Bijdrage Partij voor de Dieren aan Algemeen Overleg Jacht­beleid


9 oktober 2007

Bijdrage Algemeen Overleg Jachtbeleid

Voorzitter,

We spreken vandaag over de herinvoering van de drijfjacht, in een iets anders benoemde variant, de drukjacht. We zijn heel blij dat op verzoek van de Partij voor de Dieren gister een rondetafelgesprek georganiseerd is waarin deskundigen konden duidelijk maken wat hun mening was over de één-op-één drukjacht.

De conclusies gisteren na het rondetafelgesprek waren ontnuchterend voor de jagerslobby. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten gaven aan dat de drukjacht niets toevoegt aan de huidige afschotmogelijkheden en overwegen zelfs een proef met een geheel jachtverbod in een afgescheiden gebied, zoals geadviseerd door Dr. Geert Groot Bruinderink van Alterra. Alterra maakte in haar schriftelijke bijdrage duidelijk dat de drukjacht nergens voor nodig is en geen oplossing gaat bieden voor de huidige overpopulatie. De gemeente Nunspeet die al meer dan 10 jaar drijfjachtvrij is, liet weten dat het probleem vooral zit in de zwakte en het gebrekkige onderhoud van afrasteringen. De Faunabescherming liet aan de hand van foto’s weten dat er nog steeds excessief wordt bijgevoerd door jagers en dat er nauwelijks gehandhaafd wordt op dit soort illegale activiteiten. Uit een eerdere nota Jacht en Wildbeheer van de gemeente Nunspeet bleek dat men daar de drukjacht beschouwde als variant op de drijfjacht. Het verschil werd door de gemeente aangeduid als een woordspelletje, en precies zo ziet Geert Groot Bruinderink van Alterra het ook.

• Graag de mening van de minister hierover.

Het is echt te zot voor woorden dat de provincie Gelderland zich kritiekloos voor de kar van de jagers laat spannen. De jagers waren zo overtuigd van de kracht van hun lobby dat overal op de Veluwe al voorbereidingen getroffen zijn om de drukjacht als variant op de drijfjacht plaats te laten vinden. FOTO TONEN

• Kan de minister aangeven wat zij vindt van het feit dat de jagers al alle voorbereidingen hebben
genomen voor de drukjacht zonder toestemming daartoe en dus onder het vigerende drijfjachtverbod?

Het idee werd als eerste gelanceerd door de Jagermeester van Hare Majesteit en de andere jagers hebben zich dankbaar in zijn kielzog aangesloten.

In een media-offensief werden de zwijnen afgeschilderd als een nationale ramp. Gisteren werd duidelijk dat niet de varkens zijn de veroorzaker van dit probleem, maar de mens. Ondeugdelijke afrastering, afval dat op straat ligt, campingeigenaars die verzuimen een zwijnenkerend raster aan te brengen terwijl ze in de natuur gevestigd zijn, belanghebbenden die bijvoeren en afschot dat te laat in het seizoen plaatsvindt. Staatsbosbeheer als Natuurmonumenten gaven beiden aan dat zij op hun terreinen geen problemen hebben met de varkens. Door tijdig in het seizoen maatregelen te treffen, de rasters goed te onderhouden, vaste verantwoordelijken in te stellen die hun eigen terrein goed kennen, begrip en respect voor de natuur en de dieren, kan de situatie niet zo uit de hand lopen als schijnbaar in andere gebieden nu het geval is.

Om te komen tot een duurzame oplossing zal er goed moeten gekeken naar de oorzaak en niet keer op keer teruggegrepen moeten worden naar deze dieronvriendelijke manier van symptoombestrijding.

Toen de regering besloot de drijfjacht af te schaffen is er uitdrukkelijk afgesproken dat er alleen in geval van ernstige calamiteiten over tijdelijke herinvoering van de 1 op 1 drukjacht gesproken zou kunnen worden. Dat ging dan over ernstige veterinaire risico’s, gevaren voor de openbare orde of grote problemen met de verkeersveiligheid. Daarvan is nu absoluut geen sprake en daarom mag de kamer zich niet in de luren laten leggen door de jagers.

• Graag de mening van de minister daarover.

Als er écht een probleem zou zijn, zou dat door professionals opgelost moeten worden, en niet door mensen die dat als vrijetijdsbeoefening willen doen, tussen een paar operaties of notariële transacties door.

De jagers hebben zichzelf een jachtbrevet van onvermogen gegeven door niet tijdig het afschot binnen te hebben dat ze zelf als doel hadden gesteld (waar dat bij Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer wel is gelukt) en verdienen het niet om als beloning hun drijfjachtspeeltje terug te krijgen. Dat is geen afweging voor het door jagers gedomineerde faunafonds, daar moeten we als kamer de vinger aan de pols houden.

• Graag wil ik van de minister de toezegging dat ze hoe dan ook geen toestemming zal geven voor de druk- of drijfjacht onder de huidige omstandigheden. Wij overwegen daarover een motie in te dienen.

In de brief van de minister die wij op 3 oktober ontvingen, wordt gesteld dat het advies van het Faunafonds wordt afgewacht en dat op basis hiervan het besluit wordt genomen .1

• Hoe verhoudt zich dat tot de conclusies van onafhankelijke wetenschappers die stellen dat de drukjacht niet effectief is?
• Bent u daadwerkelijk van plan een dergelijk zwaarwegend besluit te baseren op omstreden gegevens van direct belanghebbenden?
• Bent u bereid de kamer bij een dergelijk besluit te betrekken?

Tevens wordt in deze brief gesteld dat, om de grens tussen drijf- en drukjacht niet te laten vervagen, per 40 ha één jager en één schutter zijn toegestaan.

• Waar komt deze norm vandaan? Staatssecretaris Faber stelde in 2001 dat slechts per gebied 1 jager en 1 drijver zijn toegestaan. In antwoord op kamervragen die wij in maart stelden, stelde de minister nog: “Als op Kroondomein Het Loo wel gebruik zou zijn gemaakt van de één-op-één methode, zouden slechts één geweerdrager en één drijver per circa 1000 ha tegelijkertijd in het terrein actief zijn geweest.”
• Het Kroondomein is 10.000 ha groot, hoe rijmt de minister dat met het regeringsstandpunt van één jager per gebied?
• Hoe komt u aan deze uiteenlopende cijfers?

Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn in overleg over het instellen van een afgebakend gebied waarin de zwijnen met rust gelaten worden.

• Bent u bereid dergelijke experimenten te ondersteunen en hier lering uit te trekken voor uw eigen beleid ten aanzien van natuurbeheer? Zo neen, waarom niet?

Dan ten aanzien van de jacht in natuurgebieden. Natuurgebieden moeten gevrijwaard blijven van de plezierjacht van een handjevol jagers. Minder dan 0,2 % van de Nederlandse bevolking jaagt, meer dan 90% van de Nederlandse bevolking wijst de plezierjacht af. Zeker in natuurgebieden. Die opvatting wordt gesteund door Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.

Overal waar jacht noodzakelijk gevonden wordt kan geschoten worden op basis van een vrijstelling gebaseerd op een deugdelijk beheersplan. Maar jagers willen een carte blanche, kunnen oogsten in de natuur ook wanneer dat geen enkel redelijk doel dient. Dát, voorzitter, was misschien te verkopen in de tijd dat de zelfbenoemde landbouwcoalitie van CDA, VVD, LPF en SGP het hier voor het zeggen had, maar zal nu niet meer op een meerderheid kunnen rekenen.

Jacht in natuurgebieden zonder enige noodzaak kan en mag onder geen beding. Gelukkig hebben Christenunie en Partij van de Arbeid een eerdere poging van de minister om deze jagerstrofee uit het vorige kabinet te verzilveren, geblokkeerd, of daar althans meer bedenktijd voor gevraagd.

• Graag horen wij van de minister welke noodzaak of welk natuurdoel ten grondslag zou kunnen liggen aan de jacht in natuurgebieden.

Het zou echt een schande zijn de Kamer alsnog voor de wensen van de jagers en het CDA door de knieën zouden gaan.

• Mijn fractie kan zich dat niet voorstellen en vraagt daarom van het kabinet de harde toezegging dat de jacht in natuurgebieden gesloten zal blijven. Wij overwegen daarover een motie in te dienen.


1) “Als dat besluit (n.a.v. advies) behelst dat lokvoer thans onvoldoende effectief is, wordt een dergelijk besluit in de Staatscourant geplaatst” (het aanwenden van de één op één methode).