Bijdrage Partij voor de Dieren AO Visse­rijraad


21 november 2007

Voorzitter. Ik ben blij dat een van de door ons gestelde Kamervragen heeft geleid tot een rapport waarin een eerste aanzet is gedaan om de bijvangst (discards) van de Nederlandse visserij in kaart te brengen. Vanwege de beperkte tijd is mijn bijdrage kort met een aantal concrete vragen.

Allereerst blijft de minister in haar brief over het rapport wel erg vaag. Wat zijn precies de Nederlandse ambities om het aantal discards te reduceren? Waar mag de Kamer op rekenen, hoe kunnen we de minister ter verantwoording roepen? Mijn fractie zou graag zien dat er duidelijke ambities worden geformuleerd, dat de minister aangeeft welke maatregelen ze precies wil treffen en hoe ze deze maatregelen vormgeeft in termen van naleving. De minister zegt bijvoorbeeld dat ze denkt aan het aanpassen van vistechnieken en van visserijgedrag, maar ze zegt niets over wat ze precies wil bereiken en hoe ze dat gaat realiseren. Ten aanzien van het visserijgedrag merkt ze zelf op dat naleving belangrijk is voor het effect, maar hoe gaat ze naleving afdwingen? Wanneer je geen verplichtingen oplegt, zal er niet zoveel veranderen.
Zoiets zien we al bij de garnalenvisserij: daarbij worden zeeflappen gebruikt om de bijvangst van marktwaardige vis te minimaliseren. Deze methode is effectief, zo blijkt ook uit het rapport, maar in de praktijk worden ontheffingen verleend, zodat een deel van de garnalenvloot alsnog zonder die zeeflappen vist. Waarom is dat? Graag een reactie van de minister.

De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen om de boomkorvisserij. Het verwoestende effect van deze visserijvorm op het bodemleven hebben we al eerder aan de orde gesteld, en nu onderschrijft het rapport de noodzaak om maatregelen te nemen. De discardscijfers zijn ontoelaatbaar hoog: 52-62%. In een eerder overleg heeft de minister gezegd geen enkele maatregel die het probleem van de ongewenste bijvangst kan verkleinen, op voorhand uit te sluiten. Verder zei ze dat ze al een voortrekkersrol speelt op dit terrein en dat ze bereid is te leren van good practices in andere landen. Ik heb al eerder aangegeven dat IJsland en Noorwegen een verbod hebben ingesteld op het overboord gooien van ongewenst gevangen vis. Is de minister bereid dit voorbeeld te volgen?
En hoe zit het met onderzoek naar de bijvangst van bruinvissen? De minister is positief gestemd over het gebruik van pingers om de dieren uit de netten te kunnen houden, en dat kan in theorie heel effectief zijn. In de praktijk blijken veel soorten pingers echter niet goed te functioneren. In Denemarken loopt onderzoek naar de effectiviteit en technische inpasbaarheid van pingers, is de minister bereid in Europa voor meer ondersteuning van dit onderzoek te pleiten?

Er ligt nu een eerste overzicht van de bijvangsten door de Nederlandse visserij. Ik wil geen afbreuk doen aan de kwaliteit van het rapport, maar heb nog wel een aantal vragen over de representativiteit van de verzamelde gegevens, vooral met het oog op verder onderzoek in de toekomst. De minister zegt dat er jaarlijks budget wordt besteed aan onderzoek aan boord, maar de vraag is of deze onderzoekers met ieder willekeurig schip mee kunnen. Representatieve, onafhankelijke data zijn van groot belang. Iedere visser zou dan ook bereid moeten zijn onafhankelijke waarnemers mee te nemen. Kan de minister daarop reageren? Verder kan gedacht worden aan videoregistraties waar in andere landen al goede ervaringen mee zijn opgedaan. Graag een reactie.

Waar het de registratie door het ministerie betreft viel me op dat de onderzoekers aangaven dat het onbekend is hoeveel vergunningen er zijn voor de staand want visserij in de kustzone. Hoe kan dat minister, u moet toch weten hoeveel vergunningen u uitgeeft? En op welke manier denkt u de recreatieve staand want visserij vanaf de kant te gaan reguleren?