Bijdrage Teunissen aan hoofd­lij­nen­debat Econo­mische Zaken en Klimaat


10 februari 2022

Voorzitter. Ook namens de Partij voor de Dieren van harte welkom aan de nieuwe minister in de commissie Economische Zaken en Klimaat. We hebben goede hoop dat er nieuwe kansen liggen om te werken aan een economie binnen ecologische grenzen, en niet eentje die er ver overheen gaat, zoals nu. Een paar van haar partijgenoten hebben ook laten zien dat het kan. Zo wijs ik op de VVD-ministers Winsemius en Nijpels, die in de jaren zeventig en tachtig succesvol milieubeleid voerden. Nijpels publiceerde in 1989 het eerste nationale milieubeleidsplan. Dat was gebaseerd op onder andere een circulaire economie en energiebesparing met het oog op klimaatverandering. Aan het begin van dit decennium hadden we minister Van Aartsen, die een groot saneringsplan voor de varkenshouderij maakte. Deze ministers zagen dat de economie anders ingericht moet worden om tot een leefbare samenleving te komen.

Maar 50 jaar na het rapport "Grenzen aan de groei" van de Club van Rome is het probleem feitelijk nog hetzelfde, alleen dan erger. Want de planetaire grenzen zijn nog erger overschreden. Dat zien we bij Tata Steel. Dat zien we bij het stikstofprobleem, de klimaatcrisis en het biodiversiteitsverlies. Toch adresseert de minister de spanning tussen economische groei en ecologische grenzen niet in de hoofdlijnenbrief. Wij missen die visie. Er staat wel in dat zij economische groei wil stimuleren en tegelijkertijd maatschappelijke vraagstukken als klimaat en stikstof wil aanpakken. Heeft de minister zich afgevraagd waardoor deze problemen zijn ontstaan? Dat komt juist doordat het belang van economische groei altijd voorrang heeft gekregen boven het oplossen van het klimaatprobleem en doordat Nederland het belang van het zijn van de slager en de melkboer van de wereld boven het belang van de natuur stelt. De CO2-uitstoot kan pas echt omlaag als de grenzen aan de groei worden erkend als uitgangspunt. Is de minister bereid om de grenzen aan de groei te erkennen en de ecologische grenzen als uitgangspunt van het beleid te hanteren? Dit is des te belangrijker omdat de bewindspersonen op andere terreinen anders in de problemen komen. Denk aan de natuurdoelen, stikstof en gezondheid.

Voorzitter. Dat brengt mij vervolgens op het industriebeleid. Ook daarin moeten we systeemkeuzes maken. Mijn vragen aan de minister zijn: hoe ziet zij de economie van de toekomst? Wij zien dat dat ook ontbreekt in de hoofdlijnenbrief. Hoe groot is onze behoefte aan energie eigenlijk? Hoeveel kunnen we besparen? Welke sectoren kunnen onderdeel zijn van een duurzame toekomst en welke niet? We kunnen met heel wat minder energie, terwijl er dan nog genoeg is om aan onze noodzakelijke behoefte te voldoen. Wij hoeven in Nederland geen energieslurpende en gigaverspillende bio-industrie. Wij hoeven geen kunstmestfabrieken als we overstappen op een duurzame landbouw. Wij hoeven ook geen vluchten Amsterdam-Parijs. Wij hoeven ook geen energieverspillende datacenters. Heeft de minister zich weleens afgevraagd welke bedrijven wel en welke bedrijven geen toekomst hebben in de nieuwe economie?

Voorzitter. In het coalitieakkoord staat het voornemen om bindende maatwerkafspraken met de industrie te maken. Waarom is er voor maatwerkafspraken gekozen, en niet voor een klimaatplicht om aan Parijs te voldoen? Is dat niet veel doeltreffender? Wat zijn de criteria op basis waarvan bedrijven worden geselecteerd voor maatwerkafspraken? Is dat bijvoorbeeld alleen op basis van de uitstoot in Nederland of ook op basis van hun uitstoot in het buitenland? Shell is daarop ook veroordeeld door de rechter. Kan zij hierop ingaan in de industriebrief die komt?

Dan tot slot, voorzitter. Kan de minister aangeven wanneer die industriebrief komt? Want er staat "voor het zomerreces", maar dan zijn we inmiddels anderhalf jaar verder. Het kabinet moet voldoen aan dat Urgendavonnis, ook in de toekomst. We praten nu al een jaar over de plannen, maar er moet nu echt actie komen.

Dank u wel.