Bijdrage Ouwehand over de aanpak van de corona­crisis


4 september 2020

Voorzitter, dank u wel. Allereerst namens de Partij voor de Dierenfractie welgemeende … excuses ga ik haast zeggen, bijna Freudiaans! Welgemeende felicitaties, wilde ik natuurlijk zeggen, voor het huwelijk. Wij wensen de minister en zijn nieuwe echtgenote samen alle geluk van de wereld.

Toen afgelopen vrijdag de berichten naar buiten kwamen dat de anderhalvemetermaatregel op het feest niet zou zijn nageleefd, was de eerste reactie bij de Partij voor de Dieren: getverderrie, er heeft dus iemand in de bosjes gelegen om foto's te maken van een privéfeest. De Partij voor de Dieren vindt dat geen leuke ontwikkeling in Nederland. We hebben ons ook altijd verzet tegen de kliklijn, tegen de drones die je kunnen bespieden en roeptoeteren: ga eens even uit elkaar. Dus we vinden de context waarin deze feiten naar buiten zijn gekomen, oprecht heel vervelend voor de minister. Dat willen we gezegd hebben. In dat land moeten we niet willen leven.

Maar, voorzitter, vervolgens kregen we een discussie in de fractie: wat vinden we hiervan? Om te beginnen vindt de Partij voor de Dieren al een poosje dat het kabinet meer zijn best zou moeten doen om te erkennen dat we met die coronaregels echt iets moeilijks vragen van mensen. Mensen zijn sociale dieren. Anderhalve meter afstand houden is niet normaal, dat wordt niet normaal en dat moeten we ook durven zeggen. Het is nu nodig. We doen het om elkaar te beschermen. Maar het is echt iets moeilijks. En we hebben allemaal meegemaakt dat je met iemand staat te praten en ineens veel dichterbij staat. No worries. De vraag was dus: hoe gaan we om met deze misstap van de minister? We kwamen tot de conclusie dat we graag mild willen zijn. We vinden dan ook dat daarbij hoort dat het kabinet mild is naar goedwillende burgers en goedwillende ondernemers: een kwijtschelding dus van alle boetes. Niet van de bestraffing van mensen die willens en wetens de grenzen hebben opgezocht, die politieagenten in het gezicht hebben gespuugd en hebben gezegd "ik heb corona" — dat is een andere categorie — maar kwijtschelding van de boetes van al die goedwillende burgers en goedwillende ondernemers die, net als de minister, gewoon even een fout hebben gemaakt.

Natuurlijk hoort daar ook bij: geen strafblad. Maar ik begrijp de vragen van de Kamer daarover eigenlijk niet zo goed, want die motie is al aangenomen. Ik heb deze mede-ingediend met collega Azarkan en anderen. Dat is een aangenomen motie van de Kamer, dus die moet gewoon goed worden uitgevoerd. We hebben afgesproken: geen strafblad voor mensen die de mist in zijn gegaan met de coronaregels. Wat ons betreft zou daar de kous mee af zijn geweest.

Maar toen kwamen er berichten naar buiten dat er ook is geknuffeld en handen zijn geschud. Ook daarvan hadden wij ons kunnen voorstellen dat het gebeurt. Dat is menselijk. Laten we daar mild over zijn. Maar de manier waarmee de minister is omgegaan met de feiten die naar buiten zijn gekomen, bevalt ons heel erg slecht. Eerst ontkennen, dan toegeven en spijt betuigen. Dat kan nog steeds gebeuren; dan zet je je fout recht. Maar de minister suggereerde welbewust dat het alleen maar zou gaan om die anderhalve meter, dat hij er alles aan had gedaan om het te voorkomen en dat zijn gasten een beetje in de fout waren gegaan. Vervolgens bleek dat het heel anders zat. En daar wringt voor mijn fractie de schoen. Wij willen er van op aan kunnen dat bewindspersonen de volledige waarheid op tafel leggen als dat nodig is en niet, wat we natuurlijk vaker hebben gezien bij bewindspersonen in kabinet-Rutte, proberen te kijken waar je mee wegkomt. En dan komt er een nieuw feit en reageer je daar weer op. Nee, de minister had moeten zeggen: "Dit is inderdaad gebeurd, ik heb ook mensen geknuffeld en handen gegeven. Dat is allemaal tegen de regels. Het spijt me." Dan hadden we daar ook mee kunnen leven. Maar dit wegmoffelen, daar houden wij niet van. En het is ook niet wat ministers zouden moeten doen in hun positie.

Voorzitter. Dit debat gaat over de coronaregels, dus ik wil door op die erkenning die het kabinet volgens de Partij voor de Dieren zou moeten geven aan mensen dat het echt moeilijk is om de coronaregels na te leven. Dat we dat toch aan mensen vragen, is voor de Partij voor de Dieren reden om ook het kabinet aan een hogere standaard te houden. Als we mensen vragen om moeilijke dingen te doen om anderen te beschermen, dan moet het kabinet ook aan de slag met ervoor zorgen dat de basisgezondheid van mensen wordt beschermd.

We hebben tot nu toe niet één keer in al die persconferenties iets gehoord over preventie. Nu blijkt uit onderzoek dat in Italië de slechte luchtkwaliteit verantwoordelijk was voor de ernst van de covidgevallen en voor 70% van de sterfgevallen. Waar wacht dit kabinet op? Kappen met die veehouderij in Brabant. Kappen met die houtstook. Kappen met die industriële uitstoot. Je kan het echt niet maken om daar weg te kijken en wel aan Nederland te vragen zich in te blijven spannen om de bestrijding van het virus tegen te gaan.

Voorzitter. Tot slot de nertsen. Waarom moet er voor de nertsensector 150 miljoen plus die vergoeding voor alle ruimingen worden uitgetrokken? Geen enkele andere ondernemer die in zijn eigendom is geraakt …

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
O, ik zie dat ik al helemaal door mijn tijd heen ben.

De voorzitter:
Ja, dat weet u ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben ook best een beetje betrokken bij mijn laatste punt.

De voorzitter:
Dat weet ik. Daarom. Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil met drie woorden afronden. Mensen begrijpen het niet en het is niet nodig. Die nertsenfokkerij kan worden stilgelegd zonder de hoofdprijs uit te keren.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Excuses, voorzitter.

Dank u wel.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Vooropgesteld, de Partij voor de Dieren vindt het echt verschrikkelijk dat er iemand in de bosjes heeft gelegen om een huwelijk van een van deze ministers te fotograferen. Dit is niet hoe we het willen in Nederland. Maar toen die beelden naar buiten kwamen, heeft de minister níét meteen spijt betuigd, wat de fractievoorzitter van het CDA wel beweert. Ik wil de fractievoorzitter van het CDA vragen om de feiten wel helder te houden. De minister zei eerst: niks aan de hand. Datzelfde geldt voor de staatssecretaris. Die heeft ook beweerd: niks aan de hand. Later kwam er pas spijt en weer later werd pas duidelijk dat het niet alleen ging om die 1,5 meter maar dat er is geknuffeld en dat er handen zijn gegeven. Ja, dat willen andere mensen in Nederland ook wel. Hoe reageert de CDA-fractie daarop? Want we kunnen dit niet een beetje afdoen als: er is meteen spijt betuigd. Dat is gewoon niet waar!

De heer Pieter Heerma (CDA):
Er is eind vorige week wel degelijk spijt betuigd en er zijn gesprekken gevoerd met handhavers, met burgemeesters. Maar ik heb ook aangegeven dat er vragen in de samenleving zijn, juist over de positie van de boa's, juist over gevoelens als: waarom doet deze minister dit wel en waarom heb ik het gevoel dat ik daar wel voor beboet wordt? Die verantwoording moet in dit debat afgelegd worden. Dat heb ik zojuist ook aangegeven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan doet de CDA-fractie toch mee in het spelletje dat het kabinet probeert te spelen, namelijk: we houden het zo klein mogelijk en hebben verder geen toevoegingen aan de verklaringen die al gegeven zijn. Maar die verklaring ging heel nadrukkelijk uit van: mensen, die anderhalvemeterregel; het is ons niet gelukt en daar hebben we spijt van. Iedereen in Nederland denkt: ja, dat is mij ook weleens gebeurd; ik stond ook weleens per ongeluk te dichtbij. Het kabinet en de minister hebben spijt betuigd voor wat op dat moment bekend was. Later zagen we dat het veel verder ging. Daar moet je natuurlijk wel op reflecteren, vind ik. Want even los van de feiten, dat patroon bevalt de Partij voor de Dieren heel slecht, het patroon van alleen maar spijt betuigen over wat naar buiten is gekomen en niet meteen de hele waarheid op tafel leggen en zeggen: ja, ik heb inderdaad ook mensen geknuffeld en handen gegeven; sorry, mensen, want ik realiseer mij goed dat anderen dat ook wel hadden gewild de afgelopen maanden.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik ben mijn betoog juist begonnen over die tegenstrijdige gevoelens die zwaar in de samenleving werden, waardoor het gevoel bij zowel boa's als mensen bij het zien van deze beelden zo groot is. Ik heb juist ook aangegeven dat de minister ook in dit debat verantwoording en uitleg verschuldigd is over die beelden, omdat die wel degelijk ook te maken hebben met de gevoelens van boa's in de zin van "kunnen wij ons werk nog wel doen?", "willen we dat nog wel doen?", maar ook met mensen die het gevoel hebben "mag een minister dit?" en "zou ik hiervoor beboet zijn?" Ik vind dat de minister daar tekst en uitleg over moet geven. Als ik dat niet zou vinden, zou ik dat hier niet gezegd hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot. De CDA-fractie gaat er heel makkelijk aan voorbij dat er fors bezwaar te maken is tegen de manier waarop de minister ermee om is gegaan. Nogmaals, die 1,5 meter had ons allemaal kunnen gebeuren. Als dat het was geweest, dan was dat het geweest, maar hij heeft ervoor gekozen om mensen op het verkeerde been te zetten. Hij heeft ervoor gekozen om spijt te betuigen voor de suggestie dat het alleen maar om die 1,5 meter ging. Nu zijn er andere beelden naar buiten gekomen waaruit blijkt dat die regels op allerlei fronten zijn overtreden. En dát is het punt. Als een minister alleen maar durft te reageren op wat al bekend is in de samenleving, terwijl hem meer bekend was, als hij er niet op reageert en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid er niet op reageert, dan kunnen wij er niet van uitgaan dat dit kabinet, als het een keer de fout in is gegaan, de moed heeft om dat volledig te erkennen, te benoemen, naar buiten te treden en te zeggen: daar heb ik spijt van. Dat is het punt.

--

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Op dat laatste punt zou ik een vraag willen stellen. We kennen de ChristenUnie als een partij die niet wegkijkt van de noodzaak om goed preventiebeleid te voeren, zodat je mensen helpt om een gezonde leefstijl te hebben. De staatssecretaris van ChristenUniehuize is daar volgens mij een warm voorstander van.

De heer Segers (ChristenUnie):
Zeker.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar het blijft maar stil. Het kabinet heeft nota bene in reactie op die 1.600 wetenschappers die zeiden "kom op, je moet nu werk maken van preventie" gezegd: vanwege corona komen we in het najaar met — let op — niet een stevig plan van aanpak, maar een contourennota. Ja, jongens! Als we dit virus te lijf moeten gaan, dan moet je nú handelen om te zorgen dat we die ongezonde leefomgeving aanpakken, zodat we mensen een betere kans op een goede gezondheid bieden en zodat ze ook beter bestand zijn tegen dat virus. Laat de ChristenUnie het kabinet wegkomen met het doorschuiven van deze noodzakelijke aanpak?

--

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik noemde al even de discussie in mijn fractie: oké, de regels zijn niet gehandhaafd, maar we willen mild zijn. Er kwam ook naar voren: de minister is zelf helemaal niet mild. Maar vanuit de menselijke behoefte om dicht bij elkaar te zijn, om elkaar een hand te geven of te knuffelen, kan het af en toe misgaan. Als de minister in zijn verklaring zegt "ik wil een schone lei, ik zeg sorry en ik doneer; wilt u mij alstublieft vergeven?", dan hoort daar wat ons betreft ook bij dat dat ook geldt voor al die andere goedwillende burgers en ondernemers die op dezelfde manier de fout in zijn gegaan. Dat is de eerste vraag: is het kabinet, de minister, bereid om die boetes aan die goedwillende burgers en ondernemers kwijt te schelden? Dan beginnen we allemaal met een schone lei en dan kun je
zeggen: de regels zijn nog steeds superbelangrijk; het is moeilijk, maar we vragen wel aan iedereen om mee te doen en ik doe dat ook. Is de minister bereid tot die kwijtschelding?

Minister Grapperhaus:
Nee, dat zou rechtsstatelijk echt een doodzonde zijn. Ik heb vandaag ook heel bewust eerst verantwoording afgelegd over wat ik niet goed heb geregeld en wat ik niet goed heb gedaan op mijn eigen bruiloft. Ik heb in ieder geval geprobeerd om een scheiding te maken met de discussie over de boetes en de strafbladen, meer in macrozin, als ik dat mag zeggen. Ik zou die twee echt niet met elkaar willen ... Dat kan niet. Dan zou ik als minister van Justitie in de rechtsgang gaan treden en dat mag natuurlijk niet. Laat duidelijk zijn ... Ik ga toch even naar het tweede deel van mijn beantwoording daarnet. Ik vind dat je er werkende weg naar moet kunnen kijken en moet kunnen zeggen: wacht even, op een bepaalde manier werkt dat boetesysteem niet meer of moet er misschien een bijstelling plaatsvinden. Ik heb een paar voorbeelden genoemd die geopperd zijn. Dijkhoff had een voorbeeld. Anderen zeggen: het moet helemaal niet in Justis. Anderen zeggen weer: kun je niet het boetebedrag omlaag brengen? Dan ben je op een goede manier bezig om je voortschrijdende inzichten, die je ook van de handhavers en de burgemeesters in het veld krijgt, om te zetten in daden en nieuwe regelgeving. Daar heb ik al het nodige van uw Kamer over gehoord. Dat betekent inderdaad dat je daar heel goed mee aan de slag moet. Dat herken ik van de gesprekken die ik heb gevoerd enzovoorts. Maar het kan niet zo zijn dat we boetes gaan verscheuren die mogelijk terecht gegeven zijn — nogmaals, dat is aan het OM en de rechter — omdat ik het niet goed heb gedaan en daarvoor mijn excuses heb aangeboden. Die twee moeten helemaal los van elkaar staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is dan wel ingewikkeld. Ik snap dat de minister op de normale gang van zaken wijst, maar we leven in bijzondere tijden. Als de minister graag wil dat de Kamer mild voor hem is, als hij zegt "ik wil graag kunnen aanblijven, ik heb erkend wat er fout is gegaan, ik heb sorry gezegd", dan vind ik dat als je die houding aan de Tweede Kamer vraagt, wat hij eigenlijk doet vandaag, goedwillende burgers en goedwillende ondernemers dan ook op diezelfde houding mogen rekenen. Maar goed, ik zie al dat we het daar niet eens over worden.

Het tweede punt dat ik opbracht, is dat het ons niet gaat om de overtreding van de regels. We gunnen iedereen, zeker op een huwelijksfeest, dat je je geliefde kan omhelzen. Maar het is wel ingewikkeld, echt ingewikkeld, dat de minister eerst een verklaring liet uitgaan en eerst ontkende. Ik kan me ook nog voorstellen dat je in paniek even schrikt en zegt "o nee, maar het is allemaal goed gegaan op mijn bruiloft", want het is heel naar. Toen kwam toch de verklaring, hartstikke goed, maar die was niet compleet. De minister heeft daar zojuist verantwoording over afgelegd, ook in antwoord op vragen van mevrouw Marijnissen. Daar begint het ongeloofwaardig te worden. We hebben het allemaal meegemaakt, want het gaat onbewust: voor je het weet sta je te dicht bij iemand, die 1,5 meter. Maar we hebben dat virus nu zes maanden. We hebben ook allemaal meegemaakt dat je iemand tegenkomt die je een poos niet hebt gezien. Het eerste wat je wil, is even omhelzen of een hand geven. Dat is een heel bewuste handeling waarvan je echt registreert: o ja, dat kan nu even niet. De minister zegt nu: ik moest het weekend nog even nadenken, nog even terughalen wat er allemaal is gebeurd. Dat is ongeloofwaardig. De minister heeft daar gewoon gevoeld, zo is onze indruk: ik doe hier iets wat eigenlijk niet mag. Dan blijft de vraag: waarom is dat niet meteen in die verklaring opgenomen?

Minister Grapperhaus:
Dan toch maar heel persoonlijk. Ik heb de eerste vier maanden door de week bij mijn schoonmoeder eten langsgebracht op afstand, altijd op afstand. Ik weet nog precies wanneer ik in de coronaperiode een keer in de fout ben gegaan toen iemand de hand naar mij uitstak. Ik weet nog precies wie het was. Het was op woensdag 20 mei toen ik langsging bij de redders hier aan zee, omdat die surfers waren overleden. De ik zal maar zeggen hotemetoot die ons daar ontving, stak zijn hand uit. Ik zeg het maar heel eerlijk. Daar is dan geen foto van, maar in een reflex had ik die hand al te pakken. Johan Remkes, die naast mij stond, zei op de van hem bekende onverstoorbare wijze: die hand krijg je niet. Ik weet dat gewoon nog, de eerste maand dat we net als denk ik allen hier aanwezig ons daarop concentreerden. Het was zeer tegennatuurlijk en op een gegeven moment begint het langzamerhand in je motoriek te komen. Ik heb geprobeerd uit te leggen wat ik onderschat heb. Zes maanden of zo zijn we bij mijn schoonmoeder samen langsgegaan met een mandje en dan doei. Kennelijk, of u dat gelooft of niet, is dat op het huwelijk een paar keer, bij mij ook, gewoon fout gegaan en heb ik dat op de een of andere manier niet zo geregistreerd. Als ik dat wel in mei deed, waarschijnlijk omdat het die dag ... Oké, ik was daarin meegesleept. Ik kan het niet anders maken. Dat spijt me, ook dat ik me dat die donderdag niet meteen gerealiseerd heb. Maar daar zit geen kwade opzet in, ook al denkt u dat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voor de duidelijkheid: ik begrijp dat. Als meteen in de verklaring had gestaan "dit is niet goed gegaan, we hebben die 1,5 meter geprobeerd, het is niet gelukt, er is geknuffeld en er zijn misschien handen geschud", dan had mijn fractie ook gezegd: ja, we begrijpen het, zeker op een feestelijke dag, dat je dichtbij wil zijn. Maar het punt is dat de minister nu de schijn heeft, wat we eerder hebben gezien bij bewindspersonen en wat niet oké is: je geeft toe wat al bekend is of bekend dreigt te worden, omdat er een publicatie dreigt. In dit geval was deze foto bekend, maar er bleek meer aan de hand. Het is gewoon niet zo heel geloofwaardig dat je je die andere overtredingen, de knuffel, de handen, niet meer herinnert op het moment dat je denkt "ik moet even toegeven dat het fout is gegaan" en dat dat niet op dat moment in die verklaring heeft gestaan. Dat vindt mijn partij echt moeilijk. De rest wilden we de minister allemaal vergeven, maar eerlijkheid en de volledige waarheid op tafel leggen als dat nodig is, is voor ons wel echt cruciaal.

---

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar het probleem is dat de meeste mensen in Nederland, en zeker mensen die huwelijken of begrafenissen hebben meegemaakt, dit niet geloven. Je registreert namelijk heel nauwgezet de hele tijd: o, ik zou wel willen omhelzen, maar dat kan dus niet. Je registreert dat dus. Je weet het echt wel als dat niet goed is gegaan. En het is dus een veel nadrukkelijkere overtreding van de coronaregels dan dat je in het moment minder dan 1,5 meter van elkaar staat. Dit debat heb ik vaker met de minister-president gevoerd. De standaard waaraan hij zijn bewindspersonen, zijn kabinet, wil houden, zou toch moeten zijn dat de volledige waarheid op tafel komt op het moment dat dat nodig is, en niet erachteraan hollend als feiten naar buiten komen rollen.

Minister Rutte:
Nou even ...

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Op dat vlak moet de minister-president hier dus echt een wat scherper oordeel vellen.

Minister Rutte:
Maar als ik zou denken dat Grapperhaus liegt dat hij zich dat donderdag niet herinnerde, had ik een probleem met hem. Dat geloof ik niet. Ik geloof wat hij zegt. Er is ook een reden voor dat ik dat geloof. Eén, gewoon praktisch: waarom zou hij, als er een fotograaf in de bosjes lag, dat geheim houden? Dan komt het echt wel naar buiten als je wist: o, dat is ook nog gebeurd. Dan had hij dat echt wel verteld donderdag. Twee, ik snap het ook vanuit gewoon de emotie van het moment, van wat hij net vertelde over zijn eigen schoonmoeder en hoe ze daar vier maanden lang het eten voor de deur hebben gezet. Dan kan ik me ook nog wel voorstellen dat er zo'n moment is dat ze zegt: "joh, wat geweldig dat dit nu toch allemaal zo loopt, met dat huwelijk", dat er even emotie is en dat je dat op dat moment niet registreert als "o, ik mag die omhelzing niet doen". Dat is niet goed, die omhelzing, maar dat kan ik me voorstellen, net zoals dat je je dat vorige week donderdag ook niet herinnert op het moment dat die eerste foto's opduiken. Ik geloof dat. Dat is een kwestie van vertrouwen. Heeft deze man nou één aanleiding gegeven, hier in de Kamer of in de samenleving, om dat vertrouwen niet in hem te hebben als hij dat zegt? Het is toch niet iemand die erom bekend staat dat hij op grote schaal de zaak belazert? Totaal niet, integendeel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik laat het erbij, want ik heb ook nog vragen voor de minister van VWS, maar ik ben niet overtuigd.

Minister Rutte:
Ik vind dat hard. Ik zeg dat tegen mevrouw Ouwehand, die ik ken als iemand die hard is op de inhoud maar ook een mild mens is. Dan denk ik: hoe kun je dat nou zeggen? Ik vind het echt verbazingwekkend. Ze gaat het dadelijk in haar fractie ook wegen als er een motie van wantrouwen zou komen. Ga ik die steunen of niet? Nou, dan zie je al hoe het gaat eindigen. Dan vraag ik toch aan haar: weeg nou opnieuw dit moment. Wat voor aanleiding heeft deze man nou gegeven om hem niet te vertrouwen als hij dit zegt? Als je ook weet wat de geschiedenis is van dat huwelijk en welke bijzondere persoonlijke geschiedenis hij heeft, wat er gebeurd is de afgelopen jaren met zijn vrouw maar ook met zijn schoonmoeder, dan is het toch geloofwaardig? Bovendien, het motief is er niet, want die foto's zouden toch opduiken.

De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, voorzitter, dan toch. De minister-president stelt mij een rechtstreekse vraag en ook een belangrijke vraag in dit debat.

Minister Rutte:
Een hele persoonlijke vraag ook voor mevrouw Ouwehand, die ik zeer respecteer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
En een hele persoonlijke. Maar als de minister-president goed heeft geluisterd, heeft hij gehoord dat de fractie van de Partij voor de Dieren bereid was om deze minister alles te vergeven, juist omdat we weten ... We gunnen het andere mensen ook. We proberen allemaal zo goed als we kunnen die regels na te leven. Maar het is moeilijk, zeker als je op een begrafenis staat en je je oom ziet huilen en je geen arm om hem heen kunt slaan, omdat je je bewust bent van die regels. Mijn ervaring is, net als die van alle mensen die ik spreek, dat je het iedere keer registreert als je wel iemand omhelst of een hand geeft, omdat het zo nadrukkelijk tegen onze natuur ingaat en omdat ons is gevraagd om het niet te doen. Je weet dat. Dat maakt het verhaal dat de minister-president en de minister van Justitie hier proberen te verdedigen ongeloofwaardig. Ik zou zeggen: doe het niet. Zeg gewoon: "Ik had dat meteen moeten melden in die eerste verklaring. Het is niet zo dat ik het me later pas heb gerealiseerd dat ik mijn schoonmoeder heb omhelst. Ik heb het gewoon bewust weggelaten. Dat had ik niet moeten doen."

--

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er wordt al flink naar mij gebaard of ik alsjeblieft wil gaan zitten, maar ik heb maar twee vragen, dus we zijn er zo doorheen.

Het gaat inderdaad over de luchtkwaliteit als het gaat over de gezondheid die we mensen wel moeten bieden. Ik vind het een beetje gek dat het kabinet wel op allerlei andere fronten vanuit het voorzorgsbeginsel handelt om het virus eronder te krijgen en ervoor te zorgen dat de ic's niet overstromen, en hier zegt: nou, we moeten het eerst wel zeker weten. Mensen mogen op schone lucht rekenen, want dan zijn ze minder vatbaar voor ernstige complicaties, in combinatie met de oproep van de wetenschappers die zeggen dat een gezonde leefstijl ook helpt. Mijn vraag is waar het kabinet nou op wacht. Deze minister heeft het superdruk, maar heeft ook een staatssecretaris die graag aan de slag wil met preventie. Dan kan het kabinet het toch niet menen om ons in het najaar een vage schets van toekomstig beleid te sturen, terwijl het nu nodig is om mensen te helpen om gezonder te worden zodat ze een betere weerstand hebben tegen dat covidvirus.

Minister De Jonge:
U koppelt heel erg veel dingen aan elkaar. Blokhuis is gewoon bezig met de uitvoering van het preventieakkoord. Blokhuis zegt dat je preventie veel meer in het hart van ons zorgstelsel moet hebben. Ik ben dat van harte met hem eens. Als je op dit moment als gemeente in preventie investeert, ben je eigenlijk voor de buren aan het stoken, want de revenuen van die preventie-investeringen landen bij een ander. Dat geldt voor een individuele zorgverzekeraar ook. In de Wlz is het zelfs verboden om in preventie te investeren, want onrechtmatig, want buiten de reikwijdte van de wettelijke grenzen. Kortom, we zullen een zorgstelsel moeten bouwen wat veel meer preventie tot het hart van het stelsel maakt. Een derde van de uitgaven die we op dit moment doen aan onze zorg, heeft te maken met leefstijlgerelateerde ziekten. Wij hebben dus echt werk te doen. Daarvan zegt Blokhuis dat dat mogelijk aanpassingen in het stelsel vergt en daarvoor wil hij een schets maken. Dat laat onverlet dat hij op dit moment alles doet wat mogelijk is in het kader van het preventieakkoord. Dat zijn veel activiteiten. Wat daarnaast speelt in deze regio's, is dat je moet kijken of de luchtkwaliteit daar schadelijke effecten zou kunnen hebben. Luchtkwaliteit is een van de dingen waar mensen individueel niks aan kunnen doen. Aan leefstijl kunnen ze wel iets doen, aan luchtkwaliteit niet. Daartegen zal je dus als overheid ook adequate maatregelen moeten treffen, maar die moet je dan wel trefzeker doen want je bent wel bezig om verschillende belangen te wegen. Er zitten ook bedrijven die er al een hele tijd zitten en daartegen kun je niet zomaar zeggen: jullie moeten weg, want wij denken dat jullie een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit en dat heeft weer een negatief effect op de volksgezondheid. Zo kan het niet werken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat preventieakkoord dat we van het kabinet terug hebben gekregen, is een opsomming van bestaande initiatieven waarvan we nu al weten dat ze ontoereikend zijn. Ik kom met een motie en hoop dat het kabinet die omarmt en sneller aan de slag gaat.

Mijn tweede vraag gaat over de nertsen. Natuurlijk, we gaan een breder debat voeren, maar heel Nederland zegt: ja, kom op. De belastingbetaler moet 150 miljoen betalen bovenop de vergoeding voor de ruimingen en dan is er ook nog die sloopregeling. Het gaat om 222 miljoen voor 128 nertsenhouders. Nachtclubs gaan ook failliet en sportschoolhouders hebben het ook heel moeilijk gehad. Ten aanzien van de horeca heeft het kabinet gezegd: het is uw eigendom en misschien heeft u geïnvesteerd in een ruimte voor 100 mensen op een avond, maar er moet 40% vanaf want u moet 1,5 meter afstand houden.

De voorzitter:
Wat is uw vraag, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Waarom kiest het kabinet ervoor om voor al die ondernemers een beperkte set steunmaatregelen te maken en voor de nertsenhouders 222 miljoen uit te trekken?

Minister De Jonge:
Ik denk dat de vergelijking niet opgaat. Ik denk dat ook een "beperkte set steunmaatregelen" niet helemaal een adequate kwalificatie is voor alle steunmaatregelen zoals ze zijn genomen. Ik denk dat de vergelijking niet opgaat, want de keuze die het kabinet maakt, op basis van het advies van het OMT-Z, is dat we tegen nertsenhouderijen zeggen: je moet stoppen. We zeggen verder tegen niemand "je moet stoppen". Het maakt niet uit of u nou wel of niet vindt dat dit een gewenste sector is in Nederland. Daar zijn allerlei opvattingen over en die begrijp ik allemaal. Ik begrijp ook de meer emotionele kant daarvan. Maar het gaat hier wel om mensen met een bedrijf, tegen wie je zegt: je moet stoppen. Als je als overheid tegen een ondernemer zegt dat hij moet stoppen, is dat niet meer een gewoon ondernemersrisico. Dan hoort daar ook een adequate vergoeding bij. Als je die zelf niet regelt, zal die door de rechter worden toegekend. Kortom, je kunt er maar beter een adequate regeling voor maken. En dat is wat we doen. We gaan niet meer geld uitgeven dan strikt genomen noodzakelijk is, maar je kunt ook niet mensen zomaar in de kou laten staan. Dat kan niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. De minister van Justitie vroeg feitelijk of hij mocht beginnen met een
schone lei. De Partij voor de Dieren gunt hem dat. Wel hebben wij de motie van de heer Asscher medeondertekend, want het is heel ernstig hoe er met de kwestie is omgegaan. Wij vinden dat je ook goedwillende burgers een schone lei moet gunnen.