Bijdrage Ouwehand over mogelijk verlengde toelating Glyfosaat


12 juni 2017

Voorzitter. Roundup, dat is dat middel waarvoor Zuid-Amerikaanse milieuactivisten ons al jaren waarschuwen. Het wordt op grote schaal gebruikt voor de teelt van veevoer in Latijns-Amerika. Als je rondrijdt in die gebieden met je auto, zie je geen insectje meer dat tegen je raam is doodgeslagen, want al het leven is daar doodgespoten. Het is ook het middel waarover mensenrechtenorganisaties al regelmatig bij ons in de Kamer aan de bel hebben getrokken, omdat kinderen die in die gebieden wonen, ziek zijn en met ernstige klachten rondlopen. Zij leven namelijk in door Roundup gedomineerde gebieden.

Datzelfde middel wordt in Europa ook gebruikt. De Europese organisatie die moet beoordelen of het veilig is, zegt dat dit inderdaad zo is, zelfs toen de Wereldgezondheidsorganisatie in 2015 zei dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is. Wat deed die Europese instantie? Die betichtte de Wereldgezondheidsorganisatie van het bedrijven van activistische wetenschap. "We zijn beland in het tijdperk van lobby- en campagnewetenschap, in tijden van Facebook," zei EFSA (European Food Safety Authority). En wat deed Monsanto met de waarschuwing van de WHO (World Health Organization)? Het zette een aanvalsstrategie in om onder andere de Europese toelating veilig te stellen.

EFSA moest natuurlijk wel iets met de uitspraken van de WHO. Op 15 maart zei een andere Europese instantie: we weten het nu zeker, het is niet kankerverwekkend. Dezelfde week openbaarde de rechter in Amerika allerlei documenten waaruit blijkt dat Monsanto zelf heeft meegeschreven aan de beoordeling en dat studies waarin op het gevaar werd gewezen, aan de kant zijn geschoven. Staat EFSA even in haar hemd, zeg. Nu zegt EFSA wel dat het ernstig is dat Monsanto vergaand al het onderzoek heeft beïnvloed. De Nederlandse toelatingsinstantie, Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden), zegt hetzelfde, maar de vraag is welke conclusies en gevolgen we daaraan verbinden. Het kan toch niet zo zijn dat Monsanto zijn grote budgetten mag inzetten om te proberen om de conclusies in zijn eigen voordeel te laten uitvallen en dat er geen consequentie is als het bedrijf betrapt wordt? Wat zegt de staatssecretaris? Wat is de consequentie die het kabinet eraan verbindt?

Wat de Partij voor de Dieren betreft is het voornemen van de Europese Commissie om aan het einde van dit jaar de toelating voor glyfosaat met tien jaar te verlengen volstrekt niet aan de orde. Kan de staatssecretaris duidelijk maken dat hij in elk geval niet zal instemmen met een toelating voor tien jaar? Kan de staatssecretaris ook zeggen dat de Nederlandse positie vanaf nu is dat we niet blind de uitkomsten en conclusies van EFSA volgen? Ten eerste omdat de onderzoeken op basis waarvan zij conclusies trekt, niet openbaar zijn, terwijl de regering dat wel wil, en niet onafhankelijk zijn, zoals nu is gebleken. Ten tweede omdat we altijd een eigen zelfstandige politieke afweging moeten maken, waarbij de Wereldgezondheidsorganisatie kennelijk, zoals Ctgb ook toegeeft, een andere rol heeft dan de toelatingsinstanties. De gezondheidsbelangen zouden toch voorop moeten staan?

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
In het verleden hebben D66 en de Partij voor de Dieren ook wel samen opgetrokken om echt kritisch te zijn over de toelatingsprocedure, onder andere middels een aangenomen motie van de Partij voor de Dieren en D66 met als strekking dat de studies op basis waarvan die oordelen worden gevormd openbaar moeten zijn. Dat is nog steeds niet het geval. Wij hebben nu gezien dat onze voortdurende vrees terecht zou kunnen zijn dat die onafhankelijkheid in het geding is. Ik hoor D66 nu zeggen: laten wij niet op de zaken vooruitlopen. Maar dan geldt voor D66 toch zeker wel het voorzorgsbeginsel? Wij hebben eerder voor deze situatie gestaan. Toen hebben wij tegen het kabinet gezegd: wij stemmen tegen die verlenging. Is D66 bereid om dat vandaag ook helder aan het kabinet mee te geven?

De voorzitter:
Interrupties kunnen wat beknopter, geef ik maar vast aan de andere deelnemers mee. Mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Wij willen op dit moment nog niet zeggen dat wij een verlenging categoraal afwijzen, maar wij zouden wel willen zeggen dat wij een verlenging voor tien jaar erg ver vinden gaan en dat de onderzoeken die nog niet openbaar zijn, wel degelijk openbaar moeten worden. Dat is dus nu de insteek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Fijn, dank voor dit heldere signaal. Bij afwezigheid van de fractie van de Partij van de Arbeid geef ik de staatssecretaris mee dat daarmee een behoorlijk deel van deze Kamer heel kritisch is over de voorgestelde verlenging met tien jaar, want de sociaaldemocratische fractie in het Europees Parlement heeft ook al gezegd: dat gaan wij helemaal niet doen, weg met die verlenging.

(….)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan mij helemaal vinden in het betoog van GroenLinks. Ik wil nog wel helderheid over het volgende. Vindt GroenLinks ook dat wij vandaag besluiten moeten nemen, in de zin dat er een verlenging komt die van zeer beperkte duur moet zijn en er een plan voor afbouw komt? Het risico is namelijk dat het kabinet gaat zeggen dat er nog onderzoeken lopen en dat eerst de onderste steen boven moet komen. Hoe langer je wacht met het nemen van die besluiten, hoe sterker weer het argument gaat worden: er is nu eenmaal geen alternatief, dus we kunnen niet anders dan toch die verlenging doorzetten. Is GroenLinks met de Partij voor de Dieren van mening dat, ook al lopen er nog onderzoeken over hoe dit allemaal in elkaar steekt …

De voorzitter:
Wilt u uw interruptie afronden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… het van groot belang is om vandaag al helderheid te scheppen?

De heer Grashoff (GroenLinks):
Ik meen dat ik daar in mijn betoog al behoorlijk wat helderheid over heb geschapen, maar als dat nodig is, wil ik het graag herhalen. Nee, een verlenging met tien jaar staat absoluut niet in enige verhouding tot de onzekerheden die er zijn. Dan kies je juist voor een heel korte termijn en voor een route naar uitfasering.

(…)

pleiten voor een langere of een kortere toelating, en zo ja, waarom?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een korte vraag. Als het CDA zegt dat we vertrouwen moeten hebben in de wetenschappers, dan vraag ik me wel het volgende af. De EFSA zegt dat het veilig is. Maar het internationaal kankeragentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie schrijft in een brief aan de EFSA: nou, gelet op het onderzoek dat wij zien en onze beoordeling voelen wij ons wat ongemakkelijk bij uw conclusie. Welke institutie moeten wij dan vertrouwen volgens het CDA?

De heer Von Martels (CDA):
Mevrouw Ouwehand doelt op het IARC. Ook dat wetenschappelijk onderzoek heb ik natuurlijk gelezen. Ik heb ook gezien dat men glyfosaat in de categorie 2A heeft geplaatst. Daar valt onder andere ook rood vlees onder, om maar iets te noemen. Het onderzoek naar en de wetenschappelijke analyse van het gebruik van glyfosaat van het IARC was minder goed en grondig uitgevoerd. Het onderzoek van de andere autoriteiten, zij het die in Australië, Amerika of Nieuw-Zeeland — ik heb ze net allemaal opgenoemd — is veel grondiger geweest. Dat is voor ons dan ook leidend: het meest grondige wetenschappelijk onderzoek en de meest grondige onderbouwing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zo, toe maar! En dat over een middel waar boeren kanker van krijgen.

De heer Von Martels (CDA):
Wat zegt u nou? U zegt iets waarvan ik denk: hoe komt u daarbij?

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand heeft het woord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vat even samen wat het CDA hier zegt. De beoordeling van de EFSA, waarvan nu blijkt dat veel van de studies op basis waarvan zij haar oordeel heeft gevormd, vergaand door Monsanto zijn beïnvloed, vindt het CDA betrouwbaarder dan de onafhankelijk werkende wetenschappers van het internationaal kankeragentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat is me wat!

De heer Von Martels (CDA):
Dat is me wat! Maar wat u net zei is me ook nogal wat. Gelukkig trok u uw woorden tijdig in. Wij beschouwen de wetenschappelijke onderzoeken die heel grondig zijn gedaan als leidend. Natuurlijk luisteren we ook naar het IARC, maar zoals ik aan het begin van mijn pleidooi al zei, komt dit debat wat mij betreft veel te vroeg. Laten we eerst eens bekijken wat al die wetenschappers ervan zeggen. We willen hierover een eigen standpunt innemen. Om dat te kunnen bepalen, hebben we in ieder geval de wetenschap nodig. Dat is de kern van mijn betoog.

(…)

De heer Futselaar (SP):

Het gedrag van Monsanto lijkt ook alle aanleiding te geven om voorzichtig te zijn. Ik verwijs kortheidshalve naar het betoog van mevrouw Ouwehand. Ik had dat van tevoren opgeschreven en zij heeft mij niet teleurgesteld.

(…)Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het Europees Agentschap voor chemische stoffen heeft inderdaad op 15 maart gezegd dat het veilig is. Maar in diezelfde week kwamen allerlei stukken in de openbaarheid over de manier waarop Monsanto vergaand de onderliggende stukken heeft beïnvloed. Zelfs de EFSA zegt daarvan dat dat wel ernstig is. Maakt dat voor de VVD helemaal niets uit? Ik begrijp namelijk uit het betoog van mevrouw Lodders dat ze nu wel genoeg weet, zodat glyfosaat voor tien jaar kan worden toegelaten op de Europese markt.

Mevrouw Lodders (VVD):
Dit is niet het enige onderzoek dat in de afgelopen periode is gedaan. De stukken over Monsanto zijn op dit moment onder de rechter. Daarover wordt dus een oordeel geveld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik begrijp het niet zo goed. Als burgers allerlei pogingen doen om hun belasting niet te betalen, is de consequentie als ze gesnapt worden niet alleen maar dat ze dan toch die belasting moeten betalen. Dan zit daar een boete op, want zulk gedag is onacceptabel. Vindt de VVD het uit te leggen dat je twee verschillende standaarden hanteert? Als burgers proberen de boel te ondermijnen en daarbij gesnapt worden, dan staan daar sancties op. Maar als het grote bedrijfsleven dat probeert, zoals Monsanto nu, zou de enige consequentie eventueel zijn dat het geen toelating krijgt. De VVD vindt overigens dat Monsanto gewoon door mag gaan. Het vergaand proberen te beïnvloeden van die Europese besluitvorming heeft dus geen andere consequenties, terwijl de EFSA zelf zegt dat het ernstig is.

Mevrouw Lodders (VVD):
Wat mevrouw Ouwehand hier doet — dat deed ze ook in haar eigen betoog — is het veroordelen van Monsanto. Dat is onder de rechter, en daar hoort het thuis. Wetenschappelijk onderzoek is wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappelijk is niet het onderzoek met eenzijdige informatie vanuit het bedrijfsleven maar ook niet het eenzijdig onderzoek van allerlei milieuclubs met hun horrorverhalen.

Beantwoording staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is toch wel problematisch. De staatssecretaris zegt, net als het Ctgb en de EFSA, dat het ernstig is wat Monsanto heeft gedaan, dat het schandelijk is, maar tegelijkertijd zegt hij met zoveel woorden dat hij voldoende vertrouwen heeft in de beoordelingssystematiek en de instituties die wij hebben opgebouwd. Dat is een beetje lastig, want ook het kabinet is van mening dat die studies openbaar zouden moeten zijn; dat is op dit moment niet het geval. Wat zegt het over de EFSA dat nu naar buiten is gekomen dat een van die belangrijke studies waarop zij zich heeft gebaseerd, een evaluatie is die is geschreven door een wetenschapper die van Monsanto €1.600 per dag heeft gekregen om dat te doen? Wat zegt het feit dat de EFSA daarover geschokt is en het dus niet wist? En …

De voorzitter:
U stelt nu wel heel veel vragen. Zullen wij de staatssecretaris eerst laten antwoorden?

Staatssecretaris Van Dam:
Het systeem dat wij hebben opgezet, deugt in de basis om te beoordelen of stoffen veilig zijn, of ze veilig kunnen worden gebruikt, wat de effecten ervan zijn op het milieu en of die effecten verantwoord zijn op basis van een aantal voorwaarden die je stelt aan het gebruik ervan. Die beoordeling vindt niet alleen plaats op basis van één paper. De EFSA heeft bekendgemaakt dat ze 700 documenten heeft bekeken; dat zijn vele duizenden pagina's. De studie waaraan mevrouw Ouwehand refereert, is een tekst die door een ghostwriter, een medewerker van Monsanto, is geschreven. Cruciaal voor de beoordeling zijn alle ruwe data, alle onderzoeken die zijn gedaan en de gegevens die daaruit voortkomen. Die worden beoordeeld door de EFSA.

Het is heel begrijpelijk dat je wantrouwend bent over Monsanto na alles wat bekend is geworden. Dit betekent echter niet dat je dan meteen ook wantrouwend moet staan tegenover de wijze van beoordeling van dit soort stoffen die wij hebben afgesproken. Het is essentieel dat wij vertrouwen houden in de manier waarop wij tot een oordeel komen of het wel of niet verantwoord is om een bepaalde stof te gebruiken. Als je alleen zou varen op een paper die is geschreven door mensen die worden betaald door het bedrijf dat een aanvraag indient, dan zou die beoordeling door geen van ons worden vertrouwd.

Echter, zo werkt het niet. Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan en die onderzoeken worden niet alleen op de conclusies beoordeeld, maar op basis van de ruwe data die daaronder liggen. De beoordelingsprocedure is dus heel zorgvuldig. Naar aanleiding van de discussies die wij in de afgelopen jaren hebben gevoerd en het groeiende wantrouwen in de samenleving dat ik ook zie, kun je de vraag stellen of het goed zou zijn als wij in Europa met elkaar bekijken hoe de procedure is ingericht en of die zodanig kan worden aangepast dat het vertrouwen verder wordt versterkt. Een aantal leden heeft geopperd: zou het niet goed zijn als de onderliggende studies en data openbaar worden? In dit geval heeft de EFSA al veel openbaar gemaakt en laten weten dat ze probeert nog meer openbaar te maken. Dat is een belangrijke stap. Die helpt ook, want dit betekent dat veel andere mensen dezelfde beoordeling kunnen uitvoeren en ook kunnen toetsen of de beoordeling van EFSA terecht is geweest. Ik denk dat dit behulpzaam is.

Het lijkt mij goed dat wij met elkaar spreken over dit soort elementen van de procedure, maar ik ben van mening dat wij voorzichtig moeten zijn met de vraag of je de hele procedure wel kunt vertrouwen, zoals mevrouw Ouwehand zegt. Die procedure kun je wel vertrouwen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorheen zijn er stoffen toegelaten waarvan we later een beetje spijt hebben gekregen. Dat zet dat onaantastbare vertrouwen in de procedure wel een beetje in een ander daglicht, net als het gebrek aan openbaarheid. In dit geval zijn allerlei stukken uiteindelijk wel openbaar geworden. Daarin zie je dat onafhankelijke wetenschappers van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek — dat zijn er ongeveer 90 — hebben gezegd dat je dat middel vanuit het voorzorgsbeginsel beter niet kunt gebruiken, of moet uitfaseren. Het Ctgb zegt dat het gewoon veilig is, maar als je dan doorvraagt en vraagt waarom het Ctgb er anders naar kijkt, zegt het: we hebben nu eenmaal andere rollen. De rol is toch dat we de volksgezondheid en de biodiversiteit eerst beschermen, in plaats van bekijken wat de landbouwpraktijk het beste uitkomt? Die belangenafweging vindt hier plaats.

Staatssecretaris Van Dam:
Er zijn ook stoffen, gewasbeschermingsmiddelen, die als ze op de verkeerde manier gebruikt worden schadelijk kunnen zijn voor het milieu en/of de gezondheid. Met het op de juiste manier toepassen van bepaalde gebruiksvoorschriften kun je die risico's echter minimaliseren. Dat is onderdeel van de afwegingen die gemaakt worden bij de toelating van dit soort stoffen. Het gaat niet alleen maar om de vraag of er eventueel risico's voor het milieu c.q. de volksgezondheid zijn. Het is evident dat er bij onkruidbestrijders en insecticiden risico's zijn voor het milieu. Ze maken namelijk planten of insecten dood. Er zijn dus grote risico's voor het milieu als je die middelen verkeerd gebruikt. Daarom wordt er in de procedure altijd bekeken of ze verantwoord gebruikt kunnen worden en of de risico's zo veel mogelijk geminimaliseerd kunnen worden. Dat is onderdeel van het hele proces. Alleen de constatering dat een stof schadelijk kan zijn voor het milieu is dus onvoldoende om te zeggen dat je het nooit kunt gebruiken. Dan zou je überhaupt nooit meer gewasbeschermingsmiddelen kunnen gebruiken. Het is dus een stuk genuanceerder dan mevrouw Ouwehand naar voren brengt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter?

De voorzitter:
Nee, mevrouw Ouwehand, u hebt twee interrupties gehad en die waren aan de royale kant. Eerst de heer Futselaar.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dank voor de beantwoording van de staatssecretaris. Het zal hem niet verbazen dat de Partij voor de Dieren toch vandaag enige helderheid wil over de koers die het kabinet gaat varen. Terecht heeft de staatssecretaris gezegd dat de praktijken van Monsanto schandelijk zijn. Het is van groot belang dat we iets laten zien waaruit blijkt dat het niet zomaar kan gebeuren dat je probeert onderzoek te beïnvloeden of te sturen, of wat dan ook, zonder dat daaraan gevolgen worden verbonden. Ik heb daarover de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese toelating van glyfosaat eind dit jaar verloopt;

constaterende dat glyfosaat risico's oplevert voor ons drinkwater en de biodiversiteit, waaronder bestuivende insecten;

voorts constaterende dat de Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwt dat glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend is;

verzoekt de regering, een concreet plan van aanpak te presenteren voor een forse vermindering van het gebruik van glyfosaat;

verzoekt de regering tevens, in elk geval niet in stemmen met een verlenging van de toelating van glyfosaat met meer dan een jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 379 (27858).

De heer Futselaar (SP):
Voorzitter. Er zijn twee belangrijke sporen. In de eerste plaats moet Nederland zich duidelijk uitspreken in het licht van de komende beslissing van de Europese Commissie. Daarom hebben we de motie van mevrouw Ouwehand medeondertekend. Daarnaast kunnen we ook hier in Nederland kijken wat we nu al kunnen doen. Ik wil daarom een tweetal moties indienen. Beide zijn medeondertekend door mevrouw Ouwehand.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende de milieu- en gezondheidsproblemen die glyfosaat kan veroorzaken;

overwegende dat het wenselijk is dat het glyfosaatgebruik afneemt;

constaterende dat sommige gemeenten nog fors inzetten op het gebruik van glyfosaat;

verzoekt de regering, in overleg te gaan met VNG, IPO en Unie van Waterschappen om te komen tot afspraken om het gebruik van glyfosaat door overheden zo veel mogelijk te beperken, dan wel geheel te vermijden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Futselaar en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 385 (27858).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verkoop van glyfosaathoudende bestrijdingsmiddelen voor particulier gebruik tot op heden is toegestaan;

constaterende dat onder meer waterbedrijf Vitens het zorgelijk noemt dat de helft van de particulieren bestrijdingsmiddelen gebruikt bij het tuinieren;

constaterende dat brancheorganisatie Vewin een particulier verbod bepleit;

verzoekt de regering, de verkoop van gewasbestrijdingsmiddelen met de werkzame stof glyfosaat aan particulieren per direct geheel te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Futselaar en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 386 (27858).

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb even het oordeel van de staatssecretaris over deze motie afgewacht, voordat ik een vraag wilde stellen over míjn motie. De staatssecretaris zei dat het verzoek om een concreet plan van aanpak voor een forse vermindering van het gebruik van glyfosaat ondersteuning van beleid is. Het is belangrijk dat de staatssecretaris weet dat, mocht deze motie worden aangenomen, het gaat om een extra aanpak, boven op wat het kabinet nu al doet. Ik weet dus dat de staatssecretaris de motie ontraadt, maar mocht de Kamer haar aannemen, dan bedoel ik niet het beleid zoals het is, maar extra inzet.

Staatssecretaris Van Dam:
Dat is helder.

Voor de motie-Futselaar/Ouwehand op stuk nr. 385 geldt eigenlijk hetzelfde als voor de motie van de heer Grashoff. Ook deze motie gaat over het gebruik van glyfosaat buiten de landbouw en dat is het terrein waarvoor niet ik maar de staatssecretaris van I en M verantwoordelijk is. Ik ontraad de Kamer dus om naar aanleiding van dit debat deze motie aan te nemen.

In de motie-Futselaar/Ouwehand op stuk nr. 386 wordt de regering verzocht om de verkoop van gewasbestrijdingsmiddelen met de werkzame stof glyfosaat aan particulieren per direct geheel te beëindigen. Ik kan niet anders dan deze motie ontraden, omdat de uitvoering ervan onmogelijk is. De staatssecretaris van I en M heeft de Kamer erover geïnformeerd dat zij ook voor een verbod op het gebruik door particulieren geen juridische grondslag heeft kunnen vinden.