Bijdrage Partij voor de Dieren Landbouw- en Visse­rijraad (november 2008)


17 november 2008

Visserijraad
13 november 2008

Voorzitter, van de Algemene Rekenkamer hebben we twee weken geleden een lesje gehad over quotavast-stelling door Europese ministers van Visserij. We wisten het al, maar het is fijn om het weer helder geschetst te krijgen over hoe zo’n koehandel werkt:

  • eerst zijn er de wetenschappelijke adviezen van ICES;
  • de Europese Commissie doet op basis van deze adviezen een voorstel voor de hoogte van de TAC’s en de verdeling van quota naar de lidstaten;
  • het Europees Parlement brengt een advies uit over dit voorstel.

Zover gaat het nog goed. Dan komt de Ministerraad en beginnen de ministers van de individuele lidstaten te onderhandelen met als inzet zo hoog mogelijke quota voor hun eigen land, hun eigen vissector. Dát bedoelde de Rekenkamer nu met dat economische belangen ver de overhand heeft over ecologische belangen. Het resultaat van deze onderhandelingen tussen ministers is bedroevend: quota komen 42 tot 57% hoger uit dan de aanbeve-lingen van de wetenschappers. Dit percentage komt van de Europese Commissie zelf. Ook constateerde de Commissie vorig jaar dat 88% van de visbestanden in de EU worden overbevist, terwijl dat wereldwijd 25% is. Ik vind deze werkwijze gênant.

En ook in de stukken van vandaag zie ik deze koehandel weer terug:

  • bij het onderdeel ‘Onderhandelingen met Noorwegen’ geeft de minister aan zich vooral in te zetten op voor het tot hun recht komen van de belangen van Nederland,
  • bij het onderdeel ‘herstelplan kabeljauwbestand’ betreurt de minister het dat het kabeljauw herstelplan leidend blijft, maar ik begrijp dit niet. Al bijna tien jaar ligt de kabeljauwstand onder het biologisch minimum, en waar het om gaat is dat de kabeljauw zoveel mogelijk gespaard moet worden. Voor een kabeljauw maakt het niet uit of die door een kabeljauw-visser gevangen wordt of een platvis-visser, dus ik zie niet in waarom er uitzonderingen zouden moeten worden gemaakt voor de platvisvloot,
  • en ook bijvoorbeeld in het verslag van de vorige Landbouw- en Visserijraad zie ik nergens een stevige inzet vanuit welk land dan ook om verantwoord met de zee om te gaan.

De berichten over overbevissing en ecologische schade zijn alarmerend. Het punt nu is om die omslag te maken, met elkaar af te spreken: dit zijn de quota, en daarbij volgen we de adviezen van ICES. Dit betekent wat betreft de onderhandelingen met Noorwegen nu dat we ook niet teveel moeten weggeven.

Minister, bent u bereid hierin een voortrekkersrol te nemen?

Strategie voor de ontwikkeling van een duurzame aquacultuur

Voorzitter, de Europese Commissie heeft een actieplan voor de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur in voorbereiding. De minister geeft aan dat zij in de gedachtewisseling hierover volgende week aandacht zal vragen voor het aspect ‘Welzijn van vissen’.

Ik vraag de minister of zij dit aspect concreet kan benomen: voor welke elementen binnen het aspect ‘welzijn van vissen’ gaat u zich sterk maken in de discussie in Brussel?

Vereenvoudiging regelgeving GVB

Voorzitter, tot slot, de vereenvoudiging van de regelgeving van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. De Europese Commissie werkt continu aan het eenvoudiger maken van het GVB. Voorbeelden van vereenvoudiging zijn: het elektronisch logboek en de vereenvoudiging van de technische maatregelen. De minister zegt hiervan een groot voorstander te zijn.

Kan de minister aangeven om welke concrete vereenvoudigingen van technische maatregelen het gaat? Waar moet ik dan aan denken, en hoe verhouden deze vereenvoudigingen zich tot het doel van het GVB van een duurzame exploitatie van het zeeleven?