Bijdrage Ouwehand Wetge­vings­overleg Visserij


11 november 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Voordat de staatssecretaris denkt: dit gaat makkelijk -- ik hoorde de heer Van Gerven al zeggen dat er in dit debat wat minder polarisatie is -- wij zijn van de partij die meent dat de Waddenzee geen particulier viswater is en de Noordzee ook niet. Ik zeg dit om de boel dus aan het einde van de eerste termijn nog wat scherper neer te zetten, dus dan toch nog polarisatie, die overigens wat mij betreft helemaal niet verkeerd hoeft te zijn. Daar krijg je mooie debatten van. Mooie debatten of niet, wij maken ons ernstige zorgen over de toestand van de zeeën en oceanen. Het gekke is dat iedereen die je daarover spreekt en die met deze materie bezig is, het wel met je eens is. De minister, de Europese Commissie, we erkennen allemaal dat het Europese visserijbeleid gefaald heeft. 88% overbevissing, enorme overcapaciteit, enorme bijvangsten, het gaat helemaal niet goed. We hadden vanmiddag al even een debatje over mooie woorden, We erkennen dat biodiversiteit en in dit geval mariene biodiversiteit belangrijk is. Daarmee zijn we er echter nog niet. Het Europees visserijbeleid had ook al tot doel om gezamenlijk te komen tot een duurzame exploitatie van de gezamenlijke wateren. 25 jaar later zijn we ondanks die mooie woorden van de regen in de drup beland, en dan zeg ik het nog voorzichtig.

Ik wil de staatssecretaris vragen wat hij precies verstaat onder duurzaamheid. Ik wil niet vervallen in debatjes over verduurzaming, terwijl je niet precies weet wat je daar nu mee bereikt. Ik voel me gesteund door het rapport van de Algemene Rekenkamer uit 2007, waar toen al uit bleek dat het Nederlandse beleid voor de verduurzaming van de visserij eigenlijk nergens op uitgelopen was. Mijn eerste vraag is dan ook: heeft de staatssecretaris een voortgangsrapportage met betrekking tot de resultaten van dat beleid? De belangrijkste vraag is: wat verstaan we onder duurzaamheid? Minister Verburg schreef dat ze de ecosysteembenadering wilde hanteren. Dat is prachtig, maar niet als je definitie daarvan dan is: het zo veel mogelijk nut halen uit de levende natuurlijke hulpbronnen in zee en tegelijkertijd de gevolgen daarvan voor het milieu te minimaliseren. Het behoud moet voorop staan. Is de staatssecretaris dat met ons eens? Graag daar duidelijkheid over, want als we niet goed beginnen met een goede definitie, dan voorspel ik u dat we over tien, vijftien jaar opnieuw het herziene Europese visserijbeleid beoordelen en opnieuw moeten concluderen dat het nergens op uitgelopen is.

Een van de belangrijkste onderdelen in het visserijbeleid en in het beschermen van de mariene biodiversiteit is het schrappen van de overcapaciteit. Daar zie ik te weinig inzet op. Een van de allerbelangrijkste dingen is het beschermen van de mariene ecosystemen in zee. De staatssecretaris heeft aangegeven dat hij een aantal gebieden gaat aanwijzen. Mij is niet duidelijk welke gebieden de staatssecretaris voor ogen heeft. We hebben in een aantal richtlijnen afspraken vastgelegd. Ik noem de Kaderrichtlijn Water, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, de Vogel- en Habitatrichtlijn, maar ook het OSPAR-Verdrag. Als je al die afspraken bij elkaar optelt, dan zouden we toch tot acht, negen, misschien wel tien gebieden kunnen komen in onze eigen Noordzee die voor bescherming in aanmerking komen. Kan de staatssecretaris een concrete update geven en een planning wanneer die gebieden hetzij onderzocht worden op hun beschermwaardigheid dan wel daadwerkelijk worden aangewezen? Echt structurele verduurzaming is immers hard nodig. Ik noem dan ook even de boomkorvloot. De overcapaciteit is een groot probleem dat we niet oplossen met een beetje innovatie en een keurmerkje hier en een keurmerkje daar. Erkent de staatssecretaris het probleem van de overcapaciteit en welke oplossingen ziet hij daarvoor? Ten aanzien van de innovaties die al zijn ingezet en waarmee nog geëxperimenteerd wordt, wil ik de staatssecretaris op het hart drukken dat bijvoorbeeld een techniek als de pulskor nog steeds open eindjes laat voor wat betreft de duurzaamheid. We weten dat de pulskor met name de kabeljauw weer ernstige schade toebrengt en de kabeljauw kan dat nu juist niet hebben. Wat is de status daarvan? Is het wellicht een oplossing dat wij tussentijdse rapportages krijgen van wat die innovaties en die zogenaamde verduurzaming daadwerkelijk voor effecten hebben?

We maken ons ook hele grote zorgen over de blauwvintonijn. Gelukkig deelde minister Verburg die zorgen van de Kamer. Ik vraag deze staatssecretaris hoe het tijdens de afgelopen Landbouw- en Visserijraad is gegaan. De Kamer heeft een motie aangenomen met de intentie dat de Europese wateren gesloten moeten worden voor de vangst van blauwvintonijn. Toen minister Verburg daarmee naar Europa ging, was daarvoor nog geen meerderheid. Blijft de staatssecretaris daarvoor pleiten? Blijft hij pleiten voor een Europees import- en een handelsverbod voor tonijn? Ik vraag mij af hoe het ermee staat. We kunnen naar mijn idee wel concluderen dat we onze hoop niet hoeven te vestigen op de ICCAT. Graag wil ik een reactie van de staatssecretaris daarop. Een andere zorg kwam overwaaien uit Amerika, waar genetisch gemanipuleerde zalm door de FDA lijkt te worden goedgekeurd. De zorg is dat we Europees niet zouden zijn toegerust om die genetisch gemodificeerde zalm van onze markt te weren. Ik zou graag van de staatssecretaris horen welke mogelijkheden hij daartoe ziet. Ik denk namelijk dat dit voor de biodiversiteit extra gevaren met zich mee zal brengen. Over de bijvangsten vraag ik de staatssecretaris hoe het zit met de uitvoering van de motie die tot doel heeft dat in het kader van de herziening van het visserijbeleid gewerkt zal moeten worden aan het verplicht aanlanden van alle vangsten.

Dan noem je het dus ook geen bijvangsten meer. Wat is de status daarvan? Wat de paling betreft sluit ik me graag aan bij de vragen die mevrouw Van Veldhoven daarover heeft gesteld. De Kamer heeft een motie aangenomen met de intentie dat in elk geval een vangstverbod wordt voorbereid. Hoe staat het daarmee? Ik kan me zo maar voorstellen dat het tijd wordt om die af te kondigen. Ik sluit af met het feit dat ik ben geschrokken van een artikel dat ik onlangs tegenkwam van de Environmental Justice Foundation waaruit blijkt dat er op grote schaal mensenrechten worden geschonden op vissersschepen ten behoeve van de Europese markt. Er wordt zeker vanaf die schepen aan Europa geleverd. Ik weet niet of de staatssecretaris dat rapport kent. Anders kan ik hem dat direct meegeven. Ik zie hem knikken. Dat is heel goed.

Staatssecretaris Bleker: Geef maar mee!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): O, dan zal ik u dat rapport doen toekomen. Ik weet dat Nederland de inzet heeft om ten strijde te trekken tegen de ongereguleerde visserij, maar ik vraag toch ook -- het komt dus op die schepen voor -- of we kunnen garanderen dat vis die op die schepen gevangen is, niet op Europese markten komt. Als dat niet zo is, wat zouden we dan moeten doen? Mensen moeten op die schepen onder mensonterende omstandigheden werken. Er werd zelfs gesproken van slavernijboten. De organisatie op wie ik doel, drukt over het algemeen rustig uit. Zij komen dus niet snel met zulke termen. […]

Staatssecretaris Bleker: Ik begin aan het begin en aan het eind. Het was heel opvallend: mevrouw Jacobi en mevrouw Ouwehand begonnen als eerste en laatste spreker met duurzaamheid, evenals de heer El Fassed. Dus zowel de opening, de tussenset als de eindset stonden in het teken van duurzaamheid. Dat is ook een soort geloofsbelijdenis van hoe je ertegenover staat. Ik zie het zo dat het beleid tot nu toe, en ook in de toekomst, er in eerste aanleg op is gericht om een zodanig beheer van onze visstanden te plegen, zowel nationaal als Europees, als internationaal, dat ze een eigen vermogen hebben om zich in stand te houden en waar nodig te herstellen. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat het niet al te best is gesteld met de visstanden. Dat is een beetje te somber. Ik bespeur bij de fractie van de Partij voor de Dieren wel vaker wat te grote somberheid, maar ook hier is er een aantal vissoorten waarmee het redelijk goed gaat, ook door gericht beheer en gerichte maatregelen, onder andere op de Noordzee. Dat is wat mij betreft het criterium: een zodanig beheer plegen dat verschillende vissoorten, de populatie, in staat zijn om zichzelf in stand te houden en te herstellen waar dit nodig is, waarbij de visserij plaatsvindt op een sociaal en economisch duurzame manier.

[…]

De discussie over de blauwvintonijn is hier ook gevoerd. Die vis wordt vooral in Japan geconsumeerd. Er worden onder andere in de Middellandse Zee vangstmethoden gehanteerd waarbij complete scholen tonijn naar een soort van voederplek, een soort intensieve tonijnhouderij worden gevoerd. Vervolgens gaan ze naar Japan en komen ze in allerlei producten misschien ook weer deze kant op. Kijk je naar de cijfers over de blauwvintonijn, dan moet je constateren dat er sprake is van een kritische grens. Toch zag je ook wat dit betreft een tegenstelling tussen de Europese lidstaten in het algemeen en vooral de landen in Zuidoost-Europa, zoals Griekenland, Malta en Italië. Het is daar een heel belangrijke sector waar behoorlijk veel geld in wordt verdiend. Die landen zijn dus van mening dat er op een redelijke manier met de vangst moet worden doorgegaan. In een Kamerbreed aangenomen motie hier hebben de minister en staatssecretaris de opdracht gekregen om wat betreft de blauwvintonijn te kiezen voor een benadering waarbij deze soort de kans krijgt te blijven voortbestaan en zich te herstellen. Mijn ambtsvoorganger, mevrouw Verburg, heeft zich ook in die zin uitgesproken in de Europese Visserijraad. Ik ben inmiddels op mijn eerste Europese Visserijraad geweest. Ik was onder de indruk van de strakheid waarmee de Eurocommissaris dit dossier verdedigde. Misschien had ik de Nederlandse stellingname nog een keer moeten bevestigen, misschien had ik de Eurocommissaris wat dit betreft moeten ondersteunen, maar ik was van mening dat zij op de goede koers zat. Ik vond het niet nodig, net binnenkomend, om haar woorden te onderstrepen en aan te geven dat wij haar mening ook waren toegedaan. In die zin was dat een soort Nederlandse zuinigheid met woorden in de zin van: iemand doet het al goed, waarom moet je dan nog eens aangeven dat dit ook moet? Daar komt bij dat wij geen blauwvintonijnen vangen. De Eurocommissaris zit wat dit betreft op de goede koers. Ik heb haar wel toegeknikt, maar dat staat natuurlijk niet in de notulen. Ik had een heel goed contact met deze Eurocommissaris. Ik hoop dat dit ook het geval is als het straks gaat om de quota in de Noordzee. Dit was mijn algemene inleiding, voorzitter.

De heer El Fassed (GroenLinks): Ik begrijp dat de staatssecretaris in zijn eerste Europese Visserijraad glimlachend knikt als de Eurocommissaris spreekt, maar ik had wel verwacht dat hij, nu wij weten dat er zoveel mis is met de blauwvintonijn, met een aantal lidstaten van gedachten had gewisseld. Is de staatssecretaris bereid om dit bij de volgende Europese Visserijraad hardop en volmondig te doen?

Staatssecretaris Bleker: Als de kwestie weer aan de orde komt, dan zal ik het standpunt hier anders dan de vorige keer niet alleen non-verbaal, maar ook verbaal verwoorden. Ik deel dat overigens. Ik moet dat dus niet, ik ben het ermee eens. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had die vraag ook. De motie ligt er nog steeds. De Kamer wil dat de Europese wateren worden gesloten voor de vangst op blauwvintonijn. Het gebeurt daar nog steeds in de Middellandse zee. Dat is allemaal heel vreselijk. Ik wil eigenlijk aan de staatssecretaris vragen om de volgende keer niet alleen zijn mening te geven als het aan de orde komt, maar om het onderwerp te blijven agenderen. Blijft hij met de motie onder de arm pleiten voor een vangstverbod, in elk geval in de Middellandse Zee?

Staatssecretaris Bleker: Ik blijf pleiten voor een zeer stringent beleid dat ertoe leidt dat de blauwvintonijn voor overbevissing en bijna uitsterving wordt behoed.

[…]

Dan kom ik de overcapaciteit in de sector. Ons uitgangspunt is dat de visserijsector een sector is van ondernemers die in de markt opereren. Dit was trouwens ook het uitgangspunt van mijn ambtsvoorganger en werd gesteund door de Kamer. Dit uitgangspunt betekent dat het komen en gaan van ondernemers en het teruglopen van het aantal ondernemers een gevolg is van marktbeweging. Dat kan schaalvergroting zijn, of concurrentie, of dat er minder te vangen is, dus overcapaciteit, zodat er voor een deel van de individuele ondernemers niet meer genoeg te verdienen is. Ik vind dat we die sector op die manier moeten bezien, tenzij het gaat om een heel specifieke situatie waarin de overcapaciteit ontstaat omdat we met zijn allen vanuit een gemeenschappelijk belang van mening zijn dat er zeer specifieke ecologische redenen zijn om de vangstcapaciteit vergaand te beperken. Dan is er als het ware een specifiek ecologische belang in het geding. Dan gaat het niet alleen meer om de normale "sanering" in de markt, maar kun je nadenken over het ondersteunen van de modernisering van een subsector, die op dat specifieke terrein actief is waar de ecologische maatregelen worden genomen om de vangstcapaciteit terug te dringen. De generieke lijn zou moeten zijn dat het een zaak is van de markt die zich zo ontwikkelt, met deze uitzondering voor de specifieke gevallen. In het verleden zijn daar ook voorbeelden van getoond. Ik wijs op de maatregelen die voor de Waddenzee zijn genomen, ook met bekostiging uit het Waddenfonds. Destijds ging het om de kokkelvisserij en daar was een specifieke, ecologische reden om in te grijpen. Dat is onze algemene lijn. Ik ben nog steeds bezig om mijn ambities te tonen, maar ik zie de heer Slob toch nog een beetje donker kijken. Ik weet dus niet of ik er voldoende in geslaagd ben, maar ik heb er nu drie genoemd. Duurzaamheid als algemeen principe heb ik geduid. Ik heb gesproken over de markt en gezegd dat uitzonderingen mogelijk zijn om specifieke, ecologische redenen en wat betreft quota gaan wij aan de veilige kant zitten. Wij zoeken een verantwoorde lijn als er verschillende biologische rapporten zijn. Wat betreft de bijvangsten kijken wij naar het Deense model.

[…]

Wat betreft de vervuilde gebieden en de vangst van aal of paling, zijn er afspraken gemaakt. Wij willen monitoren of dat allemaal redelijk loopt. Als wij aanwijzingen hebben dat het niet goed loopt, hebben wij het middel van een wettelijk vangstverbod. Ik kan dat nu niet nader concretiseren. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag me even af of ik mijn vraag wel moet stellen, maar ik doe het toch, over de overcapaciteit en de benadering daarvan van de staatssecretaris. Erkent hij dat er in de Nederlandse boomkorsector ecologisch gezien sprake is van overcapaciteit? Moet ik mijn vraag nog toelichten, want ik zie dat de staatssecretaris...

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Erkent de staatssecretaris dat er sprake is van overcapaciteit, ecologisch gezien, in de Nederlandse boomkorsector, dan wel is hij daarvan op de hoogte?
Mijn tweede vraag, die hiermee samenhangt, is ...

[…]

Staatssecretaris Bleker: Er is in ieder geval een overcapaciteit. Ik wil niet meteen zeggen dat de situatie ecologisch gezien ernstig is, maar er is overcapaciteit en met stimulerings- en begeleidingsmaatregelen wordt gepoogd, dat in goede banen te leiden. Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap het uitgangspunt van de staatssecretaris, maar bij de garnalensector zien wij dat door het aan de markt over te laten en pas in te grijpen om ecologische redenen, je een situatie creëert waarin vissers elkaar de tent uit vechten. Hoe ziet de staatssecretaris dat?

Staatssecretaris Bleker: Er is wel een quotum vastgesteld. Het is juist dat het aan de ondernemers is om binnen de randvoorwaarden ondernemer te zijn. Het is duidelijk dat er concurrentie is.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn volgende vraag gaat over de toezegging die de staatssecretaris zojuist heeft gedaan om met BZK op te nemen of de dierenpolitie ook kan worden ingezet op stroperij. Daar zit precies onze zorg met dat plan. De stroperij viel altijd onder handhaving en toezicht uit het potje van LNV. De AID moest daarop controleren. Daar gaan wij schrappen. Nu gaan wij de nieuw uitgevonden dierenpolitie op taken zetten die wij eigenlijk al uitvoerden en moesten betalen. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Ik kan mij best voorstellen dat hij denkt: zo, dat gaat mooi van mijn begroting af en ik schuif het erop bij die van de minister van BZK. Is dat ook de bedoeling van dat plan?

Staatssecretaris Bleker: Zo zie ik het niet, maar nu in het regeerakkoord sprake is van 500 animal cops moet je wel kijken welk probleem je ermee wilt oplossen en waar die problemen zitten. Zitten die alleen bij de gezelschapsdieren of ook bij de bedrijfsmatig gehouden dieren? Zitten die ook in de wijze waarop bijvoorbeeld de sportvisserij met dieren omgaat? Waar zit het probleem? Vervolgens moet je kijken hoe de extra capaciteit zo effectief mogelijk kan worden ingezet, met een zo hoog mogelijke kans op terugdringen van dierenleed. Ik vind dit helemaal geen spelletje waarbij het ene balletje naar het ene departement en het andere balletje naar het andere departement gaat. Je moet redeneren van het probleem naar de oplossing. Dat wil zeggen: een betere aanpak van dierenleed en een hogere pakkans voor mensen die dat veroorzaken en vervolgens kijken hoe je dat het slimst organiseert. Dat zou mijn invalshoek zijn.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, nu heb ik mijn vragen kort gehouden. Ik houd het nu ook kort. Als de staatssecretaris zegt dat het hem gaat om het aanpakken van de dierenmishandeling, dan ben ik tevreden. Maar voor een vis maakt het niet uit of hij wordt gevangen door iemand met een vergunning of niet. Is dat het criterium dat wordt meegenomen? Als het puur om de stroperij gaat, om de vraag of je ergens mag vissen of niet, dan hoort het bij de AID. Blijft dat zo? Gaat het om het opsporen van vissenmishandelaars -- dat zou ik graag zien -- dan hoor ik dat graag.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb helemaal niets aan het antwoord toe te voegen. Ik ben ook door mijn quota van antwoorden heen, zoals mevrouw Ouwehand bijna door haar quota van interrupties heen is. Gedeelde smart is halve smart.

[…]

Ik kom bij de visserij in de Natura 2000-gebieden op zee. Het gaat daarbij om gebieden met een aantal welluidende namen. In de twaalfmijlszone gaat het om de Vlakte van de Raan. Dat aanwijzingsbesluit is gereed ter ondertekening. De aanwijzing vindt plaats voor het eind van het jaar. Het aanwijzingsbesluit voor de Noordzeekustzone ligt ook klaar. Het aanwijzingsbesluit voor de Doggersbank is voorzien voor medio 2011. Dat geldt ook voor het besluit voor de Klaverbank en voor het Friese Front. De genoemde Natura 2000-gebieden zullen worden beschermd tegen de negatieve effecten van bodemberoerende visserij. De afsluiting van gehele gebieden is niet aan de orde. Het gaat om het beperken van de negatieve effecten van de bodemberoerende visserij en niet om een afsluiting. Er vindt nu intensief overleg plaats met het bedrijfsleven en de natuurorganisaties. Binnenkort wordt het eerste resultaat bekend gemaakt.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Ouwehand heeft een vraag over de import van genetisch gemanipuleerd materiaal uit de Verenigde Staten. Voor het toestaan van de import van genetisch gemodificeerd voedsel zijn Europese kaders van toepassing. Tot op heden is er een vrij stringent beleid van kracht. Er vindt discussie plaats. Binnenkort komt dit onderwerp aan de orde in een overleg met de Kamer.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kan de eerlijkheid van de staatssecretaris waarderen. Hij zegt namelijk dat hij nog niet helemaal is ingewerkt en in januari 2011 met een aanvullende brief zal komen. Ik vraag hem daarin duidelijk te maken hoe hij de duurzaamheid precies ziet waar ik naar heb gevraagd. Ik vraag hem ook om schriftelijk te reageren op het rapport waarover ik heb gesproken. Ik kan mij voorstellen dat dit nu nog even niet kan.Binnen Europa wordt over de genzalm gesproken. Ik vraag of we voor de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad een schriftelijke reactie kunnen krijgen op het nieuws uit Amerika. Het lijkt er namelijk op dat we met de huidige Europese regels de genetisch gemanipuleerde zalm niet uit Europa kunnen weren. Ik weet graag hoe dit zit voor de volgende bespreking. Ik maak nog een opmerking over de bescherming van de gebieden. De staatssecretaris heeft gesproken over de Natura 2000-gebieden met klinkende namen. Er zijn er meer, zoals de Centrale Oestergronden en de Gasfonteinen, gebieden die mogelijk aan de criteria van OSPAR voldoen. Is de staatssecretaris bereid om de Kamer een brief te sturen met de gebieden welke nog worden beoordeeld op het voldoen aan de criteria van ofwel de Habitatrichtlijnen ofwel OSPAR, zodat wij daarover mogelijk in januari a.s. kunnen spreken? Ik sluit af met een motie.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb een aantal schriftelijke reacties gevraagd. Ik zag de staatssecretaris knikken toen ik daarover sprak, maar ik hoor graag een bevestiging dat mijn vragen schriftelijk zullen worden beantwoord. Het gaat over de genzalm, over de mensenhandel en de uitbuiting op schepen die mogelijk aan Europa leveren en over zijn visie op duurzaamheid in de januaribrief. Staatssecretaris Bleker: Het antwoord is driemaal ja.

De voorzitter: Dat komt allemaal mee in de brief van januari?

Staatssecretaris Bleker: Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zo moet het niet. Het antwoord op de vraag over de genzalm ontvang ik graag voor de eerstvolgende Landbouw- en Visserijraad.

De voorzitter: Dat lijkt mij logisch.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): En het rapport ontvang ik graag zo snel als mogelijk.

De voorzitter: Oké, het punt is helder.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, de brief met de stand van zaken betreffende de beschermde gebieden mag wat mij betreft worden meegenomen in de brief van januari. Ik ben vergeten hier in tweede instantie een "ja" op te vragen.

Staatssecretaris Bleker: Inderdaad. Het "ja" was al gegeven voordat u er opnieuw om vroeg, mevrouw Ouwehand.