Bijdrage Ouwehand Begroting Volks­ge­zondheid, Welzijn en Sport 2011


9 november 2010

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Toen ik vier jaar geleden voor het eerst de VWS-begroting mocht behandelen, had ik veel vragen over het kabinetsbeleid ten aanzien van dierproeven. Dat werd een beetje vreemd gevonden, herinner ik mij nog. Ik moest een van de collega-Kamerleden zelfs uitleggen dat de minister van VWS verantwoordelijk is voor dit dossier. Ik begreep de vraag wel, want er was eigenlijk helemaal geen dierproevenbeleid. Het kabinet begon er niet over en de Kamer vroeg er niet naar, de incidentele vragen daargelaten. Dat is de afgelopen jaren veranderd. Ik heb een aantal VWS-begrotingen gedaan met ruime spreektijden, omdat er allerlei vragen lagen over het dierproevenbeleid waarover moeilijk debatten waren te organiseren. Maar het kabinet formuleerde een visie op alternatieven voor dierproeven, het budget voor de ontwikkeling van proefdiervrije technieken werd verdubbeld en vorig jaar beloofde de voorganger van de nieuwe minister -- welkom trouwens; excuus, ik wilde u nog feliciteren evenals de staatssecretaris -- om de Kamer ieder jaar te informeren over de voortgang in het dierproevenbeleid. En zo geschiedde. Wij kregen een prachtige brief met de stand van zaken op dit punt. Ik heb een AO aangevraagd in de commissie voor VWS. Daarbij zette ik maar even kort uiteen dat ik heel graag in een algemeen overleg in debat wilde met de minister, zodat ik niet genoodzaakt was om dat allemaal in het VWS-begrotingsdebat te doen. Ik beloof de collega's die zich afvroegen "moeten wij hier nu een halfuur naar gaan luisteren": nee, het worden ongeveer zeven minuten. Wij komen dus over de details te spreken in een regulier, wat mij betreft jaarlijks algemeen overleg met de minister van VWS. Dan kan ik mij nu beperken tot de hoofdlijnen en de centjes, want het gaat natuurlijk wel over de begroting voor volgend jaar. Het terugdringen van het aantal dierproeven staat dus duurzaam op de agenda. Dat is een mooi begin voor een beleidsterrein dat onze aandacht nodig heeft. Het is een win-win-winsituatie als het ons lukt om het aantal dierproeven te beperken. Dierproeven zijn een alternatief voor wat wij eigenlijk willen weten: wat doet een bepaalde stof of een medicijn bij de mens? Dierproeven hebben zo dus hun beperkingen in de kennis die wij daaruit kunnen vergaren. Alternatieven voor dierproeven zijn een belangrijk innovatief onderzoeksgebied, waarmee wij voorop kunnen lopen in de EU, geld kunnen besparen, betere kennis kunnen genereren en dierenlevens besparen. Maar het aantal dierproeven verminderen gaat niet vanzelf. Vorig jaar is het aantal zelfs gestegen. Daar hadden wij het toenmalige kabinet al voor gewaarschuwd: er was inzet, maar het is niet genoeg. Een budgetverhoging van 1 mln. naar 2 mln. per jaar laat nog steeds verreweg het grootste deel van ons onderzoekspotentieel voor alternatieven onbenut. Dit kabinet wil verder op de door het vorige kabinet ingeslagen weg en daar zijn wij heel blij mee. In het regeerakkoord staat: wij willen inzetten op alternatieven voor dierproeven. Dat omarm ik, dat juich ik toe, maar ik zeg er ook meteen bij tegen dit nieuwe kabinet: wat er nu staat, is niet genoeg.

Daarom heb ik een aantal vragen. Het Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor Dierproeven moet belangrijke dingen gaan doen. Wij zijn er blij mee, wij hebben erom gevraagd. De financiering staat nu begroot tot 2013. Ik hoor graag van de minister dat het in elk geval haar intentie is om daarvan een structurele financiering te maken en tijdig met eventuele wijzigingen te komen, zodat wij daarover kunnen spreken. Het is mij ter ore gekomen dat het convenant voor de daadwerkelijke inwerkingtreding van het nationaal kenniscentrum wordt vertraagd door het ministerie van VWS. Klopt dat? Kan de minister daarover duidelijkheid geven? Wat de bezuiniging betreft op het aantal ambtenaren die dit kabinet heeft aangekondigd, denk ik dat er bij het ministerie van VWS -- ik moet het maar even eerlijk zeggen -- niet te bezuinigen valt op het aantal ambtenaren dat zich bezighoudt met dit beleid, want die zijn er niet. Die klachten bereiken mij nu al jaren. Ik dacht: ik leg het maar meteen bij het kersverse kabinet neer. Volgens mij is het tijd voor in elk geval één verantwoordelijke ambtenaar, het liefst met een team om zich heen, willen wij dit serieus nemen. Graag krijg ik een reactie hierop.

Voor volgend jaar staat er iets meer dan 2 mln. op de begroting voor alternatieven voor dierproeven, waarvan 1 mln. voor ASAT, het programma waarmee alle giftigheidstesten op dieren volledig overbodig zouden kunnen worden gemaakt. Dat is prachtig. Wij hebben erom gevraagd en ook de VVD-fractie is overtuigd van de potentie. Maar dan laten wij het fundamenteel onderzoek nog onderbelicht. Hoe ziet de minister dat? Een oplossing kan liggen in het koppelen van onderzoek naar proefdiervrije technieken aan de investeringen die de overheid zelf doet in biomedisch onderzoek. Voelt de minister daarvoor? Zouden wij een vast percentage kunnen reserveren? Ik heb alvast een amendement in voorbereiding voor de begroting voor aankomend jaar, maar ik zou graag een vaste afspraak willen maken dat wij een vast percentage van onze onderzoeksinvesteringen op biomedisch gebied oormerken voor de ontwikkeling van alternatieven.

ZonMw gaat over de verdeling van de budgetten voor alternatieven voor dierproeven en heeft afgelopen zomer een toekomstscenario naar het ministerie van VWS gestuurd. De minister spreekt daar niet over in haar brief. Kan zij er duidelijkheid over verschaffen? In het scenario staan duidelijke percentages van het aantal dierproeven dat wij kunnen verminderen en de budgetten die daarbij horen. Graag een reactie.Dan is er nog een aantal punten voor de begroting VWS dat ik wil benoemen.

Preventie is voor onze fractie belangrijk. En dat kan heel goed zonder betutteling, zeg ik tegen de VVD. Mensen met een groene woonomgeving voelen zich gezonder en zijn dat ook. Zij bezoeken minder vaak de huisarts voor depressie, diabetes, COPD en duizeligheid. Dit kabinet bezuinigt fors op groen. Dat is onverstandig en op alle mogelijke manieren kortzichtig. Onze gezondheid is in het geding, terwijl dat niet hoeft. Hoe zien deze bewindslieden dat? Ook het Voedingscentrum maakt zich zorgen over het ontbreken van voeding en preventie in het regeerakkoord. Preventie heeft alles te maken met eerlijke voorlichting, duidelijke effecten. Duidelijke etiketten als het Wereld Kanker Onderzoek Fonds waarschuwt voor de risico's van het eten van rood vlees, worst en salami. Goed geïnformeerde keuzevrijheid heet dat.

Preventie zit ook in deugdelijk voedselveiligheidbeleid van de overheid. Als je zeker weet dat palingen die in een bepaald gebied leven vol zitten met chemisch afval, zeg je gewoon tegen de vissers dat ze daar niet mogen vissen. Anders weet je zeker dat je een enorm risico loopt dat die vissen toch in de voedselketen terechtkomen. Wij hebben op dit punt grote zorgen. De afgelopen jaren hebben wij gezien dat bedreigingen vanuit de ketens, landbouw of visserij, onvoldoende zijn opgepakt door het ministerie van VWS. Wij zien nu nieuwe ontwikkelingen. Wij zien gemengde bedrijven ontstaan waar varkens en kippen bij elkaar worden gehouden, terwijl wij weten -- de GGD waarschuwt er ook voor -- dat daar een grote kans op mutatie van griepvirussen ontstaat. Ik hoor graag dat de minister van VWS op zijn Agnes Jongerius' zegt: ik ga het niet meemaken dat grote volksgezondheidsrisico's ontstaan vanuit de veehouderij, de visserij of andere sectoren. Wij willen niet nog een keer zien dat VWS achter Landbouw aanloopt en dat wij voortdurend geconfronteerd worden met grote bedreigingen van de volksgezondheid. Voorzitter. Ik had vanavond een klein twittermomentje met Han ten Broeke van de VVD, die bij Defensie bleek te vergaderen. Daar stonden broodjes op tafel, die na een uur moesten worden weggehaald in verband met hygiënevoorschriften. Han ten Broeke twitterde dat de regeltjes in Nederland zijn doorgeschoten. Ik twitterde terug met het idee om aan de minister van VWS te vragen of zij bereid is een analyse te maken. Het weggooien van voedsel dat nog prima eetbaar is, kan een gevolg zijn van iets te ver doorgeschoten regelgeving. Han ten Broeke: "Ik voel een voedsel-deregulerings akkoord aankomen!" Wat mij betreft is dat prima. Wij gaan daar natuurlijk niet de palingen en de vleesveiligheidsvoorschriften onder schuiven, maar als wij kunnen inzetten op het minder weggooien van voedsel omdat het niet nodig is om daar zo strikt in te zijn, lijkt mij dat prima. Wij moeten gewoon weer uit de pot pindakaas kunnen smeren als wij boterhammen maken voor mensen. Dat zou mij een lief ding waard zijn. Voelt de minister daarvoor?

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Toen ik de VVD een rijtje trends hoorde opnoemen, vroeg ik mij even af waar de trend van het groeiende aantal kinderen met obesitas of overgewicht bleef. Maar laat ik het over een andere boeg gooien, want een aantal collega's hebben hierover al vragen gesteld. Hoe staat de VVD tegenover preventie? In het regeerakkoord kunnen we lezen dat dit kabinet subsidies die niet werken, wil schrappen. Dat lijkt me altijd goed. Maar uit een rapport van wetenschappers van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat het gemeenschappelijke landbouwbeleid, met alle subsidies die waren bedoeld om voldoende voedsel in Europa te produceren, uiteindelijk heeft geleid tot een enorme stijging van het aantal hart- en vaatziekten. Voldoende voedsel is uiteindelijk wel gerealiseerd, maar we bleven maar doorgaan met het sturen op productie, met overproductie en overconsumptie als gevolg. Mag ik de woordvoerder van de VVD vragen of hij in ieder geval bereid is om in zijn fractie die subsidies als eerste aan de orde te stellen?

De heer Mulder (VVD): We komen met een omweg, via landbouw, weer bij VWS terecht. Weet u wat? Als u even opschrijft wat u wilt, geleid ik dat wel door naar mijn fractie. Ik vertel u dan wel wat de uitkomst was.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prima, zo hoor ik dat graag.

[...]

Minister Schippers: Het amendement op stuk nr. 20 van mevrouw Ouwehand over alternatieven voor proefdieren. Ik sta positief tegenover haar wens om een impuls te geven voor alternatieven voor dierproeven. De dekking van het amendement is echter ondeugdelijk, omdat het juridisch verplicht is om het geld op deze manier te besteden. Bovendien is het Olympisch Plan 2028 ook nog eens een prioriteit in het regeerakkoord.

Mevrouw Ouwehand: In overleg met de mensen van het BOR heb ik onderzocht welk deel juridisch verplicht is. Dat was ons namelijk onduidelijk. Kan de minister mij zeggen welke budgetflexibiliteit er nog is? Ik vraag dat, omdat ik het amendement graag in stemming wil laten brengen. Ik heb dit bedrag dus met de natte vinger ingevuld, omdat de budgetflexibiliteit ons niet duidelijk was. Als de minister mij een concreet antwoord geeft, kan ik het amendement eventueel aanpassen.

Minister Schippers: Daarvoor is hier geen ruimte. Als mevrouw Ouwehand mij vraagt om uit het hoofd aan te geven waar er in de begroting nog ruimte zit, moet ik dat toch echt nakijken.

Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft op stuk nr. 21 een sympathiek amendement ingediend, omdat ik sympathie voel voor het doel ervan. De middelen van Life, Sciences & Health zijn wel al in een FES-project belegd. Een FES-project wordt pas toegekend als er een gedetailleerd onderzoeksplan is voorgelegd. Ik ben desondanks bereid om te verkennen of er toch mogelijkheden zijn in het project om ruimte te maken voor dit doel. Ik kom hierop graag schriftelijk terug.

[...]

Mevrouw Ouwehand: Voorzitter. Dank aan de bewindspersonen voor hun beantwoording. Ik hoorde de VVD-fractie spreken over de trends. De heer Mulder zei: de vraag is niet of de zorgkosten gaan stijgen, maar hoe hard. De minister werkt een toekomstscenario uit en laat het een en ander doorrekenen door het Centraal Planbureau. Dat lijkt mij verstandig. Wat mij onverstandig lijkt, is om de effecten van een groene leefomgeving op onze gezondheid, die inmiddels steeds beter worden aangetoond, daarin niet mee te nemen. Ik hoor graag de toezegging van de minister dat zij deze kennis in elk geval meeneemt in de uitwerking van een toekomstscenario.

(Motie)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het de ambitie van het ministerie van VWS is om iedereen zo lang mogelijk gezond te houden en zieken zo snel mogelijk beter te maken;

constaterende dat de zorgkosten blijven stijgen;

constaterende dat in een aantal onderzoeken inmiddels is aangetoond dat contact met groen/natuur gezond is en effecten oplevert zoals 15% minder overgewicht

bij kinderen, een vermindering van symptomen van ADHD bij kinderen en significant minder huisartsbezoek voor onder meer hartziekten, depressie, astma en

diabetes;

verzoekt de regering

- een overzicht te maken van de resultaten van onderzoek naar de relatie tussen groen en gezondheid;

- te kwantificeren hoeveel gezondheidskosten bespaard zouden kunnen worden door groen in de omgeving;

- de Kamer hierover in het voorjaar van 2011 te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Voortman, Van Gerven, Dijkstra en Wiegman-van Meppelen Scheppink.

Zij krijgt nr. 67 (32500-XVI).

Mevrouw Ouwehand: We hebben gesproken over dierproeven. De minister heeft gezegd dat ze een visie wil ontwikkelen, en ze heeft nog wat antwoorden voor me klaar in tweede termijn. Ik wil hier het vertrouwen uitspreken, zeker gezien de opstelling van de VVD-fractie vorig jaar, waaruit bleek dat ook de VVD inmiddels ziet dat er voordelen te behalen zijn, niet alleen qua besparing van dierenlevens, maar zeker ook aan vermindering van administratieve lasten voor de farmaceutische industrie, en betere kennis over de gezondheid van mensen. Ik spreek het vertrouwen uit dat we op een later moment met deze minister echt werk kunnen maken van dit dossier.Ik heb een motie, omdat ik de minister-president nadrukkelijk heb horen zeggen dat hij het op prijs stelt als de oppositie meedenkt en ideeën aandraagt. De andere ideeën laat ik voor het latere overleg, maar één motie wil ik nu vast indienen, zodat de minister haar kan meenemen in haar nog te ontwikkelen visie.

(Motie)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet wil inzetten op alternatieven voor dierproeven;

overwegende dat het aantal dierproeven vorig jaar voor het eerst in zes jaar weer is gestegen;

overwegende dat de overheid jaarlijks verschillende onderzoeken (mede) financiert op het gebied van de biomedische wetenschap en de

voedingsmiddelentechnologie waarbij dierproeven worden verricht;

van mening dat investeringen in onderzoek waarbij proefdieren worden gebruikt gepaard zouden moeten gaan met investeringen in de ontwikkeling van

proefdiervrije technieken;

verzoekt de regering, inzichtelijk te maken welk deel van het (biomedische en voedingstechnologische) onderzoeksbudget wordt besteed aan onderzoek met

proefdieren;

verzoekt de regering, met een voorstel te komen voor het oormerken van een deel van de onderzoeksbudgetten voor de ontwikkeling van de alternatieven voor

dierproeven en de Kamer hierover te informeren voor de zomer van 2011,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Wiegman-van Meppelen Scheppink, Voortman en Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende

ondersteund.

Zij krijgt nr. 68 (32500-XVI).

Mevrouw Ouwehand: Deze motie is met name bedoeld om te onderstrepen dat we op dit moment het Nederlandse onderzoekspotentieel nog onderbenutten als het gaat om proefdiervrije technieken. Dat lijkt me zonde. Ik heb een vraag gesteld over de hygiënevoorschriften, en het gevolg dat daar soms uit voort vloeit dat voedsel dat best nog bruikbaar is wordt weggegooid. De minister heeft schriftelijk geantwoord dat daar een evaluatie naar loopt, waarvoor dank. Wij wachten daar met spanning op. Ik meende uit haar toon en de formulering van de beantwoording te kunnen opmaken dat ook zij vindt dat er te veel voedsel wordt verspild. Kan de minister dat nog bevestigen? Wij zouden daar graag op willen sturen. Ik denk dat ik dit mede namens de heer Han ten Broeke mag zeggen. Maar ik wacht de reactie in tweede termijn nog even af.

Minister Schippers: Mevrouw Ouwehand vraagt mij bij motie om de relatie tussen groen en gezondheid te onderzoeken. Ik ben niet voornemens om een literatuurstudie op te stellen. Daar heb ik echt onvoldoende ambtenaren voor. Ik vind het wel een relevant thema, dus ik neem het mee in de komende nota gezondheidsbeleid. Verder heeft mevrouw Ouwehand een motie ingediend over alternatieven voor dierproeven. Zij verzoekt de regering met een voorstel te komen voor het oormerken van een deel van de onderzoeksbudgetten. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid, althans voor zover de overheid erbij betrokken is. Ik neem het graag verder mee in het debat over dierproeven.

Mevrouw Ouwehand: Dank voor de reactie. Het gaat mij om de rol van de overheid. Ik dank de minister ook voor haar reactie op de amendementen. Ik ben bereid ze aan te passen, maar dan zou ik graag de schriftelijke reactie voor de stemmingen ontvangen.