Bijdrage Ouwehand debat Wijziging van de Mijn­bouwwet betref­fende de veiligheid van offshore olie- en gasac­ti­vi­teiten deel 1


16 april 2015

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het wetsvoorstel dat voorligt, heeft zijn oorsprong in de ramp in de Golf van Mexico. Daar heeft een enorme milieuramp plaatsgevonden vanwege de olieboringen. De Partij voor de Dieren dacht altijd al dat olieboringen, of het nou onder land of onder zee is, risico's met zich brengen. Dit tragische ongeval, met een enorme impact op het milieu en het mariene ecosysteem, heeft de wereld wakker geschud, ook de Europese Unie, en daarom behandelen we vandaag de wet waarin de gewijzigde, iets aangescherpte Europese richtlijn wordt geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving.

De Partij voor de Dieren steunt dat. Het is goed dat het wetsvoorstel er ligt. Er zitten voorstellen in waardoor de risico's voor mens en milieu ietsje beter meegewogen worden in de aanvragen. We zijn dus blij met dit stapje, maar het is nog maar een stapje. Want wat ons betreft erkent dit kabinet toch nog niet goed genoeg wat de precieze risico's zijn voor mens en milieu van mijnbouwactiviteiten, zoals boringen naar olie en gas onder zee.

De Partij voor de Dieren heeft dus zojuist een amendement ingediend om met elkaar af te spreken en in deze wet te regelen dat beschermde natuurgebieden ook echt beschermde natuurgebieden zijn. Dat is geen nieuw pleidooi van de Partij voor de Dieren. Wij vinden dat je in een beschermd natuurgebied bijvoorbeeld geen bodem beroerende visserij zou moeten hebben. Want wat is dan nog de beschermingswaarde van dat natuurgebied? Laten we daarover helder zijn. We denken ook dat het nodig is. Er geldt namelijk wel een Natuurbeschermingswet, waaronder je niet zomaar verstorende activiteiten mag toestaan in die Natura 2000-gebieden. Toch zien we dat in dat kwetsbare gebied van de Waddenzee zoutwinning plaatsvindt. Terwijl de internationaal afgesproken richtlijnen ons verplichten om het gebied te verbeteren voor de soorten die we daar dienen te beschermen, neemt het kabinet na lang beraad liever toch risico's met de wadplaten daar die gewoon niet mogen dalen. Anders gaat de omgeving van een aantal beschermde diersoorten echt achteruit. Hoe graag ik het dus ook zou willen en hoe hard de VVD ook altijd roept dat de implementatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn veel te ver is doorgeschoten, desondanks beschermt hij de natuur niet eens effectief. Het kabinet komt er dan toch altijd weer mee weg om te zeggen: voorlopig verwachten we geen effecten. Als die effecten er zijn en die platen zijn gezakt, is het wel te laat, tenzij de minister hier aannemelijk kan maken dat hijzelf een weggezakte Waddenplaat weer omhoog kan duwen, maar volgens mij heeft hij die capaciteiten niet, hoewel ik hem tot zeer veel in staat acht.

De Partij voor de Dieren stelt dus voor om geen nieuwe vergunningen af te geven voor mijnbouwactiviteiten in beschermde natuurgebieden, Natura 2000-gebieden maar ook in het Waddengebied in de brede zin, met de werelderfgoedstatus.

Een van de belangrijkste thema's in het debat vandaag is de omkering van de bewijslast. Inderdaad, de Partij voor de Dieren heeft samen met Partij van de Arbeid-collega Jan Vos een amendement ingediend waarin wordt voorgesteld om de bewijslast voor schade door mijnbouwactiviteiten om te draaien. Dat idee is niet nieuw. Ere wie ere toekomt: het was de Partij van de Arbeid die dit amendement al eind 2001 voorstelde bij de behandeling van de wijziging van de Mijnbouwwet. Wat toen gebeurde, gebeurt nu ook: de Nederlandse regering heeft er gewoon geen zin in. Zij heeft hier geen trek in en zij wil niet. Zij komt met allerlei argumenten om de Kamer koest te houden. Dat is toen gelukt. De toenmalige minister Jorritsma heeft gezegd: we gaan dat niet doen, maar in plaats daarvan gaan we de technische commissie Bodembeweging optuigen; mensen die door de mijnbouwactiviteiten van, in dit geval, de NAM schade hebben aan hun huizen, kunnen bij die commissie terecht en dan wordt die schade gewoon vergoed. De meerderheid van de Kamer heeft toen gezegd: oké, dat gaan we proberen.

Dat is inmiddels dertien jaar geleden. Wij moeten vaststellen dat heel veel gedupeerden, mensen die er niet om hebben gevraagd dat hun huis vol scheuren komt te zitten of nog veel erger wordt beschadigd als gevolg van de gaswinning door Shell, hun schade niet vergoed krijgen of in elk geval grote moeite ondervinden om dit netjes en zorgvuldig voor elkaar te krijgen. Mensen worden ongelooflijk belast. Nogmaals: dit zijn mensen die er toch al niet om hadden gevraagd dat hun huis — hun veilige plekje waar zij trots op zijn en waar zij tijd, energie en geld in hebben gestoken om het fijn te maken — wordt beschadigd. En dan moeten zij nog leuren ook. De Partij voor de Dieren vindt dit schandalig en vindt ook dat de NAM het over zichzelf heeft afgeroepen dat we vandaag met een amendement op een wet die daar eigenlijk niet over gaat, zo snel mogelijk regelen dat die bewijslast wordt omgedraaid.

De bezwaren van het kabinet overtuigen de Partij voor de Dieren niet. In principe geldt "wie eist, bewijst", maar mevrouw Klever wees er al op dat er een wettelijke voorziening bestaat die een uitzondering daarop mogelijk maakt. Het kabinet heeft daar in de berichten over het aanvankelijk ingediende amendement niet op gereageerd. Het kabinet kwam wel met allerlei andere bezwaren, maar het amendement dat was ingediend, was gebaseerd op de in Duitsland bestaande situatie. Daar doen zich geen problemen voor. Tenzij het kabinet vandaag allerlei gerede bezwaren naar voren kan brengen waardoor dit niet zou kunnen werken, ziet de Partij voor de Dieren dus geen reden om nog een toets door de Raad van State te laten doen; dit zeg ik in antwoord op een vraag van mevrouw Van Veldhoven. Ik kan mij helaas niet onttrekken aan de indruk dat het hele idee dat dit amendement zou zorgen voor onwerkbare situaties, een beetje het frame is van het kabinet, dat dit gewoon niet wil.

De minister ziet zich nu geconfronteerd met een meerderheid in de Kamer. Ik hoop dus dat hij in reactie op het nieuw ingediende amendement — laat ik het maar even zeggen zoals het is — feitelijk kan aangeven of er bezwaren zijn. Ik denk van niet. Als die bezwaren er zijn, zal hij met een goed verhaal moeten komen en dan zien we wel. Op dit moment zien wij echt geen aanleiding om te denken dat er problemen zouden zijn met de afbakening en dat er een probleem zou zijn met wat wij bedoelen met "mijnbouw". Volgens mij vroeg de VVD of dit ook gaat gelden voor windmolens. Volgens mij zijn windmolens geen mijnbouw, maar als iemand daarover twijfelt, zou ik zeggen: kijk nog even in het woordenboek en naar de jurisprudentie; er is geen probleem.

De heer Bosman (VVD):
Allereerst natuurlijk mijn complimenten voor het amendement dat zoveel stof doet opwaaien, maar het gaat om de mensen in Groningen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja.

De heer Bosman (VVD):
Die mensen moeten hun schade behandeld krijgen. U zei zojuist dat er een commissie is ingesteld en dat daar geen gebruik van wordt gemaakt. Dat vind ik jammer, want we hebben daar allemaal serieus over nagedacht en we vonden het gebruik van die commissie allemaal serieus. Er zijn ook nog steeds middelen die gebruikt kunnen worden en er zijn ook mogelijkheden om mensen erop te wijzen dat zij die middelen kunnen gebruiken en dat zij, als zij er dan niet uitkomen, altijd nog naar de rechter kunnen. Een amendement is een stuk wetgeving. Dat is niet zomaar iets waarvan je zegt: we zien wel wanneer het terugkomt en welke bezwaren er zijn. Mijn vraag was niet of dit ook voor windmolens geldt. Het gaat om het precedent. Er kan altijd een precedentwerking komen. Er kan altijd een rechter zijn die zegt: er zijn mensen die last hebben van de slagschaduw en het zoemen van de windmolens en van de beperking van hun uitzicht door die windmolens; waarom hebben zij geen recht op een omgekeerde bewijslast? Dat zijn zaken waarover serieus moet worden nagedacht, want dit kan consequenties hebben. Hetzelfde geldt voor de afbakening; die vind ik cruciaal. Hoe kom je tot een goede afbakening? Wie hoort hierbij? Ik ben heel blij dat de NAM nu toch ook buiten die contouren gaat kijken. Ik ben bang dat dat niet meer gebeurt als u dit hard afbakent. Wat vindt u daarvan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben niet zo bang voor dat precedent. Ik denk dat rechters in Nederland zich zeer goed zullen vergewissen van wat hier voorgesteld wordt en van de geschiedenis die we hier kennen. Ook de VVD kan er niet omheen dat er een relatie is vastgesteld tussen het winnen van gas en het ontstaan van aardbevingen: hoe meer je wint, hoe groter de kans op het ontstaan van aardbevingen en hoe zwaarder ze zullen zijn. Daar hebben we harde gegevens van. Verwijzend naar wat er in de wet is geregeld, zeggen wij daarom: in beginsel moet je bewijzen als je eist, maar er zijn situaties denkbaar waarin er zo veel aanleiding is om te veronderstellen dat de economische activiteit voor schade zal zorgen voor mensen die daar niet om hebben gevraagd, dat het nu in de rede ligt om wettelijk vast te leggen dat in dit geval de bewijslast wordt omgedraaid. Om die situaties gaat dit amendement. De NAM heeft immers jarenlang de kans gehad om ervoor te zorgen dat er geen problemen waren met de afhandeling van de schade. Dat heeft de NAM niet gedaan. Ik ben niet bang voor een precedent, omdat ook rechters in Nederland zullen kijken naar het beginsel dat jij, als je schade hebt en iets eist, doorgaans degene bent die moet bewijzen dat het anders zit. Bij andere gevallen dan mijnbouwactiviteiten ligt er helemaal niet zo'n dossier waardoor de rechter kan zeggen: nou, dat ga ik hier ook even doen. Dan zou de rechter dus actief afstand moeten nemen van het beginsel dat vastligt in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De voorzitter:
De heer Bosman, kort.

De heer Bosman (VVD):
Maar mevrouw Ouwehand heeft net aangegeven dat die mogelijkheid er altijd is. Wat ik jammer vind, is het volgende. We hebben heel veel rechtsmiddelen in Nederland. Waarom is niemand naar de rechter gegaan? Waarom heeft niemand gevraagd om een uitspraak van de rechter?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik was al een beetje verbaasd toen de heer Bosman de Partij van de Arbeid interrumpeerde. Ik weet niet of de VVD de rapporten leest van de Onafhankelijke Raadsman, bij wie mensen zich kunnen melden als het niet goed gaat met hun schadeafhandeling. Die verslagen zijn niet mals. Ik schrik daar echt van. Het aantal klachten loopt in de honderden. De klachten over de NAM luiden letterlijk dat er onvoldoende empathische bejegening is, dat er niet wordt gereageerd op e-mails of telefoontjes, dat eerdere toezeggingen worden ingetrokken en dat grote schade wordt afgedaan als achterstallig onderhoud. Ik neem de rapporten van de Onafhankelijke Raadsman serieus. Ik denk dat het echt nodig is om tegen de NAM te zeggen: je lost het maar op en zo niet, dan mag je zelf bewijzen dat het niet door jouw activiteit komt.

De voorzitter:
Heel goed. U continueert … Maar mevrouw Mulder ook.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dank voor dit initiatief van de Partij voor de Dieren, waarbij inmiddels de PvdA is aangehaakt. Geldt de omgekeerde bewijslast straks ook met terugwerkende kracht voor de mensen die al grote schades bij de NAM hebben lopen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat zou ik heel graag willen, maar wettelijk gezien wordt dat ongelofelijk lastig. Ik ben dus blij met de vraag, want mijn oproep aan de minister, is om de bestaande gevallen uit de brand te helpen, zeker als dit amendement van kracht wordt. Die oproep hebben we als Kamer veel vaker gedaan. Ik wil zelf zover gaan dat de minister de afhandeling van de schade gewoon op zich neemt en vergoedt, en de overheid de schade verhaalt op de NAM. Dat zou eventueel in een motie in tweede termijn kunnen terugkomen. Het wettelijk gezien met terugwerkende kracht regelen voor de genoemde gevallen wordt echter heel ingewikkeld. Ik gun het de mensen wel, dus ik zeg met pijn in mijn hart dat dit amendement dat niet regelt. Ik hoop dat we zo snel mogelijk voor de toekomstige gevallen ervoor kunnen zorgen dat zij niet achter de NAM aan hoeven te rennen om hun schade vergoed te krijgen. Treurig genoeg is dat hard nodig, want er zijn nog veel bevingen voorspeld. Voor de gevallen die nu al zeer schrijnend zijn, doe ik opnieuw de oproep aan de minister om die echt op te lossen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dank voor dit heldere antwoord. Ik neem aan dat mevrouw Ouwehand al wel heeft bekeken of zij dit in een amendement had kunnen opnemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, daar heb ik naar gekeken, maar dat wordt heel ingewikkeld, omdat je dan ook de vraag krijgt hoever je terug moet. Ik had het graag gewild, maar het is niet gelukt. Als het CDA hierover nog een helder licht zou kunnen laten schijnen waardoor we het toch zouden kunnen regelen, ben ik altijd bereid om mee te denken. Mijn analyse tot nu toe was echter dat het met terugwerkende kracht niet te doen is. Als het amendement wordt aangenomen, is het signaal van de wetgever wel duidelijk. Ik hoop dat dit extra druk zal geven tot het oplossen van de bestaande situaties.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb al veel gezegd van wat ik nog zou willen toelichten op het amendement. Het is geen seconde te vroeg. De vraag van mevrouw Mulder is zeer terecht. Er zitten heel veel mensen in diepe ellende. De voorspellingen voor Groningen zijn gewoon slecht. Niemand kan hier beweren dat we de ellende voor Groningen vandaag, morgen of volgende week kunnen beperken. Wat daar is gebeurd, betekent dat er hoe dan ook nog bevingen zullen zijn. We hebben echter wel invloed op het risico op het ontstaan van het aantal en de zwaarte van de bevingen. Onze oproep om het maximale te doen om dat te verminderen, blijft dus staan. Dat neemt echter niet weg dat de verwachting is dat Groningen nog jarenlang zal worden geconfronteerd met bevingen. Dat maakt het alleen maar urgenter om er zo snel mogelijk voor te zorgen dat de bewijslast bij de NAM komt te liggen. Dan zadelen we mensen niet op met kapotte huizen en ook nog eens die enorme belasting om achter een vergoeding voor de schade aan te gaan.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ondanks alle middelen die er al zijn en alle mogelijkheden die mensen in de optiek van de VVD-fractie in de Tweede Kamer hebben om hun schade vergoed te krijgen, vindt de VVD-fractie in Groningen dat de bewijslast moet worden omgekeerd. Ik zou denken dat zij die mening niet voor niets is toegedaan. Ik vraag mij af waar dan het verschil zit met de bijna laconieke opvatting van de VVD in de Tweede Kamer. Het klinkt een beetje alsof de VVD in de Tweede Kamer tegen de Groningers zegt: ga gewoon lekker in je eigen kracht staan en stap naar de rechter. Dat valt niet mee als je huis vol scheuren zit waar je toch niet om hebt gevraagd. Wat is er dan zo anders bij de VVD in Groningen? Ik zou denken: zij zit er dichter bovenop en heeft misschien iets beter zicht op de ervaringen en de huidige situatie. Zij vraagt om een omkering van de bewijslast. Waarom gaat de Tweede Kamerfractie daarin niet mee?

De heer Bosman (VVD):
Allereerst: de VVD zit hier absoluut niet laconiek in. Laten we dat vooropstellen. Wij nemen dit zeer serieus en hebben er zeker zorgen over. Maar ik moet constateren dat wij in deze Kamer heel druk bezig zijn met allerlei regelgeving, terwijl we die niet tot volle wasdom laten komen. We maken afspraken met z'n allen en komen dan toch heel snel weer met nieuwe regelgeving. Daarbij zouden we ons moeten afvragen wat er dan gebeurt. Ook dit amendement roept weer vragen op; over de omkering van de bewijslast zijn vragen te stellen. De vraag is of het allemaal zo duidelijk is en of het allemaal wel gaat lukken. Het moet ook nog door de Eerste Kamer. Ik vind echt dat die mensen zo snel mogelijk geholpen moeten worden, maar daar zijn systemen voor. Het hoeft niet gelijk naar de rechter. Ik snap niet dat er maar vier aanvragen zijn bij de Technische commissie bodembeweging, vanaf 2012, 2013 en begin 2014. Maar er zijn zo veel mogelijkheden, zo veel kansen. Die zijn er, maar niemand benut ze. We kunnen dan iedere keer zeggen: dan gaan we bekijken of ze iets anders willen gebruiken. Maar laten we er nou met zijn allen op inzetten dat de mogelijkheden wel gebruikt kunnen worden, dat ze toegankelijk zijn en men daarbij ondersteund wordt. Dat vind ik veel belangrijker dan dat we nu weer gelijk met nieuwe wetgeving komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De VVD in Groningen zegt: de bal moet bij de NAM komen te liggen; de vervuiler, de veroorzaker, betaalt. Maar de Tweede Kamerfractie van de VVD zegt nog steeds: de bal ligt bij de slachtoffers. Zij hebben er niet om gevraagd. Als je als voetganger wordt aangereden door een automobilist ligt het schuldvermoeden ook bij de automobilist; dat hoef je als voetganger niet te bewijzen. Waarom zou dat niet in deze situatie kunnen gelden? Want we weten toch allemaal dat die bevingen door de gaswinning komen? En we weten toch dat het voor mensen niet meevalt om dat te moeten accepteren en om zelf nog al die stappen te moeten zetten om de schade vergoed te krijgen? We weten het ook van de Onafhankelijke Raadsman: mensen worden daar echt letterlijk ziek van.

De heer Bosman (VVD):
Dat is compleet helder. Ook ik zie dat en ook ik weet dat. Maar ik zie iedere keer weer de kramp in de Kamer dat er wordt gezegd: dan gaan we nieuwe regelgeving maken. Dat vind ik onverstandig en jammer. Laten we nou bekijken hoe we de mensen wel kunnen helpen met de middelen die er al zijn. En natuurlijk moet de NAM de schade die er is gewoon betalen. Dat zegt de VVD ook. Het wil helemaal niet zeggen dat het niet gebeurt. Ik ben daar absoluut niet bang voor. Het moet gewoon gebeuren. Dat is een verantwoordelijkheid van de NAM. Die voel ik persoonlijk. Het moet gewoon gebeuren.

Lees hier de voortgang van het debat