Bijdrage Partij voor de Dieren AO Landbouw & Visse­rijraad


11 maart 2008

Verruiming melkquotum
Voorzitter. De verruiming van het melkquotum, eufemistisch de ‘zachte landing’ genoemd zit de Partij voor de dieren niet lekker. Terwijl Nederlandse melkveehouders al handenwrijvend een quotumloze periode tegemoet zien (vanaf 2015) om zo nog beter op de internationale melkmarkt te kunnen concurreren, blijven wij nog in het ongewisse over de gevolgen van een verruimd en afgeschaft melkquotum wat betreft milieu, klimaat en dierenwelzijn.

Gezien de huidige milieu- en klimaatproblemen in de veehouderij – ik hoef u niet bij te praten over de grote uitdagingen waar de veehouderij voor staat wat betreft het reduceren van ammoniak, methaan en lachgas – verbaast het mij dat de minister zo luchtig blijft reageren op mijn vragen hierover.

De sector heeft in het werkprogramma Schoon en Zuinig een reductiedoelstelling van 50% als het gaat om de uitstoot van methaan en lachgas alleen al. Dat is zelfs met de huidige omvang van de veestapel al een onmogelijke opgave zonder daarbij allerlei technologische toeters en bellen uit de kast te trekken die misschien niets eens een echte klimaatwinst opleveren (zoals co-vergisting van mest). Hoe kan de minister garanderen dat de doelstellingen van het Kabinet worden gehaald, en er zorg voor te dragen dat het niet de dieren zijn die de rekening krijgen gepresenteerd (bv door verdere intensivering van de productie, koeienpillen of het opsluiten van koeien in emissiearme stallen)?

Van minister Cramer heb ik begrepen dat een onderzoek naar de effecten is afgerond en dat er een brief in de maak is waarin de onderzoeksresultaten zullen worden gepresenteerd. Ook zal de brief een strategiebepaling van het Kabinet bevatten.

Minister Cramer gaf echter ook aan dat het tot op heden nog niet klip en klaar is wat er allemaal moet gebeuren om de milieu- en klimaateffecten van een verruiming van het quotum aan te pakken. Ik schrik daarvan voorzitter. De kraan is dit jaar wel opengezet (met een verruiming van het quotum), terwijl de dweil nog niet eens is gevonden, laat staan dat beide ministers al een aanvang nemen met het dweilen. Ook hier wint economie weer van ecologie. Dat bevreemdt mij, want van elke nieuwe centimeter asfalt die wij in Nederland aanleggen zijn wel milieu effect rapportages beschikbaar.

Kan de minister mij aangeven wanneer de brief en de Kabinetsvisie er komt en alvast een tipje van de sluier oplichten of wilt u ons nog behoeden voor de grote zorgen die eraan komen?

Ook in Europees opzicht is de toekomst van de veehouderij en de verruiming van het melkquotum niet los te zien van het klimaatdebat. Wereldwijd draagt de veehouderij 18% bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Verdere uitbreiding van de productie zal dat percentage alleen nog maar laten toenemen. Is de minister bereid om de klimaataspecten van de veehouderij en de rol van de verruiming en de afschaffing van het melkquotum daarin aan de orde te stellen in de Landbouwraad?

Ik heb tijdens het debat over de Europese klimaatdoelstellingen een motie ingediend waarin ik de regering verzoek aan te dringen op een Europees onderzoek naar de verruiming van het melkquotum en de klimaateffecten die dat genereert. Ik overweeg deze motie in stemming te brengen als toezeggingen uitblijven.


Veetransporten
Voorzitter. De voortdurende lange afstandstransporten van dieren staat weliswaar niet op de agenda van de Europese ministers volgende week, het staat wél hoog op prioriteitenlijst van de burgers in Europa als het gaat om dierenwelzijn. Ook Nederlanders vinden dat de transporten van slachtvee te lang onderweg zijn en dat de regels die de dieren moeten beschermen tekort schieten. Uit een enquete van TNS NIPO, in opdracht de WSPA, blijkt dat maar liefst 75% van de Nederlanders liever het vlees dan het vee over lange afstanden op transport ziet gaan (AGD, 12 maart 2008).

Vorige week is een coalitie van internationale dierenwelzijnsorganisaties een campagne gestart tegen het gesleep van dieren over lange afstanden. De handtekeningenactie is gericht aan de voorzitter van de Europese Commissie Barroso.

Jaarlijks worden miljoenen dieren vervoerd naar slachthuizen omdat ze duizenden kilometers verderop levend meer opbrengen dan als stukje vlees. Tijdens het vervoer staan dieren vaak bloot aan stress, uitputting, honger en dorst en zijn zij ook nog eens een belangrijke oorzaak in het verspreiden van dierziekten die ook voor mensen gevaarlijk kunnen zijn (vogelpest). Alleen omdat er wat centen meer te verdienen zijn aan dit dierenleed betekent niet dat we dit moeten blijven toestaan.

Ik zou de minister daarom willen verzoeken dit punt aan de agenda toe te voegen en binnen Europa te pleiten voor een heropening van het debat over voorwaarden aan de transporten van dieren én de verbetering van de systematiek van controle, handhaving en sanctionering wat betreft de uitvoering van de huidige transportrichtlijn.

Niet alleen gaat het nu nog vaak mis met transporten en wordt zware mishandeling van dieren en overtreding van de transportrichtlijn onvoldoende opgemerkt en aangepakt, de transportrichtlijn zelf is achterhaald en is onvoldoende voor om het welzijn van dieren tijdens transport te kunnen garanderen. Veel welzijnswinst is te halen met het slachten van dieren dichtbij huis en lange afstandstransporten zo snel mogelijk uit te bannen.

Is de minister bereid deze discussie aan te gaan met haar collega’s in Europa?

Klonen dieren
Vorige keer is tijdens het AO landbouwraad (13 februari 2008), naar aanleiding van een vraag van de heer Atsma, kort gesproken over de toelating van gekloonde dieren in Europa en eventuele druk vanuit andere landen. De minister heeft daarbij aangegeven het ‘nee, tenzij’ principe te blijven hanteren. Ook vertelde zij dat er een tussenrapportage van de EFSA over het klonen van dieren voor de productie van voedsel is voorgelegd ter maatschappelijke consultatie. Het Kabinet heeft hierover, volgens de minister nog geen standpunt uitgebracht. Ik vermoed dat zij dat zal doen als het EFSA rapport definitief is. Dat lijkt mij rijkelijk laat, temeer doordat de ‘tenzij’ nog allerlei ruimte overlaat om producten van gekloonde dieren via de achterdeur toe te laten.

Ondertussen heeft Fischer Boel gesignaleerd dat de Verenigde Staten groen licht dreigen te geven voor vlees en melk van gekloonde dieren en zij roept op tot een openbaar debat. Het is mij nog onduidelijk welke reactie de Nederlandse regering heeft op dit verzoek en hoe Nederland zich zal opstellen in het debat over het klonen van vlees (Ik heb hierover op 26 februari een brief gevraagd aan de regering, maar geen reactie mogen ontvangen). Dus graag een kijkje in de keuken van deze regering: verwacht u dat we over een jaartje gekloonde melk drinken in het Kamerrestaurant en dat mijn collega’s zich tegoed doen ana een gekloond stukje vlees. Of zal het zo’n vaart niet lopen? Wat zijn de ethische overwegingen van deze regering?

WTO
Voorzitter, ik wil mijn bijdrage vandaag positief eindigen en doe dat met het complimenteren van de minister voor haar inzet om non trade concerns zoals dierenwelzijn onvermoeibaar op de WTO onderhandelingsagenda trachten te zetten. In ieder geval kunnen we elkaar op dat punt vinden en ik hoop dat de minister ook bij de aankomende landbouwraad het belang van non trade concerns nogmaals zal benadrukken bij haar collega ministers.