Bijdrage Partij voor de Dieren aan AO sojateelt


20 november 2007

Voorzitter. Bij deze wil ik u meedelen dat ik mede spreek namens mevrouw van Gent van de GroenLinks fractie. Zij is helaas verhinderd en heeft mij gevraagd namens haar het woord te voeren.

Collega Polderman van de SP heeft zojuist het rijtje maatregelen genoemd dat de sojacoalitie voorstelt, en kortheidshalve sluit ik me aan bij de vraag of het kabinet bereid is deze maatregelen daadwerkelijk te treffen. In mijn bijdrage zal ik vooral benadrukken welke oplossingen mijn fractie het meest heilzaam lijken.

Voorzitter, de sojaproblematiek is breed: sociale misstanden, ecologische rampen, grote klimaateffecten en één van de belangrijkste ingrediënten die de Nederlandse bio-industrie in de benen houdt. Niet voor niets heeft een groot aantal maatschappelijke organisaties de handen ineen geslagen om aandacht te vragen voor de dwingende problemen die gepaard gaan met sojateelt. Ik ben blij dat de minister van Ontwikkelingssamenwerking is aangeschoven om recht te doen aan de grote zorgen ten aanzien van de mensen in Zuid-Amerika die ernstig te lijden hebben onder onze honger naar soja.

En die honger is groot. Nederland is de grootste importeur van soja binnen de Europese Unie, en de grootste doorvoerhaven. Wereldwijd blijft alleen China ons voor. Vrijwel al die soja (ruim 90%) wordt gebruikt voor veevoer. In Zuid Amerika wordt 1 miljoen hectare soja verbouwd om de dieren in de Nederlandse bio-industrie en melkveehouderij te voeren. De productie van soja is in tien jaar tijd verdubbeld, mede doordat soja zo lekker goedkoop is op de wereldmarkt in vergelijking met Europese eiwitgewassen.

Maar voor ons goedkope lapje vlees wordt een hoge prijs betaald. Gedwongen landonteigening voor de aanleg van sojaplantages, uitbuiting van mensen in schuldslavernij, schending van arbeidsrechten, uitputting van de grond en de opoffering van gigantische hoeveelheden oerwoud.. Per jaar wordt een gebied ter grootte van de provincies Noord en Zuid Holland ontgonnen voor nog meer soja. En dat allemaal om in onze honger naar meer voor minder te voorzien.

De presentatie van de sojacoalitie in mei dit jaar was aanleiding voor het debat wat we nu voeren. En dit debat is hard nodig, getuige de politieke desinteresse die sommige van mijn collega’s tijdens de presentatie ten toon spreiden. Zo liet een lid van de CDA-fractie blijken dat hij de sojaproblematiek eigenlijk niet in de Kamer wilde behandelen maar voorstelde om hier de Braziliaanse voetbalspelers die in Nederland spelen voor in te schakelen. De Partij voor de Dieren vindt deze houding beschamend. To say the least, voeg ik daar dan maar aan toe.

Juist deze complexe en veelomvattende problematiek vraagt om overheidsregie en sturing in de aanpak. We kunnen allemaal wel wachten totdat overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties het eens worden over duurzaamheidscriteria in de Round Table on Responsible Soy, maar wachten we dan niet tot het kalf verdronken is? Ook de maatschappelijke organisaties zijn er niet gerust op dat er na de vaststelling van de duurzaamheidscriteria over twee of drie jaar daadwerkelijk ook maar 1 kilo duurzame soja meer zal worden verkocht. En de resultaten van de Round Table on Sustainable Palm Oil zijn niet erg bemoedigend. Criteria zijn al in 2005 vastgesteld, maar de import van duurzame palmolie blijft uit. Daar kunnen we dus niet twee jaar op gaan zitten wachten, terwijl de kap van de regenwouden doorgaat en Nederland met haar zogenaamde duurzaamheidsbeleid de goed geoliede motor is achter deze aanslag op een duurzame toekomst.

De sojaproblematiek is zo urgent en zo dwingend voor mens, dier en natuur dat ik deze ministers wil vragen zich hier met hart en ziel voor in te zetten. Dus geen ‘gepraat, ‘gedialoog’ of ‘gedraagvlak’ meer want dat schiet niet hard op. Wat dat betreft vond ik de brief van deze minister zeer teleurstellend. We zijn de tijd voorbij dat de sector zelf het heft in handen kan nemen of dat het in Europa op de agenda komt.

Het is echt tijd voor maatregelen die passen bij de verantwoordelijkheid die Nederland heeft als grootimporteur. Dat kan niet alleen de verantwoordelijkheid zijn van de sector, er is een richtinggevende overheid nodig die grenzen stelt aan het geknoei en gerommel.

Er zijn twee stappen die op korte termijn genomen kunnen worden. Ten eerste het sluiten van de grenzen voor onduurzame soja. Er ligt al voldoende soja op de plank die is geproduceerd volgens de Basel criteria om aan binnenlandse vraag naar soja te voldoen. Ik verwacht dat het aanbod van deze duurzame soja snel zal groeien als de vraag groter wordt, dus enige krapte in het aanbod zal zeker snel worden opgelost. Bovendien kan een overgangstermijn gelden.

Voorzitter. Ik hoor de alarmbellen bij de minister van landbouw nu al rinkelen: level playing field, WTO, non trade concerns. In haar beantwoording zal ze mij vast willen vertellen dat het niet kan, de grenzen dicht te gooien. Maar minister, ik wil u uitdagen om voor deze keer in mogelijkheden te denken in plaats van onmogelijkheden.

Ik zal u nu al wat helpen: Ten eerste met het level playing field. Dat is makkelijk: Nederland is als grootste importeur van Europa zelf het level playing field. We moeten dus de eerste verantwoordelijkheid hier wat mee te doen. Ten tweede WTO. De grote beer op de weg. Wat mij altijd verbaast is dat alleen al bij de dreiging dat er salmonellakippen in Brazilië rondlopen, de grenzen hermetisch op slot kunnen voor dat vlees. Onze gezondheid lijkt veel handelsbarrieres te kunnen slechten. Maar als het gaat om de gezondheid, voedsel en andere eerste levensbehoeften van mensen in Zuid Amerika, dan is er ineens niets mogelijk omdat de WTO dat zo voorschrijft. Kunt u mij dat uitleggen minister?

Voorzitter. Ten tweede zou ik voor de langere termijn graag willen zien dat de import van soja drastisch wordt gereduceerd. Onze oplossingen zijn zowel simpel als effectief: minder dieren, minder problemen. Een actieve matiging van de vleesconsumptie draagt bij aan een meer duurzaam gebruik van onze kostbare hulpbronnen. Graag een reactie of de ministers bereid zijn zich hiervoor in te zetten.

Het u niet verbazen dat een krimp van de veestapel ook zal leiden tot het gewenste effect. Immers 70% van onze dierlijke productie wordt geëxporteerd. Vleesmatiging past bij een duurzaam consumptiegedrag, maar we zullen ook de productie sterk aan banden moeten leggen voor een grote bijdrage aan de oplossing van het sojaprobleem. Het herstellen van natuurlijke kringlopen door regionale grondgebondenheid is daarin een van de kernpunten. Daarmee lossen we niet alleen het probleem in het regenwoud, de cerrados en de situatie van kleine leefgemeenschappen in de Amazone, maar ook ons milieuprobleem dat wordt veroorzaakt door ene doorgeschoten veehouderij. Ik wil hier niet vooruitlopen op de behandeling van het burgerinitiatief, maar wil graag van minister horen of zij zich in wil spannen voor een herstel van een regionale kringloop.