Bijdrage Partij voor de Dieren debat Verant­woording rijks­jaar­verslag 2007


21 mei 2008

Voorzitter. Gisteren bij de aanbieding van de verantwoordingsrapporten,
is de minister zoals gewoonlijk allereerst begonnen met een heel verhaal over hoe het er financieel-economisch voorstaat in Nederland. De minister sprak over een afkoeling van de economie.

Voorzitter, we hebben te maken met een afkoeling van de economie en een opwarming van de aarde.

Nicholas Stern van de Wereldbank, heeft gezegd dat niets doen aan de klimaatopwarming leidt tot een economische recessie van jaarlijks 5 tot 20% van het BNP. Dus ook uit puur economische logica is het juist erg zinvol om over te gaan tot die ecologische omslag.

Mij valt op dat de brief van het kabinet een hoog single issue gehalte heeft. Voor dit kabinet zijn vooral de belangen van de westerse mens doorslaggevend en het zwaartepunt ligt bij de korte termijn eigen belangen van die mens als sterkste soort. Belangen van andere levende wezens lijken er niet toe te doen en ook de belangen van komende generaties komen er bekaaid af.

De Algemene Rekenkamer heeft een vernietigend oordeel op belangrijke onderdelen van het jaarverslag van het ministerie van LNV. Het ministerie is er heel goed in geslaagd om precies aan te geven wat alles kost in termen van geld en economische belangen, maar tegelijkertijd zijn er voor de kabinetsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn geen concrete, afrekenbare instrumenten of effectindicatoren geboden. En volgens de rekenkamer biedt de begroting van het Koninklijk Huis geen controleerbare helderheid op specifieke onderdelen zoals het Koninklijk Jachtdepartement.

Voorzitter, er zijn dus geen concrete cijfers beschikbaar waarmee ik dit kabinet kan confronteren. En dan hebben we het nota bene over twee belangrijke beleidsdoelstellingen van dit kabinet! Duurzaamheid is een mooi woord, voorzitter, maar mooie woorden leiden nog niet tot duurzaamheid. Alleen al de voornemens tot een duurzamer inkoopbeleid van de overheid blijkt aan alle kanten te rammelen.

Voorzitter. 2007 was het jaar dat het IPCC met alarmerende berichten kwam over de klimaatverandering. We kennen de negatieve effecten van onze consumptie op onze leefomgeving inmiddels al een beetje. En toch zijn we niet bereid echt drastische maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De verantwoordingsbrief van de minister president bevat dan wel drie klimaatspeerpunten, maar het is de vraag of deze voor de komende jaren wel worden vertaald in afrekenbare en concrete doelstellingen. Op dit moment vraagt het kabinet en carte blanche en is het niet bereid enige narekenbare verantwoording af te leggen, en dat is zwak, vindt ook de rekenkamer. Graag een reactie.

Voorzitter,
We moeten ons realiseren dat ook Nederland parasiteert op de voedselvoorraden, de milieuruimte en het grondgebied van arme landen. We laten een dramatisch veel grotere ecologische voetafdruk achter dan ons logischerwijs toekomt.

Het aanpakken van de grote voet waarop we leven, zag ik niet terug in de Kabinetsplannen van 2007. En ook nu lijkt de VOC mentaliteit weer boven te komen drijven. We proberen onze schuld af te kopen met emissiehandel, daarmee de indruk wekkend dat voor geld alles te koop is. Hoe lang moet het nog duren voordat we niet alleen uitstoot besparen door afkoop, technische hoogstandjes, of de rekening laten betalen door de volgende generatie… Hoe lang nog tot we op een minder grote voet gaan leven? Graag een reactie.

Als wij het niet doen, zullen de opkomende economieën zoals India en China ervoor zorgen dat onze toegang tot voedsel en schaarse middelen drastisch gaat wijzigen. Het kabinet wil echter op geen enkele wijze daarop anticiperen.

Integendeel! Het ministerie van LNV promoot de zuivelconsumptie in China op grote schaal: alle Chinese kinderen moeten dagelijks een halve liter melk drinken. Terwijl hetzelfde kabinet onlangs aangaf een vermindering van de vlees- en zuivelconsumptie op kleine schaal na te streven. Hoe geloofwaardig zijn zulke plannen dan? Ook als we tegelijkertijd onze legbatterijsystemen daar introduceren en bont produceren voor de Chinese nieuwe rijken, met steun van het ministerie dat zegt oog te hebben voor duurzaamheid en dierenwelzijn. Graag een reactie.

Voorzitter, de aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. Deze gedachte is actueler dan ooit, gezien de wereldvoedselcrisis. We leven in een wereld waar één miljard mensen lijden aan ernstig overgewicht en waar tegelijk meer dan één miljard mensen elke avond met honger naar bed gaan. Er is een samenhang tussen deze beide problemen. Volgens Louise Fresco, biedt het huidige landbouwareaal voldoende mogelijkheden om 40 miljard mensen te kunnen voeden. Maar dan zullen we die mensen, aldus Fresco, moeten voeden met bonen en graan, niet met vlees.

Voorzitter, de wereldvoedselcrisis dwingt ons dus verder te kijken dan ons eigen bord groot is. Dit Huis komt echter niet verder dan te kijken naar biobrandstoffen als de vermeende boosdoener. ‘We moeten voor de mond produceren, niet voor de motor’ zei onze landbouwminister en anderen haastten zich om biobrandstoffen als onethisch te bestempelen. Voorzitter, we kijken de verkeerde richting op. Nog geen 2% van het wereldlandbouwareaal wordt gebruikt voor biobrandstoffen. 80% van het landbouwareaal wordt gebruikt voor de zeer milieubelastende en inefficiënte veehouderij, waar Nederland een cruciale rol in speelt.

Het is dus de veehouderij die mensen in arme landen letterlijk het brood uit de mond stoot. Bijna de helft van de wereldwijde graanoogst wordt opgeslokt door landbouwdieren, voor soja is dat zelfs 75%.

De Partij voor de Dieren heeft sinds haar entree in de Kamer keer op keer gepleit om meer aandacht te schenken aan al deze negatieve aspecten van de dierlijke eiwitconsumptie.

Ik ben dan ook verheugd dat het Kabinet, in haar brief van Cramer en Koenders van vorige week, laat blijken dat eindelijk in te zien.

Ook de Minister President spreekt in de verantwoordingsbrief over het belang van “duurzame productie en consumptie van plantaardige en dierlijke eiwitten”. Toch bekijk ik deze ambitie met enig wantrouwen omdat uit de brief van de Minister President noch uit de brief van de andere bewindslieden blijkt welke inzet, afrekenbare doelen en indicatoren hiermee gepaard zullen gaan. Wat is eigenlijk de ambitie? Heeft het Kabinet het voornemen om plantaardige en dus diervriendelijke dagen te stimuleren of blijft het bij wat mooie woorden en wachten op het marktmechanisme dat van zichzelf geen ethiek kent? Graag een reactie.

In regeerakkoord van 2007 heeft ook dierenwelzijn voor het eerst in de parlementaire geschiedenis een plekje verworven. Ik wil vandaag daarom ook stilstaan bij wat 2007 heeft betekend voor de dieren.

Twee jaar geleden zou het nog ondenkbaar zijn dat er vele debatten gevoerd zouden worden over de misstanden met veetransporten, de situatie in slachthuizen, varkensflats, het welzijn van gezelschapsdieren en door de mens gecreëerde overpopulaties van zwijnen. Kortom, over onderwerpen die vooral de allerzwakste levende wezens in onze samenleving betreffen.

Het kabinet lijkt echter dierenwelzijn als diervriendelijke vlag te gebruiken om dieronvriendelijk beleid te dekken. Bovendien blijkt uit de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat het verantwoordelijk ministerie haar zaken niet op orde heeft. Zij is er niet in geslaagd om haar 70% nalevingsdoelstelling van bestaande dierenwelzijnsnormen te meten. Een indicator voor wat er wordt verstaan onder de doelstelling ‘5% integraal diervriendelijke stallen’ blijkt ook te ontbreken. De relatie tussen beiden is helemaal onduidelijk. Graag een reactie hoe dit kan en welke verbetering we mogen verwachten.

Dit kabinet ziet het maken van een nota dierenwelzijn als een prestatie op het gebied van dierenwelzijn. Voorzitter, de mensen hebben er genoeg van dat de politiek eindeloos nota’s zit te maken. Doet me denken aan de student die voor zijn tentamen vele schema’s zit te maken hoe hij het tentamen gaat voorbereiden en dan gaat slapen.. De Partij voor de Dieren is hevig teleurgesteld dat deze Nota, de conceptwet Dieren, wat stalconceptjes en een Informatie Centrum Gezelschapsdieren worden gepresenteerd als resultaten die geboekt zijn ter bevordering van het dierenwelzijn. Het tekent het ambitieniveau van dit kabinet.
Dieren worden na 2007 niet of nauwelijks beter behandeld en eerder voorgestelde diervriendelijke maatregelen zijn zelfs weer op de lange baan geschoven. Er is eens te meer duidelijkheid nodig over wat wordt verstaan onder een verbetering van dierenwelzijn en waar het kabinet op afgerekend kan worden. Nog steeds is dierenwelzijn letterlijk geen cent waard voor het kabinet, gerekend per productiedier. Graag een reactie.

Voorzitter. in 2007 is 0,6 miljoen euro vanuit de toch al schamele pot voor dierenwelzijn overgeheveld naar de kennispot om daar het onderzoek van te financieren voor verdoofd castreren, het welzijn van circusdieren en groepshuisvesting voor zeugen. 600.000 euro voor onderzoek dat alleen maar vertragend werkt om het welzijn van dieren in Nederland echt naar een hoger niveau te tillen. Want we weten toch al dat varkens helemaal niet meer gecastreerd hoeven te worden, dat circusdieren hun natuurlijk gedrag niet kunnen uiten en dat zeugen liever samen op stro liggen dan ingeklemd tussen vier ijzeren stangen?

Voorzitter, dit debat heeft in de loop der tijd de naam gehaktdag gekregen. Misschien zou het een goede eerste stap naar een meer plantaardige samenleving zijn om van die benaming af te stappen. Zorg ervoor dat er méér géén-gehakt-dagen komen.

Daarmee kunnen grote maatschappelijke problemen zoals:
• klimaatschade,
• landdegradatie,
• dierziektencrises,
• voedselcrises,
• dierenwelzijnsproblemen,
• volksgezondheidsproblemen,
• ontbossing,
• verschraling van de bio-diversiteit en
• verspilling van schaars drinkwater

eindelijk serieus aangepakt worden. En voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Ik dank u wel!