Bijdrage Ouwehand debat over uitstoot van het broei­kasgas methaan


16 mei 2017

Voorzitter. De mens is een eigenaardig wezen. We kunnen ongelofelijk veel, maar we hebben niet zo'n groot talent voor het beschermen van wat echt belangrijk voor ons is. Ja, het lukt wel, als er maar geen praktisch ongemak tussen komt, want dan deinzen we er meteen weer voor terug. Een van de illustraties van die eigenaardigheid van de mens is het klimaatdebat. Deze staatssecretaris, die ik overigens zeer getalenteerd acht, heeft goed werk verricht in Parijs, waar een klimaatakkoord is gesloten. Er is een nationale klimaattop georganiseerd. Wat zij daar heeft gezegd, was ongeveer een liefdesbrief aan de klimaataanpak. De strekking van haar speech was ongeveer: alles op alles voor het klimaat. Dat is mij uit het hart gegrepen, maar als het echt wordt en als we echt iets moeten doen, komt die aloude menselijke reflex van angst voor verandering en voor praktisch ongemak toch weer de kop opsteken. Ik noem twee berichten: de Nederlandse uitstoot van methaan is hoger dan tot nu werd gedacht -- dat is heel vervelend, want methaan is een agressief en sterk broeikasgas -- en de uitstoot in Nederland van CO2 in het algemeen is gestegen. Dan is de vraag: wat gaan we doen? Gaan we door op de lijn van: alles op alles voor het klimaat? Of zakken we terug in de bezwaren vanwege het praktische ongemak?

De staatssecretaris heeft een brief geschreven over de verschillen tussen de gemeten en de berekende methaanuitstoot. Zij zegt: daar gaan we achteraan, dat gaan we uitzoeken en de modellen moeten worden geverifieerd. Dat klopt. Ze zegt ook dat eerst duidelijk moet zijn of het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen niet op schema ligt. Dat vindt de Partij voor de Dieren een gevaarlijke. Is dat nou echt zo verstandig? Is dat: alles op alles voor het klimaat? En kunnen we, als blijkt dat het niet genoeg was, nog voldoen aan het klimaatvonnis van 25% minder broeikasgassen ten opzichte van 1990 in 2020? Dat is al over drie jaar.

Als we wat beter kijken naar methaan, moeten we ook vaststellen dat de methode die het kabinet nu hanteert, net als alle andere landen in het klimaatakkoord, betekent dat we de uitstoot van methaan berekenen gemeten over een periode van 100 jaar. We smeren het uit over 100 jaar. Als je het over 20 jaar bekijkt, wat veel logischer is voor methaan, omdat dat op korte termijn effect heeft, is de uitstoot 86 keer zo sterk als die van CO2. En laat nou net de landbouw de belangrijkste veroorzaker zijn van methaanuitstoot. Het gaat om 50%, waarvan 80% door runderen.

De staatssecretaris moet wat ons betreft op twee vragen antwoord geven. Is zij bereid om vanuit het voorzorgsbeginsel ook het 20-jarige model te hanteren, naast de 100-jarige methode voor de berekening van CO2-equivalenten? En is zij bereid om die grote veroorzakers van methaan, de landbouw en de rundveehouderij, de doelen op te leggen die zij verdienen gelet op hun bijdrage aan de klimaatverandering?

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Het verschil tussen de modellen en de werkelijke uitstoot van methaan in de metingen is groot. Ook de meetdeskundige van ECN stelt dat de emissies van methaan dalen, maar wel minder hard dan uit de modelberekeningen blijkt. De vraag is dan terecht in hoeverre de modellen de werkelijkheid representeren. Is die werkelijkheid wel in modellen te vatten, vraag ik aan de staatssecretaris. Het lijkt mij in ieder geval dat op dit moment verder onderzoek nodig is naar de oorzaken van de verschillen tussen de modellen en de metingen. Modellen zijn de basis voor ons overheidsbeleid en dus is het belangrijk dat ze zo goed mogelijk kloppen en de werkelijkheid benaderen. Het CDA zou graag van de staatssecretaris willen weten in hoeverre het mogelijk is om best practices te ontwikkelen voor berekeningsmethoden van bedrijven van hun eigen uitstoot. Welke instantie in Nederland kijkt daarbij mee bij het maken van deze berekeningen? Worden de berekeningen van de methaanuitstoot van de olie- en de gasindustrie in Nederland gemaakt op basis van internationale modellen? Zijn deze modellen wel goed genoeg om ook echt iets te zeggen over de Nederlandse situatie? Wij ontvangen hierop graag een toelichting van de staatssecretaris. Tot zover mijn inbreng.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb twee vragen. In mijn betoog heb ik opgebracht dat de manier waarop wij naar de emissies kijken en het uitsmeren over 100 jaar nuttig is voor de lange termijn, maar methaan is nu juist een broeikasgas dat op de korte termijn werkt. Voelt het CDA er ook voor om naast die 100-jarige methode een model te ontwikkelen waarbij je kijkt naar de effecten van bijvoorbeeld broeikasgassen als methaan voor de korte termijn?

Ik weet dat het gevoelig ligt, maar zou de landbouw, die toch verantwoordelijk is voor de helft van de methaanuitstoot en die nu buiten de klimaatdoelstellingen valt, wat het CDA betreft niet ook zijn bijdrage moeten leveren aan het aanpakken van de klimaatverandering?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Een van de weinige sectoren in Nederland die de doelstelling om de CO2-reductie waar te maken heeft gehaald, is nu juist de land- en tuinbouwsector. Dat kan zelfs mevrouw Ouwehand hier in deze zaal bevestigen. Wij kunnen met elkaar innovatief bekijken welke kant wij op kunnen. Ik denk dat boeren daar zelf ook heel erg hard mee bezig zijn. Het is zeker niet de bedoeling van het CDA om onze boeren de nek om te draaien en vervolgens vlees te importeren van boeren die het allemaal wat minder nauw nemen met duurzaamheid, terwijl onze boeren daar juist wél aandacht aan besteden. Wij moeten geen water naar de zee dragen. Dat lijkt ons een heel erg slecht plan.

Dan de eerste vraag van mevrouw Ouwehand. Ik denk dat het belangrijk is dat je het internationaal kunt vergelijken. Als wij op eigen houtje op ons eilandje Nederland van alles gaan lopen klussen, dan brengen wij geen verbetering wereldwijd tot stand. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de staatssecretaris en ik hoor graag dat maatregelen in internationaal verband worden genomen. Anders zijn wij niet goed bezig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Om een mogelijk misverstand op te helderen: ik pleit zeker niet voor het afschaffen van de methode die wij internationaal allemaal hanteren, maar daarnaast zou je een blik kunnen werpen op de effecten op korte termijn. Wij horen nog wat de staatssecretaris daarover te zeggen heeft.

Over de landbouw het volgende. Het klopt dat de glastuinbouw vanwege het energieakkoord inderdaad zijn bijdrage levert aan de opgelegde doelstellingen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Mooi hè.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja, dat is prachtig. Ik zou mevrouw Mulder over een paar jaar graag net zo trots willen zien over dat deel van de landbouw dat nu nog geen enkele doelstelling heeft en waarvan ik vind dat hij ook moet bijdragen aan de aanpak van klimaatverandering. Als wij het voor de glastuinbouw kunnen, dan moet dat voor de rest van de landbouw toch ook?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Je moet naar het geheel kijken en nooit alleen naar losse sectoren. Wij willen bekijken hoe wij met z'n allen Parijs goed kunnen halen, zonder dat wij onze inwoners en bedrijven zaken opleggen waar zij niet goed mee uit de voeten kunnen, waardoor wij sectoren misschien de nek omdraaien. Daar staat het CDA niet voor. Wij willen goed bekijken hoe wij op een goede, innovatieve, creatieve manier het klimaatakkoord van Parijs kunnen halen. Dat wil het CDA.

(….)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Natuurlijk hebben de VVD en de staatssecretaris gelijk als ze zeggen dat je modellen moet valideren. Dat is inderdaad de beste weg. Toch zit er ook een keerzijde aan het besluit om te wachten totdat dat gebeurd is. We hebben nu namelijk al stevige aanwijzingen dat die opgave weleens groter zou kunnen zijn. Ik wil de VVD gewoon even voorhouden wat dat zou betekenen voor bedrijven en sectoren die we op basis van achterhaalde modellen hebben ontzien. Dat zou betekenen dat er een opgave bij komt en dat er kostbare tijd verloren is gegaan. Die tijd zouden bedrijven best willen hebben om te kunnen anticiperen op die maatregelen. Hoe ziet de VVD die weging?

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik deel uw opvatting niet dat er sprake zou zijn van enorme verschillen. U baseert zich in dit debat op eigen onderzoek van De Correspondent, die een aantal mensen heel summier heeft geïnterviewd. Ik ga vooralsnog uit van de gegevens van het RIVM, want ik heb geen reden om te twijfelen aan zijn expertise en deskundigheid. Ik zie verder dat de modellen die het RIVM gebruikt, gebaseerd zijn op de metingen die op twee plekken in Nederland worden gedaan en op gegevens die worden aangeleverd. Dat model wordt ieder jaar gevalideerd en goedgekeurd. Ik hecht daar meer waarde aan dan aan dit artikel van één bron die zelf onderzoek heeft gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Daarmee gaat de VVD wel het punt uit de weg dat op de valreep nog moeten bijsturen voor bedrijven niet heel grappig is. Ik herinner de heer Dijkstra graag aan soortgelijke redeneringen over de melkveehouderij, want we kunnen allemaal zien in welke grote problemen die sector nu zit. Uiteindelijk moeten de doelen immers wel worden gehaald. Ik wil de VVD alleen maar meegeven dat dat ook een onderdeel van de afweging zou moeten zijn. Wat is het perspectief dat je al die sectoren op de langere termijn kunt bieden? Wachten totdat we echt niet meer onder maatregelen uit kunnen, is ook niet grappig voor het bedrijfsleven. Die maatregelen moeten dan bovendien ook nog eens strenger zijn dan we nu kunnen voorzien.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik deel de mening niet dat je op de valreep moet bijsturen. Iedere jaar meten en berekenen we de uitstoot. Op grond daarvan passen we de modellen aan. Ik ga uit van de gegevens van het RIVM. Ik wil dat we meten en precies weten wat de data zijn. Door dit artikel ben ik er ook van overtuigd dat nader onderzoek mogelijk nodig is. Als dat zo is, moeten we dat ook doen want we mogen onze ogen niet sluiten. Er zijn heel veel onzekerheden en de brief is over die onzekerheden heel helder. Zo worden klimaat en El Niño genoemd, maar is het ook de vraag wat de invloed van de veeteelt is, zeg maar de menselijke uitstoot, en van de natuurlijke bronnen. De veeteelt is goed voor 13% van het equivalent in CO2 en dat betekent dat je het ook weer niet moet overdrijven. Ik hoorde u net 51% noemen. Dat cijfer herken ik wel, want dat komt uit de factcheck van de NRC. Die is echter onderuitgehaald. Uw cijfers moeten wel deugen! Ik ga uit van de echte cijfers van het RIVM, een instituut dat speciaal in staat is gesteld om onderzoek te doen, en de gegevens die de staatssecretaris ter beschikking stelt. Nogmaals, we zijn ook bereid om een en ander bij te stellen als dat nodig is. Maar we moeten niet uitgaan van allerlei veronderstellingen uit een artikel. Het is niet zo dat die zomaar zouden kloppen. Ik ga uit van de officiële cijfers en als we iets moeten bijstellen, dan doen we dat.

De voorzitter:

Uw slotopmerking, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ging ook uit van de officiële cijfers. Ik wil de heer Dijkstra alleen even helpen door te zeggen dat hij vast niet bedoelde dat veeteelt menselijke uitstoot is, maar door de mens veroorzaakte uitstoot vanwege het houden van te grote aantallen dieren.

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Dat klopt, het hoort bij elkaar. Die twee worden bij elkaar genomen. Maar dan nog heb je natuurlijk een heel groot en heel onzeker deel natuurlijke uitstoot. Denk aan de veengebieden die genoemd zijn. Bij klimaatverandering kun je eventueel denken aan het smelten van de toendra's. Maar het gaat ook gewoon om de composthoop, misschien in uw eigen achtertuin. Die stoot ook methaan uit. Er zijn heel veel onzekerheden. Die onzekerheden moet je zo klein mogelijk maken. Meten is weten. Daarom moet je modellen bijstellen. Maar je moet niet selectief shoppen in artikelen, en zeker niet selectief shoppen in cijfers en die hier ook nog eens poneren als zijnde de waarheid, want dat is niet het geval.

(….)

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en voor haar brief, die helder was. Het is een technisch onderwerp dat we toch begrijpelijk proberen te maken en waarbij nog heel veel ongrijpbaar is. Daarom is "meten is weten" belangrijk. We moeten ervoor zorgen dat de informatie die we hebben, gevalideerd is en goed is. We moeten dat continu bijsturen en moeten waar nodig extra onderzoek doen plaatsvinden.

Voor de VVD is het erg van belang dat we, als we tot veranderingen komen, aansturen op een gelijk speelveld op Europees niveau. Ik ben ook zeker benieuwd naar de uitwerking van de uitstoot per sector en de herkomst daarvan, want dan kun je maatregelen nemen die effect hebben. Specifiek voor de landbouw- en veeteeltsector geloof ik zeer in innovaties, zoals ander voer waarmee veel mogelijk is of een andere manier van mestverwerking. Ik denk dat we het daarvan moeten hebben in plaats van van de voorstellen die sommige andere partijen doen, partijen die de uitkomst bij voorbaat al weten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb een korte vraag. Het is de tweede keer dat de VVD "meten is weten" zegt en aangeeft dat we het eerst moeten weten, omdat ze anders niets wil doen. De laatste motie over het blijvend financieren van de broeikasgasmetingen heeft het gelukkig gehaald, maar zonder de steun van de VVD. Dat was in februari. Meent de VVD nou dat de metingen belangrijk zijn? Kan bijvoorbeeld de motie van de SP en de Partij van de Dieren die zojuist is ingediend, dan ook op haar steun rekenen? Of zegt de VVD alleen dat we moeten meten als een wegwijzer om niets te hoeven doen? Doet zij zelf niets aan de verbetering of in ieder geval de continuïteit van deze metingen?

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik dacht dat er één meetpunt was, maar toen ik de stukken goed bestudeerde zag ik inderdaad dat het er twee zijn. Dat is eigenlijk voldoende. Ik ben het eens met de staatssecretaris dat je het aantal meetpunten moet overlaten aan de wetenschap. Dat moeten wij niet hier in de Kamer bepalen. Ik heb alle complimenten gehoord die wij internationaal krijgen voor de manier waarop wij dit doen. Ik denk dat wij hierin in Nederland echt vooroplopen. Ik heb geen enkele reden om daaraan te twijfelen. Nogmaals, de wetenschap moet hierin de keuzes maken. De staatssecretaris heeft zelf in al haar wijsheid besloten om de financiering door te zetten. Dat was overigens mede aanleiding voor dit artikel, zo heb ik begrepen. Dat is een goede keuze van het kabinet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De staatssecretaris heeft die financiering doorgezet omdat de Kamer een motie aannam. De VVD was tegen die motie. Heeft de VVD daar nu spijt van, omdat zij het zo belangrijk vindt dat we goed meten?

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Nee, ik sta nog steeds achter die motie. Er wordt goed gemeten en er is geen extra geld nodig. Het kabinet vindt van wel en zet dit door. Nou, prima, einde discussie.

Tweede termijn

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter, dat zal ik graag doen. Ik moet u alvast wel een winstwaarschuwing geven: het valt vandaag niet mee met de oordelen.

Allereerst de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 126, waarin zij mij eigenlijk vraagt een andere norm te hanteren naast de internationale. In het debat heb ik al aangeven dat ik dat niet ga doen. Zij verleidt de Kamer nu tot een ander oordeel, want mijn oordeel is dat ik de motie om die reden ontraad. We gaan ons houden aan de internationale standaarden en als die niet goed zijn, moeten we ze veranderen. Maar dat is iets anders dan het hanteren van een dubbele standaard.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Een korte vraag. Denkt de staatssecretaris in 2020 -- dat is over minder dan drie jaar -- te kunnen voldoen aan het klimaatvonnis?

Staatssecretaris Dijksma:

Ja. Daar heeft u ook eerder een brief over gehad van minister Kamp, een brief die mede namens mij is geschreven. U weet ook dat wij een als-dan hebben opgenomen in de brief, die inhoudt dat een eventuele nadere stap zich richt op een extra kolencentrale. Dat is wat er dan in beeld komt, maar wij verwachten dus dat we eraan gaan voldoen. Dat weten we net na de zomer zeker, want ik verwacht dat dat bekend wordt in de nieuwe rapportages die in september naar de Kamer komen. Ik kijk even naar mijn ambtenaren of dat klopt en volgens mij klopt dat.