Bijdrage Schrif­telijk Overleg Wijzi­gings­op­drachten van het ontwerp­be­sluit gewas­be­scher­mings­mid­delen


7 juni 2011

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van de Wijzigingsopdrachten van het ontwerpbesluit gewasbeschermingsmiddelen. Zij willen hier graag enkele vragen over stellen.

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren begrijpen de eerste wijziging van artikel 9, waarin nu verwezen wordt naar de juiste vindplaats in de verordening. Niet duidelijk is echter waarom de zinsnede ‘onverminderd artikel 8’ zou komen te vervallen. In artikel 8 is geregeld dat de minister bij ministriele regeling nadere regels kan stellen. Is dat nu niet meer mogelijk? Waarom is deze bepaling uit het besluit gehaald? Welke consequenties heeft deze wijziging in de praktijk? Kunt u hierbij specifiek ingaan op de ecologische consequenties van deze wijziging?

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren onderschrijven de wijziging van artikel 11 waardoor het Ctgb een meldingplicht voor distributeurs kan opleggen. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd wanneer deze bepaling in de praktijk zal worden toegepast. Deelt u de mening dat deze meldingsplicht automatisch zou moeten gelden bij de verkoop van neonicitonoiden en fipronil, in verband met de relatie die deze middelen hebben tot de voortgaande en onrustbarende bijensterfte, en de enorme normoverschijdingen die van deze middelen geconstateerd worden in het oppervolaktewater? Bent u bereid het Ctgb dan ook zo te instrueren? Zo nee, waarom niet? De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn er overigens zeer content mee dat de dringend vereiste toelatingen niet meer mogelijk zijn, aangezien dit in het verleden tot zeer onzorgvuldige en veel te langdurige toelatingen heeft geleid.