Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat over goed­keu­ringswet Verdrag van Lissabon


3 juni 2008

Vijftig jaar Europese eenwording waarin de burger niet betrokken is, en het resultaat laat zich aanzien: een gedrocht van een Unie dat van ingewikkelde verdragen en besluitvormingsconstructies aan elkaar hangt, niet transparant en zonder noemenswaardige democratische controle, maar wel met allerlei bevoegdheden die parlementen in de lidstaten buitenspel zetten. De constitutie van Europa moest worden herzien, maar in plaats van een pas op de plaats te maken om louter het democratisch functioneren te regelen en de transparantie te garanderen, moest en zou er een monsterverdrag worden opgesteld, een verdrag voor een grondwet voor Europa. Daarin worden niet alleen democratiseringsvoorstellen uitgewerkt, maar wordt gesproken over het afstaan van vetorechten, overdracht van bevoegdheden en zelfs een eigen militaire macht. Oude achterhaalde artikelen uit de oprichtingsverdragen worden nog maar eens bekrachtigd, zoals het uitgangspunt dat productieverhoging het enige doel van het gemeenschappelijke landbouwbeleid mag zijn. Het welzijn van dieren zou weliswaar worden gerespecteerd, als dat maar niet ten koste zou gaan van de vrijheid van mensen om onder het mom van tradities stieren dood te martelen en ganzen op grove manier onder dwang te voederen voor de productie van foie gras.

De Partij voor de Dieren, destijds nog niet vertegenwoordigd in dit huis, was faliekant tegen de Europese grondwet. Dat gold ook voor de Nederlandse kiezer, die zich in grote meerderheid heeft uitgesproken tegen deze nieuwe stap in de Europese integratie. In tegenstelling tot die kiezer mag de Partij voor de Dieren nu haar oordeel vellen over het nieuwe verdrag, dat tot stand is gekomen na de klip en klare afwijzing in 2005. Wij betreuren het ten zeerste dat die kans niet aan de burger wordt geboden.

Hoe zou die burger oordelen over het nieuwe verdrag? Duidelijk is dat het hervormingsverdrag nauwelijks afwijkt van die verfoeide grondwet. Na een denkpauze van twee jaar waarin het angstvallig stil bleef, presenteerden de Europese regeringsleiders in juni 2007 in twee dagen tijd een nieuwe aanpak van dit proces. Het Nederlands Juristenblad schrijft hierover: De kern van deze nieuwe aanpak werd gevormd door een uitruil. Landen die het grondwettelijke verdrag al geratificeerd hadden, hebben aan de landen die dat nog niet hebben gedaan toegegeven dat er een nieuwe verdragtekst moest komen die ontdaan was van allerlei toeters en bellen die hem de allure van een grondwet gaven. In ruil daarvoor hebben de landen die het grondwettelijk verdrag niet geratificeerd hebben, aan de andere lidstaten toegegeven dat de substantie van het grondwettelijke verdrag goeddeels overeind zal worden gehouden. Alles wat die Europese grondwet aan nieuws bracht, wordt overgebracht naar twee bestaande verdragen en alles wat die Europese grondwet ongewijzigd had willen overnemen uit die verdragen, blijft verder onaangeroerd.

De vraag is hoe de beoogde democratisering en transparantie is uitgewerkt en hoe dat zich verhoudt tot de verdere integratie van Europa. Wij zien dat de Raad van Ministers alleen in het openbaar gaat vergaderen als het over wetgeving gaat. Hoe zit het met de controle op die andere overleggen? De rol van de nationale parlementen wordt versterkt, maar niet op belangrijke terreinen als politie en justitie. Daartegenover zijn de bevoegdheden van de Europese Unie op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht ruimer geformuleerd. De samenwerking op het gebied van de bestrijding van het terrorisme wordt veelvuldig geroemd door verschillende partijen in de Kamer. Bij mij lopen op zulke momenten de rillingen over de rug.

De privacy van burgers wordt met voeten getreden en het Europees Parlement kan nog altijd niet als een echt parlement opereren en dus onvoldoende tegenmacht organiseren als vertegenwoordiging van het volk. De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over het strafrecht en de militaire plannen van Europa. Wij sluiten ons graag aan bij de vragen die hierover zijn gesteld door de heer Van Bommel en wachten de reactie van de regering af.
Wat niet verandert, is de bepaling dat dierenwelzijn ondergeschikt is aan menselijke tradities, zoals het stierenvechten. Wat verder ongewijzigd blijft, is die ouderwetse bepaling uit de jaren vijftig dat de landbouw eerst, vooral en uitsluitend over productieverhoging moet gaan. Dat heeft desastreuze gevolgen en staat haaks op de moeizaam tot stand gekomen milieuambities van de EU, om over de invulling daarvan maar niet te spreken. Bijna de helft van de Europese begroting wordt nu besteed aan de landbouw. Wat dat de afgelopen vijftig jaar heeft opgeleverd, kan niet anders dan teleurstellend worden genoemd.

Wij hebben boterbergen en melkplassen gezien. Gegarandeerde minimumprijzen voor boeren zorgden ervoor dat die bergen en plassen nog groter werden. De productie werd verder geïntensiveerd, bestrijdingsmiddelen en kunstmest werden volop ingezet en dieren in steeds kleinere hokken gestopt. Er werd immers betaald voor het product. Toen de boter- en graanbergen ten hemel rezen en de melk- en wijnplassen steeds verder uitdijden, werd de oplossing gezocht in grootschalige gesubsidieerde dumping van voedsel in ontwikkelingslanden. Dat was oneerlijke concurrentie die leidde tot de teloorgang van lokale boeren in de arme landen. In de jaren negentig is ingegrepen in het Europese landbouwbeleid om deze uitwassen te voorkomen, maar desondanks blijken wij niet veel vorderingen te hebben gemaakt. Wij zijn nog steeds ver verwijderd van een duurzame landbouw, waarin respect voor mensen, dieren en de omgeving het uitgangspunt vormen. Wij zien dat ook in Nederland iedere week 50 boeren stoppen die geen toekomst meer zien voor hun bedrijven en dat is, zeg ik in alle bescheidenheid, niet het gevolg van het feit dat de Partij voor de Dieren sinds anderhalf jaar in dit parlement zit, dat is het rechtstreekse gevolg van dertig, veertig, vijftig jaar Europees landbouwbeleid, Nederlands landbouwbeleid onder aanvoering van het CDA.

Wij zien weer melkplassen, wij zien de dumping van melk, wij zien boeren melk uitrijden over hun landbouwgrond omdat zij vinden dat zij te weinig verdienen en te weinig betaald krijgen voor hun melk. Wij zien een overschot aan varkensvlees opnieuw gedumpt worden. Vanuit Europa worden Europese subsidies gegeven om grote hoeveelheden varkensvlees op de Afrikaanse markt te dumpen. Ontwikkelingsorganisaties luiden de noodklok, omdat lokale boeren niet kunnen concurreren tegen dit goedkope vlees. Lokale productie van voedsel komt in het gedrang. Het milieu heeft ernstig te lijden onder de Europese veehouderij. Broeikasgassen, ammoniak, fijnstof, het loopt de spuigaten uit. Nederland is letterlijk de "zwarte schandvlek" van Europa als het gaat om vernietiging van de natuur door ammoniakemissies van de bio-industrie.

Dertig jaar politiek onderhandelen heeft niet meer opgeleverd dan een half A4-tje extra ruimte voor de legkip. Omgerekend per jaar is dat nog minder dan vier vierkante centimeter. In Europa leven en lijden jaarlijks tien miljard dieren in de bio-industrie. Het gesleep van levende dieren naar alle uithoeken van de Unie gaat je voorstellingsvermogen te boven. Kortom, alle reden om te kiezen voor een duurzaam landbouwbeleid. In de nota naar aanleiding van het verslag lees ik dat de regering vindt dat waarden als dierenwelzijn, landschapsbeheer, plattelandsontwikkeling en duurzaamheid voldoende kunnen worden gewaarborgd in artikel 32 van het werkingsverdrag, maar ik vraag mij af hoe en krijg graag een toelichting van de regering. Het trucje met het “kunnen” hebben wij intussen geleerd: de dierenwelzijnwetgeving in Nederland is al meer dan vijftien jaar oud en daarvan was het ook de bedoeling dat het zou “kunnen” worden ingevuld. Wij zijn nu vijftien jaar verder en het is niet gebeurd. Graag een reactie van de regering daarop. Is de regering bereid zich ervoor in te spannen, integrale duurzaamheid uit te roepen tot uitgangspunt van het gemeenschappelijk landbouwbeleid? Is zij bereid zich in te zetten voor een werkelijke erkenning van de intrinsieke waarde van het dier, door het voorbehoud van de culturele en religieuze tradities te schrappen in de bepaling van het Verdrag van Amsterdam? Ik hoop dat wij niet nog eens dertig jaar doen over zo’n marginale welzijnsverbetering als die welke ik hierboven heb beschreven.

Vragen aan de Staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik neem aan dat de staatssecretaris nog zal ingaan op de vragen die ik heb gesteld. Ik hoorde hem zojuist zeggen dat wij ook aandacht zouden moeten hebben voor de gronden die bestaan voor migratie, waardoor mensen uit Afrika in gammele bootjes naar Europa komen. Zojuist vertelde ik wat de uitwerkingen zijn van het Europees landbouwbeleid; zie bijvoorbeeld de dumpingpraktijken van vlees in Afrika. Ook het visserijbeleid is funest. Daarnaar zou gekeken moeten worden als wij de oorzaken van migratie bij de bron willen aanpakken. Wat is de reactie van de staatssecretaris daarop?

Staatssecretaris Timmermans:

Het probleem is dat het Europees landbouwbeleid voor sommige landen slecht uitpakt, maar voor de minst ontwikkelde landen juist goed, want die hebben volledige markttoegang tot de EU zonder tarieven. Daarop is dus niet één antwoord te geven. Gelet op de wereldwijde voedselcrisis op dit moment staat de hele voedselvoorziening van de wereld ter discussie en zullen wij hierover ook bij de Europese Raad een heel fundamentele discussie moeten voeren. Dat wij nog een hele strijd te voeren hebben om ervoor te zorgen dat de Europese Unie niet met de ene hand dit doet en met de andere hand iets wat daartegen ingaat, ben ik meteen met mevrouw Ouwehand eens. Wij moeten ervoor zorgen dat wij, mede in het kader van onze morele en politieke verplichting om de millennium development goals te realiseren, met ons landbouwbeleid, met ons handelsbeleid of met ander beleid niet ingaan tegen de noodzaak om de armsten in de wereld zich beter te laten ontwikkelen. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk dat aan het landbouwbeleid in dit opzicht ook nadelen kleven, nadelen die door de Nederlandse regering consistent worden bestreden. Wij behoren in de EU tot degenen die samen met Commissaris Mandelson en Commissaris Michel zoeken naar mogelijkheden om voor de armste landen een verbetering van hun landbouwsituatie, visserijsituatie en markttoegang te realiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u wel voor de beantwoording. Ik neem aan dat u later in uw betoog nog komt op de specifieke vragen die ik heb gesteld over het landbouwbeleid. Anders zou u ze van mij ook nu mogen beantwoorden.

Staatssecretaris Timmermans:

Zoals u weet is er een "health check" gemaakt van het landbouwbeleid. Misschien zou je het een anamnese moeten noemen. Er wordt gekeken naar de veranderingen die nodig zullen zijn. Ik moet u wel zeggen dat in het licht van de voedselcrisis die zich nu heel acuut aandient en waarvan wij niet mogen verwachten dat deze alleen maar incidenteel is – er zitten ook structurele kanten aan – de Europese Raad zich moet buigen over de vraag hoe wij hiermee in het vervolg omgaan en welke maatregelen misschien nodig zijn. De Europese Raad van deze maand zal dit onderwerp nadrukkelijk onder de loep nemen. Dan komen wij ook met de Kamer te spreken over de Nederlandse inzet bij de Europese Raad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik wacht het vervolg van het betoog af voor eventuele vervolgvragen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

In de health check staat alleen de interne markt centraal. Ik heb die debatten gevoerd met de minister van LNV, maar geen enkele vorm van duurzaamheid vormt een thema. In het GLB handhaven wij nog steeds die oude bepaling uit de jaren vijftig, toen het misschien nog zin had om uitsluitend de vergroting van de productiviteit centraal te stellen. Is het kabinet bereid in de verdragen een integraal duurzaamheidscriterium op te nemen, en de oude doelstelling te verlaten?

Staatssecretaris Timmermans:

Duurzaamheid is een hoofdpunt van de Nederlandse inbreng. Verder staat in het Verdrag van Rome niet alleen verhoging van de productie centraal. Heel belangrijk is de voedselzekerheid: Europa moest voor zichzelf kunnen zorgen. Zo'n artikel waarvan men lang heeft gedacht dat het achterhaald was, is in de huidige situatie weer actueel. Dat het landbouwbeleid meer doelstellingen heeft dan alleen maar duurzaamheid, staat als een paal boven water.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het gevaar van deze benadering is dat je verschillende waarden makkelijk tegen elkaar kunt uitruilen. Je kunt voedselzekerheid op zichzelf als doel formuleren, maar zolang je daaraan geen duurzaamheidscriteria hangt, kun je als beleid hebben dat wij hier goed te eten hebben, ten koste van de voedselzekerheid van mensen in de arme landen. Daaraan wil ik een einde maken. Binnen de gesprekken over het GLB is daarvoor geen ruimte, omdat de landbouwministers alleen de eigen markt voor ogen hebben. Ik wil dat graag zien gewijzigd in de verdragen. Ik vraag mij af of u bereid bent zich daarvoor in te spannen.

Staatssecretaris Timmermans:

Wat de Europese landbouwministers doen, is gemandateerd door een meerderheid van hun nationale parlementen, net zo goed als de Nederlandse visie op de ontwikkeling van het landbouwbeleid is gemandateerd door een meerderheid van deze Kamer. Die meerderheid zoekt een balans tussen de noodzaak van meer duurzaamheid en de noodzaak van high tech landbouw, zoals wij die in Nederland hebben, en aan de noodzaak van voedselzekerheid, hoge kwaliteit, verantwoord natuurbeleid enzovoorts.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het vertrouwen van burgers in Europa is erbij gebaat als op een van de belangrijkste terreinen waarover zij zich zorgen maken, namelijk milieu en dierenwelzijn, duurzaamheidsdoelstellingen in verdragen worden opgenomen, waarmee je het niet overlaat aan exportbelangen en interne marktwerking, want daar hebben mensen genoeg van.

Staatssecretaris Timmermans:

Inmiddels zijn in de landbouw veel meer elementen aan de orde, ook van duurzaamheid en dierenwelzijn. Dat is inderdaad nog onvoldoende, maar wij behoren in Nederland bij degenen die een voorbeeld zijn voor de rest.

Ik dank deze Kamer voor de zeer intensieve en uitvoerige manier waarop wij niet alleen vandaag en gisteren, maar ook in de afgelopen maanden dit proces hebben meegemaakt. Ik denk dat er geen enkel parlement in de EU is dat zo intensief en precies is betrokken geweest bij dit proces. Dat is omdat deze Kamer dat wenst, aan welke wens wij graag tegemoet zijn gekomen.

Tweede termijn

Voorzitter. De Partij voor de Dieren was tegen de Europese grondwet en ziet ook in het nieuwe hervormingsverdrag onvoldoende reden om Europa te kunnen omarmen. Ik heb gewezen op de zorgen die wij hebben over het strafrecht, over de militaire plannen van Europa en over de privacy van burgers die met voeten wordt getreden, terwijl het Europees Parlement daar geen tegenwicht aan biedt als een heuse, ware en volksvertegenwoordiging die kan opereren als een daadwerkelijke tegenmacht. Wij zijn daarin onvoldoende gerustgesteld. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de dieronvriendelijke bepalingen die rechtstreeks uit de oude grondwet zijn opgenomen in de nieuwe tekst. Ik heb daarover vannacht met staatssecretaris Timmermans van gedachten gewisseld. Hij heeft ten aanzien van het landbouwbeleid gezegd dat wij de vraagstukken over voedselzekerheid zeker moeten betrekken in Europa en dat daarover binnenkort ook wordt gesproken in de Raad van Ministers. Ik heb overwogen om een motie daarover in te dienen maar die bewaar ik dan even voor dat moment.
Ook de bepaling dat dierenwelzijn nog altijd ondergeschikt wordt gemaakt aan menselijke tradities, culturele gebruiken en religieuze riten is de Partij voor de Dieren een doorn in het oog. Ik heb ook daarover eerder een motie ingediend en ik heb overwogen om dat vandaag weer te doen, maar gezien de verhoudingen in de Kamer lijkt dat een redelijk zinloze bezigheid.
Kortom de Partij voor de Dieren is teleurgesteld in de daadwerkelijke wijzigingen die in dit verband zijn aangebracht. Wij denken dat Europa nog onvoldoende democratisch en transparant is tegenover de uitbreiding van de bevoegdheden die wij met die verdrag wel zien. Wij zullen daarom het verdrag afwijzen