Bijdrage PvdD aan overleg BNC-fiches duurzame inves­te­ringen


26 september 2018

De leden van de Partij voor de Dieren hebben met belangstelling kennisgenomen van de verschillende BNC-fiches. Vragen zijn per fiche uitgesplitst. Niettemin zit er enige overlap tussen de vragen over de fiches, aangezien het om vergelijkbare commissievoorstellen gaat.

Fiche: verordening raamwerk voor duurzame investeringen (2654)

De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich af welke rol de SDG’s spelen bij zes milieudoelstellingen die volgens de Commissie van belang zijn voor duurzaamheid[1]. De leden vragen zich daarbij af hoe er bij deze milieudoelstellingen rekening is gehouden met de noodzakelijke ontkoppeling van economische groei en broeikasgassenuitstoot. Het staat volgens de leden van de Partij voor de Dieren immers als een paal boven water dat groei die leidt tot extra broeikasgasuitstoot op geen enkele wijze duurzaam is. De leden vragen zich af of in het raamwerk voor duurzame investeringen een investering het predicaat duurzaam kan krijgen als er bij deze investering geen duidelijke ontkoppeling is tussen economische groei en de uitstoot van broeikasgassen. De leden vragen zich in dat kader af of de minister bereid is bij de Europese Commissie duidelijk te maken dat economische groei die hand in hand gaat met de extra broeikasgassenuitstoot desastreus is voor onze planeet.

Daarnaast is het voor de leden van de Partij voor de Dieren klip en klaar dat een investering die leidt tot een uitbreiding van de veestapel in het plan van de Europese Commissie niet het label duurzaam zou moeten kunnen krijgen, aangezien uit verschillende onderzoeken is gebleken[2] dat juist een reductie van de veestapel noodzakelijk is om de klimaatdoelen van Parijs te bereiken. Het valt niet goed uit het voorstel op te maken of er sprake van is dat investeringen die leiden tot een uitbreiding van de veestapel het label duurzaam kunnen krijgen. Kan de minister daar helderheid over verschaffen?

Het is voor de leden van de Partij voor de Dieren niet duidelijk geworden in hoeverre het voorstel van de Europese Commissie rekening heeft gehouden met het gegeven dat we toe moeten naar een eerlijk Europees aandeel in de mondiale milieu-opgave, door onder andere rekening te houden met onze milieudruk buiten de Europese Unie. De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich af of de minister duidelijkheid kan verschaffen over hoe milieudruk die door bedrijven, inwoners en de lidstaten van de EU wordt neergelegd bij inwoners en landen buiten de EU in het onderhavige voorstel van de Europese Commissie is verwerkt.

De Commissie stelt dat eventuele nieuwe bijstelling van de kapitaalvereisten in verband met klimaatverandering en andere milieufactoren (…) stroken met de toekomstige EU-taxonomie voor duurzame activiteiten. Voor de leden van de Partij voor de Dieren valt hieruit niet duidelijk op te maken of het onderliggende voorstel van de Commissie van invloed is op kapitaalvereisten voor banken en vragen of de minister hier meer duidelijkheid in kan scheppen. Voorts vragen de leden of er op enigerlei wijze sprake is van een verlaging van kapitaalvereisten voor groene investeringen, zowel binnen als buiten het kader van de onderliggende commissievoorstellen (fiches 2654-2656). Daarbij vragen de leden van de Partij voor de Dieren op welke kapitaalvereisten er precies gedoeld wordt; de leverage ratio, de capital ratio, de liquidity ratio of een andere ratio? Maakt het onderliggende commissievoorstel het mogelijk, zoals dat nu ook gebeurt voor ‘normale’ investeringen, dat banken door middel van een eigen berekening de risicoweging van de activa op hun balans wat betreft duurzame investeringen tot op zekere hoogte zelf mogen bepalen?

Voorts vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af of de minister het met de leden eens is dat dierenwelzijn een rol zou moeten spelen in deze commissievoorstellen en vragen derhalve of de minister bereid is zich in te spannen om er bij de commissie op aan te dringen om ook dierenwelzijn mee te nemen.

De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich voorts af hoe het advies van de Raad van State over het betrekken van de Monitor Brede Welvaart bij beleidsvorming[3] wordt geïnterpreteerd in het kader van de Europese besluitvorming. De Raad van State adviseert immers het begrip brede welvaart vooruitkijkend te gebruiken en het voorgenomen (lange termijn) beleid te beschouwen vanuit de vraag in welke mate het bijdraagt aan brede welvaart.

Is het bij de minister bekend of de Europese Commissie op de hoogte is van de ontwikkeling van de Monitor Brede Welvaart en is de minister bereid om het advies van de Raad van State ook van toepassing te verklaren op te ontwikkelen Europees beleid en zich daarvoor in te zetten bij de Europese Commissie?

Tot slot vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af of er een risico bestaat dat dit voorstel van de Europese Commissie de beleidsvrijheid van Nederland aantast. In hoeverre botst het voorstel met het Nederlandse beleid aangaande groenfondsen?

Fiche: Verordening duurzaamheidsoverwegingen bij investeringen en advisering (2655)

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren staan positief ten opzichte van de wettelijke verplichting van Nederlandse pensioenfondsen om transparant te zijn over de wijze waarop zij in het beleggingsbeleid rekening houden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich echter af of deze wettelijke verplichting terugkomt in de voorstellen van de Europese Commissie en of volgens de minister het risico bestaat dat met de implementatie van deze Europese richtlijnen (voorstellen besproken in fiches 2654-2656, of in andere voorstellen) deze Nederlandse wettelijke verplichting mogelijk komt te vervallen.

Voorts vragen de leden van de Partij voor de Dieren of deze wettelijke verplichting ook niet voor de bancaire sector zou moeten gelden, aangezien pensioenfondsen en banken beiden investeren in financiële producten die mogelijk een impact hebben op milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen. Het zal waarschijnlijk niet aan de aandacht van de minister ontsnapt zijn dat Nederlandse banken in het recente verleden uitermate dubieuze investeringen hebben gedaan in bijvoorbeeld teerzandolie, palmolie en in Oekraïense megastallen en dat de Nederlandse banken ING en Rabobank enorme schikkingen met het openbaar ministerie hebben moeten treffen aangaande onvoldoende toezicht op witwaspraktijken respectievelijk de LIBOR-fraude. Is de minister het met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren eens dat ook banken in aanmerking komen voor een verplichting tot meer transparantie op milieu en klimaat, mensenrechten, dierenwelzijn en sociale verhoudingen?

Voorts vragen de leden van de Partij voor de Dieren zich af of de minister het met de leden van de Partij voor de Dieren eens is dat dierenwelzijn een rol zou moeten spelen in deze commissievoorstellen en vragen derhalve of de minister bereid is zich in te spannen om er bij de commissie op aan te dringen om ook dierenwelzijn mee te nemen.

De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich voorts af hoe het advies van de Raad van State over het betrekken van de Monitor Brede Welvaart bij beleidsvorming[4] wordt geïnterpreteerd in het kader van de Europese besluitvorming. De Raad van State adviseert immers het begrip brede welvaart vooruitkijkend te gebruiken en het voorgenomen (lange termijn) beleid te beschouwen vanuit de vraag in welke mate het bijdraagt aan brede welvaart.

Is het bij de minister bekend of de Europese Commissie op de hoogte is van de ontwikkeling van de Monitor Brede Welvaart en is de minister bereid om het advies van de Raad van State ook van toepassing te verklaren op te ontwikkelen Europees beleid en zich daarvoor in te zetten bij de Europese Commissie?

Fiche: Wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 in verband met low-carbon benchmarks en positive carbon impact benchmarks (2656)

Hoe valt het standpunt van het Nederlandse kabinet dat benchmarks marktgedreven instrumenten zijn en dat benchmarks tot stand komen vanwege een behoefte in de markt te rijmen met het standpunt van het Nederlandse kabinet dat dat de financiële sector een belangrijke rol heeft in het faciliteren van de transitie die nodig is om de internationale klimaatdoelen te realiseren? Voor de leden van de Partij voor de Dieren is het een onmogelijkheid dat private marktpartijen kunnen komen tot carbon benchmarks waarbij de benchmarks daadwerkelijk realiseren dat wat nodig is, aangezien de markt niet in staat is gebleken om de negatieve gevolgen van, in dit geval, CO2-uitstoot, in te prijzen. Onderschrijft u deze stelling, en zo nee waarom niet? De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich in dat kader af welke middelen het kabinet heeft en welke middelen het kabinet bereid is in te zetten om af te dwingen dat de financiële sector de verantwoordelijkheid neemt die het heeft om de klimaatdoelen van Parijs te halen.

De leden van de Partij voor de Dieren vragen zich voorts af hoe het advies van de Raad van State over het betrekken van de Monitor Brede Welvaart bij beleidsvorming[5] wordt geïnterpreteerd in het kader van de Europese besluitvorming. De Raad van State adviseert immers het begrip brede welvaart vooruitkijkend te gebruiken en het voorgenomen (lange termijn) beleid te beschouwen vanuit de vraag in welke mate het bijdraagt aan brede welvaart.

Is het bij de minister bekend of de Europese Commissie op de hoogte is van de ontwikkeling van de Monitor Brede Welvaart en is de minister bereid om het advies van de Raad van State ook van toepassing te verklaren op te ontwikkelen Europees beleid en zich daarvoor in te zetten bij de Europese Commissie?