Bijdrage Ouwehand Landbouw en Visse­rijraad


14 maart 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het visserijbeleid is belangrijk. Als wij niet of onvoldoende in actie komen, zijn de zeeën straks leeg. Vanmorgen kon dit ook weer worden gelezen in de Volkskrant.
Ik begin met de aanlandingsplicht. De Kamer heeft eerder in een motie uitgesproken dat alles wat wordt gevangen, moet worden aangeland. Dat is een goed idee en de staatssecretaris was daar ook wel voor. Ik stel vast dat de Kamer hem nu toch weer aan banden legt. De heer Dijkgraaf begon hierover. Ik wijs de leden erop dat juist die reflex ertoe heeft geleid dat het visserijbeleid zo ongelooflijk ingewikkeld is geworden met meer dan 600 regeltjes die elkaar tegenspreken. Een simpel idee: wat je vangt, breng je aan land. Dat is het gemakkelijkst en beperkt de administratieve rompslomp. De moties die inmiddels zijn ingediend om dit allemaal weer ingewikkelder te maken, worden niet gesteund door mijn fractie. Wij steunen de inzet van de staatssecretaris om het zo eenvoudig mogelijk te doen. De Europese Commissie heeft voorgesteld om het afsnijden van haaienvinnen aan boord van vaartuigen te verbieden. Mijn fractie is daar erg voor, de staatssecretaris gelukkig ook. Ik dank hem daarvoor. Ik dring erop aan dat het voorstel volledig en zonder uitzonderingen wordt gesteund. Ik krijg graag die toezegging van de staatssecretaris.
Het is mij opgevallen dat het haaienactieplan, dat eerder is gepresenteerd, veel meer punten bevatte dan het voorstel. Ik ben teleurgesteld dat de Europese Commissie dit plan niet heeft overgenomen. Is de staatssecretaris bereid om nog wat punten aan het voorstel toe te voegen? Het is bekend dat vooral Spanje en Portugal dwarsliggen. Daar vindt men het kennelijk geen probleem om levende dieren een vin af te snijden en ze dan terug te gooien in de zee waar ze een afschuwelijke dood sterven. Heeft de staatssecretaris hierover tijdens zijn werkbezoek gesproken met de vertegenwoordigers van Spanje en Portugal? Hoe reageert hij op het feit dat de vangstbeperking op haaien die in het actieplan was opgenomen, niet is overgenomen in het voorstel? Zou hij dit namens Nederland willen inbrengen? Dit is naar mijn mening een van de belangrijkste punten die moeten worden afgesproken. Er moeten vangstlimieten worden gesteld nu een derde van de haaien met uitsterven wordt bedreigd. In de richting van de fractie van de PVV merk ik nog op dat Nederlanders, als het goed is, niet op haaien vissen. De leden van die fractie zouden dus voor een vangstbeperking kunnen zijn. Ik krijg graag een toezegging van de staatssecretaris op dit punt.
Een volgend punt betreft de onderhandelingen met derdelanden. Er is al vaker van gedachten gewisseld over Marokko. De Partij voor de Dieren is er nog steeds niet blij mee, maar het wordt nu allemaal nog erger. De onderhandelingsprotocollen met Kiribati en Madagaskar zijn gewoon tonijnovereenkomsten! Tonijnen worden ernstig met uitsterven bedreigd, ook indirect. Nederlanders vissen daar niet op, maar Franse, Spaanse, Portugese en soms ook Britse vissers krijgen een flink deel van de Europese subsidiepot waaraan de Nederlandse belastingbetaler bijdraagt, voor de vangst op bedreigde diersoorten. Ik ben van mening dat de staatssecretaris moet zeggen dat Nederland dit afwijst. Ik hoop daarbij ook op steun van de PVV.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Tijdens het behandelvoorbehoud van 27 oktober 2011 over het gemeenschappelijk visserijbeleid hebben wij uitgebreid gesproken over de aanlandingsplicht en de discardreductie. Naar aanleiding daarvan heeft de Kamer een motie aangenomen. Geheel in de geest van die motie blijft mijn inzet gericht op een vergaande reductie van bijvangsten, waar het kan tot nul of in de buurt van nul. Ik heb al eerder gezegd dat dit uit ecologisch oogpunt en uit oogpunt van de maatschappelijke legitimatie van de visserijsector van belang is. Mijn inzet is erop gericht de aanlandingsplicht vrij snel te introduceren, maar ik wil daarbij tevens met de sector tot een reductiepad komen. Dit moet aan de ene kant ecologisch gezien voldoende ambitieus zijn, maar aan de andere kant moet het ook economisch en technisch gezien de sector voldoende ruimte bieden voor innovaties. Wij moeten ook bereid zijn de sector daarbij te ondersteunen om die stappen te zetten. Die aanpak sta ik voor, geheel in lijn met de motie en de eerdere discussie over dit onderwerp.

[...]

In het kader van de relatie met derde landen heeft de heer Van Bemmel gezegd dat het belangrijk is dat er mondiale afspraken komen. Dat is waar. Wij hebben hier recent gesproken over het vissen in de Pacific. Er wordt gewerkt aan een verdrag waaraan de belangrijkste landen die daar vissen, zich binden. Om de mondiale visserij effectief te kunnen reguleren, zijn mondiale verdragen nodig. Dit is echter een langdurig proces en Europa loopt daarbij in feite voorop. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de visserij in de Pacific en de visserij op horsmakreel. Die inzet is overduidelijk. Ik wordt soms een beetje verdrietig als mevrouw Ouwehand een krantenbericht citeert waaruit blijkt dat er weer iets niet goed gaat. Dat klopt ook, maar het zijn vooral China en een aantal andere landen die de boel verpesten. Het lijkt de Heidelbergse catechismus wel. "Waaruit kent gij uw ellende?" In dit geval: als andere landen iets fout doen wat wij goed doen. Europa doet het mondiaal gezien goed. Je kunt ook andersom redeneren. Het vissen in de derde landen is niet zozeer een probleem van Europa en de Europese Unie. Het is maar goed dat Europa daar wil vissen volgens Europese standaarden. Was het maar zo dat de Chinezen, de Russen en anderen dat ook zouden doen. Zo zou je het ook kunnen bekijken. Zo bekijk ik het in ieder geval.

[...]

Staatssecretaris Bleker: Het eerste doe ik, maar over het tweede wil ik nog even nadenken. Mevrouw Ouwehand heeft gesproken over de tonijnvangst door vissers van andere landen. De afspraken over tonijnvangsten worden internationaal gemaakt in regionale beheerorganisaties, bijvoorbeeld in de ICCAT, de Internationale Commissie voor Bescherming van Atlantische Tonijn. Een goed beheer en toezicht zijn belangrijk en daarom steun ik die aanpak.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Misschien is de staatssecretaris vergeten wat hij heeft geschreven, maar er liggen nu onderhandelingsvoorstellen voor om afspraken te maken tussen de Europese Unie en Kiribati en Madagaskar. Dit staat los van de toch al falende afspraken binnen ICCAT. Het voorstel is nu dat Europa op termijn visrechten koopt en die aan de Spaanse, Portugese en Franse vissers geeft. Ik wil dat de staatssecretaris daartegen stemt namens Nederland. Het gaat om bedreigde diersoorten en om Europees belastinggeld. Dat zouden wij niet moeten willen. De staatssecretaris geeft nu antwoord op een vraag die ik niet heb gesteld.

Staatssecretaris Bleker: Vervolgens komt het antwoord op de vraag die mevrouw Ouwehand wel gesteld heeft. Als het past binnen de afspraken die zijn gemaakt in de betreffende regionale visserijbeheerorganisatie, dan steun ik dit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hoe weet de Kamer hoe de staatssecretaris dit beoordeelt? Dat hebben wij nog niet kunnen zien. Ik vind dit een belangrijk punt en ik overweeg hierover een motie voor te stellen. Ik hoor graag van de staatssecretaris of hierover wordt gesproken tijdens de komende Landbouw- en Visserijraad. Het onderwerp staat niet op de agenda maar wel in de Visserijbrief. Als het nu niet wordt afgetikt, heb ik nog wat tijd.

Staatssecretaris Bleker: U hebt nog enige tijd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kan ik daar wat onderbouwing bij krijgen, want ik word niet geruster door dit antwoord? Hoe zit het? Hoe is de stand van zaken?

Staatssecretaris Bleker: Het moet niet gekker worden. Het komt aan de orde bij de vaststelling van het mandaat over Kiribati. Daarbij zal ik een kanttekening maken op dit punt opdat wij daarop later kunnen terugkomen.

[...]

Staatssecretaris Bleker: Laat ik hierop ingaan in mijn eerste kwartaalrapportage. Mevrouw Ouwehand wijst erop dat het oorspronkelijke haaienplan uitgebreider was. Zij vraagt naar de haaienvinnen. Nederland steunt de Commissie in het voorstel voor het ontvinnen. Wij willen niet dat er een uitzondering komt. Nu is een grote stap voorwaarts gezet om het ontvinnen tegen te gaan. Ik zal in Brussel nogmaals wijzen op het belang van het uitvoeren van het gehele plan.

[...]

Over de nachtvisserij zijn eerder Kamervragen gesteld door …? Wat denkt u? Mevrouw Ouwehand. Ik heb die vragen op 20 september 2011 beantwoord. Ik heb geschreven dat de uitbreiding van de nachtvisserij er niet toe zal leiden dat er meer paling door sportvissers wordt meegenomen. Sportvissers moeten immers in alle vispaswateren aal terugzetten. Het is mij bekend dat dit niet in alle gevallen gebeurt. Dat is niet goed, dat is illegale visserij. Sportvisserij Nederland heeft toegezegd dit strakker te handhaven in samenwerking met de boa's. Dit moet ook echt gebeuren. Als dit niet lukt, zal ik de nachtvisserij verder beperken. De verruiming, waarover wij eerder trouwens uitgebreid hebben gesproken, wordt danteruggedraaid of meer dan dat.

[...]

Mevrouw Jacobi (PvdA): De staatssecretaris probeert de Partij voor de Dieren een hak te zetten. Ik kom graag voor de makkers van die partij op, want zij hebben altijd de beste bedoelingen met het dierenwelzijn, ook in dit geval. Elk voordeel heeft zijn nadeel. Aan dit voorstel kleven ook nadelen. Hoe denken de Visbeheercommissies hierover? In die commissies bestaan sowieso al spanningen tussen sport- en beroepsvissers. Kan de staatssecretaris nog iets zeggen over het overleg hierover in de commissies?

Staatssecretaris Bleker: Die moeten hierin een belangrijke rol gaan spelen. Ik heb tijdens een eerder algemeen overleg gezegd dat dit in veel gevallen niet adequaat functioneert. Mijn geduld raakt nu ook een beetje op. Als via dit soort commissies geen afspraken kunnen worden gemaakt over het beheer, wordt het regulering. Overigens was dit helemaal geen plaagstootje en al helemaal niet in de richting van mevrouw Ouwehand.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand heeft nog een interruptie tegoed. Als zij wil, kan zij zichzelf verdedigen.

Staatssecretaris Bleker: Ik vind dat ik in vergelijking met mevrouw Ouwehand heel subtiele plaagstootjes geef.

De voorzitter: Die laatste was wel erg subtiel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor de toezegging dat de staatssecretaris wil bevorderen dat het haaienactieplan volledig wordt uitgevoerd. In het kader van de tonijnovereenkomsten heeft hij gezegd dat hij een kanttekening zal plaatsen als Kiribati aan de orde komt. Dit zou natuurlijk ook moeten gelden voor Madagaskar. Ik krijg daarover graag duidelijkheid, want dan hoef ik nu niet met een motie te komen.

Staatssecretaris Bleker: Ja.

Landbouw

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begin met de regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen. Ik kan mij aansluiten bij de opmerkingen van de heer Koopmans. Wij hebben hierin ook samen opgetrokken. Die uitzonderingsmogelijkheden moeten blijven bestaan. Als de heer Koopmans en mevrouw Ouwehand het met elkaar eens zijn, dan kan de staatssecretaris erop rekenen dat als hij geen toezegging doet, een motie met algemene stemmen wordt aangenomen. Immers, als die twee uitersten elkaar gevonden hebben, is de rest van de Kamer het er meestal ook wel mee eens.
Dan kom ik bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De vergroening blijkt niet groen en de externe dimensie, die volgens de staatssecretaris prima is, blijkt toch erg nadelig voor ontwikkelingslanden. Welke consequenties verbindt hij daaraan voor het vervolg van de onderhandelingen hierover?
Mijn volgende opmerking gaat over cross compliance. De PvdD vindt het nogal wat: 14,6 mln. aan landbouwsubsidie gekregen zonder aan de voorwaarden te voldoen. Dat zijn vrij grote bedragen die op de rekening van melkveehouders worden gestort zonder dat hiervoor iets gedaan hoeft te worden. Hoe gaat de staatssecretaris hoge boetes voorkomen? Het mag van de begroting af. Dat is weer 14,6 mln. belastinggeld dat wij dan kwijt zijn. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat de toch al magere natuur- en dierenwelzijnsvoorwaarden voor de subsidie worden nageleefd?
Wat de dierenwelzijnstrategie betreft: eigenlijk gaat er niets gebeuren. Daar waren wij al bang voor. Voor de staatssecretaris zou dat wel een probleem moeten zijn. In het regeerakkoord is immers vastgelegd dat dierenwelzijn op Europees niveau verbeterd moet worden. Daar zien wij nu nauwelijks iets van terug. Welke consequenties verbindt de staatssecretaris hieraan voor bijvoorbeeld een eigen, zelfstandige Nederlandse ambitie om dan maar in Nederland aan de slag te gaan met het verbieden van wilde dieren in circussen, om maar iets te noemen? Of denk aan het niet langer transporteren van varkens naar Rusland, mochten wij het niet voor elkaar krijgen om die acht uur op Europees niveau te regelen.
Mijn volgende onderwerp gaat over de legkippen. Hoewel het verbod op de legbatterijkip al drie maanden van kracht is, zitten er in Europa nog steeds miljoenen kippen in kleine kooitjes. Ons bereiken signalen dat de officiële cijfers over kooihuisvesting niet kloppen. Alleen al in Roemenië zouden nog ruim een miljoen kippen in kooitjes zitten, terwijl daar volgens de officiële cijfers 400.000 dieren in een legbatterij zouden zitten. Dit betreft een onderzoek dat Viervoeters heeft laten uitvoeren. Kan de staatssecretaris zeggen hoe het zit met de kwaliteit van de door de lidstaten aangeleverde cijfers? Hoe controleren wij dat? Hoeveel kippen zitten er in Nederland nog in een legbatterij?
Het is bijna Pasen. In de winkels zie je al vrolijk gekleurde paaseitjes. Straks worden er weer volop eieren van kippen gekocht. Het vervelende is dat een consument eigenlijk niet kan zien wat er in een doosje eieren zit met een etiket waarop "scharreleieren" staat. Die dieren scharrelen namelijk niet. Het is een misleidende term. Ik heb er eerder Kamervragen over gesteld. De staatssecretaris heeft hierop geantwoord dat het in de verordening anders zou moeten. De Britten vinden het niet zo prettig dat ze eieren als scharreleieren aangeleverd krijgen, terwijl zij er anders mee omgaan en ook wat eerlijker zouden willen zijn tegenover consumenten. Ik heb voor de staatssecretaris een doosje eieren. Aan de buitenkant ervan kun je niet zien wat erin zit, maar als je het openmaakt, zie je een leuke verrassing. Het zijn namelijk chocolade-eieren. Ik heb voor alle Kamerleden een doosje meegebracht. Ik vind dat wij eerlijk moeten zijn. "Scharrelei" is een misleidende term. Eigenlijk zou het "schuurei" moeten worden. Kan de staatssecretaris hiermee op pad gaan in Europa, opdat de consumenten precies weten wat ze kopen? Die dieren komen immers niet buiten en scharrelen ook niet. Ze zitten in een schuur. Wees daar eerlijk over.

De voorzitter: Namens eenieder bedankt. Wij zullen zeker van de chocolade-eitjes genieten. Wellicht gaan wij ook genieten van de bijdrage van de heer Van Gerven, die nu het woord heeft.

[...]

Staatssecretaris Bleker: De Kamer heeft een brief gekregen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Wij pleiten voor afschaffing van de nog resterende exportsubsidies per 2013. Wij pleiten ook voor afschaffing van de gekoppelde steun. Dat zijn allemaal maatregelen waardoor negatieve effecten voor ontwikkelingslanden worden voorkomen. Het beeld dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid de ontwikkeling in ontwikkelingslanden frustreert, is dus niet juist.

[...]

Verder is er gevraagd naar de regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen. Naar ik begrijp, is hiervoor brede steun. De Kamer ontvangt hierover deze week een brief. Zoals ik het nu zie, zal deze brief niet leiden tot een motie-Koopmans/Ouwehand, al is dat natuurlijk wel jammer. De import van bijenkoninginnen uit Canada is aan de orde gesteld. Ik kan niets veranderen aan de situatie waarover ik eerder heb gerapporteerd. Ik zal nogmaals contact opnemen met de Canadese collega's.

[...]

Er is gevraagd naar dierenwelzijn in Europees verband. Ik ben gematigd positief over de Commissiemededeling, maar ik heb wel een aantal kritische kanttekeningen. Het is geen mededeling waarvan wij zeggen "zo moet het". Op sommige punten is de mededeling onvoldoende; dat is klip-en-klaar. Er zit een aantal positieve punten in, maar er is bijvoorbeeld geen specifieke regelgeving aangekondigd voor de diercategorieën. Het is dus generiek. De harmonisatie van de handhaving is onvoldoende gestalte gegeven. Er is de kwestie van het transport. De transportverordening zit er onvoldoende in. Dat geldt ook voor de transportvoorschriften. Of denk aan het beëindigen van het bedwelmen van pluimvee, bepaalde dodingsmethoden voor pluimvee en kweekvis. Dat zit er allemaal niet in. De welzijnsregelgeving voor met name varkens en pluimvee zit op een te laag niveau. Wat ons betreft moet dit op het Nederlandse niveau zitten. Ik blijf op deze punten aandringen. Eerder heb ik gezegd: zo vanzelfsprekend als het hier is, zo onvanzelfsprekend is het in andere landen en lidstaten. Daar is een gebrek aan urgentiegevoel. Hierover moeten wij heel realistisch zijn.
De proefdierenkwestie is een aangelegenheid voor mijn collega van VWS. Wij hebben wel gezamenlijk in Brussel het signaal afgegeven dat wij moeten inzetten op het terugdringen
van het gebruik van proefdieren voor cosmetica. Dat blijven wij doen.

[...]

Mevrouw Ouwehand vraagt naar cijfers over legbatterijen. Lidstaten leveren cijfers aan bij de Europese Commissie. In Nederland zit 92% van de legkippen niet meer in legbatterijen. Er horen geen kippen meer in legbatterijen te zitten, behoudens kippen in de kleine categorie bedrijven waarvoor een uitstelmogelijkheid is geboden tot 1 juli aanstaande. Al het andere is illegaal. Er wordt op gehandhaafd en de dieren worden zo nodig verwijderd. Wij hebben een heel streng handhavingsbeleid. Ik hoor daar geen kritiek op van de Kamer. Binnen twee weken ontvangt de Kamer hierover een brief. Ik kan de cijfers over Roemenië niet beoordelen. Het is een zaak van de Europese Commissie om deze cijfers desgewenst te checken. Dat zal men bij ons ook moeten doen.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou het prettig vinden als de staatssecretaris tegen de Europese Commissie kan zeggen dat Nederland zich zorgen maakt over de aanlevering door de lidstaten van cijfers met betrekking tot de legbatterijen. Het lijkt erop dat Roemenië een miljoen kippen in kooitjes houdt, terwijl men zelf aangeeft dat het er 400.000 zijn. Verder heb ik de staatssecretaris gevraagd naar de misleidende term "scharrelei". Het beleid van dit kabinet is dat de consument in zijn aankoopgedrag het dierenwelzijn moet bevorderen. Dan moet je ook zorgen voor goede en duidelijke informatie. Wil de staatssecretaris pleiten voor een wijziging van de verordening, opdat wij eerlijke termen op de producten krijgen? Je kunt niet spreken van een scharrelei als de kip nooit buiten komt maar haar hele leven in de schuur zit.

Staatssecretaris Bleker: Ik ga echt niet in de Europese Raad van landbouwministers vragen of de Europese Commissie de collega-landen extra kan controleren op de juistheid van hun cijfers. Als een minister van een collega-land dat bij mij zou flikken ... Dat moet de Europese Commissie echt zelf doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag was om het aan de Europese Commissie te vragen.

Staatssecretaris Bleker: Men heeft al aangegeven hier goed naar te kijken in het kader van de infractieprocedures, mochten deze worden voortgezet. Ik ga echter geen oproep doen. Ik vind dat onheus ten opzichte van de Europese Commissie enerzijds en de lidstaten anderzijds; simpel zat.
De term "scharrelei" is een officiële term in de Europese regelgeving. De introductie van een nieuwe term maakt het er niet makkelijker op voor de consument. "Schuurei" dekt de lading niet. Kooi-eieren kunnen daar immers ook onder vallen. De kippen die kooi-eieren produceren groeien immers ook in een schuur op. In dit geval gaat het om kippen die in een schuur verblijven en niet gekoppeld zijn aan een kooi. Ze hebben de ruimte om zich te verplaatsen van A naar B en C en D. Ik ben zeer blij met het doosje eieren dat ik gekregen heb, maar ik zie niet in hoe het anders moet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan wil ik hierover een motie indienen, maar ik geloof dat de heer Koopmans ook al een VAO wil.