Bijdrage Partij voor de Dieren Land­bouwraad


18 maart 2009

19 maart 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij zijn met de commissie in Brussel geweest. Tegen een van de delegatieleden grapte ik dat ik alleen maar meeging om hen in de gaten te houden. Het is interessant om te zien hoe zoiets werkt. De eerdere uitbetaling van de toeslagen is daar helemaal voorgekookt en afgedicht. Ik heb daar nog een vraag over, want volgens mij kost dat geld. Het gaat om enorme bedragen. Het levert geld op als je daar rente op krijgt. Kan de minister inzicht geven in de kosten van het vervroegd uitkeren van deze toeslagen?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik was ook in Brussel. Natuurlijk hebben wij hierover nagedacht. Wij hebben ons ook gerealiseerd dat de toeslagen al jaren laat, te laat zou je kunnen zeggen, worden uitbetaald. Wat had u dan met die rente willen doen? Die kwam immers eigenlijk de boeren toe en die hebben zij niet gehad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is de vraag of die te laat zijn uitgekeerd. Als je een wijziging voorstelt in het beleid, moet je kijken naar alle aspecten ervan. Ik ben gewoon benieuwd wat de grondslag was voor het tijdstip waarop de toeslagrechten tot op heden werden uitbetaald, wat dat al dan niet opleverde en hoe het gaat als wij dat veranderen. Dat zijn politieke keuzes, mevrouw Snijders. Dat weet u uiteraard. Het was vermakelijk om zojuist te zien dat er een gevecht om de landbouwkiezer ontstond rond het pleidooi van mevrouw Snijder. Ik vermaak mij best in deze commissie.

De heer Atsma (CDA): Zou u daar dan ook aan mee willen doen? Ik zie dat graag hoor. Als u wilt meedoen om de landbouwsector aan uw zijde te krijgen, nodigen wij u graag uit om een paar van ideeën van ons over te nemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Slimme landbouwers die in de gaten hebben dat de race to the bottom door de grootschalige expansieve beleidsvoorstellen van de grote partijen is ingezet, stappen over naar de Partij voor de Dieren. U doet er natuurlijk alles aan om die boodschap niet door te laten klinken in het boerenland, mijnheer Atsma. Wij hebben nog even tijd nodig om dat te realiseren, maar ik verzeker u dat alles goed komt. De verruiming van het melkquotum werd beargumenteerd vanuit de gedachte dat Nederlandse melkveehouders kunnen meespelen op de wereldmarkt, the sky is the limit. Nu blijkt het vooral een race to the bottom te zijn geworden. De minister kan proberen te ontkennen dat de verruiming niets te maken heeft met de huidige crisis. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en de Dutch Dairymen Board (DDB) geven beide aan dat de verruiming wel degelijk heeft geleid tot marktverstoring. Ik hoor graag een reactie van de minister op het onderzoek van de DDB en de stellingname van de NVM. Ik heb begrepen dat dit onderzoek is doorgerekend door het Productschap Zuivel. Volgens mij zit er wat in. In plaats van dat de vrijemarktadepten nu ergens in een hoekje hun wonden zitten te likken, wordt alles uit de kast getrokken om een sociaal vangnet op te tuigen met gemeenschapsgeld. De belastingbetaler draait al op voor het casinogedrag van bankdirecteuren en moet kennelijk ook diep in de buidel tasten voor de speculerende melkveehouder. Het is niet uit te leggen dat de politiek een klimaat stimuleert waarin ondernemers bij winst mogen graaien en bij verlies kunnen terugvallen op de samenleving. Ik vind die gang van zaken buitengewoon onbehoorlijk, zeker nu de exportrestituties op melkpoeder en boter weer van stal zijn gehaald. Het betoog van de PvdA-fractie op dit punt is mij niet duidelijk. Als de heer Waalkens aan de minister vraagt hoe wij dit gaan oplossen, wat verwacht hij dan dat zij gaat zeggen? Moet zij zeggen dat zij een campagne gaan voeren om mensen meer melk te laten drinken of hun boterhammen extra dik te laten besmeren met boter? In deze situatie komen wij gewoon uit op grote plassen melk en grote bergen boter, die vervolgens naar ontwikkelingslanden gaan. Ik wil van de minister weten waar de gesubsidieerde zuivel wordt gedumpt. Welke ontwikkelingslanden zijn de klos? Zijn er garanties ingebouwd die voorkomen dat lokale economieën worden ontwricht en, zo ja, welke zijn dat dan? Hoeveel kosten de opslagregeling en de exportrestituties, welk bedrag wordt daarvoor aangewend?

De heer Waalkens (PvdA): Ik heb zeer veel kritische opmerkingen gemaakt voordat de interventies in de markt werden georganiseerd. Ik was daar niet blij mee. Het is u misschien ontgaan dat ik daar eerder opmerkingen over heb gemaakt. Het verwijt aan mijn adres dat u uitspreekt, is niet terecht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik denk dat de PvdA als regeringspartij toch beter had kunnen inzetten op het voorkomen van dit soort overschotten. Het ontstaan van dergelijke overschotten is historisch gezien geen noviteit. Ik zou mij kunnen voorstellen dat u met al uw ervaring een beleid had kunnen ontwikkelen om dit te voorkomen. Met alle goede bedoelingen van dien, vind ik dit toch een beetje mosterd na de maaltijd. Ik had graag meer inzet gezien.

De voorzitter: Goed, de ronde begint weer. Ik geef eerst het woord aan de heer Waalkens en vervolgens aan de heer Atsma en mevrouw Snijder.

De heer Waalkens (PvdA): Mevrouw Ouwehand, u moet mijn inspanningen zien binnen het proces van democratische besluitvorming. Ik leg mij neer bij het uiteindelijke besluit, maar ik blijf er kritisch over. Als u een democratisch genomen besluit niet wilt respecteren, plaatst u zich buiten de democratie. Dat vind ik toch wel bijzonder kwalijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nou, niet respecteren … ik verzet mij er erg tegen, verbaal, als er besluiten worden genomen waarvan ik denk dat de wereld er niets mee opschiet. U ziet mij verder geen stenen gooien of ondemocratische middelen aanwenden om eronder uit te komen.

De heer Atsma (CDA): Ik heb u vorige week verbaal wel het een en ander horen uiten aan het adres van minister Ter Horst toen het ging om de aanpak van dierenactivisten, maar dit terzijde. Daar praat ik overigens graag nog een keertje over door.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat wil iedereen wel, geloof ik.

De heer Atsma (CDA): Wat u zei was ook vreselijk. Het is dus terecht dat iedereen daarover met u wil praten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar denk ik toch echt anders over.

De heer Atsma (CDA): Laten wij naar uw oplossing gaan. Wij weten dat u niet zo'n vleeseter bent. U bent meer van de plantaardige sector. Dat is uw goed recht. Ook in de plantaardige sector is er sprake van een megaoverproductie op dit moment. Ik heb al aangegeven dat de prijzen met 40 tot 50% zijn gedaald. De boereninkomens zijn ook met 40% gedaald in vergelijking met het jaar ervoor. Mag ik weten wat uw antwoord is? U spreekt nu alles en iedereen aan. U wilt consumptiepatronen veranderen, maar ik geloof niet dat dat op dit moment het antwoord is op de crisis.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als het beleid was gevolgd dat wij voorstaan, had iedereen keurig al die plantaardige overschotten opgegeten. Dan hadden wij gewoon netjes een duurzaam dieet gehad in Nederland waarmee geen onevenredige druk wordt gelegd op het klimaat, biodiversiteit en dieren. Als wij de integrale aanpak van de Partij voor de Dieren hadden gevolgd, waren de problemen volgens mij een stuk minder groot geweest dan nu het geval is. Dit is een mooi bruggetje naar het volgende agendapunt, namelijk de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling. De minister schrijft dat Tsjechië haar heeft gevraagd om iets te zeggen over het aanstaande overleg. Ik heb daar nog geen brieven over gezien. Kunnen wij nog overleggen met de minister over haar inzet? Zij schrijft dat er eensgezindheid is over de urgentie van de recente voedselprijzencrisis en de noodzaak om in het kader van de meervoudige voedsel-, energie- en economische crisis snel tot een integrale aanpak te komen. Ik mis toch twee crises, namelijk klimaat en biodiversiteit. De minister zal daar toch zeker ook wel op inzetten? Daarvoor sturen wij haar naar New York, volgens mij. Vorige week was er een klimaatcongres in Kopenhagen. Er zijn prachtige initiatieven mogelijk om de kosten van het klimaatbeleid met minstens 50% te drukken als wij gewoon wat minder vlees gaan eten. Gaat de minister dat inzetten? Wanneer de hele wereldbevolking vegetarisch zou zijn, scheelt dat 70%. Er zijn ook minder radicale oplossingen mogelijk, zoals minder vlees voor de hele wereldbevolking. Volgens algemene gezondheidsaanbevelingen is er nu sprake van overconsumptie. Als je dit probleem aanpakt, zijn de kosten van het gehele mondiale klimaatbeleid met maar liefst 50% te verlagen, gratis. Is de minister van plan om deze hoopvolle perspectieven in de praktijk te brengen? De Universele Verklaring voor Dierenwelzijn staat ook op de agenda. Wij hebben in Brussel met de Tsjechen gesproken. Mij is bijgebleven dat de tekst van het Tsjechische voorzitterschap anders is dan die waar de minister laatst haar handtekening onder heeft gezet. Kan zij ons daarover informeren? Ik wil graag dat de tekst die de minister heeft ondertekend, leidend is. Dat is de tekst die door de World Society for Protection of Animals (WSPA) is voorgesteld. De Tsjechen lieten weten dat zij een eigen tekst hadden. Laten wij daar geen misverstanden over laten ontstaan. Ik krijg hier graag een reactie op, eventueel later schriftelijk. Ik kom even kort te spreken over de dolfijnenslacht. Wij hebben de brief daarover gezien. Ik vraag mij af of de minister daar blij mee was en of zij nog vervolgstappen zet. Ik vond de reactie van Japan magertjes, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Op het punt van het levend plukken van ganzen voor dons sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Polderman. Ik vond het ook een rare zin: het is belangrijk dat het plukken van dons van levende ganzen niet onnodig pijn, leed en letsel mag veroorzaken. Volgens mij kan dat helemaal niet. Levend plukken veroorzaakt per definitie pijn, leed en letsel dus daar moeten wij gewoon mee ophouden. Wij hebben de minister al eerder gevraagd om in elk geval te komen met etikettering. Haar reactie daarop is dat in Noordwest-Europa vrijwel alleen dons van geslachte dieren wordt gebruikt. Wij hebben echter kunnen zien dat IKEA zich een hoedje is geschrokken toen het erachter kwam dat het dons dat het gebruikt wel degelijk afkomstig is van levend geplukte dieren. Als bij IKEA dekbedden in de winkel liggen waarin dat zit en IKEA ermee gaat stoppen, dan kan dat bij de HEMA en de V&D ook het geval zijn. Waarom niet gewoon een etiket erop? Ik zie graag dat de minister dat realiseert.
Voorzitter, ik denk dat ik door mijn tijd heen ben. Ik zie u kijken. Heb ik nog even?
De voorzitter: Een halve minuut. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik sluit maar af. Ik wilde nog iets zeggen over ggo's maar daar voeren wij binnenkort nog een overleg over.

Antwoord van de minister
Universele Verklaring voor Dierenwelzijn

Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat dat wel eens een verklaring zou kunnen zijn voor wat zij heeft opgemerkt, namelijk dat Tsjechië blijkbaar voornemens is om een eigen verklaring op te stellen. Dat lijkt wat bijzonder, maar ik meen dat het goed is dat de universele verklaring universeel blijft in de zin dat iedereen dezelfde verklaring kan ondertekenen als deze wordt ondertekend.

Levend plukken van ganzen
De heer Polderman heeft iets gezegd over het plukken van ganzen. De Europese Commissie heeft die praktijk onderzocht en aangegeven dat er geen specifieke Europese wetgeving voor bestaat. Er is wel een aanbeveling van de Raad van Europa over deze praktijk. In die aanbeveling wordt onderscheid gemaakt tussen het oogsten van veren en het plukken van veren. Het plukken gaat gepaard met pijn, het oogsten gebeurt op het moment dat ganzen in de rui zijn, wat volgens de Raad van Europa pijnloos is. De aanbeveling van de Raad van Europa kent geen verbod op het oogsten van veren bij levende ganzen maar wel op het plukken van veren bij levende ganzen. De Commissie is van mening dat hoewel de Europese Unie geen specifieke wetgeving kent voor deze praktijk, de Europese lidstaten op grond van de aanbeveling van de Raad van Europa, verplicht zijn om het plukken van veren te verbieden. Hongarije voldoet aan de aanbeveling van de Raad van Europa omdat Hongarije een nationaal verbod kent op het plukken van veren. Natuurlijk is het van belang dat Hongarije zich daaraan houdt. Mevrouw Ouwehand pleit in dit kader voor een etiket. Zij kent het antwoord maar net als bij reclame geldt: frapper, frapper toujours. In Noordwest-Europa wordt vrijwel alleen dons en veren als bijproduct van de slachterij gebruikt. Daarbij is het welzijnsaspect niet aan de orde. Uit gegevens van het LEI blijkt dat sinds 2003 geen dons en veren meer uit Hongarije worden ingevoerd in Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik was verbaasd over de antwoorden van de minister op onze vragen over het levend plukken van ganzen. Volgens de informatie die ons tot nu toe heeft bereikt, vanuit Europa en via de minister, heeft Hongarije nog helemaal geen verbod op het levend plukken van ganzen. Europa heeft zelfs een inbreukprocedure overwogen. Mocht dit veranderd zijn, dan zou ik dat graag zwart op wit zien. Dan nog is het vreemd dat de minister hard blijft zeggen dat in Noordwest-Europa alleen maar of zo veel mogelijk dons van geslachte dieren wordt gebruikt. Hoe kun je dat weten als je de stromen niet goed identificeert en niet goed weet te scheiden middels etikettering? Hoe gaat dat -- ik heb het vorige keer ook gevraagd -- met kant-en-klare producten die Europa worden ingevoerd? Dat zijn dus de dekbedden waar het dons al in zit. De zaak met Ikea enkele weken geleden toonde aan dat er wel degelijk dons van levend geplukte ganzen in de dekbedden en de kussens van Ikea kan zitten. Dat heeft men zelf moeten uitzoeken. Ik krijg graag meer duidelijkheid daarover. Ik zou graag zien dat de minister in elk geval pleit voor een Europees importverbod zodat wij in elk geval het dons uit China niet hier binnenhalen, en daarnaast voor een goede etikettering zolang er geen totaalverbod geldt. Wat de exportrestituties betreft sluit ik mij aan bij de woorden van de heer Waalkens. Ik begrijp de opmerking helemaal niet. Wij dumpen niet, maar er zijn wel exportrestituties op de export buiten Europa. Waarheen wordt dan geëxporteerd? Naar rijke landen die dan misschien ook een nieuw prijsprobleem erbij krijgen? Ik weet het niet, maar ik snap er niets van. Wat de inzet op duurzaamheid betreft ben ik blij om te horen dat de minister wel degelijk het klimaatprobleem en, naar ik hoop, ook het biodiversiteitsprobleem meeneemt in haar voorzitterschap van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling. Ik ben benieuwd naar de inzet. De minister schrijft dat er een concepttekst is. Die hebben wij nog niet gezien. Ik wil er in de Kamer nog over kunnen debatteren voordat de conferentie plaatsvindt. Dat brengt mij natuurlijk op het volgende. Voortdurend als ik wijs op de mogelijkheden om beleid te richten op vleesvermindering, wordt de suggestie gewekt dat wij met een verbod moeten komen en dat daartussen niets zit. Ik vind dat erg vervelend. Ik daag de minister uit om te laten zien aan welke oplossingen zij denkt. In dat licht vraag ik mij af waarom wij nog steeds geen kabinetsreactie hebben gezien op de Monitor Duurzaam Nederland -- de aanpak biodiversiteit zou voor 1 maart naar de Kamer komen -- en op het Living Planet Report. Kunnen wij die op korte termijn tegemoet zien, met daarbij de inzet van Nederland in de CSD?

Zuivelcrisis
De heer Waalkens en mevrouw Ouwehand hebben gevraagd naar de interventie en naar wat er gebeurt met de producten. De heer Van der Vlies heeft daar ook iets over gezegd en gevraagd. Ik benadruk eerst wat mijn positie hierin is. Ik vind dat de Europese Commissie een set aan instrumenten moet hebben om in een noodsituatie of bij heel slechte ontwikkelingen te kunnen interveniëren. Die interventies moeten zo kort als nodig en zo lang als noodzakelijk duren. Daarvoor is een instrumentarium nodig dat scherp is, snel kan worden toegepast en op enig moment zonder aarzelingen weer kan worden afgeschaft; terug in de doos, olie erbij zodat het niet verroest en bewaren tot het weer nodig is. Dat geldt ook voor deze situatie. Ik ben helemaal niet toe aan denken in termen van "boterbergen" en "melkplassen". Op dit punt hebben wij in het verleden de les geleerd. Wij willen dat niet meer en wij moeten daar ook niet naartoe willen. Europa wil twee dingen en de heer Waalkens en mevrouw Ouwehand hebben die ook genoemd, hoewel mevrouw Ouwehand in iets mindere mate en in een andere toonzetting. Die toonzettingverschillen kennen wij inmiddels. De heer Waalkens heeft gezegd: Europa heeft een rol te spelen in WTO-verband. In WTO-verband pleiten wij voor het afschaffen en beslechten van drempels rond de wereldhandel om het ontwikkelingslanden mogelijk te maken om hun producten op de wereldmarkt aan te bieden, ongeacht of dat in Europa is of niet. Tariefmuren en andere drempels moeten daarvoor worden weggenomen en nieuwe drempels moeten absoluut worden vermeden. Die rol spelen wij ook in WTO-verband. Ik hoop er zeer op dat deze zomer, wellicht in juli van dit jaar, een WTO-akkoord wordt gesloten. Ik kan er alleen maar op hopen, maar het zou geweldig helpen als goed bedoelde maar slecht uitwerkende protectionistische maatregelen van verschillende landen of werelddelen werden beslecht en wij door een open wereldmarkt versneld en versterkt uit de crisis komen. Mijn tweede opmerking op dit punt is dat wij geen producten gaan dumpen in derdewereldlanden. Wij doen dat vanuit de Europese Unie allang niet meer. De Kamer zou dat moeten weten en ik benadruk het vandaag nog maar eens extra. Langs de lijnen die zijn uitgezet, de vijf sporen in de nota die ik heb geschreven met collega Koenders, worden de landbouwontwikkeling en rurale ontwikkeling in met name, maar niet uitsluitend, Afrika bevorderd. Wij doen dat niet alleen in bilateraal en Europees verband, maar ook in het verband van de ontwikkelingen rond de CSD waar ik de Kamer over geschreven heb en waar de heer Waalkens aan refereert. Daar hebben wij de voorbereidingssessies gevoerd en daar staat landbouw als een van de centrale punten op de agenda, natuurlijk in combinatie met aanpalende thema's als landbouw, plattelandsontwikkeling, verantwoord omgaan met water en decertificatie. Dat zijn de thema's voor de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN. Langs die vijf sporen wordt getracht om concrete afspraken te maken voor de ontwikkeling van de landbouw, de ontwikkeling van het platteland en de verduurzaming van de voedselproductie.

De heer Waalkens heeft nog gesproken over exportsubsidies en dumping. Men weet -- ik heb dat in eerste termijn herhaald -- dat ik tegen de herintroductie van de exportsubsidies heb gestemd. In WTO-termen: als je bekijkt wat er op dit moment gebeurt in Europa of wat mogelijk tot de middelen behoort, moet je zeggen dat er absoluut niet en ook niet in WTO-termen sprake is van dumping. De Europese Unie blijft namelijk zeer ruim onder de plafonds. Zij blijft zelfs onder de WTO-plafonds die zouden hebben gegolden als er vorig jaar wel een akkoord was gesloten. Ik zeg daarom tegen de heer Waalkens en mevrouw Ouwehand dat van dumping geen sprake is, zal zijn en mag zijn.