Bijdrage Partij voor de Dieren AO Herziening EU Dier­proeven­richtlijn.


23 september 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Vier minuten is erg weinig. De minister is van mij gewend dat ik minstens twintig minuten nodig heb om hierover mijn betoog op te bouwen. Maar goed, de begrotingsbehandeling komt nog.
Wat de dierproevenrichtlijn betreft is de PvdD-fractie van mening dat wij verkeerd zijn begonnen. Als je richtlijnen en regels vaststelt om proefdieren te beschermen, ligt het voor de hand -- als je daarin een herziening aanbrengt -- te evalueren hoe de regels tot nu toe hebben uitgewerkt in relatie tot de doelen die je ermee beoogt. Er had dus een analyse moeten zijn van het beschermingsniveau dat wij tot nu hebben weten te realiseren. Hoe werkt de richtlijn in de praktijk voor de bescherming van proefdieren? Hoe kunnen wij een en ander verbeteren? Dat is echter niet gebeurd. Er is alleen gekeken naar de wens om in Europa een level playing field te realiseren, en daarover ben ik buitengewoon teleurgesteld. Gezien onze eigen evaluatie van de Wet op de dierproeven denk ik dat wij leermomenten hadden kunnen vaststellen en ambitie hadden kunnen tonen, niet alleen om ervoor te zorgen dat er wordt geharmoniseerd, maar ook om de kans te grijpen om nieuwe voorstellen te doen, om ervoor te zorgen dat in heel Europa de bescherming van proefdieren beter wordt. Ik heb openbaarheid al genoemd. Daar had de minister voor kunnen pleiten. Verder noem ik onafhankelijke ethische toetsing. Hoe gaan wij het probleem aanpakken van de overschotten aan proefdieren die in voorraad worden gedood, zonder ooit voor een proef te zijn gebruikt? Ik noem ook het beperken van het gebruik van primaten en, niet te vergeten, creatieve voorstellen voor structurele vermindering van het aantal dierproeven. Dit betekent ook dat je in zo'n traject beziet hoe je de validatieproblemen kunt oplossen. Dat is allemaal niet gebeurd. Er is achterover geleund, en dat vind ik eigenlijk erg teleurstellend. Het kabinet komt pas met zijn eigen standpunt over de richtlijn zoals die nu voorligt nu de behandeling al in volle gang is. Het kabinet heeft dus het moment voorbij laten gaan om zelf een voortrekkersrol te vervullen en aan te geven waar het wat Nederland betreft naartoe had gemoeten. Dat vind ik erg jammer.
Ik loop even kort door de brief van de minister heen, waarin hij het standpunt van Nederland verwoordt. Ik ben verheugd om te zien dat de minister vindt dat de reikwijdte zich moet uitstrekken tot ongewervelde dieren. Er zijn enkele amendementen aangenomen om dat ongedaan te maken, maar ik reken erop dat de minister zich op dit standpunt blijft stellen en ook ongewervelde dieren en embryo's onder de richtlijn wil brengen. Ik vind de opmerking dat de minister vindt dat strengere maatregelen in Nederland mogelijk moeten blijven op zichzelf genomen prijzenswaardig, maar het is natuurlijk wel een beetje een sigaar uit eigen doos. Want zo werkt het met een richtlijn; je mag zelf weten wat je er verder nog mee doet. Ik prijs dit wel, maar erg veelzeggend is het nu ook weer niet.
Ik maak mij zorgen over de primaten. De minister vindt het voorstel van de Europese Commissie te beperkend en steunt dus eigenlijk de amendementen die het gebruik van primaten toch weer verruimen. Ik zou dat graag anders zien en denk dat wij scherpe doelstellingen moeten hebben om het gebruik van primaten zo snel mogelijk te kunnen uitfaseren.
Is de minister met mij van oordeel dat de ethische beoordeling onafhankelijk moet zijn? Zo ja, hoe kunnen wij dat waarborgen? Over de openheid heb ik al het nodige gewisseld in een interruptiedebatje.
Gelet op de tijd wil ik graag even stilstaan bij de alternatieven en bij de validatie. Via de commissie heb ik de minister gevraagd om een analyse van de knelpunten, omdat het maar niet opschiet. De minister antwoordt dan dat een validatietraject tijdrovend en complex is. Dat wisten wij natuurlijk al, maar wat zijn nu de elementen binnen die complexe situatie die daadwerkelijk de drempels vormen? Waar liggen de knelpunten? Waarop kunnen wij sturen en waar kunnen wij iets mee? De analyse waarom ik heb gevraagd, zou ik alsnog graag krijgen. Ik weet dat de opstelling van Nederland in de regelgevende organisaties op zichzelf genomen prima is. Nederland is voor versnelling van de validatie, maar geven wij er wel prioriteit aan? Duwen wij wel hard genoeg? Pleiten wij wel voor een "mind shift" om anders te kijken naar veiligheid, om sneller te kunnen implementeren als er een alternatief is? Ik noem één voorbeeld, en wel de ogentest. Met het testen van stoffen is het nog steeds verplicht om dat op konijnenogen te doen. Die test is niet gevalideerd. Er bestaat al twintig jaar een beter alternatief, maar het komt er maar niet door. De minister kan dan niet blijven volhouden dat het een lastig proces is. Ik wil dan zien waar dat aan ligt, zodat wij kunnen ingrijpen.
Ik wil de minister graag wijzen op het belang van continuïteit in de ontwikkeling van alternatieven. Verder wil ik met de minister graag doorpraten over de jaarverslagen. Kan hij toezeggen dat wij de cijfers over 2008 voor de begrotingsbehandeling krijgen?

Tweede termijn:
Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden en een aantal toezeggingen. Fijn dat de cijfers over 2008 voor de begrotingsbehandeling komen.
De minister heeft aangegeven dat hij binnenkort komt met een advies van de CCD over de kundigheid van de proefdieronderzoekers. Mag dat ook voor de begrotingsbehandeling?
Wat de trendanalyse en de validatie betreft het volgende. Ik heb de minister gevraagd om een analyse te geven waarom het zo lang duurt voordat een alternatief geaccepteerd wordt. Een belangrijk punt daarbij is inderdaad hoe wij naar veiligheid kijken en hoe wij risico's beoordelen. Ik ben blij dat de minister heeft toegezegd dat punt mee te nemen in de trendanalyse. Maar er liggen natuurlijk ook nog andere drempels. Er zijn financiële drempels. Je moet je alternatief aanmelden. Dat kost geld. Het duurt jaren voordat je eruit bent. Ik wil graag dat de minister toezegt dat hij het brede spectrum van de validatietrajecten en de hobbels die zich daarin voordoen, analyseert zodat wij kunnen kijken op welke punten wij een extra inzet kunnen leveren, waar wij kunnen sturen. Nogmaals, ik wil het belang van hoe je kijkt naar veiligheid en risicobeoordeling niet bagatelliseren. Dat is heel belangrijk, maar er zijn ook andere drempels. Ik wil dus het gehele spectrum graag onderzocht zien, zodat wij er vervolgens zelf verder over kunnen spreken.
De minister komt nog terug op de DEC-jaarverslagen over 2008 en de vraag of het na 2009 moet zijn.
Wat de primaten betreft dring ik er bij de minister op aan om het standpunt van de Europese Commissie te volgen en geen verdere verruiming te bepleiten. Anders overweeg ik een motie daarover.
Een laatste vraag over de primaten. Er is naar aanleiding van een aangenomen motie van mijn hand een inventarisatie uitgevoerd van het gebruik van primaten in onderzoek. Toen bleek de herkomst van 5 tot 10% van de primaten niet te achterhalen. Nu zou bij nader onderzoek ineens blijken dat toch alle papieren in orde zijn. Ik vind dat toch een beetje raar. Kan de minister verklaren waarom die primaten eerst zoek waren en nu goed geregistreerd zijn?
Een laatste punt, want ik zie dat ik moet afronden. Ik maak mij een beetje zorgen als ik de minister hier hoor praten over 3 miljoen euro voor ASAT. Dat is prachtig en ik ben blij met zijn toezeggingen daarover, maar ik proef dat het lastig is om geld bij elkaar te slepen voor de alternatieven. ASAT is niet het enige. Wij moeten ook voor de vaccins en op andere onderdelen met alternatieven aan de slag. Welke prognose kan de minister geven van de ruimte die er de komende jaren is binnen het kabinet, aan middelen, om alternatieven voor dierproeven te blijven ontwikkelen?
Verder spreken wij elkaar bij de begrotingsbehandeling, want er zijn nog veel vragen die ik nu niet meer kan stellen.