Bijdrage Ouwehand Debat Wet finan­ciering politieke partijen


26 januari 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst wil ik de minister van Binnenlandse Zaken welkom heten in dit voor mij eerste debat met deze minister. Ik ken haar nog als collega-woordvoerder milieu, een andere tak van sport. Ik wens de minister veel succes bij haar nieuwe taak.

De Partij voor de Dieren is blij dat wij vandaag het wetsvoorstel behandelen dat meer transparantie brengt in de financiering van alle politieke partijen. Wij vinden het een goede en belangrijke zaak dat voor iedereen duidelijk is door wie de partijen waar de volksvertegenwoordigers lid van zijn, worden betaald. Elke schijn van belangenverstrengeling of invloed op een standpunt via het overmaken van bedragen zou vermeden moeten worden.

Dit wetsvoorstel is daartoe een welkom instrument. Het biedt naar onze mening een goede balans tussen het verkrijgen van transparantie over en inzicht in de bijdragen die politieke partijen krijgen van bedrijven en particulieren en de inspanningen die ook de kleine politieke partijen daarvoor moeten leveren. Dankzij de verplichte registratie en openbaarmaking van de donateurs en van de bedragen die zij overmaken of de diensten die zij leveren, is het mogelijk om het publieke debat over de financiering van de parlementsleden op een hoger inhoudelijk niveau te voeren. Dat vindt de Partij voor de Dieren grote winst. In lijn met de andere woordvoerders hebben ook wij uitdrukkelijk de behoefte om dit niet alleen voor de landelijke partijen te laten gelden, maar zeker ook voor de lokale partijen. Daar zijn al een aantal argumenten voor genoemd. Juist op lokaal niveau is de schijn van beïnvloeding niet gewenst. Ik wil de minister vragen daarop te reflecteren. Binnen welke termijn is dit te realiseren? Volgens mij kan dat sneller dan nu is voorgespiegeld. Deelt zij de mening dat het wenselijk is om vooral op lokaal niveau, onder het mom van gelijke monniken, gelijke kappen, één lijn te trekken voor de financiering van de politiek?

Ik heb gemerkt dat ook wordt geworsteld met de controletaak. Moet die bij de Kiesraad liggen of bij de minister? Ik zal eerlijk zijn: de Partij voor de Dieren is daar nog niet uit. De bezwaren tegen het overhevelen van de controletaak naar de Kiesraad wegen voor ons zwaar. Het mag niet zo zijn en nooit zo worden dat de Kiesraad betrokken wordt bij of partij wordt in een discussie over het wel of niet eerlijk handelen van politieke partijen. Die kant kunnen wij niet 100% op. Het heeft echter ook nadelen als deze controletaak bij de minister blijft. Wij hopen op een goede gedachtewisseling in de rest van deze termijn van de Kamer. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister op de verschillende voorstellen die daarvoor zijn gedaan.

Ik ga in op de amendementen die door verschillende collega's zijn voorgesteld en vooral op de amendementen die door de Partij van de Arbeid zijn voorgesteld. Met het argument dat de macht bij de burger moet liggen, stelt de Partij van de Arbeid voor om een maximum te stellen aan het bedrag dat iemand aan een politieke partij mag schenken. In een interruptiedebatje heb ik al gewezen op de belangen van nieuwkomers. Het mag natuurlijk niet voorkomen dat de volksvertegenwoordigers van de gevestigde partijen -- gesubsidieerd en wel en met geld voor een partijkantoor -- wel alle ruimte krijgen om tijd vrij te maken voor het uitdragen van de politieke boodschap van hun partij in de media, terwijl een partij die hier nog niet vertegenwoordigd is en geen subsidie krijgt, geen mensen kan vrijmaken om deel te nemen aan het politieke debat. Je zou de nieuwkomers, de partijen die ook een plaatsje willen hebben in deze zaal en in andere politieke gremia, onevenredig hard treffen als geen giften mogen worden geaccepteerd die groter zijn dan €50.000. De Partij voor de Dieren wil dit nadrukkelijk aan de orde stellen in dit debat en hoopt op bijval voor dit standpunt van andere partijen die de rechten van eventuele nieuwkomers niet willen schaden.

De heer Heijnen (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij dat mevrouw Ouwehand dit aan de orde stelt. Mag ik haar vragen hoe zij aankijkt tegen de heel lage drempel die gelukkig in Nederland geldt voor nieuwe partijen die lid willen worden van deze volksvertegenwoordiging? In menig ander land wordt een kiesdrempel gehanteerd van 5%, zoals in de Bondsrepubliek. In vergelijking daarmee hebben wij een heel lage drempel. Wat ons betreft blijft deze laag en wordt deze niet verhoogd, bijvoorbeeld door het aantal Kamerleden te beperken tot 100. Verder hebben wij de laagste subsidie voor politieke partijen die in de Kamer zijn vertegenwoordigd. Deze is veel lager dan in alle andere Europese landen. De Partij van de Arbeid beoogt met dit amendement te onderstrepen dat het niet een kwestie van geld is, of het makkelijk of minder makkelijk is om toe te treden. Met de Partij voor de Dieren hecht de Partij van de Arbeid aan die lage drempel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, vanzelfsprekend is de Partij voor de Dieren daar een groot voorstander van. Ik denk dat het de democratie ten goede komt als je de deuren niet gesloten houdt voor nieuwe partijen, maar dat gaat dus over meer dan alleen de kiesdrempel. Ik ben zelf toevallig niet vanaf het eerste uur, maar wel het tweede, betrokken geweest bij de oprichting van een nieuwe politieke partij. Je hebt helemaal niets; geen onderdak, geen geld. Als je iemand wilt aanwijzen om de lijst te trekken, moet deze ook gewoon werken, want er is geen ruimte om deze vrij te maken. Als je geen giften mag accepteren, wordt het heel moeilijk om de partijorganisatie zo op te bouwen dat je in verkiezingstijd de concurrentie aan kunt met partijen die de streep al hebben gehaald, die gesubsidieerd zijn en een lijsttrekker hebben die het land in kan. Ik zou het jammer vinden als wij hier als Haagse succesnummers de deuren dicht zouden doen of voor een belangrijk deel dicht zouden duwen voor nieuwe partijen. Ik wijs erop dat de gekke situatie kan ontstaan, waarbij ik put uit eigen ervaring, dat geef ik toe, dat een buitenparlementaire partij succesvoller in ledenaantal is dan een van de partijen in deze Kamer. Ook al zou je qua ledenaantal onder andere omstandigheden misschien wel in aanmerking komen voor subsidiëring, daartoe krijg je dan geen gelegenheid.

De heer Heijnen (PvdA): Vindt mevrouw Ouwehand het acceptabel dat een belangrijke organisatie, bedrijf of persoon met een gift van meer dan €50.000 een beginnende partij op weg kan helpen en daarmee toch de schijn van beïnvloeding van die partij op zich laadt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dat het aan de kiezer is om zich een oordeel te vormen of er sprake is van belangenverstrengeling. Dat hoeft niet per se het geval te zijn. In onze geschiedenis hebben we daar nooit moeilijk over gedaan. We hebben precies verteld wie ons onderdak heeft geboden en van wie we een grote donatie hebben ontvangen om campagne te kunnen voeren. Ik zou dat andere nieuwkomers ook gunnen. Ik hoop dat de Partij van de Arbeid dit amendement intrekt. Als er wel onoorbare situaties ontstaan, reken ik erop dat de betreffende partij goed wordt gevolgd door de journalistiek en dat de kiezer dit betrekt bij de afweging om wel of niet op zo'n partij te stemmen. Nogmaals, de nadelen om het bedrag dat je aan een politieke partij mag schenken te beperken, zijn volgens de Partij voor de Dieren te groot, met name voor de kansen van nieuwkomers. Het mag niet zo zijn dat wij die in Den Haag zijn vertegenwoordigd, die deur dicht duwen. Dat vinden wij het begin van het einde van de democratie.

In verband met deze situatie stel ik een vraag aan de minister die voor een deel buiten de orde van dit wetsvoorstel is, maar toch aan bod komt. Vindt zij het wenselijk om te kijken naar de mogelijkheid om een buitenparlementaire partij die succesvol is in het binden van kiezers en op zeker moment 5000 leden heeft, toch in aanmerking te laten komen voor subsidie? Ik ben erg benieuwd welke mogelijkheden de minister daarvoor ziet.

De Partij van de Arbeid heeft ook een amendement ingediend om giften uit het buitenland onmogelijk te maken. Dat kunnen wij niet goed plaatsen en wij zijn hier ook niet voor. Er zijn al argumenten over gewisseld.

Ik geloof dat het de heer Koopmans was die zich afvroeg of de heer Koenders, die niet meer in Nederland woont, nog wel een bijdrage mag overmaken. Als dat niet meer mag, lijkt mij dat een rare gang van zaken. Als ik mij niet vergis, en volgens mij doe ik dat niet, maakt ook de Partij van de Arbeid gebruik van het maatschappelijk transformatieprogramma waarbij men vanuit Nederland een bijdrage kan leveren aan de opstart van politieke zusterpartijen in het buitenland. Waarom zou je het de ene kant op geen probleem vinden terwijl je het de andere kant op meteen als problematisch aanmerkt? Ik snap dat niet zo goed. Duidelijk mag zijn dat mijn fractie dit amendement niet zal steunen.

Afsluitend en concluderend is mijn fractie blij met dit wetsvoorstel. Ik denk dat het een goede stap is. Ik denk dat het goed is dat de financiën van politieke partijen goed te achterhalen zijn. Ik zie geen doorslaggevend argument voor maximering. Ik hoop dat de minister ook kan vooruitblikken naar een spoedige doorvertaling van dit wetsvoorstel naar de lokale politiek, want dat zou het compleet maken.

De heer Schouw (D66): Mevrouw Ouwehand zit nog in een afweging als het gaat om toezicht en controle. Een mogelijk alternatief is dat de Kiesraad het toezicht houdt en jaarlijks een rapportage opstelt over zijn bevindingen. Deze openbare rapportage wordt vervolgens naar de minister gestuurd. De minister neemt daarna al dan niet een aantal specifieke maatregelen naar aanleiding van de rapportage, hetgeen dan ook openbaar is. De Kiesraad, die onafhankelijk blijft, komt dan aan bod, net zoals de minister. Omdat de rapportages openbaar zijn bestaat ook voor de Kamer de mogelijkheid om er nog eens naar te kijken. Is dat een werkbaar model voor de Partij voor de Dieren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind het een interessante en goede tussenoplossing. Ik moet nog even nadenken over de precieze voor- en nadelen, maar het bevalt mij dat bij de Kiesraad in elk geval geen sanctie-instrument komt te liggen. Dat lijkt mij namelijk ingewikkeld worden; de Kiesraad moet niet in een discussie worden getrokken over de vraag of hij politieke partijen al dan niet bestraft. Ik vind het een interessante, goede stap naar een werkbare oplossing. Ik ga mij erop beraden en vind het een welkome suggestie.

[…]

Interrupties bij andere partijen:


De heer Koopmans (CDA): […] De CDA-fractie kiest ervoor om politieke partijen zelf ertoe te verplichten om die publicatie op zich te nemen en daartoe dus zelf verantwoordelijk te zijn. Op die manier ontstaat een veel sluitender systeem. Een partij moet het namelijk zelf doen. Bovendien hebben wij daar een amendement aan toegevoegd op grond waarvan het voor politieke partijen verplicht wordt om een eigen giftenreglement vast te stellen, waardoor ook lokale en provinciale afdelingen onder dit wetsvoorstel komen te vallen, waarbij een politieke partij de verantwoordelijkheid krijgt, wederom met een accountantsverklaring erbij, voor de transparantie die met dit wetsvoorstel noodzakelijk wordt gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Gisteren kondigde de heer Koopmans al aan met een amendement te komen. Ik heb in mijn termijn al gezegd dat de vraag of je de controle bij de minister of bij de Kiesraad moet leggen, best een worsteling is. Maar ik ben echt teleurgesteld. Ik had gehoopt dat het amendement een uitkomst zou bieden, maar als ik het goed begrijp, zegt de heer Koopmans: wij laten het over aan de partijen zelf en als ze niet aan die plicht voldoen, dan zullen de media daar kritisch over zijn. Maar dat kan betekenen dat een partij als volgt kan calculeren. Stel dat ik een gift ontvang die op zware kritiek komt te staan van de media en de kiezer, als ik haar openbaar maak. Als ik niks openbaar maak, krijg ik ook kritiek. Ik calculeer dat de kritiek voor het niet openbaar maken van de gift per saldo milder zal zijn, dus ik houd de boeken lekker dicht.

De heer Koopmans (CDA): Ik snap die terechte kritische vraag van mevrouw Ouwehand, maar wij komen toch tot dit amendement omdat de huidige wet en alle amendementen die nu zijn ingediend, elke keer leiden tot talloze mogelijkheden om daarbuiten te opereren. Als de heer Heijnen een amendement indient om een gift te maximeren, dan kunnen natuurlijk de heer én mevrouw Jansen geld overmaken en bouwbedrijf Jansen ook nog. Dan gaat drie keer het maximum die kant op. Dat is een voorbeeldje van een wetgever die denkt iets te kunnen regelen, waarbij mensen in de samenleving met die wet om kunnen gaan op een manier die de wetgever blijkbaar niet bedoelt. Zo zijn er talloze mogelijkheden, waarbij je je moet afvragen of het wel verstandig is dat je dat de politieke controleur, de minister, aandoet. Wij geloven daar niet in.

Laten wij nou eens een paar voorbeelden pakken.

De voorzitter: Nou, zullen wij gewoon weer even naar mevrouw Ouwehand luisteren? U bent namelijk met een beantwoording bezig.

De heer Koopmans (CDA): Ik probeer mijn betoog in de interrupties te brengen.

De voorzitter: Ik probeer precies het tegenovergestelde.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er zijn twee zaken in het spel: gedoe en de waarde die wij toekennen aan transparantie. Ik moet het de heer Koopmans nageven dat het gedoe dat bij de minister ligt niet altijd even vlekkeloos verloopt. Het is echter in elk geval controleerbaar, ook door de media en de kiezer. Alle amendementen die zijn ingediend, hoeft de heer Koopmans niet te steunen. Dat vind ik dan ook geen argument. Dan blijft over de vraag of je hiermee echt durft te kiezen voor transparantie. Ik kan allerlei voorbeelden geven, maar dat doe ik niet. Met het voorstel van de heer Koopmans kun je calculeren welke vorm van media-aandacht je vervelend vindt: ofwel de controle op die ene gift die niet goed valt of de kritiek op het feit dat ik mijn boeken gesloten houd. Dan kies je feitelijk toch voor het gesloten houden van de financiering van politieke partijen. Dat is de consequentie van het amendement. Ik zou dat jammer vinden. Ik hoor graag wat de heer Koopmans van die keuze vindt.

De voorzitter: Een puntige vraag, graag een puntig antwoord.

De heer Koopmans (CDA): De CDA-fractie is oprecht van mening dat, doordat met dit amendement de verantwoordelijkheid veel meer wordt gelegd bij de politieke partij zelf en slechts bij die politieke partij, de mate van transparantie en het zich houden aan de normen die in dit wetsvoorstel staan, groter zal zijn dan bij de methode die nu in de wet staat, namelijk door het via de minister te laten lopen. Dat zal immers elke keer leiden tot de mogelijkheid dat mensen een keuze maken om om de wet heen te redeneren en te kijken hoe je er anders mee kunt omgaan. Onze oprechte overtuiging is dat onze aanpak, waarbij een politieke partij zelf verantwoordelijk wordt gemaakt, een grotere transparantie bewerkstelligt dan wanneer dat niet het geval is.

[…]

De heer Brinkman (PVV): […] Nogmaals, het blijft een feit dat wij niets van deze overheid willen. Wij willen de subsidie niet. U houdt uw hand op! De partij D66 houdt haar hand op. In mijn beleving zegt de overheid dan ook wel terecht dat zij daar wat voor terug wil. Wij willen die subsidie niet. Hou die subsidie maar. Wij doppen onze eigen boontjes wel. Daarmee is het ook uit. Daarmee beschermen wij de identiteit van de gulle gevers als zij dat wensen. Alle propaganda en alle verhalen die de ronde doen? Bewijs het maar!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De PVV schetst dat alle partijen die hier vertegenwoordigd zijn en een organisatie hebben hun hand zouden ophouden, dat de PVV zich daar te goed voor voelt en dat de PVV de overheidssubsidie niet wil. Ik wil dat toch in een ander licht plaatsen. Natuurlijk, de PVV heeft geen partijorganisatie die leden moet binden en die congressen moet organiseren. In de verkiezingstijd zien wij een spotje van de PVV. Er komen posters. Er zijn gesprekken gevoerd met kandidaten. Het werk dat bij andere partijen door een partijkantoor wordt gedaan, laat de PVV doen door mensen van de fractie. Er is dus wel degelijk sprake van subsidiëring door de overheid van een deel van de partijorganisatie van de PVV.

De heer Brinkman (PVV): Nee, dat is pertinent niet waar. Dat bestrijd ik ten zeerste. De medewerkers van onze fractie worden voor geen meter ingezet voor verkiezingen. Het is wel waar dat fractieleden dat doen. Daar heeft u helemaal gelijk in. In verkiezingstijd zetten wij ons daar heel veel uren voor in. Dat is bij andere partijen volgens mij niet veel anders. Dat zal bij u ook het geval zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker. Ik had het ook niet over fractiemedewerkers. De 24 fractieleden van de PVV krijgen een schadeloosstelling als het goed is. Dat is belastinggeld en dat komt van de overheid. Een deel van hun tijd gaat zitten in activiteiten die bij andere partijen door een partijkantoor worden verricht. Ik zou het wel zo fair vinden als de PVV daar gewoon open en eerlijk over is en de toon van de aanval op andere partijen met wel een partijorganisatie een beetje matigt. Het zou ook verklaren waarom de PVV met 24 fractieleden relatief weinig in debatten optreedt. Wees daar gewoon eens eerlijk over.

De heer Brinkman (PVV): Ach, kletskoek. Gewoon klinkklare kletskoek. De Partij voor de Vrijheid is bij alle debatten aanwezig. Mevrouw Ouwehand hangt een prietpraatje op over de kwaliteit van deze fractie. Deze fractie werkt zich compleet uit de naad. Zij staat bekend als een altijd zeer deskundige en zeer hardwerkende fractie. Dat wij daarnaast in onze vrije tijd -- op zaterdagen en zeker ook op zondagen -- ook nog eens een keer keihard doorwerken om onze partij uit te bouwen, om mensen op te leiden en om een campagne op te bouwen op het moment dat er verkiezingen zijn, zo zijn wij. Een groot aantal fractieleden maakt op dat soort momenten 80 tot 100 uur in de week. Misschien dat mevrouw Ouwehand dat ook gewend is. Dat is hartstikke mooi. Wij in ieder geval wel. Het enige grote verschil is dat u als partij subsidie van de overheid ontvangt. Dat bedrag is voor sommige partijen meer dan een miljoen. Dat doen wij dus niet. Dat betalen wij allemaal uit eigen zak. Henk en Ingrid betalen dit allemaal. Daar zou u een voorbeeld aan moeten nemen. Daarmee kun je evengoed de derde partij van Nederland worden.

[…]

De heer Van Raak (SP): Over de financiering van politieke partijen wordt in Nederland heel verschillend gedacht. Sommige partijen, zoals de VVD, zien helemaal niets in een interneafdrachtregeling. Andere partijen, zoals de PVV, zijn tegen het verlenen van subsidie door de overheid. De SP ziet niets in sponsoring door derden. Wij zijn niet te koop en vinden dat in een democratie elke stem moet gelden en niet elke euro. Wij zijn ook geen partij die elk jaar roept om meer subsidie, zo zeg ik tegen de heer Taverne. De verdeling van de inkomsten -- dat zei ik net al -- is bij ons als volgt: ongeveer 44% van de inkomsten is afkomstig van subsidies, 42% van afdrachten en 13% van contributies. Dat zijn de keuzes die wij hebben gemaakt. Als mensen dit willen nalezen, kunnen zij dat doen in de jaarrekening op www.SP.nl.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik weet niet precies hoe het werkt bij de SP. Ik ben benieuwd naar het volgende. Stel dat iemand de SP een warm hart toedraagt -- gezien de peilingen zijn dat de laatste tijd nogal veel mensen -- en bij verkiezingen denkt: ik wil de partij helpen; ik wil wel geld overmaken zodat zij bijvoorbeeld spotjes kan uitzenden op televisie. Als dit bedrag binnenkomt op de rekening van de SP, stort de partij het dan terug? Dat lijkt mij een vreemde manier van doen als je je politieke boodschap breder wilt communiceren.

De heer Van Raak (SP): Tot nu toe -- dat zal in de toekomst waarschijnlijk zo blijven -- accepteren wij geen sponsorgelden. Wij accepteren geen gelden van derden, dus die gebruiken wij ook niet. Als iemand geld op onze rekening stort, storten wij dat terug.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Geldt dat ook voor individuele burgers? Stel: de contributie is € 25; ik noem maar een bedrag. Als iemand er dan € 75 bij doet om de partij te steunen opdat zij iets meer kan doen, stort de partij dat bedrag dan terug?

De heer Van Raak (SP): Nee. De contributie is €12, zo zeg ik uit mijn hoofd. Mensen kunnen meer geven; dat beschouwen wij dan gewoon als de contributie. Hoeveel dat is, kun je nalezen. Er zijn mensen die weleens € 75 of €100 storten, maar dat komt niet zo vaak voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat zijn dan "derden" in de optiek van de SP? Als je geen lid bent van de SP en dus niet in het systeem zit, maar wel sympathisant van de SP bent, mag je dan €100 overmaken, of krijg je dat bedrag dan teruggestort?

De heer Van Raak (SP): Wij hebben ervoor gekozen om ons niet te laten sponsoren door bedrijven, door mensen met commerciële belangen. Dat is het belangrijkste. Dat is namelijk "het kopen" door mensen met commerciële belangen. Als Shell ons een ton of een miljoen geeft, is het heel moeilijk om naderhand nog kritisch te zijn op Shell. Die keuze hebben wij gemaakt. Het staat partijen overigens vrij om een andere keuze te maken, maar dan moet het wel openbaar worden.

[…]

De heer Heijnen (PvdA): Ik heb niet het perspectief van de gever, maar het perspectief van de partij. Partijen in dit land beschikken over begrotingen tussen een miljoen, of iets minder, en enkele miljoenen. Ik geloof niet dat er één partij is die een begroting heeft van meer dan tien miljoen. Als aan een partij bedragen in de orde van grootte van honderdduizenden euro's worden geschonken, is er sprake van een substantieel belang en dan zou er sprake kunnen zijn van "voor wat, hoort wat". Die schijn, of zelfs die realiteit, dient door de wetgever te worden vermeden. Daarom hebben wij een amendement ingediend.

De voorzitter: Dat is helder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil de discussie over de vraag of het publieke debat in de ogen van de PvdA-fractie kennelijk een onvoldoende instrument is om controle uit te oefenen, niet overdoen. Dat is net al met de heer Van Raak besproken. Maar heb ik goed begrepen dat de maximering door het voorstel van de PvdA-fractie aan alle politieke partijen wordt opgelegd, ook aan buitenparlementaire politieke partijen of een afgesplitst Kamerlid dat een eigen partij opricht?

De heer Heijnen (PvdA): Nee, het maximum geldt voor de politieke organisaties die in dit wetsvoorstel staan. Het betreft in de Tweede Kamer vertegenwoordigde partijen en partijen die tijdens verkiezingen proberen om in de Tweede Kamer te komen. Daar voorziet het voorstel in en daarvoor stellen wij geen wijziging voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daarmee wordt dit toch een debatje en een voorstel van de gevestigde politieke partijen, die het Haagse bastion hebben veroverd en dat ook beheersen. Nieuwkomers, die niet worden gesubsidieerd, ook al hebben zij misschien meer leden dan één van de partijen in deze Kamer, kunnen daar maar moeilijk tegenop boksen. Nieuwkomers hebben geen podium, omdat zij nog geen gekozen volksvertegenwoordigers hebben. Zij hebben geen geld voor een partijkantoor en ook geen geld voor verkiezingen. Stel dat iemand zou zeggen: ik wil die partij een boost geven, ik wil helpen om die partij een goede verkiezingscampagne te laten voeren. Dan zegt de PvdA-fractie: dat doen wij niet, want meer dan € 50.000 zit er voor u echt niet in.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Erkent en accepteert de PvdA-fractie hiermee openlijk dat deze maatregel ervoor zorgt dat zittende partijen een veel groter voordeel hebben en dat de gevestigde partijen op voorstel van de PvdA-fractie heel weinig ruimte laten voor pogingen van nieuwkomers om een eerlijke strijd te voeren, het gevecht aan te gaan en kans te maken op zetels?

De heer Heijnen (PvdA): Iedere partij die de steun van de burgers krijgt, is van harte welkom. Dat is het kenmerk van onze parlementaire democratie en de vertegenwoordiging waarvoor wij hebben gekozen. Er mag in de ogen van de PvdA-fractie echter geen sprake zijn van het kopen van vertegenwoordiging van de burgers, doordat je heel veel geld beschikbaar stelt om daar te komen. Wij vinden elkaar op dat punt absoluut niet als dat de bedoeling van de fractie van de Partij voor de Dieren is. Men is van harte welkom als men via crowdsourcing, met geld van burgers, wil binnenkomen. Maar je moet er toch niet aan denken dat een groot bedrijf probeert om hier volksvertegenwoordigers te krijgen door daar heel veel in te investeren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik vraag de PvdA-fractie naar de implicaties van haar voorstel voor de kansen van nieuwkomers. Daarop wil ik graag een eerlijk antwoord.

De heer Heijnen (PvdA): Met ons voorstel worden de kansen voor nieuwkomers, indien die meer dan €50.000 van één partij krijgen, kleiner.

[…]

http://plein2/kamerstukken/ongecorrigeerde_verslagen?vj=2011-2012&nr=45

Beantwoording minister:

[…]

Minister Spies: Zoals ik zonet al heb aangegeven in antwoord op een vraag van de heer Brinkman, kan een afdeling wel degelijk een neveninstelling zijn op het moment dat die afdeling een rechtspersoon is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik probeer te voelen en te begrijpen op welke wijze de minister gebruik kan maken van het vangnet met de aanwijzing en hoe dat dan gebeurt. Ik ga even uit van een theoretisch geval. Laten wij niet de PVV nemen; dat is flauw. Stel, ene A. Dijkhuizen uit Wageningen wil een ton overmaken aan het CDA, en het CDA voelt aan dat deze gift, als het die openbaar maakt, wel eens vervelend zou kunnen liggen bij de media en bij de kiezers. Het landelijke CDA zegt vervolgens: maak het over naar die en die afdeling, zeg Gouda. Dan weet niemand ervan, want wij hoeven het niet te openbaren, zo redeneert men. Stel dat zoiets gebeurt, op welk moment kan de minister dan instappen met haar aanwijzingsbevoegdheid om zo'n situatie te voorkomen?

Minister Spies: Dat is een heel lastige vraag. Je bent in zo'n geval feitelijk te laat, laat ik daar maar heel eerlijk over zijn. Mevrouw Ouwehand gaat echter uit van kwade trouw. De heer Koopmans heeft zojuist al betoogd dat dit geval zich niet zal voordoen, gegeven het giftenreglement en gegeven de uitspraken die het partijbestuur van het CDA daarover al heeft gedaan. Wellicht dat het amendement van de heer Koopmans op stuk nr. 23, waarover ik mij nog een oordeel moet vormen, op dit punt aanvullend voorziet in een wens die mevrouw Ouwehand ook heeft, namelijk het verplichtstellen van een giftenreglement voor een politieke partij inclusief de provinciale en lokale afdelingen. Ik hoop dat ik het amendement zo goed begrijp, zeg ik tegen de heer Koopmans. Wellicht dat we zo al een heel eind vorderen in de richting van de oplossingen waar ook mevrouw Ouwehand naar op zoek is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag geloven dat we allemaal te goeder trouw zijn, maar ik kan mij ook de verleidingen voorstellen. Een ton is nogal wat geld. Als je wilt, kun je met alle interne reglementen en alle goede afspraken die je met elkaar hebt gemaakt, toch in de verleiding komen om deze gift dan maar even buiten de boeken te houden. Dat kan dus. Stel dat dit gebeurd is; voorkomen kan niet, zegt de minister immers, je bent al te laat. Is er enig begin van een reden om aan te nemen dat je erachter komt, dat je later nog eens kunt zeggen: "zo werkt het niet, ik zal dus ook alle lokale afdelingen moeten gaan aanwijzen als neveninstellingen want mij is gebleken dat …"? Zal het blijken, vraag ik mij af. Als je het al niet kunt voorkomen, gaat het dan op zijn minst wel ergens blijken? Ik ben bang van niet.

Minister Spies: Ik denk wel dat het mogelijk moet zijn om dit in de evaluatie aandacht te geven. Laat ik het maar even zo zeggen. Ik ben ook bereid om die evaluatie specifiek op dit punt gericht te laten zijn. Dan kunnen we met elkaar wegen op basis van die evaluatie of nadere aanvullende regelgeving wenselijk is.

[…]

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarom we buitenparlementaire partijen geen gebruik zouden moeten laten maken van partijfinanciering. Die partijen hebben uiteindelijk niet de steun van voldoende kiezers gekregen om vertegenwoordigd te raken in de Tweede Kamer dan wel de Eerste Kamer. Dat vind ik nog steeds een doorslaggevend argument om ook buitenparlementaire groeperingen niet voor de Wet financiering politieke partijen in aanmerking te laten komen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over de ondersteuning van buitenparlementaire partijen. Ik heb in mijn betoog gezegd dat de situatie kan ontstaan dat een partij die nog niet vertegenwoordigd is in de Kamer meer leden heeft dan een partij die in de Kamer zit. Die situatie heeft zich daadwerkelijk voorgedaan. Ik zie de haken en ogen wel; het kan natuurlijk niet zo zijn dat een buitenparlementaire partij jaar in jaar uit subsidie ontvangt, maar nooit eens doorbreekt in de Kamer. Maar een nieuwe partij moet alles opbouwen. Er moet een partijorganisatie komen, zij moet een onderkomen, computers en telefoon hebben en zij moet alle procedures doorlopen voor de Kiesraad, die juist ingewikkelder zijn als een partij nog niet vertegenwoordigd is. Erkent de minister dat er wel reden kan zijn om na te denken over de vraag of aan een partij die al heeft bewezen in staat te zijn om met enig succes deel te nemen aan verkiezingen en die een substantieel aantal leden heeft, toch een deel van de subsidie kan worden verstrekt in de toekomst? Ik verwacht nu geen kant-en-klaar antwoord nu, maar ik ben wel benieuwd of de minister de wenselijkheid deelt dat het misschien wel een beetje te moeilijk is voor nieuwkomers en dat er net iets te veel obstakels zijn terwijl dat niet altijd gerechtvaardigd is.

Minister Spies: Ons parlementaire systeem laat zien dat het voor nieuwkomers mogelijk is om relatief snel een plek in de Tweede Kamer te veroveren. Ik stel de stelling van mevrouw Ouwehand ter discussie dat de drempels te hoog zouden zijn voor partijen die het verdienen om hier daadwerkelijk vertegenwoordigd te raken. Dat maakt ook dat ik net als mevrouw Ouwehand op dit moment geen pasklare oplossing heb voor de vraag hoe we in dat dilemma zouden kunnen voorzien en dat ik ook niet de behoefte heb om daar op korte termijn in te willen voorzien, juist omdat ons parlementaire systeem op dit punt heel behoorlijk functioneert. Daar zou ik even vandaan willen blijven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Oké. Ik rond dan af met de volgende opmerking. Het feit dat een nieuwkomer het af en toe haalt, bewijst nog niet dat het makkelijk is. Ik geef de minister mee om eens te kijken naar de grote verschillen in positie. Als je eenmaal vertegenwoordigd bent -- dat merken wij nu ook als Partij voor de Dieren -- zijn de Tweede Kamerverkiezingen een stuk gemakkelijker. Je hebt een podium en de ruimte om je boodschap kwijt te kunnen. Je hebt de middelen om campagne te voeren. Nieuwkomers hebben dat niet. Vanuit die optiek wil ik bij het kabinet neerleggen om nog eens na te gaan of het allemaal wel toegankelijk genoeg is. Ik verwacht daar niet morgen al een brief over, maar ik zou het jammer vinden als dit punt wordt afgedaan met de opmerking dat het af en toe een partij lukt om door te breken, dus dat er niets aan de hand is. Wij moeten het denken daarover niet stoppen.

Minister Spies: Die oproep heb ik gehoord. Volgens mij is dat op dit moment voldoende voor mevrouw Ouwehand.