Bijdrage Ouwehand L&V Raad 29-3-17


12 april 2017

Weidegang

Voorzitter. De vorige Kamer sloot haar termijn af met het aannemen van een motie die zegt dat alle Nederlandse koeien toegang moeten krijgen tot de wei en de nieuwe Kamer begon met een debat in het vragenuur over de afschuwelijke toestanden in in dit geval een Belgisch slachthuis. Daarmee wil de Partij voor de Dieren maar concluderen dat dierenwelzijn van groot belang is. Landbouw moet wat ons betreft eindelijk de aandacht krijgen die deze verdient. Er staat nogal wat te gebeuren.

Mijn eerste vraag gaat over de aangenomen moties over de weidegang. Dit punt staat niet op de agenda, maar ik vraag de staatssecretaris of hij de onderzoeken waarover hij het in zijn brief had naar de Kamer wil sturen. Ik kan ook een schriftelijke vraag hierover stellen, maar dit gaat misschien sneller.

Slachthuizen

Laat ik terugkomen op het dierenwelzijnsdrama in de slachthuizen. In het verslag van de afgelopen Landbouwraad staat dat de staatssecretaris tegen de Europese Commissie heeft gezegd: bedankt voor het oprichten van een dierenwelzijnsplatform. Hij heeft gezegd dat burgers actie verwachten op het gebied van dierenwelzijn. Nou, dat lijkt me ook. Als je dan leest wat de staatssecretaris verder schrijft, zie je dat het verder alleen maar gaat over dat de dierenwelzijnsregels die er al zijn in Europa misschien iets beter geïmplementeerd of gehandhaafd zouden moeten worden. Dat is weinig ambitieus. Als we hier wetten hebben, gaan we er met zijn allen van uit dat iedereen zich daaraan moet houden. Mooi dat die implementatie op de agenda staat. Het lijkt me dat de toestanden in alle slachthuizen in Europa daar onderdeel van moeten zijn. De aangekondigde wens van de staatssecretaris om in Nederland camera's op te hangen in slachthuizen is prachtig. Het mag echter niet vrijblijvend zijn, zeker niet als we zien dat Frankrijk al over lijkt te gaan tot een verplichting. Als we niets te verbergen hebben, kunnen net zo goed livestreams van alle slachtpraktijken 24 uur per dag, ook vanuit de kelders waarin varkens met CO2 tot een verstikkingsbedwelming worden gebracht, gewoon toegankelijk zijn voor het publiek. Is de staatssecretaris daartoe bereid?

In een willekeurig jaar vinden in Nederland in de veehouderij 2,7 miljard overtredingen plaats van dierenwelzijnsregels. Is dat allemaal onderdeel van wat de staatssecretaris nu, wat ons betreft nog vrij beperkt, schrijft, namelijk dat de bestaande regels moeten worden nageleefd? Ik hoor daar graag een reactie op.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb toch even een verdiepende vraag over dat cameratoezicht. De Partij voor de Dieren heeft zich de afgelopen tijd, zeker in de vorige periode, gemanifesteerd als degene die ook privacy van mensen wil waarborgen. De Partij voor de Dieren heeft diverse moties van andere fracties met verve ondersteund en verdedigd. Ik vraag me af of ambtenaren die werkzaam zijn in de slachterijen volgens de Partij voor de Dieren gefilmd mogen worden tijdens hun werkzaamheden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik denk dat je goed moet kijken -- dat kan ook -- naar de bewaking van de privacy van de mensen die die nodig hebben. Zoals de heer Geurts weet, zijn er in een slachthuis veel meer dieren dan mensen. De Partij voor de Dieren vindt het van groot belang om goed inzichtelijk te krijgen wat er precies met die dieren gebeurt. Dat er 650 varkens per uur worden opgehangen aan de slachtlijn, kun je gewoon filmen zonder dat de medewerkers die daarbij staan herkenbaar in beeld worden gebracht. Daar heb ik alle vertrouwen in.

De heer Geurts (CDA):

Ik begrijp dat de Partij voor de Dieren in een slachthuis wel een livestream wil hebben en dat niet wil op andere plekken waar de veiligheid van mensen ook in het geding kan zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het CDA maakt er een leuk spelletje van.

De heer Geurts (CDA):

Ik ben heel serieus.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het waarborgen van de privacy van de mensen die daar werken is voor ons belangrijk, dus daar zetten wij op in. Ik zou er een jij-bak van kunnen maken door te zeggen dat het CDA nooit en te nimmer geeft om privacy, behalve als we dieren willen beschermen volgens de wetten die nu al gelden. Het gaat niet om extra bescherming van de dieren. Het zijn de wettelijke regels, waarvan we nu keer op keer op keer op keer moeten constateren dat ze niet worden nageleefd. Zelfs dan wil het CDA niet meedoen. Dat stelt ons toch teleur.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter, ik werd aangesproken. Het CDA wil niet meedoen? Nou, volgens mij zitten wij op dit moment in overleg over een nieuw kabinet. Het CDA doet daaraan mee. Ik heb nog geen voorstellen gezien over cameratoezicht et cetera, dus verwijt ons niet dat wij niet mee zouden willen doen. Dat is een voorbarige conclusie.

De voorzitter:

Daar laten we het bij. Mevrouw Ouwehand vervolgt haar betoog. Zij heeft nog 2 uur en 20 seconden. Ik bedoel 2 minuten en 20 seconden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Die tijd zou ik zomaar kunnen vullen.

Het is mooi dat het CDA zegt in beweging te willen komen voor dierenwelzijn. Daar zijn we blij mee.

Landbouwgif

Dan de ontwikkelingen op het gebied van landbouwgif. Er is goed en slecht nieuws. Het zou verschrikkelijk zijn als glyfosaat zou worden toegelaten. Ik vraag de staatssecretaris om goed op zijn netvlies te houden wat de Kamer aan zorgen heeft uitgesproken over glyfosaat. Daar zijn moties over aangenomen. We willen daarvan af. Dat zou ook passen binnen de kerngedachte van hoe je omgaat met gewasbeschermingsmiddelen. Het voorzorgsbeginsel, ook vastgelegd in de Europese richtlijnen, moet meewegen. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij de nieuwe ontwikkelingen beoordeelt en wat zijn inzet zal zijn.

Het goede nieuws betreft natuurlijk de neonicotinoïden. Als je moeite hebt om het uit te spreken, kun je ook neonix zeggen, geef ik als tip mee aan de nieuwe collega's. Het lijkt erop dat de Europese Commissie na heel veel onderzoek toch geneigd is om iedereen die daar al jaren voor waarschuwt, gelijk te geven en te zeggen: oei, dat spul is echt te heftig en we zullen tot een verbod moeten komen. Wat de Partij voor de Dieren betreft, wordt dat een totaalverbod. Ik ben benieuwd naar de inzet van de staatssecretaris. Ik wijs hem op de aanhoudende problemen met thiacloprid in de kassen. Dit middel zorgt voor problemen met het oppervlaktewater in het Westland. Wat ons betreft wordt de inzet hetgeen de Kamer al eerder heeft uitgesproken, namelijk een volledig moratorium en in dit geval een verbod op neonicotinoïden.

Fosfaat

Tot slot de fosfaat. Mij valt op dat veel boeren en burgers geen idee hebben hoe het nou zover heeft kunnen komen. Ik zie berichten op Facebook dat mensen zeggen dat een bureaucraat dat achter zijn bureau heeft bedacht. Hoe kan het dat mensen blijkbaar helemaal niet hebben meegekregen dat er een quotum was, dat een meerderheid in de Kamer vond dat dat quotum wel kon vervallen en dat er vervolgens is ingestemd met een wet Verantwoorde groei melkveehouderij, waardoor we nu in die enorme problemen zitten? Het is lekker makkelijk dat je in de media alleen maar leest: het moet van Brussel en anders verliezen we de derogatie. Wat vindt de staatssecretaris ervan dat mensen die dit rechtstreeks raakt zo weinig meekrijgen van wat de achtergrond daarvoor is?

De voorzitter:

Uw tijd zit erop, maar u hebt dadelijk nog een tweede termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb nog een korte vraag.

De voorzitter:

Heel kort dan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De biologisch-dynamische boeren hebben echt grote problemen met de uitvoering van deze wet. Ze vragen zich ook af waarom zij geraakt worden. Ik vraag nogmaals aan de staatssecretaris wat zijn antwoord is in de richting van deze boeren, die geen fosfaatprobleem veroorzaken en ook geen gebruikmaken van derogatie.

Interrupties bij andere partijen

Kringlooplandbouw

De heer De Groot (D66):

Ik zie de staatssecretaris ook pleiten voor meer flexibiliteit in de uitvoering. Daarover wil ik graag verder met hem spreken. Zou dat niet de oplossing zijn om met een sterkere tweede pijler de transitie naar een kringlooplandbouw in Nederland te steunen? Kunnen we zo niet het beste onze voorsprong weer gaan opbouwen, nadat we toch de laatste jaren een beetje tot stilstand gekomen lijken te zijn? In dat verband wil ik de staatssecretaris vragen of hij kansen ziet om nu al, binnen de huidige mogelijkheden, de inzet vanuit de tweede pijler voor jonge boeren, slechtweerverzekering en biodiversiteit te versterken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

D66 heeft altijd een interessante positie ingenomen in het landbouwdebat. Aan de ene kant pleit D66 voor ruimte voor natuur en kringlooplandbouw, zoals ik dat ook vandaag weer hoor. Aan de andere kant laat D66 altijd zien dat ze niet de keuzes durft te maken die dat vereist. Dus als er dan een voorstel ligt om de melkveestapel te laten groeien, denkt D66: nou ja, met techniek en het bedrijfsleven moet dat toch kunnen.

De voorzitter:

En uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De vraag is nu of de oproep van D66 om toe te werken naar een kringlooplandbouw ook gepaard zal gaan met de keuzes die daartoe nodig zijn in het landbouwbeleid, dus een krimp van de veestapel en echt overschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Anders blijft het namelijk een beetje gerommel in de marge.

De heer De Groot (D66):

Ik ken geen voorstel om het aantal koeien te vergroten, maar wel om het aantal koeien drastisch te verlagen, met alle gevolgen van dien voor de dieren zelf, maar ook voor de boeren die daarmee geconfronteerd worden. D66 is een partij die een brug wil slaan tussen stad en land, maar ook tussen natuur en landbouw. Daarin verschilt D66 ook van andere politieke partijen, die discussies beginnen over de toekomst van de landbouw alsof daartoe geen boeren nodig zijn. Daarvan distantieert D66 zich. Wel wil D66 op een positieve manier met een positieve visie toe naar een ander soort landbouw. Dat noemen wij kringlooplandbouw. Daar zijn ook al landbouwers mee bezig. Zij verdienen daarop al bijna €10.000 per jaar en de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat die kringloop verder gesloten wordt, zijn hier ook al eerder aan de orde geweest. Dat kan bijvoorbeeld door digestaat te laten gelden als dierlijke mest. Daar moeten we verder aan gaan werken, zodat we uiteindelijk een goed verdienmodel voor duurzame landbouw kunnen maken met elkaar. Dan helpt het niet om alleen een getuigenis naar voren te brengen, maar gaat het erom, op een positieve manier stappen te zetten met de direct betrokkenen.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, een korte vervolgvraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

We zouden voorzichtig beginnen, maar ik constateer alvast dat dit een valse start is bij D66. Je kunt immers niet volhouden dat die kringlooplandbouw dichterbij komt, als je niet eens de moeite neemt om te reflecteren op je eigen aandeel in het drama dat zich nu afspeelt in de melkveehouderij. D66 heeft uiteindelijk de AMvB Verantwoorde groei melkveehouderij gewoon gesteund, waardoor nu inderdaad de boeren in de knel komen. Ik concludeer dus dat D66 aan het begin van deze termijn van de Kamer alweer op twee paarden wil wedden, terwijl we al weten welk paard het gaat winnen, namelijk de industrialisering.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u moet nu echt een vraag stellen, anders komen we in tijdnood.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zou dat jammer vinden, gelet op de warme woorden die D66 spreekt over kringloopplannen. Zo komen we er dus niet.

De heer De Groot (D66):

Als de vraag is of ik het ermee eens ben dat ook de Partij voor de Dieren nu de kringlooplandbouw omarmt, dan is het antwoord ja, maar ik heb die vraag niet gehoord.

(…..)

Slachthuizen

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Grashoff. Ik zit nu al langer dan tien jaar in de Kamer. Het gebeurt vrij zelden dat de Kamer unaniem is over een onderwerp. Je ziet nu wat er is gebeurd met de varkens in Tielt. Iedereen, van links tot rechts, alle partijen en ook de staatssecretaris, maar zelfs ook de varkensboeren, nemen daar afstand van en vinden het afschuwelijk. Dat doet mij als dierenvriend heel veel deugd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik snap uw opmerking wel, maar ik wil toch aangeven dat er zeer grote verschillen zijn in hoe de aangetroffen situatie in het slachthuis in België wordt beoordeeld door de Partij voor de Dieren, de VVD en de Nederlandse varkensboeren. De manier waarop wij daarnaar kijken is dus niet van hetzelfde laken een pak.

Mevrouw Lodders (VVD):

Mevrouw Ouwehand daagt mij nu uit, maar ik was volgens mij de eerste woordvoerder die tijdens dit algemeen overleg is ingegaan op de situatie in het Belgische slachthuis. Ik vind het ontzettend jammer dat het niet op de agenda van het nieuw ingestelde platform is gezet. Ik vind namelijk juist dat handhaving van bestaande regelgeving van cruciaal belang is en ook invloed heeft. Ik was volgens mij de eerste partij die dat zei. Ik weet dus niet waar mevrouw Ouwehand dit vandaan heeft.

(….)

Beantwoording staatssecretaris

Fosfaat

Staatssecretaris Van Dam:

Dan de vragen die zijn gesteld over het fosfaatreductieplan en aanverwante onderwerpen. Mevrouw Ouwehand zei: het lijkt wel alsof veel mensen in Nederland, boeren en burgers, niet snappen hoe het zover heeft kunnen komen. Ik denk eigenlijk dat iedereen die betrokken is, echt wel weet dat de tekst "het moet van Brussel" een veel te simpele voorstelling van zaken is en dat de problematiek toch gewoon veroorzaakt is door het feit dat de Nederlandse melkveehouderij veel te hard gegroeid is, terwijl men wist en ook had kunnen weten dat daarmee grenzen zouden worden overschreden. We hebben daar in eerdere debatten uitvoerig bij stilgestaan. Dat maakt dat we dit jaar de Nederlandse melkveestapel fors moeten inkrimpen en vanaf volgend jaar kunnen reguleren aan de hand van fosfaatrechten. Die snelle krimp is buitengewoon onplezierig voor iedereen, maar wel noodzakelijk, willen we de voordelen houden zoals we die nu hebben. We hebben een uitzondering op de Europese bemestingsregels. Vaker is daarover gezegd, ook vanuit het oogpunt van milieu, dat er alle reden is om die uitzondering te houden. De mest wordt immers goed opgenomen door gras. Het helpt ons ook om ons platteland groen te houden. Er zijn immers eisen aan de hoeveelheid grasland die je moet hebben. Het is dan ook zeer waardevol dat we die uitzonderingspositie kunnen houden. Daarmee krijgen we een aantal regels mee die ons weer helpen om het mooie Nederlandse landschap te houden zoals we het kennen en zoals we het ook koesteren.

(…)

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Ouwehand vroeg naar biologisch-dynamische boeren die in de problemen komen door de regeling voor fosfaatreductie. Vrijwel alle biologisch-dynamische boeren zullen grondgebonden zijn, misschien op een enkele uitzondering die dat strikt genomen niet grondgebonden is na. Alle grondgebonden boeren zijn vrijgesteld van de korting van 4%. Ze worden ook vrijgesteld van de generieke korting die in het fosfaatrechtenstelsel wordt toegepast. Zolang ze dus na 2 juli 2015 niet zijn gegroeid, worden ze ook niet geraakt door de regeling. Alle groei die wel heeft plaatsgevonden, draagt bij aan de overschrijding van het fosfaatplafond. Dat plafond gold voor alle boeren en alle koeien in Nederland, ongeacht het soort bedrijf waarop ze rondliepen. Alle boeren die ervoor hebben gekozen om na 2 juli 2015 te groeien, wisten dus welk risico ze daarmee namen. Dat geldt ook voor biologische boeren.

(…)

Slachthuizen

Staatssecretaris Van Dam:

Dit is ook een relevant issue, want omwille van de privacy van de personen die op de beelden te zien zijn, kom je direct in aanraking met de privacywetgeving. Ook daarmee zul je rekening moeten houden. Daarom heb ik gisteren gezegd dat het allemaal een stuk makkelijker is als het vrijwillig wordt gedaan door de slachthuizen zelf. Ik heb gisteren ook gezien dat ze positief hebben gereageerd. Ik denk dus dat wij snel met elkaar in gesprek kunnen gaan. Ik hoop dat de positieve reactie van gisteren een voorbode is en dat men het daadwerkelijk gaat doen. Dan kunnen we gewoon goede afspraken maken over de manier waarop je met die beelden kunt omgaan. Ik weet niet zeker of die positieve reactie van gisteren nog steeds overeind zal blijven als ik verzoek om de beelden ook allemaal meteen op internet te zetten, zeg ik tegen mevrouw Ouwehand, maar ze hebben ongetwijfeld haar suggestie gehoord. Ik ben benieuwd hoe men daarop zal reageren. Ik vind het altijd heel positief als mensen die vlees eten, zich ook goed realiseren hoe de dieren gehouden en geslacht worden. Dat hoort erbij als je die keuzes maakt, maar ik weet niet of dit nou een stap is waar iedereen meteen op zit te wachten.

(…)

Weidegang

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Heel kort. Is de staatssecretaris bereid om de opzet van de onderzoeken die hij naar de weidegang heeft uitgezet, naar de Kamer te sturen, zodat we kunnen zien welke kant dat opgaat?

(…)

Fosfaat

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het fosfaat. Volgens mij is dat één groot knelgeval. We hebben hier niet alleen de taak om te controleren wat uiteindelijk de beleidsacties van de staatssecretaris worden, want we krijgen ook heel erg veel mails van boeren die niet weten waar ze aan toe zijn. Mijn vraag gaat ook echt over die communicatie, zowel wat betreft de schets van de achtergrond als wat betreft concrete vragen als: wat moet ik nu doen? Welke tips kan ik krijgen? Als ik bezwaar maak en dat verlies, dan kom ik in de knel. Is er een plek op het ministerie waar die mails naartoe kunnen? Beantwoordt het ministerie deze boeren allemaal individueel en kunnen wij daar dan weer een afschrift van krijgen? Ik denk dat dat wel het meest efficiënt is.

Staatssecretaris Van Dam:

Dat doen we nooit met afschriften van de communicatie met individuele burgers c.q. de communicatie tussen bedrijven en de overheid. Die informatie krijgt u in dit geval dus ook niet.

Door de RVO wordt de regeling uitgevoerd. Die probeert ook zo snel mogelijk alle data die er zijn te verstrekken. Iedereen heeft vanaf het begin geweten dat het een grote klus is die in een heel kort tijdsbestek moet worden uitgevoerd. Men probeert iedereen zo goed mogelijk te informeren en zo goed mogelijk alle vragen te beantwoorden, voor zover alle gegevens inmiddels beschikbaar zijn. Men probeert dat zo snel mogelijk te doen.

Nog even terugkomend op het punt van de handhaving. De heer Dijkgraaf vroeg daarnaar. Strikt genomen is er geen handhaving. Hoe zit het? De regeling zegt eigenlijk: u hebt een keus. Of u reduceert uw veestapel of u betaalt een geldsom. Die keuze ligt bij de boeren. Er is in die zin geen sprake van handhaving en dus ook niet van handhaving die je kunt opschorten. Mensen krijgen binnen een à twee weken duidelijkheid of er iets specifieks te regelen valt voor de zeldzame runderrassen. Bij heel veel bedrijven is er sprake van een combinatie van zeldzame en gangbare rassen, de rassen die in Nederland verreweg het meeste voorkomen. Ik neem aan dat de bedrijven die zich zorgen maken over het voortbestaan van zeldzame runderrassen, sowieso zullen kiezen voor de meer gangbare rassen daar waar ze een reductie moeten uitvoeren.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, is het duidelijk?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nee! De staatssecretaris geeft geen antwoord op mijn vraag of de opzet van de onderzoeken naar de weidegang die hij heeft aangekondigd of uitgezet, naar de Kamer kan komen. Mijn vraag over het afschrift van de beantwoording: ik wil echt weten waar ik mensen naartoe kan sturen, die zich niet alleen maar afvragen waar ze in de knel komen, maar ook …

De voorzitter:

Dat is duidelijk. De staatssecretaris kan antwoorden. Het moet even staccato, want we hebben nog maar drie minuten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik snap het, voorzitter. Als u minder praat, zijn we ook sneller.

Ik wil weten waar ik mensen naartoe kan sturen die zich echt afvragen wat hiervan de achtergrond is. Waarom moet ik na mijn uitbreiding van acht koeien, waardoor ik nu met twee gezinnen op het bedrijf kan werken en waarmee ik niet bijdraag aan het fosfaatprobleem, toch reduceren? Mensen willen gewoon antwoord op die vragen.

De voorzitter:

Dat is allang duidelijk. De staatssecretaris!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nee. Ik wil dus weten waar ik deze mensen naartoe kan verwijzen en of wij ook een afschrift van die uitleg krijgen.

De voorzitter:

De staatssecretaris! U geeft alleen maar voorbeelden. De staatssecretaris kan nu antwoorden. De staatssecretaris, alstublieft!

Staatssecretaris Van Dam:

De mensen van de zuivelbedrijven kunnen terecht bij ZuivelNL. ZuivelNL is ook degene die de regeling heeft gemaakt. Het is dus ook degene die daarover communiceert en uitleg geeft. Er is dus ook überhaupt geen communicatie tussen de overheid en die boeren. Het zuivelbedrijfsleven zelf geeft die uitleg en communiceert ook zelf. ZuivelNL voert de regeling ook uit. Alleen voor de niet-melkveebedrijven doet de RVO de communicatie. Maar het gros van de bedrijven dat hiermee te maken heeft, kan dus gewoon terecht bij ZuivelNL. Ik zei u verder net al: u krijgt sowieso geen afschriften van individuele correspondentie. U krijgt natuurlijk al helemaal geen afschriften van correspondentie waarin de overheid geen partij is.

(…)

Platform dierenwezlijn

Staatssecretaris Van Dam:

Dan het platform dierenwelzijn. Mevrouw Lodders vroeg naar aanleiding van de gebeurtenissen bij het Belgische slachthuis om de slachtregels daar op de agenda te plaatsen. Ik wil dat wel doen. Het gaat over verbetering van de toepassing van bestaande EU-regelgeving. Goede praktijken zijn mogelijk een passend onderwerp voor dit platform. De Commissie beslist over de agenda, niet wij. Wij kunnen het alleen aanmelden. Vervolgens is het aan de Commissie wat daarmee gebeurt.

Ook mevrouw Ouwehand vroeg naar het platform. Zij beklaagt zich erover dat het nodig is om de implementatie en handhaving van de bestaande regels daar te agenderen. Helaas is dat nodig. Dat geldt met name voor veel andere lidstaten. Ik heb in de Raad duidelijk aangegeven dat wat mij betreft ook initiatieven tot nieuwe wetgeving daar op de agenda kunnen staan. Door andere lidstaten en door de Commissie wordt daar zeer terughoudend -- ik durf zelfs te zeggen: afhoudend -- op gereageerd. Ik ben daar niet blij mee, dus wij blijven daarop drukken. Het feit dat het al moeite heeft gekost om dit platform op te richten en dat diverse lidstaten en de Commissie meteen zeggen dat het niet de bedoeling is om te komen tot nieuwe regelgeving, geeft een indruk van hoe de hazen lopen in Europa. Wij behoren echt tot de koplopers op het gebied van dierenwelzijn, samen met de Denen, de Duitsers, de Zweden en de Belgen. Wij zullen dat blijven doen, maar het is soms een stevige strijd. Ik ga ervan uit dat ook een toekomstig kabinet die strijd zal voortzetten. Dat is hard nodig.

(…)

Mevrouw Ouwehand vroeg om aangekondigde onderzoeken over weidegang naar de Kamer te sturen. Ik voldoe daar vanzelfsprekend aan.