Bijdrage Ouwehand debat Inten­sieve Veehou­derij 5-4-2017


6 april 2017

Voorzitter. Nederland is het meest veedichte land ter wereld. Nergens ter wereld zitten zo veel dieren op zo'n klein oppervlak als in ons landje. Dat brengt grote problemen met zich mee: er zijn risico's voor de volksgezondheid, er is sprake van bedreiging van de natuur en milieudoelen worden niet gehaald. Dit is niet nieuw. In 2007 zei oud-CDA-minister Cees Veerman, die nota bene minister van Landbouw was: dit systeem is vastgelopen; we importeren het voer, we exporteren de dieren en wij blijven zitten met de rommel, de mest. Niet voor niets wordt in Brabant al gesproken over de strontas van Nederland. Er zijn zo veel dieren en zo veel mestfabrieken dat mensen er letterlijk ziek van worden.

Oud-minister Veerman was niet de eerste oud-bewindspersoon die ons na zijn aftreden waarschuwde voor het vastgelopen systeem. Maar al die tijd was het wachten op een bestuurder die terwijl hij of zij in functie was de moed had om verantwoordelijkheid te nemen en te zeggen: zo kan het niet langer.

Ik zie dat er een vraag is, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, dat zie ik ook. De heer Geurts heeft een interruptie.

De heer Geurts (CDA):
De heer Veerman, CDA-lid en oud-minister, werd geciteerd. Maar ik vraag mevrouw Ouwehand om, als zij iemand citeert, dat wel volledig te doen. De heer Veerman heeft namelijk na die woorden gezegd dat hij trots is op de Nederlandse boeren en dat zij in staat zijn deze uitdaging aan te gaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De nuancering die het CDA hier probeert te maken raakt ironisch genoeg precies het punt waar het vastloopt. Aan de ene kant worden de problemen wel erkend. Aan de andere kant durft men niet de keuzes te maken die daarbij horen.

Ik vervolg mijn betoog. Er was gelukkig een vrouw die dit wel durfde. Wethouder Joan Veldhuizen in Bladel heeft gezegd: ik kan het niet voor mijn verantwoordelijkheid nemen om de risico's voor de volksgezondheid te negeren die gepaard zullen gaan met de uitbreiding van de veestapel. Die uitbreiding was gepland in de gemeente waar zij wethouder was. Het is tijd om een voorbeeld te nemen aan de moed van deze bestuurder. Wij hebben gezien dat ook hier in dit huis, na het afschaffen van het melkquotum, een meerderheid van de Kamer nog steeds alle signalen negeerde. We zijn gewaarschuwd voor een ongebreidelde groei van de melkveestapel. Datgene waar deze wethouder voor waarschuwde, is ook gebeurd: blind vertrouwen op de techniek — de mestverwerking zou ons wel redden — en op het zelfregulerende vermogen van de sector.

We kunnen nu de grote problemen zien waar boeren in zijn gebracht. Duizenden koeien gaan naar de slacht, terwijl we tegelijkertijd honderdduizenden kalveren importeren. Er is geen enkele logica in het landbouwbeleid, stelt Trouw heel voorzichtig. Dat is het gevolg van het gebrek aan verantwoordelijkheid nemen. Het is tijd dat we verantwoordelijkheid nemen. De volksgezondheid wordt bedreigd. Q-koorts maakte duizenden slachtoffers. Er zijn tientallen doden gevallen en meerdere mensen zijn nog steeds zeer ziek. Als je in de buurt woont van veehouderijen, kun je longproblemen krijgen. We worden ervoor gewaarschuwd dat resistente bacteriën ons allemaal raken. Het mestprobleem is onhoudbaar. Zelfs het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de moed opgegeven en heeft gezegd: dan moeten we de normen maar versoepelen. Het lukt blijkbaar niet om de mestproblematiek zodanig aan te pakken dat het binnen de perken blijft. De natuur en het milieu worden bedreigd. Dan heb ik het nog niet eens gehad over het dierenwelzijn, het klimaat en het toekomstperspectief voor de boeren. De vraag vandaag is: is de staatssecretaris bereid om een integrale analyse te presenteren over alle problemen die gemoeid gaan met de omvang van de veestapel, zodat het volgende kabinet en de Kamer de bijbehorende keuzes kunnen maken om de volksgezondheid, de natuur, het milieu, het dierenwelzijn en de boeren zelf te beschermen tegen deze desastreuze schaalvergroting?

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een veelvoorkomend fenomeen is dat je, als een pijnpunt wordt geraakt, snel andere mensen de schuld geeft van wat je eigenlijk zelf hebt gedaan. Het CDA beschuldigt Wakker Dier nu van het tegen elkaar opzetten van boerenfamilies, maar dat is precies wat het CDA heeft gedaan door niet te durven kiezen voor het gezinsbedrijf maar te zeggen dat alles mogelijk is. Daardoor weet je dat de grote jongens het gaan redden en dat de kleintjes het gaan verliezen. Ik vraag aan de heer Geurts of het CDA hier vandaag voor de belangen van de veehouderij staat of voor de belangen van de boeren.

De heer Geurts (CDA):
Het CDA staat voor de gemeenschap en daarvoor zijn wij als CDA-fractie gekozen. Mevrouw Ouwehand probeert een valse tegenstelling neer te zetten tussen boeren en veehouderij. Er is een verband tussen beide. Boeren zorgen goed voor hun dieren. Ik zie die tegenstelling ook niet. Wij zijn volksvertegenwoordigers en wij moeten een brede afweging maken van alle dingen die voorbij komen; dat zal de CDA-fractie ook doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Grappig genoeg bevestigt de heer Geurts nu juist het fenomeen dat ik beschreef, namelijk mij beschuldigen van valse tegenstellingen terwijl het CDA niet anders doet. Ik stel die vraag omdat de wethouder van CDA-huize in Bladel op de vraag van Nieuwsuur hoe het er over 25 jaar in Bladel uitziet, meteen het heldere eerlijke antwoord gaf: nou, substantieel minder boerenbedrijven. Wel meer dieren, vroeg Nieuwsuur. Ja, ja, wel meer dieren, maar substantieel minder boerenbedrijven, was het antwoord. Dat is toch het eerlijke verhaal van het CDA? Het zou de heer Geurts sieren als hij dat ook in dit huis durft te vertellen.

De heer Geurts (CDA):
Ik probeer voor mezelf te verklaren waar deze vraag vandaan komt. Wij zien door de jaren heen dat het aantal bedrijven afneemt. Daar kunnen wij lang en breed over praten, maar dat is gewoon een gegeven. Wij lezen bijvoorbeeld in de rapporten van de ING-bank dat in Brabant naar verwachting nog 3.500 bedrijven zullen verdwijnen. Dat vind ik erg, maar het is wel een gegeven. Maar dan wordt een citaat uit een interview gelicht. De wethouder heeft veel meer gezegd. Ik heb al die citaten keurig op een rij. Ik zal ze niet allemaal voorlezen in dit dertigledendebat, maar het is natuurlijk wel veel evenwichtiger dan mevrouw Ouwehand het hier doet voorkomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, het CDA draait eromheen dat zij hier zegt: wij zijn een partij voor de boeren. Partijen die werkelijk de keuzes durven te maken die daarbij horen, zeggen bijvoorbeeld eerlijk dat onze boeren die productie op de wereldmarkt niet redden, dat wij dan juist boeren verliezen, want dat is die trend van steeds meer dieren en steeds minder boeren. Zij willen daar een einde aan maken. Het CDA schuift die partijen in de schoenen dat zij niet voor de boeren staan. Wij staan daar juist wel voor. De Partij voor de Dieren wil meer boeren en dat bereiken wij door in te zetten op kleinschalige regionale kringlooplandbouw.

De heer Geurts (CDA):
Ik wil daar graag op reageren. De Partij voor de Dieren en mevrouw Ouwehand voorop zeggen dat zij meer dierenwelzijn willen, maar ook dat de stallen niet groter mogen worden. Mevrouw Ouwehand en de Partij voor de Dieren voorop zeggen dat zij minder milieuaantasting willen, maar ook dat de dieren niet in stallen mogen worden gehouden. Dan is er toch maar één conclusie mogelijk, namelijk dat zij wil dat de veehouderij uit Nederland verdwijnt. Vertel dan ook dat eerlijke verhaal. Ga mij niet beschuldigen van een eenzijdig verhaal. Ik probeer hier ook het gevoelen van de boerengezinnen neer te zetten. Dat mag toch? Wat is daar mis mee?

(…)

gewoon simpelweg te veel is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Allereerst compliment aan mevrouw Kuiken voor het feit dat ze met groot enthousiasme heeft gezegd: geef mij die landbouwportefeuille, want dit is echt waar het gebeurt voor een leefbare aarde.

Mijn vraag is de volgende. De PvdA zit nu niet aan de formatietafel maar heeft de afgelopen vier jaar wel de bewindspersonen op Landbouw geleverd. Wat ik aan het kabinet zou willen vragen, is een min of meer neutrale analyse van de doelen die gehaald moeten worden. We hebben allemaal ambities op het gebied van milieu, natuur en dierenwelzijn. We hebben gezien dat het beleid van de afgelopen jaren, waarbij er dán weer naar het ene doel is gekeken en dán weer naar het andere, niet werkt. Weliswaar zit er nu een demissionair kabinet, maar is de PvdA met ons van mening dat het goed zou zijn dat het met zo'n analyse komt, zodat het volgende kabinet op basis daarvan ook keuzes kan maken? Zou dit van deze staatssecretaris niet een laatste goede exercitie zijn die het debat ook verder kan helpen?

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ja, dat lijkt mij een uitstekend idee. Ik weet dat er dan wel heel veel gebakkeleid gaat worden over wat dan exact die doelen zijn. Sta mij overigens toe hierbij een wellicht wat koude vergelijking te maken. Op departementen wordt ook altijd een soort kaartenbak gemaakt met allerlei voorstellen waarbij je geld uitgeeft en voorstellen waarbij je geld bezuinigt. Op dezelfde manier zou je eigenlijk een stip aan de horizon moeten zetten waar het gaat om de keuzes die je kunt maken ten aanzien van het landbouwbeleid, hetgeen ten goede komt van de natuur en de gezondheid maar de boer ook een bestaansrecht geeft in Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij met dit antwoord. Omdat de problemen in de landbouw aanhoudend zo groot zijn, denk ik dat het van groot belang is dat, ook al is dit kabinet demissionair, er een conclusie komt over al die doelen die we moeten halen. Als je dat combineert en in samenhang beziet, zijn er keuzes nodig. Dan kunnen we die analyse plaatsen tegenover al die onterechte beschuldigingen van mensen die ertegen zijn en zeggen "jullie willen helemaal geen boeren meer" en die welzijn tegenover milieu zetten. Dan hebben we een analyse waarmee we verder kunnen. Ik ben blij dat de Partij van de Arbeid dat steunt. Laten we hopen dat het kabinet positief reageert.

(….)

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat instrumentrium is er op dit moment. Binnen de Crisis- en herstelwet zijn er een aantal mogelijkheden. Ook in de Omgevingswet hebben wij een aantal handvatten opgenomen. Die wet is overigens nog niet van kracht, maar komt er wel aan. Ik spreek ook met provinciebestuurders en met mensen uit de regio. Niet iedereen is al zover. Ik herken dat een aantal politici roept om een aanvullend instrumentarium, maar ik herken dat beeld niet bij alle bestuurders.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan komen we dus toch terug op het punt van de verantwoordelijkheid die de VVD-fractie hier in de Kamer zelf voelt voor bijvoorbeeld de volksgezondheid. Er kloppen twee dingen niet in het verhaal van mevrouw Lodders. Het kabinet heeft eerder al gezegd: wij willen een wet dieraantallen. Dat heet inmiddels de Wet veedichte gebieden. Die is niet naar de Kamer gekomen en het heeft er alle schijn van dat de VVD dat voortdurend heeft tegengehouden, terwijl de provincie Brabant daar wel degelijk om vraagt. Maar dan zijn we er nog niet, want we worden door wetenschappers en experts ervoor gewaarschuwd dat de volksgezondheidsproblemen en de risico's niet alleen maar lokaal zijn en dat resistente bacteriën voor iedereen in Nederland een bedreiging zijn, net als fijnstof. Daar komt dan toch de verantwoordelijkheid van de VVD-fractie hier in Den Haag om de hoek kijken. Of zegt de VVD op alle gebieden "nee, nee, nee, nee, en nog eens nee"?

Mevrouw Lodders (VVD):
Volgens mij heb ik een aantal keer het begrip "volksgezondheid" in de mond genomen en dit is overigens niet het eerste debat waarin ik dat doe. Op het moment dat er een ontwikkeling plaatsvindt, moeten wij oog hebben voor de volksgezondheid. Dat is van cruciaal belang. Er hebben een aantal onderzoeken plaatsgevonden. Die rapporten hebben wij volgens mij nog niet echt besproken in de Kamer. Als we kijken naar die rapporten en naar de uitkomsten van die rapporten, dan kunnen we niet eenduidig keiharde conclusies trekken. Dus ik ben heel erg blij met ... Er zijn een aantal andere sprekers die dat ook hebben opgemerkt. Ik ben content met het feit dat het kabinet aanvullend onderzoek doet. Ik heb dat overigens ook aangegeven. Ik denk dat het ook belangrijk is dat we gaan monitoren, want er zijn negatieve effecten. Maar er zijn ook een aantal positieve effecten rondom de veehouderij. Ik denk dat het van cruciaal belang is dat … Het klinkt wat gek, maar meten is weten in dit geval. Dat moeten we doen en dat moeten we blijven doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De VVD, mevrouw Lodders, gaat niet in op de vraag of zij inderdaad met haar fractie die Wet veedichte gebieden voortdurend heeft tegengehouden. Die hadden we allang kunnen behandelen in de Kamer, maar die is niet hierheen gekomen. Die wet zou recht doen aan het pleidooi dat zij zelf heeft gehouden om het lokaal te regelen. Wij denken dat je er met alleen maar meer provinciale bevoegdheden niet bent.

Het tweede is dat zij opnieuw voorbijgaat aan A. het voorzorgsbeginsel en B. de waarschuwingen dat die resistente bacteriën en het fijnstof heel Nederland zullen raken. Vanuit het voorzorgsbeginsel zou je dus eerder moeten zeggen "we beschermen de volksgezondheid" dan "we wachten nog even tien jaar op onderzoek". Is voor de VVD het voorzorgsbeginsel belangrijk voor de volksgezondheid?

Mevrouw Lodders (VVD):
Twee vragen. Allereerst de vraag over de wet voor veedichte of vee-intensieve gebieden. Die wet hoeft er wat ons betreft niet te komen. Dat heb ik ook aangeven in mijn betoog. Het is dus niet zo dat ik daarop niet wil antwoorden, want die wet is wat ons betreft overbodig. Je kunt het ook niet op die manier voor alle provincies in gang zetten. Het extra instrumentarium is naar onze mening ook niet nodig.

De tweede vraag van mevrouw Ouwehand. Natuurlijk is volksgezondheid van belang. Wij hechten aan de onderzoeken die hebben plaatsgevonden. We hechten aan aanvullend onderzoek en dat hoeft geen tien jaar te duren. Dat weet mevrouw Ouwehand ook, want volgens mij heeft de staatssecretaris — hij zal dat in zijn beantwoording wellicht bevestigen — aangegeven of aangekondigd dat dat aanvullende onderzoek voor de zomer richting de Kamer zou kunnen komen. Het hoeft dus geen tien jaar te duren, maar daarvoor kijk ik dus wel in de richting van de staatssecretaris. Ik meen zoiets gelezen te hebben.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik ten slotte het woord aan …

O, mevrouw Ouwehand. Een laatste opmerking!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, nog heel even kort.

Ik constateer dat de VVD voorbijgaat aan de landelijke verantwoordelijkheid en voorbijgaat aan het voorzorgsbeginsel. Dat baart mij veel zorgen, want we worden juist gewaarschuwd voor wat de VVD ook nu weer doet: vertrouwen op techniek en vertrouwen op zelfregulering door de sector. De lokale bevoegdheden tackelen die problemen dus niet. Ik zou de VVD mee willen geven om zich daar echt nog eens op te beraden.

Mevrouw Lodders (VVD):
Mevrouw Ouwehand is er een ster in om de sector in het verdomhoekje te plaatsen als het gaat om nieuwe technieken. Ik neem daar echt grote afstand van. Er zijn de afgelopen jaren enorm veel ontwikkelingen geweest waarin het bedrijfsleven volop geïnvesteerd heeft en heel grote stappen heeft gezet, niet alleen op aspecten die de volksgezondheid in positieve zin raken. Mag ik bijvoorbeeld ook eens het vitaliseringsplan van de varkenshouderij noemen? Daarin wordt op een veel breder aspect ingegaan. Zij verdienen lof. Het zou de Partij voor de Dieren sieren als zij dat ook een keer uit zou durven spreken richting de sector. Ik denk dat zij daarmee de sector in het kwadraat in een versnelling vooruit zou zetten in plaats van op achterstand.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb dit debat aangevraagd. Mede aanleiding daarvoor was de discussie die in de betreffende gemeenten speelt over de vraag of gemeenten voldoende bevoegdheden hebben of dat er landelijke regie moet komen en, zo ja, hoe we dat dan doen. Dit is, zelfs nog maar heel beperkt, een soort hoofdlijnendebat. Wat doen we met die oproep? Ik denk dat de staatssecretaris zeer terecht schetst wat het kabinet zo ongeveer in gang heeft gezet, waar het ongeveer aan denkt en welke weging er straks te maken is. Ik ben er dan ook erg voor dat we hier gewoon vragen over kunnen stellen.

Beantwoording staatssecretaris

Staatssecretaris Van Dam:

Het andere onderwerp waarnaar werd gevraagd, expliciet ook door de heer Geurts, was de fijnstofemissie van de pluimveehouderij. Dat is de problematiek die ook in de VGO-onderzoeken naar voren komt. In de directe omgeving van veehouderijen wordt een verband gezien tussen de uitstoot van fijnstof en diverse gezondheidsklachten, met name longklachten. Toen dat onderzoek was verschenen, hebben staatssecretaris Dijksma en ik, mede namens de minister van VWS, aangegeven stappen te zullen gaan zetten omdat die emissie moet worden teruggebracht. Staatssecretaris Dijksma en ik hadden overeenstemming bereikt met de sectororganisaties uit de pluimveehouderij over een aanpak waarmee we de komende tien jaar de emissie van fijnstof fors zouden reduceren. Zo'n forse reductie is ook absoluut noodzakelijk. Helaas is het akkoord op het laatste moment teruggetrokken door de pluimveehouderij, omdat de sectororganisaties van mening zijn dat de POR-regelingen die eind dit jaar aflopen, verlengd zouden moeten worden. Dat zijn uitzonderingen op de dierrechten voor onder andere de pluimveesector. Ik heb de Kamer eerder al gemeld dat ik daar geen ruimte voor zie, mede gelet op de discussies die we al hebben over de fosfaatproductie in Nederland. Door het verschil van mening daarover dient het kabinet nu eigenstandig maatregelen te nemen voor de reductie van fijnstofuitstoot. Daarbij zullen we natuurlijk uitgaan van de gesprekken die we al hebben gevoerd. De staatssecretaris van I en M en ik hopen de Kamer daarover op korte termijn te kunnen informeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is wel een goed voorbeeld van het punt dat de Partij voor de Dieren graag wil maken. We zijn voorstander van het gehoor geven aan die roep van provincies om meer sturingsmogelijkheden te krijgen, maar dan blijft er nog een landelijke verantwoordelijkheid over. Fijnstofresistente bacteriën zijn daar bij uitstek voorbeelden van. Nu hebben wij gesproken met de onderzoekers die in opdracht van het kabinet dat VGO-onderzoek hebben gedaan, het onderzoek naar de risico's voor de volksgezondheid voor omwonenden van veehouderijen. Wij vroegen hun: waarom hebt u niet de maatregel onderzocht om de veestapel te verkleinen, zodat we kunnen zien wat het effect daarvan is? Het antwoord was: het ligt zo voor de hand dat dat de meest zinvolle maatregel is dat die niet verder is uitgewerkt. Mijn vraag aan het kabinet is dus of het kabinet die optie wel nadrukkelijk in overweging neemt. Of blijft het kabinet bij die onderzoeken naar de verschillende technieken en wat die eventueel opleveren?

Staatssecretaris Van Dam:
Ik heb in verschillende verkiezingsprogramma's gezien dat diverse partijen een reductie van de veestapel in Nederland voorstelden. Andere partijen hebben dat niet gedaan. Daaruit blijkt dat deze kwestie politiek behoorlijk verschillende opvattingen oproept. Ik denk dat het echt aan een nieuw kabinet is om knopen door te hakken over de richting die het uit wil.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik snap dat de staatssecretaris dat zegt, want ik ken die verhoudingen in de Kamer, ook al wil D66 een krimp van 25%; het zou mooi zijn als D66 dat hier bevestigt. Mijn oproep aan het kabinet is echter om in elk geval die optie in kaart te brengen. Ik kan mij voorstellen dat het demissionaire kabinet zich terughoudend wil opstellen, maar dan kunnen we in elk geval zien wat het voor het halen van de fijnstofdoelstellingen zou betekenen als we de pluimveestapel bijvoorbeeld met 10% of 25% inkrimpen. Dan is het aan de Kamer of een nieuw kabinet om daarover daadwerkelijk te besluiten.

Staatssecretaris Van Dam:
Op het punt van verkleining van de veestapel zijn in de doorrekening van de verkiezingsprogramma's door het PBL natuurlijk al verschillende scenario's doorgerekend. Daaruit blijkt ook dat verkleining in elk geval goede effecten heeft op de milieuproblematiek en de klimaatproblematiek. Dat leidt vanzelfsprekend ook tot minder fijnstofemissies, maar verkleining van de veestapel is niet de enige remedie tegen de uitstoot van fijnstof. Ook na verkleining zullen we in Nederland ongetwijfeld nog steeds een intensieve pluimveehouderij hebben die dan nog steeds fijnstof uitstoot als je daar geen maatregelen tegen neemt. Welke politieke keuzes op dat punt ook gemaakt worden, fijnstofreducerende maatregelen zullen dus hoe dan ook nodig zijn.

(…..)

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of ik bereid ben om te komen tot een integrale analyse. Wij hebben daar al kort over gesproken. De afgelopen jaren zijn er al de nodige analyses gemaakt. Het kabinet heeft in 2013 een brief geschreven over de intensieve veehouderij. Daarin staat dat een integrale en structurele aanpak nodig is voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Recentelijk is een SER-advies van de commissie-Nijpels verschenen om een nieuwe impuls te geven aan de verduurzaming van de veehouderij. Ik heb al eerder gezegd dat een van de belangrijkste punten van dit advies is, te gaan werken met een landelijke regisseur. Ik heb destijds al gezegd dat ik die wil benoemen om ervoor te zorgen dat ook werk wordt gemaakt van de aanpak die in het SER-advies wordt geschetst. Ik vind het niet zo heel zinvol om nogmaals een hele analyse te maken. Ik denk dat wij nu concrete stappen moeten zetten en daarbij horen ook politieke keuzes die hier dan wel door een nieuw kabinet moeten worden gemaakt. Ik heb ook geschetst dat dit kabinet in de afgelopen jaren al fors heeft ingezet op verduurzaming van de veehouderij.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een heel korte vraag op dit punt. De heer Geurts noemde de campagne van Wakker Dier misplaatst en had het over een hetze. De staatssecretaris heeft de advertenties vast gezien. Het was geen aanval tegen de boeren. Dus het zou mooi zijn als de staatssecretaris even benadrukte dat maatschappelijke organisaties die hun rol op een goede manier vervullen, ook niet beticht kunnen worden van het creëren van een hetze.

Staatssecretaris Van Dam:
Maatschappelijke organisaties, burgers in Nederland, iedereen heeft het volste recht om zijn mening te geven over het beleid van het kabinet. En men moet helemaal zelf weten in welke vorm men dat doet.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Gezien de interrupties ga ik ervan uit dat iedereen daar behoefte aan heeft. Het woord is allereerst aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De problemen worden onderkend. Het kabinet zet een aantal stappen, maar het is niet fundamenteel genoeg. Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het landbouwbeleid wordt gekenmerkt door een gefragmenteerde aanpak om verschillende doelen te realiseren, zoals fosfaatreductie, vermindering van ammoniakuitstoot, verbetering van de waterkwaliteit en verbetering van dierenwelzijn, waarbij de klimaatopgave voor de veehouderij en de landbouw als geheel nog niet eens in kaart is gebracht;

constaterende dat de gefragmenteerde aanpak de maatschappelijke doelen onvoldoende dichterbij heeft gebracht en heeft geleid tot voortdurende onzekerheid bij ondernemers;

spreekt uit dat er dringend behoefte is aan een integraal beleid voor de landbouw in Nederland;

verzoekt de regering, een integrale analyse van de landbouw te presenteren, waarbij alle doelen in samenhang worden bezien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 185 (28973).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij een gelijkblijvende omvang van de veestapel in Nederland de normen en doelen voor milieu, natuur, dierenwelzijn, waterkwaliteit, klimaat en bescherming van de volksgezondheid niet kunnen worden gehaald;

spreekt uit dat binnen de komende kabinetsperiode een substantiële krimp van de veestapel zal moeten worden gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 186 (28973).

Ik geef de heer Geurts de gelegenheid om een korte vraag over de ingediende motie te stellen.

De heer Geurts (CDA):
Ik heb een heel korte vraag. Wat is "substantieel" in de ogen van de Partij voor de Dieren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De Partij voor de Dieren denkt dat op de lange termijn een krimp van de veestapel van 70% nodig is. Dat ga je niet in één kabinetsperiode realiseren. Gelet op de verkiezingsprogramma's van de verschillende partijen die nu aan de formatietafel zitten, denk ik dat 10%, 15% of 20% een mooie inzet zou kunnen zijn voor het komende regeerakkoord.

(…)

Staatssecretaris Van Dam:
Allereerst de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 185 om te komen tot een integrale analyse van de landbouw. Dat is een motie met allerlei constateringen over wat mevrouw Ouwehand op dit moment van het landbouwbeleid vindt. Ik moet die motie ontraden. Het lijkt mij niet gepast dat dit kabinet in wat zijn laatste maanden wel zullen worden, nog zo'n hele analyse gaat maken. Wat zij wel heeft gehad, is een SER-advies dat integraal gaat over de hele intensieve veehouderij, het onderwerp van het debat van vandaag. De regisseur die naar aanleiding daarvan zal worden aangesteld, zal daar ook verder mee aan de slag gaan en zal daarbij verdere problemen ook in kaart brengen.