Bijdrage Partij voor de Dieren AO Duurzame veehou­derij


25 juni 2008

Voorzitter. De duurzame intensieve veehouderij waar wij vandaag over spreken is een contradictio in terminis. Duurzame varkensflats zijn als luchtkastelen voorzitter, alleen degenen die erin geloven zien ze ook. Maar als we naar de realiteit kijken, dan zien we dat dit soort megalomane bouwsels nooit gebouwd mogen worden. Zeker niet vanuit de visie van de minister op de toekomst van de intensieve veehouderij (van januari dit jaar). Hoe rijmt de minister de huidige plannen voor megabedrijven met haar voornemen de landbouw over 15 jaar compleet duurzaam te hebben? Integraal diervriendelijk, duurzaam en maatschappelijk geaccepteerd? Hoe moet ik mij een varkensflat voorstellen in het pittoreske schilderijtje dat de minister ons wil voorhouden? Over de toekomst van de intensieve veehouderij zegt zij, en ik citeer: “Stallen en bedrijfsvoering zijn tegen die tijd (dat is binnen 15 jaar) om het dier heen gebouwd op een wijze die wordt gedragen door de samenleving. Het vee vertoont natuurlijk gedrag, krijgt daglicht en ondergaat nauwelijks tot geen fysieke ingrepen” - einde citaat? Hoe kan dat in een varkensflat voorzitter? Ik daag de minister uit om daar een illustratie van te geven.

De minister creëert valse beloftes. Daar komt ze wat ons betreft niet mee weg.

Als het gaat de bio-industrie, wil ze de kool en de geit sparen. Wél zeggen dat je wilt verduurzamen, maar niet de intensieve sector willen afvallen.

Negen onderzoeksrapporten zijn inmiddels over megastallen en de intensieve veehouderij geschreven. Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft al deze rapporten naast elkaar gelegd en een treffende analyse gemaakt. Onomstotelijke conclusie: megastallen dragen niet bij aan duurzaamheid:
- In de praktijk (bij de huidige plannen megastallen) blijkt dat niet wordt voldaan aan de specifieke voorwaarden om eventuele positieve effecten van megastallen te verzilveren op gebied van ammoniak, stank, fijnstof en landschap. Lokaal wordt het er zelfs slechter op.
- Megastallen scoren slechter als het gaat om dierenwelzijn, diergezondheid en volksgezondheid.
Het is nu wel klaar, zou ik denken. Graag een reactie van de minister op de analyse van het CLM.

Het is niet verbazend dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor megastallen en dat op lokaal niveau talloze bewoners zich overvallen voelen. Geen wonder, want de reconstructie heeft zich grotendeels buiten hun gezichtsveld afgespeeld en zij krijgen de rekening daarvan in hun achtertuin. Gelukkig worden actiegroepen met hulp van Milieudefensie steeds mondiger en lijken zij lokaal het tij enigszins te kunnen keren. De minister stelt dat provincies en gemeenten voldoende instrumenten in handen hebben om roze invasies tegen te houden en dat daardoor nationaal overleg niet nodig is. Wel wil zij werken aan een substantiële extra ambitie voor verduurzaming voor de Maatlat Duurzame Veehouderij.

Mijn fractie heeft daar geen vertrouwen in voorzitter. Afgezien van het feit dat duurzaam en megastal vloekt. Als ons iets is gebleken het afgelopen jaar, is dat de minister als het gaat om criteria, afrekenbare doelstellingen en ambitieuze prestaties keer op keer laat zien dat zij het niet begrepen heeft.

De Algemene Rekenkamer heeft bij de beoordeling van de verantwoording over 2007 aangegeven dat de minister heeft verzuimd concrete indicatoren en afrekenbare doelstellingen op te nemen om vorderingen op het gebied van dierenwelzijn te meten. Die kritiek komt steeds terug; bij de begroting, bij het beleidsprogramma biodiversiteit… hoe vager, hoe beter als het aan de minister ligt.

De Kamer heeft haar vorige week echter via een motie opgeroepen eindelijk eens te werken via basiscriteria van een beleidsplan en ik ben benieuwd wat het gaat worden. Want ondertussen is de minister nogmaals door de Algemene Rekenkamer op de vingers getikt omdat zij er niet in slaagt dierenwelzijn en milieu in de intensieve veehouderij naar een hoger plan te trekken. De rekenkamer stelt dat:
- wet- en regelgeving op het gebied van dierenwelzijn diverse malen is uitgesteld (afbranden snavels, castreren biggen);
- de instrumenten om het welzijn van dieren te verbeteren niet volledig worden ingezet en effect indicatoren ontbreken;
- de naleving van dierenwelzijnsregels niet intensief wordt gecontroleerd;
- en dat het ammoniakbeleid dweilen met de kraan open is waardoor de doelstellingen voor 2010 niet zullen worden gehaald.

Ondertussen komt een beter dierenwelzijn maar langzaam van de grond omdat de minister – ik citeer de ARK- ‘in de sector draagvlak zoekt voor de te nemen maatregelen’. En het is geen verrassing dat die niet zit te wachten op verregaande verbeteringen met bijbehorend kostenplaatje. Maar miljoenen dieren wachten wel, al tientallen jaren lang, opdat zij aan de beurt komen. En nu is het wachten daarop zelfs de Algemene Rekenkamer te gortig geworden. Graag een reactie van de minister welke conclusies zij trekt uit het rapport.

Voorzitter. Ik wil de minister echt uit de illusie helpen dat het sparen van de kool en de geit in de intensieve veehouderij mogelijk is. We weten allemaal, ook uit de eerdere debatten die we voerden over het burgerinitiatief ‘Stop fout vlees’, dat de intensieve veehouderij een doodlopende weg is.

De intensieve veehouderij is medeverantwoordelijk is voor de voedselcrisis, de kap van het tropisch regenwoud, het verlies aan biodiversiteit, het opdrogen van de drinkwatervoorraad, het uitbreken van voor de mens gevaarlijke dierziekten, de aantasting van de natuur in Nederland en het opwarmen van de aarde. De bio-industrie is maatschappelijk al jaren failliet, en gezien het feit dat er wekelijks rond de vijftig boeren stoppen, blijkt dit systeem ook economisch niet lang houdbaar meer.

Ik zou de minister dan ook willen uitdagen om met een vernieuwend scenario te komen waarin zij met concrete voorstellen komt om de intensieve veehouderij in Nederland weg te saneren. En de veehouderij die achterblijft 100% biologisch te maken. Dat moet heel wat maatschappelijke winst opleveren getuige het rapport van het LEI over de duurzaamheidsprestaties van de biologische landbouw. De biologische melkveehouderij levert de samenleving al jaarlijks netto 8,4 miljoen euro op door met name verminderde kosten voor klimaatmaatregelen. Graag een reactie van de minister op dit perspectiefrijke idee.

Voorzitter. Als de minister beleidslijnen van het Kabinet op het gebied van duurzame ontwikkeling echt wil realiseren en haar eigen visie op de toekomst van de duurzame veehouderij ook binnen haar eigen Kabinetsperiode gestalte wil geven, dan zet zij in op een beëindiging van de bio-industrie. Met het pappen en nathouden zoals nu gebeurt, schieten ook de boerengezinnen niets op. Ik daag de minister uit om met eerlijke maatregelen te komen die recht doet aan de maatschappelijke uitdaging waar we voor staan: een duurzame en diervriendelijke veehouderij die ook perspectieven biedt voor het agrarisch gezinsbedrijf.

Voorzitter. Dan ter afsluiting de reactie van de minister op Meat the Truth. Het doet mij deugt dat zij de film van ons wetenschappelijk bureau heeft gezien en het rapport daarover van Wageningen Universiteit van stevige kritiek voorziet. Ook is de Partij voor de Dieren verheugd met de lijst van maatregelen die de minister zal nemen om klimaateffecten tegen te gaan. Wel lijkt het er op dat de minister in haar aanpak van de klimaateffecten van de veehouderij vooral inzet op technische maatregelen. Ik vraag me af of de minister realiseert dat het eenzijdig inzetten op klimaatmaatregelen kan leiden tot spanningen op andere terreinen zoals dierenwelzijn, de wereldvoedselverdeling en de beschikbare hulpbronnen.

De Partij voor de Dieren hoopt dat de minister in de haar geschetste aanpak van het thema ‘biodiversiteit, voedsel en vlees’ daarom niet uit het oog zal verliezen dat mes en vork de belangrijkste wapens zijn om klimaatverandering tegen te gaan en een duurzame toekomst te garanderen. Minder vlees, minder dieren, minder problemen.

Dank u wel.