Bijdrage Partij voor de Dieren AO Inten­si­vering aanpak dieren­rech­tenex­tre­misme


7 april 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben verheugd dat het manifest, waarover ik eerder al een paar woorden heb gesproken met de minister van Binnenlandse Zaken, gekraakt lijkt te zijn door de Kamer. Gisteren heb ik een motie in stemming gebracht waarin werd gevraagd om dit manifest in te trekken. Als de fracties van de woordvoerders die het manifest nu afkraken mijn motie hadden gesteund, hadden wij er vandaag geen spreektijd aan hoeven besteden. Maar toch, beter laat dan nooit; laten wij het manifest van tafel halen. De kritiek van de Partij voor de Dieren op dit manifest is duidelijk.
De woorden van de heer Heerts over preventie zijn mij uit het hart gegrepen. De focus van dit dossier ligt te weinig op preventie. Geen van de woordvoerders heb ik een opmerking horen plaatsen over de woorden die de AIVD al jarenlang wijdt aan de voedingsbodem voor het dierenrechtenactivisme. In 2004 schrijft de AIVD al dat het vertrouwen in de overheid afneemt doordat zij constant de concurrentiepositie van het bedrijfsleven centraal stelt in de besluitvorming rond dierenwelzijn. Het verbod op het fokken van nertsen is aangekondigd maar weer van tafel gehaald. Ik kan melden dat dit niet helpt. De Wet op de dierproeven is geëvalueerd door mensen die helemaal niets met dierenrechtenactivisme te maken hebben. Zij concluderen dat openbaarmaking een gunstig effect kan hebben op het klimaat. De Kamer heeft daar niet naar willen luisteren. De AIVD heeft in 2004 ook geschreven dat als de Wet op de identificatieplicht wordt aangenomen, te verwachten valt dat de acties ondergronds gaan en harder worden, net zoals in Engeland is gebeurd. Waar spreken wij vandaag over? Over acties die harder worden en ondergronds gaan. Bij het onderwerp preventie kan de Kamer dus de hand in eigen boezem steken. Zij moet de bereidheid tonen om stil te staan bij de voedingsbodem voor het dierenrechtenactivisme.

De heer Teeven (VVD): Ik heb het betoog van mevrouw Ouwehand even aan zitten horen, maar nu wordt het mij toch echt iets te grijs. Daarop hoopte zij wellicht. Bedoelt zij dat de in de Tweede Kamer op een democratische manier genomen besluiten die door de Partij voor de Dieren niet verstandig worden gevonden, de oorzaak zijn van het in de fik vliegen van voordeuren bij bedrijfsdirecteuren? Vindt mevrouw Ouwehand dat de Tweede Kamer het aan zichzelf te wijten heeft dat dit gebeurt omdat zij op een democratische manier bepaalde besluiten heeft genomen? Is dat een juiste vertaling van de woorden van mevrouw Ouwehand? Als de Tweede Kamer ergens niets voor voelt, is dat een opvatting van de meerderheid van de Nederlandse bevolking.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is een vertaling van de standpunten van de Partij voor de Dieren die de heer Teeven graag geeft. Ik wijs erop dat dit element in de discussie door geen van de andere woordvoerders is ingebracht. Ik vind het raar dat deze opmerkingen van de AIVD over de voedingsbodem niet worden ingebracht. Wij weten allemaal dat 90% van de Nederlanders het er niet mee eens is dat in Nederland wordt toegestaan dat dieren worden gefokt voor hun pels en worden vergast voor een bontjas. Het getuigt daarom op z'n minst van het dragen van oogkleppen en het voeren van struisvogelpolitiek als wij verbaasd zijn dat mensen in die situatie in verzet komen tegen bontfokkerijen. Daarmee is niet gezegd dat de Partij voor de Dieren het gebruik van geweld goedkeurt. Ik wil echter wel graag dit element in de discussie naar voren brengen.

De heer Van Haersma Buma (CDA): Ik vind het altijd jammer dat de Partij voor de Dieren hierin zo dubbel is. Het is toch niet moeilijk om een strikte scheiding aan te brengen tussen geweldloos verzet tegen alles wat je niet wilt en gewelddadig verzet? Mevrouw Ouwehand moet daarbij niet aankomen met het argument dat bontjassen een voedingsbodem voor gewelddadig verzet zijn. Ook bij de universiteit van Wageningen worden auto's in brand gestoken door actievoerders. Hoe moeten er volgens mevrouw Ouwehand goede proeven worden gedaan voor de ontwikkeling van medicijnen voor dieren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is erg voor alternatieven voor dierproeven. De geschiedenis leert dat het vervangen van een dierproef door een alternatief aan alle kanten winst oplevert. De alternatieven leveren vaak een veel betere voorspelling van de werking bij de mens. Ook wetenschappers geven toe dat een diermodel slechts een model is, met alle beperkingen van dien. De heer Van Haersma Buma weet dat mijn fractie inzet op deze alternatieven voor dierproeven. In het toxicologisch onderzoek kunnen dierproeven op korte termijn worden afgeschaft als wij daarvoor de budgetten vrijmaken. Ik vraag daarvoor de steun van de CDA-fractie. Ik vind ook dat het niet moeilijk is om een grens te trekken tussen legaal en illegaal verzet. Maar juist de fractie van het CDA pleit ervoor om demonstraties, die binnen de grenzen van de wet blijven, op voorhand onmogelijk te maken. Juist de CDA-fractie trekt die grens niet!
Het kabinet heeft eindelijk gesteld dat er een duidelijke terminologie moet komen. Toch hoor ik vandaag de CDA-woordvoerder weer zeggen dat ook dierenrechtenactivisme niet gewenst is. Dierenrechtenactivisme is legaal in Nederland en dierenrechtenactivisten doen geen vlieg kwaad. Het kabinetsbeleid is gericht op dierenrechtenextremisme. Wij hebben met z'n allen besloten om de term dierenrechtenextremisme te gebruiken als aanduiding voor de illegale acties.
Het kabinet heeft zelf overigens een flinke duit in het zakje gedaan bij deze toonzetting. In de campagne "Nederland tegen terrorisme" wordt een filmpje gebruikt waarin een juf te zien is die in haar klas letterlijk het volgende zegt. "In elke klas zitten wel radicale figuren, soms met extreme ideeën over dierenrechten, politiek of geloof (…)" De pay-off is; kijk wat je kunt doen tegen terrorisme: nederlandtegenterrorisme.nl. In deze overheidscampagne worden dus mensen met zogenaamd extreme opvattingen over dierenrechten als potentiële terroristen afgeschilderd. Ik vind dat dit niet kan. Naar ik heb begrepen is de campagne inmiddels afgelopen, maar de lespakketten liggen nog wel op de scholen. Het zou de bewindslieden sieren als zij toegaven dat zij hierbij verkeerd zaten. Nu wordt tegen dierenrechtenorganisaties gezegd: goh, jullie hebben er wel wat last van dat een en ander door elkaar heen loopt en dat de indruk is ontstaan dat ook legale organisaties zich bezighouden met illegale activiteiten, en daarom gaan wij jullie de hand toesteken en een manifest voorleggen. Het lijkt alsof het kabinet vanuit een bootje de dierenbeschermingsbeweging in haar geheel in het water heeft gegooid, nu één reddingsboei uitgooit maar wel blijft doorvaren. Het kabinet moet duidelijk zijn. Dierenrechtenactivisme is niet illegaal. Extreem denken over dierenrechten kan betekenen dat je bijvoorbeeld geen wol wilt dragen, omdat je niet wilt dat schapen voor de productie van wol worden gebruikt. Dat valt allemaal binnen de grenzen van de wet en levert geen enkele aanwijzing voor terrorisme. Dat is de AIVD overigens met ons eens. Ik hoor graag een reactie van de bewindslieden.
De Partij voor de Dieren is voorstander van opsporing en strafrechtelijke vervolging van wetsovertreders. De inhoud van de brief van het kabinet kunnen wij daarom op dat punt steunen. Wij zijn het eens met meer prioriteit voor opsporing van mensen die illegale acties hebben gevoerd en met de intensivering van de aanpak en de samenwerking op dit punt. Dat is allemaal prima. Er is reeds een speciaal team ingesteld bij de Nationale Recherche en er zijn drie gespecialiseerde officieren van justitie op dit dossier gezet. Dat is een goede zaak. Mijn fractie pleit ervoor, de resultaten van deze extra inspanningen af te wachten voordat verdere stappen worden gezet. Voor het laatste hoor ik collega-woordvoerders namelijk pleiten. Gisteren heeft de Kamer nogmaals de bevoegdheden van burgemeesters verruimd voor bestuurlijk optreden tegen activisten. In de brief staat ook te lezen dat veel strafrechtelijke mogelijkheden tot nu toe onbenut zijn gebleven. Er is geen sprake van een goede registratie en er wordt zelfs geen aangifte gedaan. Hoe kunnen wij op die manier precies weten waarover wij spreken? Ook daarom pleit mijn fractie ervoor om resultaten van de aanpak die nu wordt ingezet, eerst af te wachten voordat wij om nóg meer bevoegdheden gaan roepen. In het debat over de bestrijding van ernstige overlast heb ik al gezegd dat burgemeesters zich soms gedwongen voelen om spierballentaal te laten horen op momenten dat zij dat eigenlijk nog niet nodig vinden. Daar ligt ook ons bezwaar bij de lijstjes die het kabinet maakt over incidenten. Daarop staan ook demonstraties. Een demonstratie is voor zover ik weet een legale actie zolang er tijdens deze demonstraties geen intimidaties plaatsvinden en geen geweld wordt gebruikt. Kan het kabinet daarom uitleggen waarom demonstraties op het incidentenlijstje staan?
Het strafrecht draait primair om het vervolgen van individuen. De aanpak moet daarop zijn gericht. Ook in het AIVD-rapport gaat het om individuen. In dat rapport heeft men het zelfs over zonderlingen en "lone wolves". Acties van individuen kunnen wij niet toerekenen aan organisaties. Als het kabinet en een aantal partijen in de Kamer de indruk hebben dat er hierbij sprake is van criminele organisaties, dan ligt het voor de hand om te proberen dit te bewijzen via een strafrechtelijke procedure. Totdat het bewijs is geleverd, geldt dat een organisatie niet kan worden verdacht van criminele activiteiten. Wij kunnen toch ook de ANBW niet als een criminele organisatie aanmerken omdat de leden door rood licht rijden? Wij kunnen Feyenoord toch niet als criminele organisatie aanmerken omdat een aantal aanhangers zich niet aan de wet houdt?
In de brief schrijft het kabinet in het kader van de voedingsbodem dat er veel is gedaan aan dierenwelzijn. Hieruit lijkt een zelfvoldane houding te spreken. Het kabinet lijkt achterover te leunen. Hierbij is sprake van een kloof tussen burger en politiek. Burgers willen dat dieren weer gewoon dieren kunnen zijn. Meer dan drie kwart van de Nederlanders vindt dierenwelzijn belangrijk tot zeer belangrijk. Slechts 11% is van mening dat het goed is gesteld met dieren in Nederland. Het kabinet vindt echter kennelijk dat wij al een lintje verdienen als wij verder gaan dan de Europese regels. Daarop komt het namelijk in de praktijk neer. Goed voor dieren zijn betekent bijvoorbeeld dat wij varkens in de betonnen stallen niet op roosters laten staan met ruimtes tussen de spijlen van 11 millimeter, zoals Europa voorschrijft, maar op roosters met 10 millimeter tussen de spijlen. Burgers worden niet gelukkig van 1 millimeter winst. Als het kabinet toch blijft doen alsof Nederland het dierenparadijs op aarde is, wordt de frustratie alleen maar groter. Dit is een schoolvoorbeeld van het bestuurlijk falen in het verdedigen van beleid. Dit zal het vertrouwen in de aanpak van de overheid op dit punt niet ten goede komen.
Nog erger wordt het als wij spreken over de dierproeven. Het kabinet doet wederom alsof het hierbij alleen maar gaat om gewichtig onderzoek naar ernstige ziektes en nieuwe medicijnen. In de praktijk blijkt het ook te gaan om onderzoek dat nodig is voor de productie van drankjes voor een mooiere huid en van yoghurtjes voor een betere stoelgang. Hiervoor worden dierenlevens opgeofferd. Een halfjaar geleden vroeg ik de minister van VWS hoe hij daarover dacht. Uit zijn antwoord blijkt dat zijn ambtenaren ook niet weten hoe de toetsing plaatsvindt, wat wel en wat niet is toegestaan.

De heer Heerts (PvdA): Het is duidelijk dat volgens de Partij voor de Dieren de overheid op dit punt niet deugt en dat mevrouw Ouwehand het allemaal beter weet. Volgt er ook nog een voorstel hoe het kabinet het volgens de fractie van de PvdD beter kan doen? De minister van Binnenlandse Zaken nodigt ons uit om met concrete ideeën te komen als wij het beter weten. Mevrouw Ouwehand brandt alleen bestaand beleid af.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Om te beginnen adviseer ik bestuurders om er niet voor te kiezen om burgers zand in de ogen te strooien.

De heer Heerts (PvdA): Het kabinet strooit burgers geen zand in de ogen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat doet het kabinet wel. Als het stelt dat er veel wordt gedaan aan dierenwelzijn, wekt het daarmee de indruk dat het dierenwelzijn in Nederland op een hoog peil staat. Toch doen wij het slechts op een aantal punten wellicht ietsje beter dan Europa voorschrijft. Het kabinet verzwijgt bovendien dat een aantal zaken dat Europa voorschrijft niet wordt nagekomen in Nederland. Dat is niet wat burgers verstaan onder zorg voor dierenwelzijn. Als burgers denken aan dierenwelzijn, vragen zij zich niet in de eerste plaats af wat Europa daarover heeft voorgeschreven. Bij dierenwelzijn denken burgers: een koe hoort in de wei en een varken hoort te kunnen wroeten. Een kip pak je niet haar snavel af, want die heeft ze nodig om te kunnen eten. Er is hierbij daarom sprake van welbewuste misleiding. Mijnheer Heerts weet dat mijn fractie er voortdurend voor pleit om de mogelijkheid te scheppen om de Wet op de dierproeven te laten toetsen door de rechter. Dat leidt tot openbaarheid, zodat wij niet meer eindeloos dit soort discussietjes hoeven te voeren waarbij enerzijds wordt gesteld dat dierproeven belangrijk zijn voor de ontwikkeling van medicijnen, en anderzijds wordt gesteld dat er ook dierproeven worden gedaan met het oog op de ontwikkeling van de genoemde onzinnige producten. De ambtenaren van het verantwoordelijke ministerie hebben geen idee waar het over gaat. Als het kabinet daarvan een punt zou maken, komen wij mijns inziens een stuk verder.

De heer Heerts (PvdA): De AIVD schrijft lovenswaardig woorden over dieren. Men schrijft dat de consumptie van dieren in het verleden als normaal werd ervaren. Het gros van de Nederlanders vindt dat nog steeds normaal. Ik vroeg mevrouw Ouwehand of zij concrete voorstellen heeft naar aanleiding van de brief van 1 april. Als zij die heeft, wil ik daar serieus met haar naar kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik stel dus in de eerste plaats voor om niet te jokken over hoe het gaat met dieren in Nederland, maar daarover eerlijk te zijn. Alleen op die manier voer je een eerlijke dialoog met de samenleving. In de tweede plaats stel ik voor om de Wet op de dierproeven voor de rechter controleerbaar en toetsbaar te maken. Op die manier kan iedereen te weten komen hoe de toetsing in de praktijk precies werkt en of het bij dierproeven inderdaad alleen om zwaarwegend onderzoek gaat. In de derde plaats heb ik gesteld dat ik de strafrechtelijke aanpak en de intensivering die het kabinet nu voorstelt, kan steunen. De bestuurlijke aanpak wijs ik echter af. Ik weet niet welke voorstellen de heer Heerts nog meer had willen horen. Volgens mij heb ik een aardig breed beeld neergezet.
Het lijkt erop dat de politiek zich op het punt van de dierproeven heeft laten gijzelen door wetenschap, farmaceutische industrie en patiëntenorganisaties die enerzijds stellen: het is niet nodig dat u ons werk controleert want heus, wij doen alleen belangrijke dingen. Anderzijds vragen zij via de Kamer aan het kabinet om burgers het nut en de noodzaak van dierproeven uit te leggen. Dat lijkt mij een onmogelijke opdracht. De Kamer heeft een motie in die lijn van het CDA eerder gesteund. Mijn fractie is het daarmee structureel oneens, niet alleen omdat wij vinden dat je niet moet jokken over hoe het gaat met dieren, maar ook omdat dit bestuurlijk een rampenplan is. Ik hoor graag een reactie op dit punt van de bewindslieden.