Bijdrage Ouwehand over auto­ma­tische verlen­gingen van pesti­ciden zonder verplichte herbe­oor­deling


6 mei 2019

Ingebracht in het Schriftelijk Overleg Landbouw- en Visserijraad

In haar brief van 11 april 2019 [1] kondigde de minister aan dat er direct na dat weekend, op 15 april in SCoPAFF zou worden gestemd over een voorstel van de Europese Commissie over de automatische verlenging van 34 werkzame stoffen in verband met niet tijdig afgeronde herbeoordeling. Deze automatische verlengingen zonder de wettelijk voorgeschreven herbeoordeling zorgen ervoor dat pesticiden waarvan bekend is dat ze kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn, keer op keer worden toegelaten. De reden hiervoor zou zijn dat er sprake is van een capaciteitsgebrek bij de Europese beoordelingsinstanties, waaronder EFSA.

Uit onderzoek van foodwatch [2] bleek afgelopen zomer dat toelatingen tot wel vier keer achter elkaar automatisch en ongezien worden verlengd. Ruim tweehonderd pesticiden zijn niet op tijd herbeoordeeld.

Eerder al heeft de Tweede Kamer zich uitgesproken tegen de automatische verlenging van stoffen waarvan bekend is dat ze gevaarlijk zijn en riep de Kamer de minister op om zich te verzetten tegen een voorstel van de Europese Commissie om 42 stoffen automatisch te verlengen . Ook het Europees Parlement heeft de Europese Commissie vorig jaar door middel van een aangenomen resolutie opgeroepen om te stoppen met het ongezien verlengen van omstreden bestrijdingsmiddelen.

Maar de automatische verlengingen gaan nog altijd gewoon door.

In het pakket van 34 stoffen die in april 2019 zonder herbeoordeling zijn verlengd bevonden zich onder andere de stoffen tebuconazool, waarvan vermoedens bestaan dit ongeboren kinderen kan beschadigen en flumioxazine, waarvan eerder is vastgesteld dat het zowel ongeboren kinderen als de vruchtbaarheid kan beschadigen. Deze stoffen zouden niet door een herbeoordelingstoets komen en zouden dan ook nooit verlengd mogen worden.

Ook de stoffen dimethoate, fenamiphos en metribuzin staan vanwege hun toxiciteit op de lijst van stoffen die vervangen moeten worden en waarvan het gebruik zo snel mogelijk gestopt moet worden.

De minister schrijft in haar brief dat Nederland vóór het voorstel van de Europese Commissie zou gaan stemmen om de toelating van de 34 stoffen automatisch te verlengen. Ze zou zich daarbij met een stemverklaring gaan verzetten tegen de verlenging van de stof tebuconazool, vanwege de in 2013 aangenomen motie Ouwehand die vroeg om deze stof van de markt te weren.

De Partij voor de Dieren vindt het onbestaanbaar dat de minister voor de voorstellen van de Europese Commissie stemt die de toelating van deze gevaarlijke stoffen verlengt zonder de voorgeschreven herbeoordeling. Als de minister in een televisieprogramma over de grote zorgen van burgers over landbouwgif in hun omgeving reageert door te beloven dat het ‘drastisch anders’ wordt, kan zij toch niet blijven instemmen met het op de markt houden van middelen die op basis van verouderde richtsnoeren of modellen zijn toegelaten, en niet opnieuw zijn bekeken op hun effecten terwijl dat nota bene wél verplicht is?

Een stemverklaring tegen één van de stoffen heeft daarbij geen enkel effect als het totale pakket wordt verlengd met steun van Nederland. De Partij voor de Dieren wil dat er een einde komt aan deze ongeziene verlengingen en dat de minister doet wat ze in de richting van betrokken burgers heeft gesuggereerd.

Over de stoffen die in april zijn verlengd, hebben de leden een aantal vragen:

1. Wanneer, op welke momenten, is de stof tebuconazool beoordeeld door de EFSA?

2. Wanneer, op welke momenten, is de stof tebuconazool door het Ctgb getoetst voor toelating?

3. Wanneer is de stof tebuconazool voor het laatst beoordeeld?

4. Door welke instantie was dat?

5. Met welk richtsnoer?

6. wat waren de bevindingen?

7. Waar wordt het middel tebuconazool gebruikt?

8. Wanneer, op welke momenten, is de stof flumioxazine beoordeeld door de EFSA?

9. Wanneer, op welke momenten, is de stof flumioxazine door het Ctgb getoetst voor toelating?

10. Wanneer is de stof flumioxazine voor het laatst beoordeeld?

11. Door welke instantie was dat?

12. Met welk richtsnoer?

13. Wat waren de bevindingen?

14. Waar wordt het middel flumioxazine gebruikt?

15. Wanneer, op welke momenten, is de stof dimethoate beoordeeld door de EFSA?

16. Wanneer, op welke momenten, is de stof dimethoate door het Ctgb getoetst voor toelating?

17. Wanneer is de stof dimethoate voor het laatst beoordeeld?

18. Door welke instantie was dat?

19. Met welk richtsnoer?

20. Wat waren de bevindingen?

21. Waar wordt het middel dimethoate gebruikt?

22. Wanneer, op welke momenten, is de stof fenamiphos beoordeeld door de EFSA?

23. Wanneer, op welke momenten, is de stof fenamiphos door het Ctgb getoetst voor toelating?

24. Wanneer is de stof fenamiphos voor het laatst beoordeeld?

25. Door welke instantie was dat?

26. Met welk richtsnoer?

27. Wat waren de bevindingen?

28. Waar wordt het middel fenamiphos gebruikt?

29. Wanneer, op welke momenten, is de stof metribuzin beoordeeld door de EFSA?

30. Wanneer, op welke momenten, is de stof metribuzin door het Ctgb getoetst voor toelating?

31. Wanneer is de stof metribuzin voor het laatst beoordeeld?

32. Door welke instantie was dat?

33. Met welk richtsnoer?

34. Wat waren de bevindingen?

35. Waar wordt het middel metribuzin gebruikt?


1 Kamerstuk 27 858, nr. 447

2 https://www.foodwatch.org/nl/o...

3 Kamerstuk 21 501-32, nr. 1145

4 http://www.europarl.europa.eu/...

5 Kamerstuk 27 858, nr. 222