Bijdrage Thieme SO Maat­schap­pe­lijke Dialoog Megastallen


10 maart 2011

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennis genomen van de plannen voor de uitwerking van de maatschappelijke dialoog over megastallen. Zij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van het debat met de maatschappij, en kijken uit naar het moment waarop hier landelijke besluitvorming over kan plaatsvinden in oktober.

In de brief van de staatssecretaris wordt verwezen naar de verschillende definities van megastallen die er zouden zijn. Helaas haalt de staatssecretaris in zijn brief daarbij megabedrijven en megastallen door elkaar. Zo verwijst hij als voorbeeld van een megastallendefinitie naar de definitie van de voormalige Raad voor het Landelijke Gebied. De omschrijving van deze definitie is echter niet correct. Ten eerste staat de afkorting NGE voor Nederlandse Grootte Eenheden (in plaats van Grootvee Eenheden). Ten tweede gaat het bij de definitie van de voormalige Raad voor het Landelijke Gebied om een megabedrijf. Bij megabedrijven gaat het om het aantal dieren van één bedrijf. De dieren van een megabedrijf kunnen daarbij op verschillende locaties gehuisvest zijn, het gaat dan dus niet, per definitie, om een grote stal. Vanaf de ondergrens van 500 NGE wordt er gesproken over een megabedrijf.

De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat bij de brede maatschappelijke discussie over megastallen, uitgegaan moet worden van de definitie van een megastal, niet van een megabedrijf. Deelt de staatssecretaris die mening? Zo ja, waarom is hij in de opzet van de maatschappelijke dialoog dan uitgegaan van de definitie van een megabedrijf? Zo nee, waarom niet? De enige duidelijke definitie van een megastal komt uit het rapport van Alterra, Megastallen in beeld, 2007, waarbij van een megastal wordt gesproken vanaf circa 300 NGE. Dit komt neer op 7500 vleesvarkens, 1200 fokvarkens, 120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien of 2500 vleeskalveren. Deze definitie sluit bovendien aan bij de grens van 1,5 ha die in verschillende provincies is gehanteerd.

Is de staatssecretaris bereid de Alterra-definitie met de ondergrens van 300 Nederlandse Grootte Eenheden (NGE) aan te houden? Is de staatssecretaris bereid om in de maatschappelijke dialoog over megastallen de grens van 300 NGE te hanteren? Kan de staatssecretaris bevestigen dat hij deze definitie leidend wil maken in de maatschappelijke en politieke discussie om elke vorm van spraakverwarring te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

De Partij voor de Dieren vindt de dat de maatschappelijke dialoog moet draaien om de vraag in hoeverre er ruimte is voor megastallen en of de behoefte aan dierlijke eiwitten de megamorfose van het platteland rechtvaardigt. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zien de discussie over de megastallen in de context van de discussie over het toekomstbeeld voor de veehouderij. Dit kabinet streeft er immers naar om in 2023 het perspectief van het dier leidend te maken bij de bouw van stallen, en om de kringlopen tegen die tijd gesloten te hebben.
Deelt de staatssecretaris de mening dat in dit kader ook de denkgroep-Wijffels betrokken moet worden, die heeft bepleit voor herontwerp van de intensieve veehouderij, zodat die in 2010 zou zijn beëindigd? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bereid ook een vertegenwoordiging van de 268 hoogleraren die het manifest ‘duurzame veeteelt’ hebben getekend, actief te betrekken in het maatschappelijk debat over de megastallen? Zoja, op welke wijze? Zonee, waarom niet nu sprake is van een pregnant maatschappelijk signaal vanuit de Nederlandse wetenschap?

Kunt u toezeggen in het debat de gevolgen van veeconcentraties op kleine oppervlaktes op het gebied van volksgezondheid, diergezondheid, milieu en openbare orde ook uitvoerig te zullen belichten? Bent u bijvoorbeeld op de hoogte van het Amerikaanse wetsvoorstel SB1246 dat beoogt in de staat Florida een fotografie van megastallen vanaf de openbare weg wettelijk te verbieden op straffe van maximaal 30 jaar hechtenis, waarmee duidelijk wordt hoe groot de belangen in de intensieve veehouderij kennelijk zijn en welk effect ze kunnen hebben op burgers in de omgeving van vestigingen op het gebied van intensieve veehouderij? Kunt u ook in de discussie betrekken hoe de privacy van veehouders en economische belangen zich verhouden tot volksgezondheidsbelangen, bijvoorbeeld zoals in geval van de recente Q-koorts uitbraak waarbij gekozen werd de GGD niet te informeren over de adressen van besmettingshaarden en ook de bevolking in het ongewisse te laten ,waar overheden van andere landen zoals Brazilië en de VS ervoor kozen reizigers naar Nederland actief te waarschuwen tegen de besmettingsgevaren die zouden kunnen samenhangen met een bezoek aan het Brabantse Platteland?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren onderschrijven het belang van beeldcommunicatie bij de correcte beeldvorming van de opstapeling van dieren op een paar vierkante meter. Uit ervaring weten zij dat beelden helaas ook een vertekend beeld van de werkelijkheid kunnen geven. Zij zijn dan ook zeer benieuwd welke beelden getoond gaan worden. Partij voor de Dieren wil dat er ook beelden van het biologisch en/of biologisch-dynamische veehouderijsysteem getoond worden om zodoende de burger inzicht krijg in de verschillen in systemen. Is de staatssecretaris bereid die beeld mee te nemen in de opzet van de dialoog? Zo neen, waarom niet? Is de staatssecretaris met de Partij voor de Dieren van mening dat alleen op deze wijze een eerlijke en open dialoog gevoerd kan worden? Kunt u de kamer informeren van welke bedrijven beelden zullen worden getoond? Kan de staatssecretaris ons een overzicht sturen met welke organisaties hij gesprekken zal voeren? En welke externe partijen ingeschakeld zullen worden om het maatschappelijk debat te modereren. Welke opdracht zal aan derde partijen verstrekt worden, voor welk bedrag en bent u bereid deze opdracht tevoren met de Kamer te bespreken? Kunt u aangeven op welke wijze gewaarborgd wordt dat zowel voor- als tegenstanders van megastallen op gelijke wijze de kans geboden wordt hun bijdrage te leveren aan het maatschappelijk debat, zodat sprake zal zijn van een open gedachtewisseling?

Kan de staatssecretaris aangeven welke criteria worden gehanteerd bij de samenstelling van een “representatieve” groep Nederlanders voor het publieksonderzoek? Hoe wordt de representativiteit gewaarborgd? Is de staatssecretaris ook voornemens om groeperingen als ‘megastallen-nee’ in dit onderzoek te betrekken? Zo ja, op welke wijze wordt dit vormgegeven? Zo nee, waarom niet? Kunt u de kamer informeren met wie u wenst te spreken? Kan de staatssecretaris een ons te zijner tijd een volledige lijst toesturen met wie hij over de voorbereiding van dit debat en tijdens het proces van het debat zelf heeft gesproken?

Is de staatssecretaris bereid om gezien het gewicht van dit vraagstuk naast schaalgrootte, gezondheidsrisico’s, diergezondheid en welzijn en ruimtelijke ordening, ook de principiële discussie aan te gaan over het beëindigen van deze vorm van veehouderij? Is de staatssecretaris bijvoorbeeld bereid de dialoog te voeren over de noodzaak tot het inkrimpen van de veestapel. Zo ja, op welke wijze wordt dit vormgegeven? Zo neen, waarom niet, en waarom acht de staatssecretaris het niet nodig voor de discussie om deze in het juiste perspectief te plaatsen?
Wie denkt u bij de discussie op internet te gaan betrekken en hoe zal een representatieve groep burgers betrokken worden bij de internetdiscussie? Welke rol krijgen maatschappelijke organisaties?

De motie die in de Kamer is aangenomen die vraagt om een voorbereidingsbesluit te nemen waarmee een moratorium op de bouw van megastallen wordt afgekondigd en dit zo snel mogelijk kenbaar te maken aan provincies en gemeenten wacht nog op uitvoering. De leden van fractie van de Partij voor de Dieren zijn teleurgesteld dat dit besluit nog steeds niet is genomen. Waarom is dit nog steeds niet gebeurd? Zij ontvangen derhalve graag zo spoedig mogelijk bericht dat dit moratorium is ingesteld. Hierbij willen de leden van fractie van de Partij voor de Dieren benadrukken dat de motie Thieme/Jacobi (28286472) nadrukkelijk niet vraagt om in overleg te gaan met provincies en gemeenten. De motie draagt op om per direct een voorbereidingsbesluit te nemen (op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening (artikel 4.3 lid 4) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (artikel 3.3) en daarmee de vergunningverlening per direct stop te zetten. Graag een reactie.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de uitkomsten van de maatschappelijke dialoog .