Bijdrage Partij voor de Dieren WGO begro­tings­on­derzoek LNV 2009


11 november 2008

WGO begrotingsonderzoek

Voorzitter. Hoewel er enige verbeterpunten zijn aangebracht in de wijze waarop de begroting wordt gepresenteerd – bijvoorbeeld dat er meer dan voorheen wordt aangegeven op welke manier beleidsdoelstellingen worden gehaald en welke prestaties worden geleverd- blijkt een aantal zaken nog steeds voor verdere verbetering vatbaar.

De tabel met de status van de kabinetsdoelstellingen zegt eigenlijk helemaal niets over wat de minister heeft bereikt of denkt te gaan bereiken. Zo is beleidsdoelstelling 25 ‘betere behandeling van productie- en gezelschapsdieren en 5% integraal duurzame en diervriendelijke stallen’ volgens de tabel nog ‘in uitvoering’. Ik zou graag meer willen weten dan dat. Op welke wijze worden dieren nu al beter behandeld, en wat zijn daarvoor de criteria? En wat zijn integraal duurzame en diervriendelijke stallen? Ik heb vorig jaar ook al om een definitie gevraagd, maar daar wacht ik dus nog steeds op. Ik zou graag willen weten waar veehouders op worden afgerekend en op welke wijze duurzaamheids- en dierenwelzijnscriteria tegen elkaar worden afgewogen?

De kritiek over het ontbreken van heldere, meetbare en afrekenbare doelstellingen en prestatie-indicatoren klonk ook bij het verantwoordingsdebat in mei dit jaar. De Rekenkamer concludeerde in haar beoordeling van de verantwoording van LNV over het jaar 2007 dat:
– het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit niet beschikt over een betrouwbaar meetinstrument om de naleving van bestaande dierenwelzijnsnormen vast te kunnen stellen;
– het niet duidelijk is hoe de beleidsdoelstelling van 5% integraal diervriendelijke stallen zich verhoudt tot de nalevingsnorm van 70% wat betreft welzijnsnormen;
– onduidelijk is wat wordt verstaan onder «integraal diervriendelijke stallen»; constaterende, dat beoordeling van de resultaten op het gebied van dierenwelzijn hierdoor wordt bemoeilijkt;

In een aangenomen motie die mijn collega Thieme heeft ingediend wordt de regering verzocht concrete indicatoren en afrekenbare doelstellingen te formuleren die een eenduidig inzicht verschaffen in de voortgang van het kabinetsbeleid dat erop is gericht een grotere mate van dierenwelzijn te bereiken en de Kamer hierover vóór de begrotingsbehandeling van 2009 te informeren.

Nu ontbreekt dit inzicht nog steeds en ik zou de minister dan ook op aan willen dringen deze informatie nog voor de begrotingsbehandeling in december te verstrekken want dat is waar de motie om vraagt! Ik ga dan ook niet akkoord met het voorstel van de minister (in de beantwoording van de feitelijke vragen (nr. 69) om dat in het voorjaar te doen bij de voortgangsrapportage van de Nota Dierenwelzijn.

Voorzitter. Niet alleen concrete indicatoren en afrekenbare doelstellingen ontbreken als het gaat om de voortgang van het dierenwelzijnsbeleid. We spreken vandaag ook over het rapport van de Rekenkamer over de duurzaamheid van de intensieve veehouderij. De Rekenkamer heeft in juni al een dikke onvoldoende gegeven aan het dierenwelzijnsbeleid van de minister. Zo stelt de Rekenkamer:
– dat de minister te weinig doet aan het verbeteren van dierenwelzijn en ook niet controleert ook of er vooruitgang is geboekt.
– Dat controles om te zien of veehouders de regels naleven onvoldoende worden uitgevoerd en dat er geen zicht is op het aantal en de ernst van de overtredingen.
– Dat wet- en regelgeving om het aantal pijnlijke ingrepen bij dieren te verminderen zoals castratie bij varkens en het kappen van snavels bij kippen is keer op keer uitgesteld.
Op welke wijze heeft de minister de kritiek van de Rekenkamer verwerkt in haar begroting voor 2009? Ik zie er namelijk weinig van terug.

Verder is onduidelijk in de begroting of het behalen van de doelstellingen realistisch is en de doelstellingen voldoende hard zijn te maken. Het Bureau Onderzoek voor de Rijksuitgaven van de Tweede Kamer vraagt zich terecht af:

Hoe realistisch is de doelstelling voor naleving van dierenwelzijnnormen van 80% in 2011 als de verbetering tussen 2005 en 2009 slechts een stijging van 70% naar 72% bedraagt?Waarop is dit gebaseerd?

Hoe realistisch is de doelstelling voor het percentage integraal duurzame stallen voor 2011 van 5%, in het licht van de streefwaarde/raming voor 2009 van 1,2%? Waarop zijn deze doelstellingen/verwachtingen gebaseerd?

Voorzitter. Dan blijven we nog zitten met de vraag hoeveel geld er nu precies beschikbaar is voor de verbetering van dierenwelzijn en waar dat dan precies aan wordt uitgegeven.

In het persbericht van het ministerie wordt gemeld dat in totaal 13,5 miljoen beschikbaar is voor dierenwelzijn: waarop is dit totaalbedrag gebaseerd?

Waarom is het bedrag dat in de overzichtstabel wordt genoemd voor dierenwelzijn (€ 6,614 miljoen) niet precies gelijk aan het bedrag dat wordt genoemd in de budgettaire tabel voor artikel 21.12 voor dierenwelzijn (€ 6,886 miljoen)?

Welke concrete onderzoeken e.d. worden er precies uitgevoerd ten behoeve van de verduurzaming van de intensieve veehouderij voor de € 6,9 miljoen die op artikel 26 is terechtgekomen?

Voorzitter. Dan wil ik nog kort ingaan op de reactie van het kabinet op de Natuurbalans. De Natuurbalans geeft onomstotelijk aan dat het huidige natuurbeleid onvoldoende is om de gestelde natuurdoelen tijdig te realiseren . Als ik minister was zou ik me dat aantrekken en de overeenkomsten met de provincies aanpassen. Ik vind de lakse houding van de minister dan ook tekenend voor de waarde die zij zegt te hechten aan natuur en biodiversiteit.

Het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven van de Tweede Kamer heeft een aantal prangende vragen geformuleerd die ik graag beantwoord zie:
– Onderschrijft de minister de conclusies van het Planbureau dat de gunstige ontwikkeling van natuur en landschap is afgevlakt en of tot stilstand is gekomen?
– Onderschrijft de minister de opvatting van het Planbureau dat realisatie van de EHS is 2018 met het huidige beleid niet waarschijnlijk is?Zo ja, welke maatregelen zijn voor de minister dan nodig en mogelijk om hier verandering in te brengen? Zijn de maatregelen die de minister noemt volgens haar voldoende om de realisatie van de EHS in 2018 toch te bewerkstelligen?
– Waarom zijn de constateringen van het Planbureau voor de minister geen aanleiding om de afspraken met de provincies in het kader van de ILG nog eens tegen het licht te houden? Wanneer zou de minister dit wel doen, dat wil zeggen, welke informatie over de voortgang van de realisatie van de EHS zou wel aanleiding zijn voor de minister om de ILG bestuursakkoorden open te breken?

– Op welke manier gaat de minister het agrarisch natuurbeheer omvormen, en welke consequenties heeft dat enerzijds voor de betrokkenen, en anderzijds op de verdere realisatie van de EHS?

Voorzitter. De Natuurbalans 2008 stelt dat vertraging is opgelopen bij de inrichting van de EHS en dat daar de prioriteit moet liggen. Uit de begroting 2009 blijkt dat er in 2009 voor inrichting van de EHS 2% minder van het budget beschikbaar is dan vorig jaar (reële daling van €139 miljoen naar €132 miljoen, zie pagina 104 begroting LNV 2009).

– Wat is de reden voor de daling in de uitgaven voor de inrichting van de EHS voor 2009 ten opzichte van 2008? Hoe verhoudt zich dit met de constatering in de Natuurbalans, maar ook in de begroting 2009 zelf, dat er met name achterstand dreigt bij de inrichting?