Bijdrage Van Raan aan debat over de Startnota


10 februari 2022

Eerste termijn van de Kamer

Voorzitter.

We zijn hier vandaag om te debatteren over de randvoorwaarden, over waarom het kabinet de komende jaren geld mag uitgeven en over de mitsen en maren voor het trekken van de portemonnee oftewel het begrotingsbeleid. Daar dient net zozeer als op andere punten wat de Partij voor de Dieren betreft een systeemverandering plaats te vinden. In de afgelopen jaren zijn er veel voorbereidingen getroffen, zodat de minister een frisse start kan maken en geschiedenis kan schrijven met vernieuwend begrotingsbeleid. Zo publiceren de knappe koppen van het CBS elk jaar de Monitor Brede Welvaart. Dit document, met zijn indicatoren van alles wat belangrijk is, is inmiddels een volwassen rapport geworden en het is belangrijk gebleken als een track and trace van de stand van zaken van het land. De minister kan zich voorstellen dat wij hoge verwachtingen hebben van de Startnota, omdat het bredewelvaartsbegrip inmiddels omarmd is door deze Kamer. Die verwachtingen worden deels waargemaakt. Waar ze niet kunnen worden waargemaakt, kunnen we een duwtje in de rug geven. Over dat laatste gaat mijn bijdrage vanavond.

Voorzitter. We lezen dat het oude begrotingsbeleid van Rutte III stuurde op het EMU-saldo, uitgavenplafonds en dat een verdere verfondsing van rijksfinanciën wordt bestendigd. Daar zucht de brede welvaart wel onder. De brede welvaart is gebaat bij miljoenennota's en begrotingen met plafonds die er echt toe doen, zoals een uitstootplafond voor CO2 en voor stikstof, een grondstoffenplafond en de ambitie om bijvoorbeeld World Overshoot Day in ons land later te laten vallen in plaats van eerder. Elke volgende euro moet dus eigenlijk niet naar mensenrechtenschenders, vervuilers, ziekmakers en dierenbeulen gaan. Dat zouden ook de voorwaarden moeten zijn.

Voorzitter. Deze minister staat aan de vooravond van haar eerste begrotingsvoorbereiding. Onder het oude begrotingsbeleid leidde dat ertoe dat de brede welvaart het sluitstuk, de resultante, is van de begrotingsonderhandelingen. Nu is het moment waarop de minister ervoor kan kiezen om de brede welvaart het uitgangspunt te laten zijn.

Voorzitter. Ik heb kortgeleden kennis mogen maken met deze minister. Zij wil het bredewelvaartsbegrip inderdaad verder brengen, in samenhang met de Sustainable Development Goals oftewel de SDG's. Ik heb een paar suggesties voor deze minister. Creëer binnen het ministerie van Financiën een afdeling die concrete meerjarige bredewelvaartsdoelen formuleert voor de beleids- en begrotingscyclus die in de ministerraad wordt vastgesteld en met de Kamer wordt gedeeld, als een soort startnota brede welvaart in samenhang met SDG's. Toets elk relevant beleidsvoorstel dat bij Financiën wordt ingediend niet alleen aan de budgettaire kaders, maar ook aan de bredewelvaartsdoelen. Pas de begrotingsregels en de Wet houdbare overheidsfinanciën aan. Plannen die wel binnen de begrotingskaders en de budgettaire kaders passen maar niet bijdragen aan de brede welvaart, moeten dan eigenlijk de prullenbak in. En als vierde, om te zorgen dat de ministeries de brede welvaart in hun voorstellen goed onderbouwen: pas artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet ook hier toe, zodat dit verplicht wordt. Mevrouw Maatoug had het daar ook al over. Graag een reactie van de minister. Is zij bereid om een of meerdere van deze suggesties over te nemen en te kijken wat daarmee kan gebeuren? Of is ze bereid daar in ieder geval mee te gaan experimenteren?

Voorzitter, dank u wel.

Interrupties

Minister Kaag:

[…] Maar ik heb een lens en een oog voor de kwetsbaren; ik heb dat al heel vaak gezegd. Natuurlijk zijn er veel gezinnen die nu ontzettend bezorgd zijn, die niet meer kunnen rondkomen of die dreigen buiten de boot te vallen. Dat moeten we allemaal serieus wegen. We moeten kijken of we kunnen helpen en op welke manier we het beste kunnen helpen. Maar zes weken na mijn aantreden, terwijl we nog niet de macro-economische doorrekening hebben, kunt u van mij niet verwachten dat ik allerlei suggesties ga doen die niet doorgerekend zijn. Ik heb de vakministers nog niet langs gehad. Zij gaan mij ook vertellen hoe hun mee- en tegenvallers eventueel verwerkt worden. Dus het totale beeld van lasten en inkomsten is niet compleet.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank voor de uiteenzetting. Ik geloof inderdaad wel dat deze minister oog heeft voor de noden van de laagste inkomens; dat heeft ze duidelijk gemaakt. Ik snap ook dat je niet alle informatie hebt en dat je daar het liefst op wilt wachten. Maar ik hoorde haar, eigenlijk een beetje tussen de regels door, ook iets zeggen met betrekking tot de investeringen voor het klimaatfonds en het stikstoffonds. Als ik het goed onthouden heb, worden die investeringen per keer bekeken. Ik krijg graag een verduidelijking of die binnen de kaders passen.

Minister Kaag:

Nee. Dan ben ik misschien niet scherp genoeg geweest. Dat was in antwoord op de vraag van de heer Van Houwelingen als het gaat om lenen ten behoeve van de fondsen. Daar had ik het over. Het klimaatfonds en het stikstoffonds moeten nog langs de Kamer. Het budgetrecht van de Kamer wordt geheel gerespecteerd. Op dit moment zijn de minister voor Klimaat en Energie en de minister voor Natuur en Stikstof bezig met de inhoudelijke voorstellen. Er wordt gekeken hoe zij zo snel mogelijk aan de slag kunnen gaan.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank voor het antwoord. Ik begrijp dat de leningen voor dat fonds per keer worden bekeken. Maar zou de minister voor de voorwaarden voor die leningen in een brief of op een later tijdstip, misschien wel bij de Voorjaarsnota, een soort voorspelling kunnen doen, of in ieder geval een best guess, een beste inschatting? Dit omdat die rentestijgingen weleens bewaarheid zouden kunnen worden. We moeten dus een beetje gaan denken in scenario's, want de kosten voor het klimaatbeleid dan wel het stikstofbeleid kunnen enorm oplopen.

Minister Kaag:

Ik kom hier in de tweede termijn op terug. Dit gaat meer over de rol van de staatsagent en dat is gescheiden. Maar ik kan dat in de tweede termijn kort toelichten.


Tweede termijn

Voorzitter, dank u wel. Ik wil mij aansluiten bij de woorden van de heer Grinwis van de ChristenUnie. Ook wij hebben begrip voor het feit dat de minister hier niet van alles en nog wat kan beloven. Tegelijkertijd gaat het wel over de Startnotitie en dan wil je wat meegeven in de overwegingen die nog worden gemaakt. Vandaar ook de volgende twee moties:

De Kamer,

Gehoord de beraadslaging,

Constaterende dat er verschillende moties zijn aangenomen als gevolg waarvan dit kabinet een schaalsprong gaat maken in de toepassing van het brede welvaartsbegrip;

Constaterende dat op dit moment in de begrotingsonderhandelingen de budgettaire kaders leidend zijn;

Verzoekt de regering om de brede welvaart een duidelijke plek te geven in de begrotingsvoorbereiding, en de Kamer over de uitkomst hiervan in de miljoenennota te informeren,

En gaat over tot de orde van de dag,

Van Raan

Maatoug

Van Weyenberg

Nijboer

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Comptabiliteitswet (artikel 3.1) voorschrijft dat ieder beleidsvoorstel waarover gecommuniceerd wordt naar de Kamer dient te worden toegelicht in termen van nagestreefde beleidsdoelstellingen, in te zetten instrumenten, de verwachte doeltreffendheid en doelmatigheid en financiële gevolgen;

Constaterende dat het brede welvaartsbegrip nog niet verankerd is in artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet;

Verzoekt de regering om te onderzoeken of artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet uit te breiden is met een bepaling die voorschrijft dat alle beleidsvoorstellen worden vergezeld van een toelichting over hun bijdrage aan de brede welvaart,

en gaat over tot de orde van de dag,

Van Raan

Maatoug

Nijboer

Ik meen dat de minister ook nog had toegezegd een antwoord te geven op de vraag over de kaders voor de leningen. Daar zou ze nog op terugkomen in de tweede termijn.

Minister Kaag:

De leningen?

De voorzitter:

Er rinkelt bij mij geen belletje.

De heer Van Raan (PvdD):

Nou, het ging over de fondsen. Ik meende tussen de regels door gehoord te hebben dat het niet in één keer wordt gedaan, maar dat er onzekerheid is. Dat ging over de leningen.

Minister Kaag:

Dat ging over de staatsagent, inderdaad. Die opereert onafhankelijk. Ik zal een brief sturen om dat toe te lichten.