Bijdrage Partij voor de Dieren VAO Moties en toezeg­gingen (transport van varkens naar slacht­huizen in Rusland)


15 april 2009

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 1 april 2009 over moties en toezeggingen LNV.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Eén motie en een rare situatie. Ik zal dat toelichten. Minister Verburg heeft vorig jaar, toen zij kennisnam van de plannen om Nederlandse varkens naar Rusland te transporteren, gezegd dat zij daar helemaal niet blij mee is, omdat dit niet past in het dierenwelzijnsbeleid van de regering. Zij zei toen dat zij daar helaas juridisch niets tegen kon doen. Dat was natuurlijk een klein beetje jokken, want de minister is altijd bevoegd om met wetsvoorstellen te komen. Ik kon dat wel begrijpen, want het was haar eigen partij die het bij de implementatie van de Europese transportregels onmogelijk heeft gemaakt om verdergaande Nederlandse regels te stellen. De Kamer heeft echter vervolgens een motie aangenomen om die mogelijkheid wel op te nemen. Toch houdt de minister nog steeds vast aan haar weigering om op te treden tegen de varkenstransporten naar Rusland. De vraag is dus of het krokodillentranen waren, of dat wij te maken hebben met een integere minister. Daarom dien ik alsnog een motie in, die ervoor kan zorgen dat de minister haar afkeuring kan omzetten in concrete daden. De motie luidt als volgt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister het vervoer van Nederlandse varkens naar Russische slachthuizen afwijst omdat deze transporten niet passen in het regeringsbeleid ten aanzien van dierenwelzijn;

verzoekt de regering, het transport van levende varkens naar slachthuizen in Rusland niet meer toe te staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 143 (31700-XIV).


Minister Verburg:

Voorzitter. Ik bedank de Kamer voor haar inbreng die is verwoord door mevrouw Ouwehand. Ik denk overigens niet dat zij namens de gehele Kamer heeft gesproken. Ik bedank haar voor het mij toedichten van opnieuw een eigenschap van een dier, namelijk het huilen van krokodillentranen. Ik zou willen vragen waar ik dat kunstje zou kunnen leren, maar ik maak er geen gewoonte van. Ik ben daarvoor overigens ook een veel te opgewekt en optimistisch ingesteld mens.

Zij vraagt in haar motie eigenlijk naar de bekende weg. Ik zet in Europees verband in op het maximeren van het transport van levende dieren op acht uur. Ik heb dat een- en andermaal aan de Kamer toegezegd. Ik heb ook al eerder aangegeven dat ik op zichzelf geen groot voorstander ben van het transporteren van slachtdieren naar Rusland, maar dat ik dat juridisch niet kan tegenhouden. Dat is geen onwil, maar dat kan op dit moment gewoon niet. Wij werken in Europees verband hard aan de evaluatie en de vernieuwing van die richtlijn. Ik stel extra eisen aan het dierenwelzijn en de behandeling van dieren tijdens dat transport, maar ik kan het op dit moment niet tegenhouden. Ik kom hierop terug bij de behandeling van de Wet dieren.

Dit alles overwegende, ontraad ik de Kamer de aanvaarding van deze motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Gelukkig is er maar één motie ingediend, zodat wij heel even de tijd hebben om dit uit te debatteren. Het gaat namelijk om een motie die al is aangenomen door de Kamer en die de minister niet wil uitvoeren. Ik heb al even aangegeven wat de geschiedenis daarvan was. De minister zegt dat zij juridisch niet kan optreden. Ik begrijp dat, want het was haar eigen partij die deze blokkade heeft opgeworpen. Ik begrijp dat zij daar als minister dan niet zelf met een geloofwaardig verhaal kan komen om dat dan toch open te breken. Vervolgens helpt de Kamer haar daarbij. De minister wil die transporten niet. Dus de Kamer neemt een motie aan waarin de regering wordt gevraagd om opnieuw de mogelijkheid te creëren om aanvullende regels te stellen. En dan is die motie aangenomen en dan zeggen wij: nou hupsakee, de vlag kan uit, wij kunnen die transporten dus tegenhouden. En dan zegt de minister nog: ik kan het niet. Die Gezondheids- en welzijnswet ligt er gewoon! Het is er zo doorheen! Iedereen is ervoor. Even een aanpassing, klaar!

Minister Verburg:

Als dat uw toezegging is met betrekking tot de Wet dieren, dan zou ik zeggen: be my guest! Dan maken wij hier vanmiddag nog een deal. Dat kan een heleboel uren voor u en voor mij in deze Kamer schelen. Wat dat betreft, pak ik dus graag een uitgestoken hand op.

Maar u stelt, zoals wel vaker, de zaak iets te eenvoudig voor. U weet dat. Ik heb dat regelmatig met u gewisseld. Ik blijf bij mijn overwegingen en ik ontraad de aanvaarding van deze motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik concludeer dat de minister én de wens van de Kamer én haar eigen wens negeert. En wat de Wet dieren betreft: dat is een heel vals spelletje. De Kamer zit te wachten op haar antwoorden naar aanleiding van de vragen die zij heeft gesteld. Dus als het de minister menens is dat wij dat er snel doorheen zouden moeten fietsen, dan had zij eerder moeten optreden met haar ministerie. Zij heeft nú die mogelijkheid met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. De minister komt ook op andere terreinen nog met wetsvoorstellen die over die wet gaan. Dat kan dus ook voor de varkenstransporten.

Minister Verburg:

Voorzitter. Mevrouw Ouwehand stelt de gang van zaken te eenvoudig voor. Er is eerder wetgeving vastgelegd. Zij weet hoeveel zorgvuldigheid en tijd een verandering van een wet kan nemen. Dat is ook in dit geval een feit. Ik heb gezegd wat mijn inzet is. Die inzet zal onverminderd zijn, maar deze motie op deze wijze ontraad ik echt.

De beraadslaging wordt gesloten.