat was de filosofie van 2008/2009. Er was nog geen zicht op die grote, vreselijke uitbraak onder mensen en men ging uit van een risicobenadering. Die gegevens bij elkaar hebben geleid tot het handelen van toen. De wetenschappers van nu, ook degenen die in Nieuwsuur zijn geciteerd, en de wetenschappers van toen zeggen dat de validatie van een test die een schoonverklaring definitief en zeker maakt, een bepaalde periode dient te doorlopen. Ook zeggen ze dat er, met de gegevens toen en het feit dat de latere grote uitbraak nog niet in beeld was, sprake was van een verantwoorde handelwijze. Dat is ook te lezen op pagina 9 van de rapportage van de drie externe deskundigen.
De heer van Gerven stelde mij met zijn vraag een beetje teleur. De Kamer heeft gevraagd om een reactie op de uitzending van Nieuwsuur. Daarin werden twee dingen gezegd die mij vreselijk rauw op het dak vielen. Eén: de toenmalige bewindslieden zijn niet goed geïnformeerd. Twee: de validatieprocedure van de test had in drie weken gekund. Toen heb ik besloten om niet te volstaan met interne adviezen vanuit ons departement. Ik wilde het laten beoordelen door externen. Die beoordeling staat klip-en-klaar in de bijlage. Het is dan van tweeën één. Als ik met verklaringen van ons departement was gekomen, was er mogelijk gezegd dat de slager zijn eigen vlees keurt. Dat wilde ik niet. De Kamer heeft recht op duidelijkheid van externe deskundigen. Het valt mij dan rauw op het dak dat de heer Van Gerven vraagt: waarom moest er een extern onderzoek komen? Dat was te zijner dienste. Dan het testen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter, sorry dat ik ertussendoor ga. Ik weet dat het niet mag, maar …

De voorzitter: Nee, …

Mevrouw Thieme (PvdD): … in het rapport van PricewaterhouseCoopers gaat het niet over die testen. De staatssecretaris …

De voorzitter: Nee, u doet het echt niet.

Mevrouw Thieme (PvdD): De staatssecretaris doet net alsof het over die testen gaat, maar het gaat daar niet over!

De voorzitter: Nee, nee, nee!

Mevrouw Thieme (PvdD): Op geen enkele bladzijde! Dat hebben ze juist niet onderzocht.

De voorzitter: Mevrouw Thieme, ik kan het langer volhouden dan u. Dat beloof ik u. Zo gaan we het niet doen in deze vergadering. De staatssecretaris gaat verder met zijn betoog.

Staatssecretaris Bleker: Ik kan in alle rust met mevrouw Thieme die bladzijden doornemen.

De voorzitter: U gaat antwoord geven op de gestelde vragen.

Staatssecretaris Bleker: Ik ga verder. Minister Schippers heeft ook aandacht besteed aan de gedachte dat de resultaten, of het nu tussenresultaten of eindresultaten waren, niet gedeeld zouden zijn. Die resultaten zijn op 27 januari, 30 januari en 21 april gedeeld, onder andere in de regio Brabant. Het ging toen om die 10% en 30%. Ook toen hebben de deskundigen, op basis van de kennis van toen en nog voor de heftige humane uitbraak, gezegd dat de maatregelen die genomen werden, de maatregelen waren die genomen behoorden te worden. Laten we wel wezen. Als onze voorgangers en de deskundigen in 2008/2009 zicht hadden gehad op het begin van de grote uitbraak, dan was die test natuurlijk op een andere manier gehanteerd. Die test is echter gehanteerd in de context van toen. Er is over geadviseerd door de deskundigen van het RIVM en door deskundigen op het gebied van diergeneeskunde, humane geneeskunde en de bestrijding van epidemieën. Hoe onafhankelijk is de Gezondheidsdienst voor Dieren? De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft een bestuur waarin de sector is vertegenwoordigd. De wetenschappers binnen de gezondheidsdienst worden niet door dit bestuur aangestuurd. Zij opereren dus volgens de wetenschappelijke codes die wetenschappers in het algemeen hebben te hanteren. De heer Dijkgraaf heeft gevraagd of 100 besmettingen op de 300 veel of weinig is. Ik heb zopas aangegeven dat dit aantal, uitgaande van het feit dat deze bacterie endemisch aanwezig is in populaties en in de omgeving, werd gezien als niet extreem hoog en niet
extreem laag. Het was naar verwachting. Dat was ook de reden waarom er geen alarmbellen zijn gaan rinkelen.
Had het voorzorgprincipe eind 2008 niet moeten worden gehanteerd? Er is destijds door de toenmalige bewindslieden en de toenmalige specialisten en adviseurs gehandeld met de kennis over het aantal ziektegevallen in de humane sfeer. Op basis daarvan is de risicobenadering gehanteerd. Dat is een benadering om uitbreiding van bronnen te voorkomen door schone bedrijven te detecteren en te beschermen. Overigens komen de conclusies op dat punt overeen met die van de commissie-Van Dijk. Die conclusies zijn destijds ook stelselmatig met de Kamer besproken. De heer Ormel refereerde daaraan. Het was dus niet alleen een afweging van deskundigen, maar ook van het bestuur in samenspraak met de Kamer.
Liggen de lessen uit het rapport-Van Dijk op schema? Jazeker. De structuur voor aanpak van zoönosen is geïmplementeerd. Het convenant gegevensverwerking tussen GGD en NVWA is getekend. De Kamer heeft ook gezien hoe we bijvoorbeeld bij de aanpak van het Schmallenbergvirus totaal anders te werk zijn gegaan. Daarbij zijn we van het voorzorgprincipe uitgegaan en hebben we melding gedaan. Twee maanden na de uitbraak is er een groot, degelijk onderzoek verricht naar overdracht van de ziekte op mensen, waarbij 600 mensen zijn onderzocht die nauw contact met veehouderijbedrijven hebben gehad. We hebben het dus echt anders gedaan en dat hoort ook zo.
Mevrouw Wiegman refereerde aan uitspraken van onze voorgangers Verburg en Klink over de besmetting in 2008. Zij hebben naar onze waarneming niet gesproken over het percentage besmette bedrijven. Zij hebben informatie verstrekt over het moment waarop de gevalideerde PCR-tankmelktest beschikbaar was.
Over het fonds en de compensatie is voldoende gezegd. Als er in het belang van de diergezondheid of de volksgezondheid dieren worden geruimd van agrariërs, dan is daar een fonds voor, dat zo'n nu 40 jaar bestaat. Dat weet de Kamer ook. Het is dus niet iets van het laatste jaar. Dat fonds is er opdat wij nooit in de verleiding zullen komen om het ruimen maar na te laten vanwege economische schade, en de gezondheid van dieren en mensen op het tweede plan te zetten. Als er geruimd moet worden, wordt er geruimd.
Ik ben al ingegaan op de informatievoorziening aan de minister. Daarover is door PricewaterhouseCoopers geconcludeerd dat onze ambtelijke diensten destijds een verklaarbare en te rechtvaardigen afweging hebben gemaakt over het informeren van de bewindspersonen over de 30% en de 10% besmetting. Het was voor mij heel essentieel hoe dit in elkaar zat, dus ik heb er heel nadrukkelijk naar gevraagd. Waarom lag er binnen vijf dagen een rapport op tafel? Omdat we vandaag dit debat voeren en omdat ik graag tot een afronding wil komen voor de gedupeerden, ook wat betreft de feiten. Alle correspondentie waar mevrouw Thieme om vraagt, krijgt zij.
[…]
De heer Grashoff vroeg of de 32% reductie het topje van de ijsberg is. Natuurlijk heeft er bij de 32% reductie ten opzichte van 2009 die in 2011 is gerealiseerd, laaghangend fruit gezeten. We houden het hier echter niet bij. We hebben een ambitieuze taakstelling van 70% en ik wil daar nog iets aan toevoegen: het gaat niet alleen om het volume, maar ook om het zorgvuldige gebruik van antibiotica. Ik noem het niet afmaken van kuren of de aanwezigheid van resten antibiotica in het drinkwater van de dieren. Het moet precies gebeuren, want de risico's van antibioticaresistente bacteriën zitten ook in het onoordeelkundig en onzorgvuldig omgaan met kuren. Die twee kanten zitten eraan. Daarom
is ook zo van belang wat de minister zei over het bedrijfsgezondheidsplan, met daarin de een-op-eenrelatie tussen dierenarts en dierhouder. Daar moeten dit soort dingen ook in worden geregeld.
Mevrouw Thieme is niet altijd een optimistisch mens. Zij denkt: "32% reductie? Dan zal het wel in het illegale circuit zijn gegaan". We hebben juist ook maatregelen genomen om het illegale circuit tegen te gaan. Dat doen we ten eerste via de bedrijfsgezondheidsplannen. Ten tweede voeren we overleg en hebben we afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie over de handhaving. Dat is nieuw. Ten derde hebben we per 2011 voor 1 mln. meer capaciteit voor handhaving bij de NVWA. Daar vroeg de heer Grashoff naar. Er is overleg met het Openbaar Ministerie en er zijn goede protocollen. De cijfers over veelgebruikers worden aangeleverd door de SDa en wij kunnen de NVWA en eventueel het OM daarbij betrekken. […]