Bijdrage Ouwehand Informele Landbouw en Visse­rijraad op 1 en 2 juni


26 mei 2015

Geannoteerde agenda informele Landbouwraad op 31 mei t/m 2 juni 2015

Biologische Landbouw
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn groot voorstander van biologische landbouw, en waarderen de warme woorden die de staatssecretaris daarover uit in de geannoteerde agenda. Nederland blijft helaas erg achter bij andere Europese lidstaten wat betreft het areaal biologische landbouw. Welke ambities heeft de staatssecretaris voor toename daarvan? Is zij bereid om in de aankomende begroting hier extra aandacht voor te hebben, en middelen vrij te maken voor het stimuleren van omschakeling van bedrijven naar biologische bedrijfsvoering? Vanwege het hoge gebruik van landbouwgif in Nederland is het voor biologische boeren soms erg moeilijk om residuvrij te blijven. De leden van de PvdD-fractie vinden het terecht dat de staatssecretaris stelt dat de biologische landbouw niet de dupe mag worden van de gangbare intensieve landbouw. Maar op welke wijze wil zij komen tot een landbouwsector waarin biologische bedrijven niet meer lijden onder het hoge gebruik van landbouwgif door andere bedrijven? Deze leden stellen voor dat de staatssecretaris een plan opstelt om de biologische sector residuvrij te maken. Is de staatssecretaris bereid om een dergelijk plan op te stellen?

Verslag Landbouw- en Visserijraad 11 mei 2015

Conferentie ‘Verbeteren van varkenswelzijn – wat zijn de wegen voorwaarts?
De leden van de fractie van de PvdD waarderen het dat de staatssecretaris het initiatief heeft genomen om een Europese coalitie te vormen die opkomt voor het dierenwelzijn in Europa. Binnen de grenzen van Europa leven erg veel dieren onder erbarmelijke omstandigheden en het is van fundamenteel belang dat dierenwelzijnsstandaarden fors verhoogd worden. Deze leden vragen zich daarom ook af hoe het zit met de nationale ambities van de staatssecretaris ten aanzien van het verhogen van het welzijn van varkens en andere dieren. Zij vinden de opmerking om de extra Nederlandse eisen om te zetten op basis van vrijwilligheid[1] van de voorzitter van de Nederlandse Varkenshouders Vakbond, getuigen van de onbereidheid om te investeren in dierenwelzijn. Initiatieven als ‘het varken en de kip van morgen, de verklaring van Brussel om in 2018 geheel te stoppen met castreren’, zijn allemaal voorbeelden waaruit blijkt dat marktwerking en vrijblijvendheid niet werkt. Wet- en regelgeving zijn essentieel om het dierenwelzijn te verbeteren. Het moet dan ook niet zo zijn dat met het bereiken van een level-playing field in Europa, er geen ruimte meer is voor het wettelijk verhogen van de standaarden van de Nederlandse varkens en andere dieren. Graag een reactie van de staatssecretaris hierop. Als zij dierenwelzijn serieus neemt, dan onderneemt zij ook nationaal meer actie op dit punt, menen deze leden.

De staatssecretaris spreekt in haar brief dat er verbetering en aanscherping nodig is van een aantal standaarden voor varkenswelzijn, deels via herziening van de EU-welzijnsrichtlijn voor varkens. Kan de staatssecretaris specificeren over welke standaarden, naast het couperen en het castreren van varkens, zij het heeft en op welke wijze zij voor gaat stellen hoe de EU-welzijnsrichtlijn voor varkens op deze gebieden gewijzigd wordt? Er wordt al jarenlang aan zeugen geknutseld om maar meer en meer biggen te werpen. Dit gaat ten koste van de big en de natuurlijke draagkracht van het lichaam van de zeug. Op het moment dat er meer biggen werden geworpen dat dat een zeug aan tepels had, besloot de fokkerij om maar zeugen te kweken met meer tepels. De staatssecretaris heeft al eerder in een debat aangegeven dat ze dit een ongewenste ontwikkeling vindt. Wanneer en op welke wijze gaat de staatssecretaris ingrijpen en een halt brengen aan deze onethische praktijken? Is de staatssecretaris ook bereid om het fokken op meer biggen en op zeugen met meer tepels in Europees verband aan te kaarten?

Herkomstetikettering
De leden van de fractie van de PvdD hebben kennis genomen van het rapport[2] wat de Europese Commissie op 20 mei jl. naar het Europees Parlement hebben gestuurd. De EC heeft aangegeven niet voor verplichte herkomstetikettering te zijn bij onverwerkte levensmiddelen, producten met maar één ingrediënt en ingrediënten die meer dan 50% van een levensmiddel uitmaken. Deze leden constateren opnieuw dat economische belangen voorop worden gesteld met alle gevolgen van dien. Het gesleep met dieren en producten leidt tot grote welzijnsproblemen bij dieren, belast het milieu, het klimaat en brengt onnodige risico’s mee voor de voedselveiligheid en volksgezondheid. Kan de Staatssecretaris aangeven wat haar oordeel is over het standpunt van de Europese Commissie in deze? Deelt zij de mening dat het juist van groot belang is om bij dierlijke producten het land van geboorte kenbaar te maken aan de consument? Zo nee, waarom niet?

De overheid geeft al jaren aan dat de consument medeverantwoordelijk is voor het oplossen van deze problemen doordat de consument bij de aankoop moet selecteren op duurzame producten. Het is echter onmogelijk voor consumenten om deze keuze te maken als zij geen inzicht hebben in de herkomst van de producten die zij kopen en welke ‘route’ deze producten hebben afgelegd. De leden van de fractie van de PvdD hebben in een eerder overleg gepleit voor de komst van een bar- of Quick Response (QR)-code die door consumenten in te scannen is. Consumenten zouden zo gedetailleerd inzicht kunnen krijgen in het leven dat het dier heeft geleid, tot op het niveau van de veehouderij waar zij zijn gebleven, het aantal kilometers dat het dier tijdens zijn leven heeft afgelegd en de wijze waarop het geslacht is. Hiermee kan totale transparantie in de vleesketen geboden worden. De staatssecretaris heeft aangeven dat zij zich over een dergelijke code zou beraden. Wanneer kunnen de leden het standpunt van de staatssecretaris tegemoet zien? Is de staatssecretaris bereid zich in te zetten voor een dergelijke toevoeging aan het etiket en is zij bereid is om dit ook in Europees verband voor te stellen? Is de Staatssecretaris bereid om zich alsnog in te zetten voor een volledige herkomstetikettering voor alle voedselproducten met dierlijke ingrediënten, waarbij ook het land van geboortet is vermeld?

De leden van de PvdD-fractie hebben kennis genomen van het uitgelekte voorstel van DG AGRI over herkomstetikettering van melk en zuivelproducten. Juist in een tijdperk waarin het melkquotum is losgelaten, er een enorme groei van het aantal koeien is ontstaan, megastallen de grond uitpoppen en de mesthoop steeds groter wordt, zijn de risico’s voor de volksgezondheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu ernstig toegenomen. Herkomstetikettering van melk en zuivelproducten kan de consument helpen in het selecteren van duurzame producten in zijn aankoopgedrag. Weidegang is bijvoorbeeld voor veel consumenten een bepalend selectiecriterium. Echter, het is nog voor veel zuivelproducten onbekend of hier melk is gebruikt afkomstig van koeien die weidegang hebben genoten. Is de staatssecretaris bereid om op nationaal niveau herkomstetikettering voor melk- en zuivelproducten in te voeren? Zo nee, waarom niet? Deelt zij de mening dat dit kan helpen bij de door haar uitgesproken ambitie om het percentage van koeien met weidegang te verhogen? Zo nee, waarom niet?

Overige punten

Hondenleer
De leden van de PvdD-fractie hebben met afschuw kennis genomen van beelden waarin honden worden doodgeknuppeld voor de gruwelijke hondenleerindustrie in China. Is de staatssecretaris er mee bekend dat er nog altijd producten van hondenleer uit China geëxporteerd worden en ook op de Europese markt aanwezig zijn? Kan de staatssecretaris bevestigen dat producten van honden- en kattenleer vrijwel nooit als zodanig gelabeld worden en op de internationale markt gekocht kunnen worden door consumenten die zich niet ervan bewust zijn dat het om hondenleer gaat? Zo nee, hoe kan de staatssecretaris dan garanderen dat deze producten niet op de EU markt terechtkomen? Is de staatssecretaris bereid, mogelijk op een nader moment na overleg met de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, om in navolging van het Europees verbod op honden- en kattenbont sinds 2009 (Verordening (EG) nr. 1523/2007) te pleiten voor een Europees import- en handelsverbod op producten van honden- en kattenleer? Zo nee, waarom niet?

Europese studie naar het welzijn van honden en katten
De leden van de PvdD-fractie zijn benieuwd naar de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek van de Europese Commissie naar het welzijn van honden en katten. Kan de staatssecretaris aangeven of de resultaten van dit onderzoek al bekend zijn en wanneer deze naar de Kamer zullen komen?

EU-voorstel: verordening herziening besluitvorming genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) COM (2015) 177
De leden van de PvdD-fractie danken de staatssecretaris voor het opsturen van het voorstel voor een verordening om de besluitvorming van genetisch gemanipuleerde organismen te veranderen. Zij zien zeer uit naar de appreciatie van het kabinet van dit voorstel. Zij willen graag vragen of het kabinet samen met haar BNC-fiche van deze voorstellen ook juridische analyses van het voorstel zou willen meesturen. Bij de discussie over het teeltvoorstel waarmee landen de mogelijkheid zouden krijgen zijn er door verschillende juridische diensten, van de Raad en van het Europees parlement, analyses opgesteld over de juridische haalbaarheid van een verbod op de teelt van gentechgewassen op (een deel van) het grondgebied van een lidstaat. Zijn of worden dergelijke juridische analyses ook opgesteld bij het voorstel dat nu voorligt waarmee lidstaten de mogelijkheid zouden krijgen om het gebruik van gentechproducten in hun voedselketens te beperken of te verbieden? En zo nee, is de staatssecretaris bereid om een dergelijke juridische analyse te verzoeken?

In de mededeling en voorstel voor verordening wordt steeds verwezen naar jurisprudentie met betrekking tot de uitleg van artikel 36 VWEU. Kan de staatssecretaris (eventueel in het BNC-fiche) deze jurisprudentie nader duiden, zodat ook het publiek dat meeleest en geen jurist is daar kennis van kan nemen? Op basis van deze jurisprudentie, welke gronden kunnen worden aangevoerd voor een verbod of beperking van het gebruik? Bij het teeltvoorstel was de vraag welke gronden een verbod of beperking zouden rechtvaardigen juist ook uitvoerig punt van discussie. Daar is gekozen voor een niet-limitatieve lijst, waar ook ethische en sociaal-economische gronden deel van uitmaakten. Hoe verhoudt zich dat tot het huidige voorstel?

Toelating bestrijdingsmiddelen
De leden van de PvdD-fractie lezen in de brief van de staatssecretaris over de stand van zaken toezeggingen omwonenden en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dat er op korte termijn een Europees ontwikkelde methodiek om gewasbeschermingsmiddelen ook te gaan toetsen op mogelijke effecten voor omwonenden, en dat de Europese lidstaten hierover over een paar weken zullen stemmen. Deze leden krijgen graag meer informatie over deze methodiek. Hoe verhoudt deze zich tot het Britse en Duitse model dat sinds kort in Nederland wordt toegepast? Welke veranderingen zullen er met deze methodiek optreden in het toelatingsbeleid? Wordt er met deze nieuwe methodiek ook eindelijk gekeken naar de cumulatieve effecten van het gebruik van verschillende soorten landbouwgif?

Kloonvlees in Denemarken
In april jl. is in de media[3] het bericht gepubliceerd dat in Denemarken hoogstwaarschijnlijk vlees- en melkproducten van gekloonde dieren, afkomstig uit de Verenigde Staten, verkocht zijn. Ondank het EU-verbod en de beloften over kloonvlees die gemaakt zijn ten aanzien van het vrijhandelsakkoord TTIP, blijkt het dus toch mogelijk voor de Verenigde Staten om kloonvlees en kloonmelk te exporteren naar landen in Europa. Kan de staatssecretaris aangeven of er tevens kloonvlees en kloonmelk naar Nederland is geëxporteerd? Henrik Callesen van de Aarhus University zegt dat het bijna onmogelijk is om volledig kloonvrije producten uit Noord-Amerika te krijgen. Onlangs hebben de Verenigde Staten een WTO-zaak verloren waarin zij door Canada en Mexico werden aangeklaagd voor het verplichten van herkomstetikettering van vlees. Is de staatssecretaris het met de leden van de fractie van de PvdD eens dat door TTIP het risico groot is dat in meer EU-landen gekloond vlees op de markt gaat komen, wat door consumenten als zodanig herkend zal worden aangezien hier geen etiketteringsregels voor zijn? Graag een reactie.

Lange afstandstransporten
De leden van de fractie van de PvdD zijn bezorgd over de misstanden die zich afspelen met Nederlandse veetransporten. Zo werden er in februari vanuit het Verenigd Koninkrijk schapen naar Europa gesleept om hier ritueel geslacht te worden. Dit gebeurde in veewagens die hier niet voor geschikt waren. Foto’s[4] van poten die vastzitten in ventilatiesystemen en andere openingen geven de gruwelijke omstandigheden van de schapen weer. Andere misstanden, geconstateerd door de Nederlandse dierenwelzijnsorganisatie Eyes on Animals, speelden zich af bij de EU-grens met Turkije. Één van de misstanden ging over twee Nederlandse trucks gestrand met bijna 300[5] (veelal zwangere) geiten vanwege de eisen die Turkse overheden stellen aan een document terwijl in Nederland de NVWA andere documenten hanteert. Dit is het zoveelste incident waarin dieren na een ellenlange reis, urenlang in hete trucks moeten wachten zonder water en voedsel of medische zorg. In dit specifieke geval anderhalve dag. Het is onaanvaardbaar om dieren zo lang in dergelijke erbarmelijke omstandigheden te houden. Helaas bleken ook de Nederlandse chauffeurs het dierenwelzijn tijdens de reis genegeerd te hebben. De chauffeurs hadden besloten een Bulgaarse rustplaats over te slaan en 29 uur achter elkaar door te rijden. Niet alleen is hiermee de maximale reistijd overschreden maar dieren en chauffeurs kregen niet de wettelijk voorgeschreven rust en eten waarmee de chauffeurs zichzelf en de dieren onnodige risico’s toebrachten. De leden van de PvdD-fractie achtten dit onacceptabel, en gaan ervan uit dat de staatssecretaris dit ook vindt. Dergelijk gedrag gaat rechtstreeks in tegen de Europese Transportverordening en hierop zou gehandhaafd moeten worden.

Het antwoord van de staatssecretaris aan Eyes on Animals dat op deze misstanden niet gehandhaafd kan worden, verbazen de leden dan ook zeer. Op 23 april jl oordeelde het Hof van Justitie[6] over een gelijksoortige Duitse zaak[7] dat veetransporteurs uit Europa verplicht zijn om zich te houden aan de Europese Transportverordening, óók als zij Europa verlaten hebben. Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze de NVWA deze misstanden gaat handhaven? Op welke wijze gaat de staatssecretaris een vervolg geven aan haar inzet om een maximale transportduur van 8 uur te regelen? Is de staatssecretaris bereid om zich in te zetten voor een verbod op het transport van levende dieren vanuit Europa naar derde landen, gezien de ernstige gevolgen voor het dierenwelzijn tijdens het transport en de omgang met het dier in het land van aankomst, en dit in Europees verband aan te kaarten?

[1] Boerderij, 6 mei 2015
[2] http://ec.europa.eu/food/food/labellingnutrition/foodlabelling/docs/com_2015_204_f1_nl.pdf
[3] http://www.globalmeatnews.com/Industry-Markets/Cloned-farm-animals-prompt-concern-in-Denmark
[4] http://www.eyesonanimals.com/nl/shame-on-dutch-transport-company-diepeveen/
[5] http://www.piepvandaag.nl/geiten-vast-eu-grens-turkije/
[6] http://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2015/4/Europese-regels-diertransporten-ook-buiten-EU-1751935W/
[7] Duitse autoriteiten hadden namelijk een transport geweigerd waarbij runderen 146 uur vervoerd zouden worden terwijl de chauffeur geen rustplaats had gereserveerd.


Antwoorden van de staatssecretaris van Economische Zaken op de vragen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie

Biologische landbouw
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn groot voorstander van biologische landbouw, en waarderen de warme woorden die de staatssecretaris daarover uit in de geannoteerde agenda. Nederland blijft helaas erg achter bij andere Europese lidstaten wat betreft het areaal biologische landbouw. Welke ambities heeft de staatssecretaris voor toename daarvan? Is zij bereid om in de aankomende begroting hier extra aandacht voor te hebben, en middelen vrij te maken voor het stimuleren van omschakeling van bedrijven naar biologische bedrijfsvoering? Vanwege het hoge gebruik van landbouwgif in Nederland is het voor biologische boeren soms erg moeilijk om residuvrij te blijven. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vinden het terecht dat de staatssecretaris stelt dat de biologische landbouw niet de dupe mag worden van de gangbare intensieve landbouw. Maar op welke wijze wil zij komen tot een landbouwsector waarin biologische bedrijven niet meer lijden onder het hoge gebruik van landbouwgif door andere bedrijven? Deze leden stellen voor dat de staatssecretaris een plan opstelt om de biologische sector residuvrij te maken. Is de staatssecretaris bereid om een dergelijk plan op te stellen?

Uit de sterke groei van zowel het aantal biologische bedrijven als de vraag naar biologische producten blijkt dat het aantal hectares niet maatgevend is voor de groei van de biologische sector. Mijn ambitie voor steun aan de biologische landbouw blijkt onder meer uit het Topsectorenbeleid waarbinnen middelen zijn vrijgemaakt voor onderzoek nodig voor een verdere ontwikkeling van de biologische sector naar aanleiding van de motie van Gerven (Kamerstuk 33750-XIII, nr. 42). Daarnaast ondersteun ik de sector met projectmiddelen en exportbevordering. Een omschakelingssubsidie was onderdeel van het stimuleringsbeleid zoals dat door voorgaande kabinetten is gevoerd in de periode tot 2012. Dit past niet meer bij een volwassen sector met een stevige marktpositie die momenteel volop bezig is zijn eigen ambities uit te werken en op te pakken.

Zoals ik al aangaf in het antwoord op de vragen van de leden van de VVD-fractie, ben ik voorstander van afname van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de hele agrarische sector.

Varkenswelzijn

Conferentie ‘Verbeteren van varkenswelzijn – wat zijn de wegen voorwaarts?
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren waarderen het dat de staatssecretaris het initiatief heeft genomen om een Europese coalitie te vormen die opkomt voor het dierenwelzijn in Europa. Binnen de grenzen van Europa leven erg veel dieren onder erbarmelijke omstandigheden en het is van fundamenteel belang dat dierenwelzijnsstandaarden fors verhoogd worden. Deze leden vragen zich daarom ook af hoe het zit met de nationale ambities van de staatssecretaris ten aanzien van het verhogen van het welzijn van varkens en andere dieren. Zij vinden de opmerking “om de extra Nederlandse eisen om te zetten op basis van vrijwilligheid” van de voorzitter van de Nederlandse Varkenshouders Vakbond (Boerderij, 6 mei 2015), getuigen van de onbereidheid om te investeren in dierenwelzijn. Initiatieven als ‘het varken en de kip van morgen, de verklaring van Brussel om in 2018 geheel te stoppen met castreren’, zijn allemaal voorbeelden waaruit blijkt dat marktwerking en vrijblijvendheid niet werkt. Wet- en regelgeving zijn essentieel om het dierenwelzijn te verbeteren. Het moet dan ook niet zo zijn dat met het bereiken van een levelplaying field in Europa, er geen ruimte meer is voor het wettelijk verhogen van de standaarden van de Nederlandse varkens en andere dieren. Graag een reactie van de staatssecretaris hierop. Als zij dierenwelzijn serieus neemt, dan onderneemt zij ook nationaal meer actie op dit punt, menen deze leden.

Ik ben voorstander van het aanscherpen van dierwelzijnseisen op Europees niveau. Dit is niet alleen van belang voor eerlijke concurrentieverhoudingen (level playing field) maar ook voor de verbetering van dierenwelzijn in andere lidstaten. Innovaties en verbeteringen op het terrein van dierenwelzijn moeten deel uitmaken van onderscheidende marktconcepten en worden betaald uit de markt. Het verplicht eenzijdig aanscherpen van wettelijke eisen voor dierenwelzijn maakt het verdienmodel voor verduurzaming van de dierlijke ketens in de praktijk nagenoeg onmogelijk.

De staatssecretaris spreekt in haar brief dat er verbetering en aanscherping nodig is van een aantal standaarden voor varkenswelzijn, deels via herziening van de EU-welzijnsrichtlijn voor varkens. Kan de staatssecretaris specificeren over welke standaarden, naast het couperen en het castreren van varkens, zij het heeft en op welke wijze zij voor gaat stellen hoe de EU-welzijnsrichtlijn voor varkens op deze gebieden gewijzigd wordt?

Bij wijzigingen van de EU-welzijnsrichtlijn voor varkens wil ik, naast verduidelijking van de bepalingen inzake staartcouperen, er met name op inzetten dat de groepshuisvestingseis voor (drachtige) zeugen naar de periode vóór vier weken na inseminatie wordt uitgebreid en de minimumruimte per (vlees)varken op het niveau van de voorschriften in Nederland wordt gebracht.

In het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 11 mei jl. (Kamerstuk 21501-32, nr. 840), gaf ik al aan dat ik samen met mijn Deense, Duitse en Zweedse collega’s een position paper heb ondertekend om varkenswelzijn op het niveau van de Europese Unie te verbeteren. In de bijlage treft u dit position paper aan, inclusief de begeleidende brief aan Eurocommissaris Andriukaitis.

Er wordt al jarenlang aan zeugen geknutseld om maar meer en meer biggen te werpen. Dit gaat ten koste van de big en de natuurlijke draagkracht van het lichaam van de zeug. Op het moment dat er meer biggen werden geworpen dat dat een zeug aan tepels had, besloot de fokkerij om maar zeugen te kweken met meer tepels. De staatssecretaris heeft al eerder in een debat aangegeven dat ze dit een ongewenste ontwikkeling vindt. Wanneer en op welke wijze gaat de staatssecretaris ingrijpen en een halt brengen aan deze onethische praktijken? Is de staatssecretaris ook bereid om het fokken op meer biggen en op zeugen met meer tepels in Europees verband aan te kaarten?

De Nederlandse varkenssector zet zich in om de biggensterfte te verlagen. De inzet is dat elke zeug haar eigen biggen groot kan brengen. De sector neemt hierin zijn eigen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wettelijke maatregelen acht ik thans niet opportuun, wel blijf ik in overleg met de sector om ze op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

Herkomstetikettering
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het rapport dat de Europese Commissie op 20 mei jl. naar het Europees Parlement heeft gestuurd (http:// ec.europa.eu/food/food/labellingnutrition/foodlabelling/docs/com_2015_204_f1_nl.pdf). De Europese Commissie heeft aangegeven niet voor verplichte herkomstetikettering te zijn bij onverwerkte levensmiddelen, producten met maar één ingrediënt en ingrediënten die meer dan 50% van een levensmiddel uitmaken. Deze leden constateren opnieuw dat economische belangen voorop worden gesteld met alle gevolgen van dien. Het gesleep met dieren en producten leidt tot grote welzijnsproblemen bij dieren, belast het milieu, het klimaat en brengt onnodige risico’s mee voor de voedselveiligheid en volksgezondheid. Kan de staatssecretaris aangeven wat haar oordeel is over het standpunt van de Europese Commissie in deze? Deelt zij de mening dat het juist van groot belang is om bij dierlijke producten het land van geboorte kenbaar te maken aan de consument? Zo nee, waarom niet?

Op dit moment ben ik samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de op 20 mei jongstleden verschenen rapporten en onderliggende studies aan het bestuderen. De eerste oriënterende gesprekken zijn nu gaande op Europees niveau en zullen naar verwachting in de Landbouw- en Visserijraad van 16 juni a.s. worden voortgezet. Mede op basis van de uitkomst van deze besprekingen en de resultaten uit de rapporten en onderliggende studies zal het kabinet een definitief standpunt innemen, waarover ik u zal informeren.

De overheid geeft al jaren aan dat de consument medeverantwoordelijk is voor het oplossen van deze problemen doordat de consument bij de aankoop moet selecteren op duurzame producten. Het is echter onmogelijk voor consumenten om deze keuze te maken als zij geen inzicht hebben in de herkomst van de producten die zij kopen en welke ‘route’ deze producten hebben afgelegd. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben in een eerder overleg gepleit voor de komst van een bar- of Quick Response (QR)-code die door consumenten in te scannen is. Consumenten zouden zo gedetailleerd inzicht kunnen krijgen in het leven dat het dier heeft geleid, tot op het niveau van de veehouderij waar zij zijn gebleven, het aantal kilometers dat het dier tijdens zijn leven heeft afgelegd en de wijze waarop het geslacht is. Hiermee kan totale transparantie in de vleesketen geboden worden. De staatssecretaris heeft aangeven dat zij zich over een dergelijke code zou beraden. Wanneer kunnen de leden het standpunt van de staatssecretaris tegemoet zien? Is de staatssecretaris bereid zich in te zetten voor een dergelijke toevoeging aan het etiket en is zij bereid is om dit ook in Europees verband voor te stellen?

In mijn brief van 21 maart 2014 (Kamerstuk 21501-32, nr. 774) in antwoord op vragen van uw Kamer in het kader van het verslag van een schriftelijk overleg inzake de Landbouw- en Visserijraad van 24 maart 2014, heb ik het belang van meer transparantie over de herkomst van landbouwproducten onderkend. De vraag of een bar- of Quick Respons-code hierbij behulpzaam kan zijn, zoals gesuggereerd door de fractie van de PvdD, heb ik voorgelegd aan de Alliantie Verduurzaming Voedsel (Alliantie). Tevens heb ik de Alliantie gevraagd aan te geven welk perspectief zij hierin ziet. In haar reactie onderstreept de Alliantie het grote belang van transparantie in de agrifoodketen. Het huidige barcode/QR-systeem, dat inmiddels zo’n 30 jaar oud is, is een tracking en tracing systeem dat gericht is op informatie ‘van-bedrijf-naar-bedrijf’. Het systeem zou daardoor, volgens de Alliantie, niet de herkomstinformatie bevatten waar de consument in geïnteresseerd is. Overigens geeft de Alliantie in haar reactie wel aan dat in de komende 5 – 10 jaar de ontwikkeling van tracking en tracing verder zal gaan, juist gedreven vanuit het vraagstuk van voedselveiligheid en –integriteit.

Is de staatssecretaris bereid om zich alsnog in te zetten voor een volledige herkomstetikettering voor alle voedselproducten met dierlijke ingrediënten, waarbij ook het land van geboorte is vermeld?

Graag verwijs ik naar het antwoord op uw eerdere vraag, waarin ik aangeef wat de stand van zaken is van een standpunt van de regering.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennisgenomen van het uitgelekte voorstel van DG AGRI over herkomstetikettering van melk en zuivelproducten. Juist in een tijdperk waarin het melkquotum is losgelaten, er een enorme groei van het aantal koeien is ontstaan, megastallen de grond uitpoppen en de mesthoop steeds groter wordt, zijn de risico’s voor de volksgezondheid, voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu ernstig toegenomen. Herkomstetikettering van melk en zuivelproducten kan de consument helpen in het selecteren van duurzame producten in zijn aankoopgedrag. Weidegang is bijvoorbeeld voor veel consumenten een bepalend selectiecriterium. Echter, het is nog voor veel zuivelproducten onbekend of hier melk is gebruikt afkomstig van koeien die weidegang hebben genoten. Is de staatssecretaris bereid om op nationaal niveau herkomstetikettering voor melk- en zuivelproducten in te voeren? Zo nee, waarom niet? Deelt zij de mening dat dit kan helpen bij de door haar uitgesproken ambitie om het percentage van koeien met weidegang te verhogen? Zo nee, waarom niet?

Zoals aangegeven, ben ik mij nog samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan het beraden over de op 20 mei jongstleden verschenen rapporten en onderliggende studies. Mijn collega en ik vinden, zoals ook al eerder aangegeven, dat er blijvend sprake moet zijn van een gelijk speelveld en er geen concurrentieverstoring mag optreden. Dat kan alleen met Europees vastgestelde regelgeving worden gerealiseerd. We willen daarom niet vooruitlopen op de uitkomsten van de discussie die nu op EU-niveau plaatsvindt.

Hondenleer
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met afschuw kennisgenomen van beelden waarin honden worden doodgeknuppeld voor de gruwelijke hondenleerindustrie in China. Is de staatssecretaris er mee bekend dat er nog altijd producten van hondenleer uit China geëxporteerd worden en ook op de Europese markt aanwezig zijn? Kan de staatssecretaris bevestigen dat producten van honden- en kattenleer vrijwel nooit als zodanig gelabeld worden en op de internationale markt gekocht kunnen worden door consumenten die zich niet ervan bewust zijn dat het om hondenleer gaat? Zo nee, hoe kan de staatssecretaris dan garanderen dat deze producten niet op de Europese markt terechtkomen? Is de staatssecretaris bereid, mogelijk op een nader moment na overleg met de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, om in navolging van het Europees verbod op honden- en kattenbont sinds 2009 (Verordening (EG) nr. 1523/2007) te pleiten voor een Europees import- en handelsverbod op producten van honden- en kattenleer? Zo nee, waarom niet?

Ik ben het eens met de leden van de PvdD-fractie dat de door hen beschreven misstanden gruwelijk zijn. Ik zal met de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking overleggen en u hierover nader informeren.

Europese studie naar het welzijn van honden en katten
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn benieuwd naar de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek van de Europese Commissie naar het welzijn van honden en katten. Kan de staatssecretaris aangeven of de resultaten van dit onderzoek al bekend zijn en wanneer deze naar de Kamer zullen komen?

De resultaten zijn op dit moment nog niet bij mij bekend. Zodra ik beschik over de resultaten van het onderzoek en de bijbehorende reactie van de Europese Commissie, zal ik deze aan uw Kamer toesturen.

Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s)
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie danken de staatssecretaris voor het opsturen van het voorstel voor een verordening om de besluitvorming van genetisch gemanipuleerde organismen te veranderen. Zij zien zeer uit naar de appreciatie van het kabinet van dit voorstel. Zij willen graag vragen of het kabinet samen met haar BNC-fiche van deze voorstellen ook juridische analyses van het voorstel zou willen meesturen. Bij de discussie over het teeltvoorstel waarmee landen de mogelijkheid zouden krijgen zijn er door verschillende juridische diensten, van de Raad en van het Europees parlement, analyses opgesteld over de juridische haalbaarheid van een verbod op de teelt van gentechgewassen op (een deel van) het grondgebied van een lidstaat. Zijn of worden dergelijke juridische analyses ook opgesteld bij het voorstel dat nu voorligt waarmee lidstaten de mogelijkheid zouden krijgen om het gebruik van gentechproducten in hun voedselketens te beperken of te verbieden? En zo nee, is de staatssecretaris bereid om een dergelijke juridische analyse te verzoeken?

In de mededeling en voorstel voor verordening wordt steeds verwezen naar jurisprudentie met betrekking tot de uitleg van artikel 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Kan de staatssecretaris (eventueel in het BNC-fiche) deze jurisprudentie nader duiden, zodat ook het publiek dat meeleest en geen jurist is daar kennis van kan nemen? Op basis van deze jurisprudentie, welke gronden kunnen worden aangevoerd voor een verbod of beperking van het gebruik? Bij het teeltvoorstel was de vraag welke gronden een verbod of beperking zouden rechtvaardigen juist ook uitvoerig punt van discussie. Daar is gekozen voor een niet-limitatieve lijst, waar ook ethische en sociaal-economische gronden deel van uitmaakten. Hoe verhoudt zich dat tot het huidige voorstel?

De Europese Commissie is in haar toelichting bij het voorstel voor een nationaal verbod op gebruik van ggo’s ook uitvoerig ingegaan op de juridische elementen van het voorstel. Het BNC-fiche, waarin het voorstel beoordeeld wordt, zal u op korte termijn worden toegezonden.

De Europese Commissie heeft in de loop van de onderhandelingen van het nationaal verbod op teelt de gronden voor een verbod of beperking toegevoegd. In het voorliggende voorstel over gebruik van Genetisch gemodificeerde veevoeders en genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen heeft de Europese Commissie nog geen gronden aangegeven. Dat zal in de loop van het onderhandelingsproces duidelijk moeten worden. Aan de Europese Commissie zullen vragen ter verduidelijking hierover worden gesteld.

Toelating bestrijdingsmiddelen
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie lezen in de brief van de staatssecretaris over de stand van zaken toezeggingen omwonenden en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dat er op korte termijn een Europees ontwikkelde methodiek om gewasbeschermingsmiddelen ook te gaan toetsen op mogelijke effecten voor omwonenden, en dat de Europese lidstaten hierover over een paar weken zullen stemmen. Deze leden krijgen graag meer informatie over deze methodiek. Hoe verhoudt deze zich tot het Britse en Duitse model dat sinds kort in Nederland wordt toegepast? Welke veranderingen zullen er met deze methodiek optreden in het toelatingsbeleid? Wordt er met deze nieuwe methodiek ook eindelijk gekeken naar de cumulatieve effecten van het gebruik van verschillende soorten landbouwgif?

In Europees verband is door de European Food Safety Authority (EFSA) een nieuwe richtsnoer ontwikkeld ‘Guidance on the assessment of exposure of operators, workers, residents and bystanders in risk assessment for plant protection products’. Zoals recent aan uw Kamer is gemeld (Kamerstuk 2858, nr. 311) heeft het Kabinet aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) verzocht om de huidige, Nederlandse toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen aanvullend te beoordelen voor omwonenden. Het Ctgb heeft bij de lopende herbeoordeling van de omwonenden ervaring opgedaan met zowel het Britse en Duitse model, als ook het Europees ontwikkelde richtsnoer waarbinnen een nieuw model wordt geïntroduceerd. Het Europees ontwikkelde model houdt meer rekening met de slechtst mogelijke scenario’s (worst-case) dan het Britse en Duitse model op het gebied van omwonenden. Cumulatieve effecten zijn geen onderdeel van het model.

Kloonvlees in Denemarken
In april jl. is in de media het bericht gepubliceerd dat in Denemarken hoogstwaarschijnlijk vlees- en melkproducten van gekloonde dieren, afkomstig uit de Verenigde Staten, verkocht zijn (zie http://www.globalmeatnews.com/Industry-Markets/Cloned-farm-animals-prompt-concern-in-Denmark). Ondank het EU-verbod en de beloften over kloonvlees die gemaakt zijn ten aanzien van het vrijhandelsakkoord Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP), blijkt het dus toch mogelijk voor de Verenigde Staten om kloonvlees en kloonmelk te exporteren naar landen in Europa. Kan de staatssecretaris aangeven of er tevens kloonvlees en kloonmelk naar Nederland is geëxporteerd? De heer Callesen van de Aarhus University zegt dat het bijna onmogelijk is om volledig kloonvrije producten uit Noord-Amerika te krijgen. Onlangs hebben de Verenigde Staten een World Trade Organization-zaak verloren waarin zij door Canada en Mexico werden aangeklaagd voor het verplichten van herkomstetikettering van vlees. Is de staatssecretaris het met de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren eens dat door TTIP het risico groot is dat in meer EU-landen gekloond vlees op de markt gaat komen, wat door consumenten als zodanig herkend zal worden aangezien hier geen etiketteringsregels voor zijn? Graag een reactie.

Er is geen specifieke herkomstetikettering vereist vanuit de Verenigde Staten betreffende kloonvlees en kloonmelk. Het is daarom nu niet mogelijk om aan te geven of er kloonvlees en kloonmelk naar Nederland is geëxporteerd.

Lange afstandstransporten
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn bezorgd over de misstanden die zich afspelen met Nederlandse veetransporten. Zo werden er in februari vanuit het Verenigd Koninkrijk schapen naar Europa gesleept om hier ritueel geslacht te worden. Dit gebeurde in veewagens die hier niet voor geschikt waren. Foto’s van poten die vastzitten in ventilatiesystemen en andere openingen geven de gruwelijke omstandigheden van de schapen weer (http://www.eyesonanimals.com/nl/shame-on-dutch-transport-company-diepeveen/). Andere misstanden, geconstateerd door de Nederlandse dierenwelzijnsorganisatie Eyes on Animals, speelden zich af bij de EU-grens met Turkije. Één van de misstanden ging over twee Nederlandse trucks gestrand met bijna 300 (veelal zwangere) geiten vanwege de eisen die Turkse overheden stellen aan een document terwijl in Nederland de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) andere documenten hanteert (http://www.piepvandaag.nl/geiten-vast-eu-grens-turkije/). Dit is het zoveelste incident waarin dieren na een ellenlange reis, urenlang in hete trucks moeten wachten zonder water en voedsel of medische zorg. In dit specifieke geval anderhalve dag. Het is onaanvaardbaar om dieren zo lang in dergelijke erbarmelijke omstandigheden te houden. Helaas bleken ook de Nederlandse chauffeurs het dierenwelzijn tijdens de reis genegeerd te hebben. De chauffeurs hadden besloten een Bulgaarse rustplaats over te slaan en 29 uur achter elkaar door te rijden. Niet alleen is hiermee de maximale reistijd overschreden maar dieren en chauffeurs kregen niet de wettelijk voorgeschreven rust en eten waarmee de chauffeurs zichzelf en de dieren onnodige risico’s toebrachten. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie achtten dit onacceptabel, en gaan ervan uit dat de staatssecretaris dit ook vindt. Dergelijk gedrag gaat rechtstreeks in tegen de Europese Transportverordening en hierop zou gehandhaafd moeten worden. Het antwoord van de staatssecretaris aan Eyes on Animals dat op deze misstanden niet gehandhaafd kan worden, verbaast de leden dan ook zeer.

Op 23 april jl. oordeelde het Hof van Justitie (http://www.boerderij.nl/Home/Nieuws/2015/4/Europese-regels-diertransporten-ook-buiten-EU-1751935W/) over een gelijksoortige Duitse zaak dat veetransporteurs uit Europa verplicht zijn om zich te houden aan de Europese Transportverordening, óók als zij Europa verlaten hebben (Duitse autoriteiten hadden namelijk een transport geweigerd waarbij runderen 146 uur vervoerd zouden worden terwijl de chauffeur geen rustplaats had gereserveerd.). Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze de NVWA deze misstanden gaat handhaven? Op welke wijze gaat de staatssecretaris een vervolg geven aan haar inzet om een maximale transportduur van 8 uur te regelen? Is de staatssecretaris bereid om zich in te zetten voor een verbod op het transport van levende dieren vanuit Europa naar derde landen, gezien de ernstige gevolgen voor het dierenwelzijn tijdens het transport en de omgang met het dier in het land van aankomst, en dit in Europees verband aan te kaarten?

Ik ben met de fractie van de Partij van de Dieren van mening dat de misstanden die zij hier aanhaalt onaanvaardbaar zijn. In het aangehaalde arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de bevoegde autoriteit van de plaats van vertrek, een vervoer met een lang transport van dieren naar een bestemming buiten de Europese Unie, alleen mag goedkeuren wanneer de organisator van het transport een reisjournaal overlegt. Dit reisjournaal moet realistisch zijn en het aannemelijk maken dat de bepalingen van de Europese Transportverordening ook voor het deel van het transport dat buiten de Unie plaatsvindt zullen worden nageleefd. Wanneer het journaal niet aan die voorwaarden voldoet, mag de autoriteit verlangen dat de organisatie van het vervoer wordt gewijzigd.

Op dit moment wordt er gekeken naar de mogelijkheden die deze uitspraak biedt in het kader van de handhaving. Het gaat hierbij niet alleen om een juridische inschatting, maar ook om een uitwerking van de praktische consequenties.

Bij de juridische beoordeling worden ambtenaren uit Denemarken en Duitsland betrokken, zodat samen opgetrokken kan worden met de landen die eerder de trilaterale position paper over transport hebben getekend.

Met betrekking tot de praktische uitvoering is het streven om te kijken of de uitspraak mogelijkheden biedt om tot een daadwerkelijke verbetering van het dierenwelzijn tijdens het transport te komen.