Bijdrage Partij voor de Dieren AO Poznan en Mili­euraad (toelating GGO’s)


1 december 2008

Toelating ggo’s
Voorzitter. De inzet van de Nederlandse regering in het Europese debat over ggo-gewassen kenmerkt zich als die van de belangenbehartiger voor de diervoeder- en gentechindustrie. Daarmee gaat zij volledig voorbij aan haar opdracht een zorgvuldig en verantwoord beleid te voeren met het algemeen belang van de samenleving als uitgangspunt. Ik zal verder toelichten waarom.

1. Het beleid heeft duurzaamheid en solidariteit niet als uitgangspunt

Voorzitter. De regering geeft in haar beleidsprogramma aan dat respect voor mens, dier en natuur het leidende beginsel is. Echter, zij kiest er in de praktijk voor de multinationals te dienen in plaats van de zorg voor ons ecosysteem centraal te stellen. Alleen multinationals zoals Monsanto plukken namelijk de vruchten van dit gegoochel met genen. En het lijkt er op dat Nederland deze geldwolven geen strobreed in de weg wil leggen. De minister keert daarmee het voorzorgsprincipe, het duurzaamheidsprincipe en het solidariteitsprincipe de rug toe. Waarom?

Voorzitter. In een duurzame landbouw is geen plaats voor genetisch geknutsel aan planten en dieren. Niet in de landbouw in Nederland, maar ook niet in de landbouw in die delen van de wereld waar nu op grote schaal gentechgewassen worden verbouwd voor veevoer en voedingsmiddelen in Europa. We zien dat de verbouw van gentech soja leidt tot onaanvaardbare milieurisico’s en tot uitbuiting van kleine boeren in Latijns Amerika. De gevolgen van gentech kunnen desastreus zijn voor het leven op aarde.

Naast de voedselcrisis, klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis en kredietcrisis hebben we, als we op deze voet doorgaan, straks ook de gentechcrisis. Hoeveel crises moeten we deze regeringsperiode nog op ons bord vinden voordat er werkelijk stappen worden ondernomen naar een duurzame en rechtvaardige wereld?

2. Het beleid is niet gestoeld op zuiver wetenschappelijke, ethische overwegingen en er is geen afweging gemaakt tussen risico’s enerzijds en nut en noodzaak anderzijds

De minister staart zich blind op het oordeel van de EFSA, maar die geeft zelf aan dat de lange termijn risico’s buiten beschouwing zijn gelaten. Dus waar heeft de minister het over als zij praat over een zorgvuldige afweging?
Door alleen te leunen op het EFSA oordeel negeert zij het feit dat de EFSA alleen een risicoanalyse maakt voor veiligheid van mensen en dieren. Waarom verzuimt zij zelf ethische afwegingen te maken? Waarom laat zij na een verantwoorde en zorgvuldige afweging te maken tussen enerzijds de risico’s en anderzijds de vermeende noodzaak?

Verder vraagt mijn fractie zich af waarom zij een werkelijke maatschappelijke en politieke discussie over de wenselijkheid van gentechgewassen niet aangaat. Er is grote zorg bij Europeanen over de gevolgen van het gebruik en de teelt van gentechgewassen. Die zorg dient serieus te worden genomen. Weliswaar heeft de minister een workshop georganiseerd over de rol van genetisch gemodificeerde gewassen in een duurzame landbouw, maar het is de vraag wat er met de kritische geluiden gedaan zal worden. Ik wil van de minister daarom weten welke concrete consequenties zij trekt uit de bezwaren die uit de workshop zijn gekomen, zoals het verlies aan biodiversiteit en de bedreiging van productie door genetische versmalling in het veld als genoemde nadelen van gg-soja.

Wat Minister Verburg betreft is het duidelijk: haar vervolgbijeenkomst zal puur en alleen gaan over de economische gevolgen voor de sector als we niet voor gentech zouden kiezen. Daarmee verengt ze de discussie. Hoe staat deze minister daarin en hoe waarborgt zij dat de discussie niet zal worden verengt tot de gevolgen voor de economie?

Voorzitter. Ondertussen worden door hoge ambtenaren in achterkamertjes plannen gesmeed om burgers de gentechgewassen letterlijk door hun strot te duwen. Bangmakerij wordt in dit proces niet geschuwd, zo blijkt uit een lezing die minister Verburg onlangs gaf voor jonge boeren. Als een lobbyist van de veevoerindustrie kondigde zij een rampspoed aan voor de concurrentiekracht van de landbouw als toelating niet snel geregeld zou worden. Maar de rampspoed die we aan de andere kant van de wereld zien voltrekken als gevolg van de grootschalige teelt van gengewassen wordt voor het gemak buiten de discussie gelaten. Onbegrijpelijk!

3. Er worden geen duurzaamheidscriteria gesteld aan ggo gewassen die elders worden geteeld

Voorzitter. We hebben te maken met een minister die zoals gezegd de discussie louter wil laten gaan over de sociaal-economische gevolgen voor de diervoedersector en gentechindustrie. En met geen woord rept over de negatieve gevolgen van onze consumptie van gentech gewassen die elders worden geteeld. Dan doel ik op de teelt van ggo-gewassen die leidt tot onherstelbare schade aan ecosystemen en ontwrichting van lokale gemeenschappen in Latijns Amerika. Waarom is daar geen aandacht voor in de Nederlandse inzet? Waarom sluit de minister - die nota bene zelf kwam met duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen – haar ogen voor de realiteit? Wat heeft de Kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling nog voor een waarde als zij wordt geofferd op het altaar van de economie?

Voorzitter. De inzet van de minister is niet gericht op het maatschappelijke belang, maar op het belang van het bedrijfsleven. Dat is een milieuminister niet waardig. Ik roep haar op om in de Milieuraad aan te dringen op een andere koers waarbij respect voor mens, dier en natuur wel leidend is en waarbij het no-regret scenario wordt gerespecteerd.

Actieplan duurzame consumptie en productie

Voorzitter. Dan wil ik nog kort stilstaan bij het actieplan Duurzame Consumptie en Productie. Ik ben blij met het verzoek van Nederland om lidstaten de ruimte te geven nationaal scherpere eisen te stellen. Nu moet ik natuurlijk wel nog zien of Nederland daar daadwerkelijk wat mee doet.

Wat ik helaas moet constateren in de raadsconclusies is dat het verduurzamen van de eiwitconsumptie geen onderdeel uitmaakt van het plan. Heeft de minister dit ingebracht en zou zij dat alsnog willen doen? Dat lijkt mij namelijk zeer relevant, zeker gezien haar eigen beleidsvoornemens om de eiwitconsumptie en productie te verduurzamen. In Nederland weten we nu allemaal wat de negatieve gevolgen zijn van de consumptie van vlees voor de wereldvoedselverdeling, het milieu, het klimaat en de biodiversiteit. Speelt dit ook al in Europa? Graag hoor ik van haar op welke wijze zij de eiwitdiscussie die nu in Nederland overduidelijk is losgebarsten een plaats wil geven in het Europese debat.
Dank u wel.