Bijdrage Partij voor de Dieren aan wetge­vings­overleg over Visse­rij­on­der­werpen LNV-begroting 2008


14 oktober 2007

Voorzitter.

De Partij voor de Dieren wil graag stil staan bij de dodingmethoden voor vissen. Wij hebben in eerdere overleggen bij herhaling gevraagd naar de stand van zaken rondom het onderzoek naar humane dodingmethoden voor vissen en de verdere ontwikkeling en implementatie daarvan. Dit onderzoek is aanvankelijk geïnitieerd bij het onderzoeksinstituut Imares. Het heeft ons laten weten dat het wel ver is gekomen met het onderzoek, maar geen opdracht of budget heeft gekregen voor de verdere ontwikkeling van de methode. Sinds de presentatie van de onderzoeksresultaten begin dit jaar waarbij Imares aangaf dat de methode niet praktijkrijp is en dat er aanvullend budget nodig is, is er echter geen contact meer geweest. In het antwoord op de feitelijke vragen over de begroting en in de nota Dierenwelzijn schrijft de minister echter dat er inmiddels proeven worden gedaan op praktijkschaal en dat de laatste stap het opschalen naar gebruiksklare apparatuur voor de praktijk is.
Daarnaast schrijft zij dat zij veel onderzoek heeft gefinancierd op het gebied van dodingmethoden en pijnbeleving bij vissen. Welke onderzoeken worden hiermee bedoeld? Welke instanties zijn hierbij betrokken? Klopt het dat Imares hier niet verder bij betrokken is? Zo ja, lopen wij dan het niet het risico dat er dubbel werk wordt gedaan en dat er onnodig tijd en kennis verloren gaan?
Zijn er inmiddels publicaties verschenen over dit project en over de genoemde proeven? Waar kunnen wij die vinden?

Als de methode is ontwikkeld en het apparaat klaar is, is het moment van implementatie aangebroken. In de nota Dierenwelzijn stelt de minister dat het gebruik van het slachtapparaat zal worden gestimuleerd als het gebruiksklaar en beschikbaar is. Hoe ziet zij dit voor zich? De ervaring leert dat een sector niet zo maar vrijwillig zal overgaan op de implementatie van diervriendelijker apparaten. Ik neem aan dat zij die ervaring ook heeft. Op welke manier zal zij dit stimuleren? Wij denken dat een meer dwingende houding van de overheid nodig is om het humane doden van vissen in de aquacultuur werkelijk in de praktijk tot stand te brengen. Is de minister bereid om het gebruik van een humanere methode verplicht te stellen?

Hoe staat het met de Europese richtlijn? Welke rol speelt de minister hierbij? Wacht zij dit af of pleit zij actief voor een humane methode voor het bedwelmen en doden van dieren?

Ik wil nog stilstaan bij het welzijnsbeleid voor kweekvis. In de nota Dierenwelzijn schrijft de minister dat de vijf vrijheden van Brambell het wettelijke kader vormen voor het ontwikkelen van een Europees beleid voor kweekvis.
Er zal onder andere een onderzoek worden ingesteld naar het natuurlijke gedrag en de fysiologie van enkele in Nederland gekweekte vissoorten in relatie tot de omstandigheden in de houderij. Als het natuurlijke gedrag van vissen, en daarmee de mogelijkheid tot het vertonen van natuurlijk gedrag en de vrijheid van stress, daadwerkelijk als uitgangspunt zou worden genomen bij dit onderzoek, zouden wij dit zeer toejuichen. Wij vrezen echter dat de nog op te stellen randvoorwaarden voor de aquacultuur zich zullen beperken tot gerommel in de marge. De huidige situatie, waarin vissen met talloze soortgenoten per vierkante meter in betonnen bakken worden gehouden zonder mogelijkheden om vrijuit te zwemmen, zich te verschuilen onder het zand of weg te zwemmen van andere vissen, lijkt op geen enkele wijze op de natuurlijke omstandigheden waarin vissen leven. Dit valt niet op te lossen door de bakken met enkele centimeters te vergroten. Dit vergt een andere manier van denken, gebaseerd op fundamenteel onderzoek naar de natuurlijke basisbehoeften van verschillende vissoorten en de welzijnseisen die hieruit voortvloeien. Onze vrees dat deze uitgangspunten niet centraal zullen komen te staan bij het ontwikkelen van de randvoorwaarden, komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Wij hebben allen kunnen zien hoe na het verbod op de legbatterij, hetzelfde houderijsysteem onder de naam "verrijkte kooi" gewoon werd toegestaan, na toevoeging van een zitstokje en een kleine verruiming van de kooi. Daar schieten de dieren niks mee op en een kooi blijft een kooi. Graag horen wij van de minister hoe het onderzoek naar kweekvissen zal worden vormgegeven. Wat zijn de uitgangspunten? Wordt het een fundamenteel onderzoek naar de natuurlijke basisbehoeften van de vissoorten? Wij overwegen ook op dit punt een motie.

De minister heeft het gehad over de gedragscode van het Productschap Vis. Ik heb de code bekeken, maar die heeft niet veel om het lijf voor de gezondheid en welzijn van de dieren. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat de viskweker "probeert" het systeem en de omstandigheden waarin de populatie wordt gehouden zo te optimaliseren, dat de kans op stress zo gering mogelijk is. Zij hoeven dus alleen maar iets te proberen; verder gaat het niet. De gedragscode wordt ook vrijwillig nageleefd. Heeft de minister vertrouwen in de gedragscode? Heeft zij enig zicht op de wijze waarop die wordt nageleefd? Wat zijn de plannen ten aanzien van de verdere controle en handhaving?

In de nota Dierenwelzijn geeft de minister aan dat de onderzoeken vooral zullen zijn gericht op de meerval en de paling. Wij denken echter dat ook andere soorten in aanmerking kunnen komen. Graag een toelichting.

De minister spreekt ook over transport. Palingen worden in grote hoeveelheden levend vervoerd naar de rokerij, waar ze op ruwe en dieronvriendelijke manier worden gedood. De minister spreekt er niet over in de nota, maar wat zijn de ambities ten aanzien van het transport van levende vissen?

In de nota geeft de minister verder aan dat er een evaluatie komt van de huidige gedragscode voor sportvissers. Door wie zal die worden uitgevoerd en wat zijn de uitgangspunten? De sector moet zelf toezien op de naleving, maar wij vragen ons af hoe dat zich verhoudt tot artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Sportvisserij Nederland geeft zelf aan dat het gebruik van de weerhaak discutabel is: die vergroot de kans op een succesvolle vangst, maar ook de kans op verwondingen. Een methode die zelfs onder sportvissers discutabel is, zou van ons door de overheid verboden mogen worden. Graag de mening van de minister.

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van collega Polderman over de vispassages. Ook wij pleiten voor een goede toegang voor vissen bij de verschillende systemen.

Ook in de zeevisserij zijn de dodingmethoden en de lijdensweg van vissen die daaraan voorafgaat, zeer dieronvriendelijk: de dieren worden verstikt, gestript, krijgen een niet-dodelijke neksnede waarna ze worden ontdaan van hun organen, of worden door middel van zout ontslijmd. In de nota Dierenwelzijn wordt bij de ambities voor de zeevisserij echter alleen gesproken over het terugdringen van de bijvangst, niet over onderzoek naar en implementatie van bedwelmings- en dodingmethoden in de visserij. Wij vinden het wel belangrijk dat het onderzoek wordt opgestart. In de nota "De waarde van vis" en bijbehorende beleidsbrieven van 2002 van de toenmalige staatssecretaris Faber werd een voorlichtingstraject voor de beroepsvisserij toegezegd. Beroepsvissers ontkennen echter nog steeds dat vissen pijn kunnen lijden, terwijl dit inmiddels wetenschappelijk is aangetoond en ook wordt erkend door de Europese Commissie en de minister van Landbouw. Een voorlichtings- en bewustwordingstraject onder vissers is dus nodig om de implementatie van dodingmethoden in de visserij mogelijk te maken. Parallel hieraan dient alvast te worden begonnen met onderzoek naar het "diervriendelijk" doden van vissen in de visserij. Daar moet natuurlijk geld voor komen, dus wat zijn de plannen van de minister voor de verbetering van het welzijn van zeevissen, specifiek ten aanzien van humane dodingmethoden? De minister zei verder dat wordt nagedacht over mogelijkheden om de bijvangst te verminderen. Dat vinden wij wel heel magertjes. Er zouden best grotere ambities mogen zijn bij de aanpak van deze problematiek.