Bijdrage Ouwehand debat over dieren­mis­han­deling in een Belgisch slachthuis


24 mei 2017

Voorzitter. De slacht is volgens de dierenartsen het meest stressvolle moment in het leven van een gehouden dier. Het is al geen pretje om in de intensieve veehouderij geboren te worden, onverdoofd gecoupeerd te worden, onverdoofd gecastreerd te worden als je een mannetjesvarken bent, maar de dierenartsen zijn er toch echt van overtuigd dat de ellende voor een dier het grootst is op het moment dat het naar de slacht wordt gebracht.

De staatssecretaris heeft gezegd: ik ga ervan uit dat de vleesindustrie niets te verbergen heeft. En hij is aan de slag gegaan met de uitvoering van de motie van de Partij voor de Dieren over cameratoezicht in slachthuizen. Dank daarvoor. De stand van zaken op dit moment is dat het gaat om zo'n 90% van de dieren die in Nederland worden geslacht. De staatssecretaris heeft gezegd: dit moet voor alle slachterijen gaan gelden. Daar ga ik ook van uit, wat dat is waar in de motie om wordt gevraagd. Het kan vrijwillig gebeuren, en als dat niet lukt, dan moet het verplicht gebeuren. Wanneer zal volgens de staatssecretaris dat toezicht daadwerkelijk gerealiseerd zijn? Daar zijn namelijk nog vragen over.

We hebben ook gevraagd om in te zetten op cameratoezicht in alle Europese slachthuizen. Ik heb een motie daarover aangehouden. De staatssecretaris heeft daarover het een en ander gezegd. Ik wil die motie graag in stemming brengen. Ik wil dat dit het officiële vertrekpunt wordt van de Nederlandse regering.

Welke mogelijkheden ziet de staatssecretaris om de import van vlees op basis van dierenwelzijnseisen te kunnen weigeren? We hebben namelijk de grote taak om het dierenwelzijn hier in Nederland te verbeteren en iedereen die werkzaam is in de sector aan de regels te houden. Dan kan het echter niet zo zijn dat we aan de grenzen geen dierenwelzijnseisen kunnen stellen. Er liggen mogelijkheden op dat vlak. Ik vraag de staatssecretaris om daar naar te kijken. En ik ben het zeer eens met de heer Graus dat het veel sneller mogelijk moet zijn om een houdverbod of een verbod op het handelen in dieren op te leggen voor wie de regels overtreden heeft. De Partij voor de Dieren pleit daar al langer voor. Hoe staat het met de invoering van een houdverbod?

Tot nu toe ging mijn bijdrage over het controleren van de regels die we met elkaar hebben afgesproken. En me dunkt dat we ervoor moeten zorgen dat dat gebeurt. Maar er is ook nog een heel ander vlak, namelijk de manier waarop dieren worden behandeld, en wat dieren moeten ondergaan; dingen die wij hier met z'n allen gewoon oké vinden. Goed, de Partij voor de Dieren vindt het niet oké, maar een Kamermeerderheid dus wel. Er moet meer aanscherping komen van de dierenwelzijnsregels. Als de staatssecretaris het meent dat hij ervan uitgaat dat de vleesindustrie niets te verbergen heeft, dan daag ik hem uit om ook beelden van die situaties die er niet leuk uitzien, gewoon beschikbaar te laten komen voor het publiek. Ik doel op situaties in de veetransporten, op het vangen van kippen, op de manier waarop kippen in de kratten worden gepropt, op de manier waarop ze worden aangeleverd bij de slacht, op de manier waarop ze aan hun poten aan de slachtlijn worden gehangen. Het lijkt me dat beelden daarvan gewoon beschikbaar moeten komen voor het publiek. Want de romantische beelden die de vleesindustrie gebruikt -- ik noem de kip in het gras en zelfs het lachende varken bij de slager -- lijken mij te vertekenen wat er werkelijk gebeurt in de vleesindustrie. Laten we daar eerlijk over zijn. Ik denk dat dat iedereen, de dieren, maar ook alle mensen die werkzaam zijn in deze sector, alleen maar zou helpen

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat er klokkenluiders zijn, is wel zeker. Dat klokkenluiders niet altijd hun verhaal in het openbaar kunnen doen, is ook een feit. Mijn vraag aan de heer Geurts was de volgende. Ik was bijna tot tranen geroerd toen ik het CDA ineens hoorde spreken over het belang van privacy. Ik dacht bijna: goh, we zijn het eens. Maar misschien heeft het CDA alleen opeens zorgen als het gaat om de bescherming van dieren. Het is een terecht punt, maar het is wel een beetje eenzijdig. Ziet en erkent het CDA dat er heel veel mogelijkheden zijn om in beeld te brengen wat er precies met dieren gebeurt, in transport en in de slachterijen, zonder dat mensen in beeld komen of herkenbaar in beeld komen? Neem de CO2-bedwelming van varkens. Die gaan in een kelder waar niemand bij zit. Daar wordt die CO2 losgelaten. Je kunt gewoon filmen wat er met die varkens gebeurt. Daar is verder geen mens op te zien.

De heer Geurts (CDA):

Ik ben blij dat op het moment dat de varkens naar beneden gaan en bedwelmd worden met CO2, er geen mensen bij zitten, want die zouden dat niet overleven. Mevrouw Ouwehand heeft het over de privacy van de dieren, maar ik heb het daar helemaal niet over gehad. Ik heb het gehad over de privacy van werknemers van slachthuizen en van de NVWA. In het verlengde daarvan heb ik aangegeven dat het niet ondenkbeeldig is dat de beelden gebruikt gaan worden om mensen te bedreigen. Dat wil ik voorkomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Er worden de Partij voor de Dieren wel vaker opvattingen en uitspraken aangewreven die helemaal niet gedaan zijn. Ik heb het niet gehad over de privacy van dieren. Ik heb het gehad over de opmerkelijkheid dat het CDA ineens over privacy begint, terwijl wij het CDA daar nooit voor zien vechten als het gaat om de bescherming van dieren. Maar goed, het is evengoed een terecht punt. Ik stel graag nogmaals de vraag of het CDA bereid is om te erkennen dat het heel goed mogelijk is om te filmen in deze industrie zonder dat mensen herkenbaar in beeld komen. De hygiënevoorschriften zijn dat mensen een overall moeten dragen en een haarnetje moeten dragen. Als zij een mondkapje voordoen, zijn alleen nog de ogen in beeld. Ik weet niet of de heer Geurts een beetje verstand heeft van het onherkenbaar maken van mensen, maar die hele outfit -- het CDA heeft voor een boerkaverbod gestemd omdat mensen niet te herkennen zijn met een boerka aan -- en de manier waarop mensen gekleed moeten zijn in de vleesindustrie is met een kleine aanpassing zo te maken dat het risico van herkenbaarheid volledig kan worden afgedicht. Dan zouden we de staatssecretaris verder kunnen uitdagen. De staatssecretaris zegt: ik ga er niet van uit dat de vleesindustrie iets te verbergen heeft. Prima. Laten we dan zo veel mogelijk laten zien. Is de CDA-fractie bereid om te erkennen dat dat in elk geval een optie is, los van de vraag of zij dat al dan niet wil?

De heer Geurts (CDA):

Er kan zo veel, maar het CDA is daar geen voorstander van. Dat heb ik net ook aangegeven. Ik denk dat de staatssecretaris met de slachterijen al heel ver gekomen is op dit punt. Laat het elastiekje niet verder uitrekken waardoor het breekt. Er is gewoon een aantal onmogelijkheden. Ik probeer ervoor te waarschuwen dat deze beelden misbruikt kunnen worden. Ik hoop dat de Partij voor de Dieren dat in haar inbreng zal beamen.

(…)

De voorzitter:

Ik heb geen vraag gehoord, zodat ik overga naar een interruptie van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan me bij het punt dat GroenLinks maakt wel voorstellen dat je voor verschillende doelen verschillende middelen moet inzetten. Maar als we even wegblijven bij het handhavingsaspect, zijn er toch wel mogelijkheden om over dat wat daadwerkelijk gebeurt in de vleesindustrie betere informatie beschikbaar te krijgen voor het publiek, onder waarborging van de privacy van de daar werkenden. Daarover zijn we het eens. Maar de Partij voor de Dieren ziet daartoe mogelijkheden. Zou GroenLinks bereid zijn, in elk geval een open houding in de richting van de staatssecretaris te etaleren? Ik heb hem zojuist namelijk wel uitgedaagd om die mogelijkheden te verkennen.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik denk dat de Partij voor de Dieren en GroenLinks delen dat de wijze waarop wij omgaan met onze intensieve veehouderij en het massaal slachten van dieren niet wenselijk zijn. Dat draagt allerlei bezwaren met zich mee, van duurzaamheidsaspecten tot dierenwelzijnsaspecten en ethische aspecten. Er is zeker behoefte aan een kritische reflectie op wat zich in de intensieve veehouderij en in de slachthuizen afspeelt. Ik denk dat we daaraan aandacht moeten besteden. Het is een taak van de overheid om er langs welke weg dan ook voor te zorgen dat daarover goede informatie en voorlichting bestaan. In die zin zijn we het denk ik eens.

De voorzitter:

Vervolgvraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn, en dank. Ik ben een eerlijk mens, dus ik zeg meteen dat ik deze interruptie gebruik om nog een vraag aan de staatssecretaris te stellen.

De voorzitter:

U weet dat ik dat niet kan toestaan. Dat doe ik dus ook niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag GroenLinks over de inzet van de Nederlandse regering dat er in elk geval gps-controle op alle veetransporten moet komen, of die partij het met de Partij voor de Dieren eens is dat we nu klip-en-klaar moeten afspreken dat dat gewoon gebeurt. Als het Europees niet lukt, dan moet dat zeker gebeuren op de Nederlandse vrachtwagens.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Wij zijn voor gps-controles op veetransporten. Dat standpunt delen we dus. Waar nodig zullen we de staatssecretaris daar kritisch op bevragen.

(…)

De heer Futselaar (SP):

Deze kleine groep slagers, die net zo goed onder het toezicht van de NVWA valt, is een voorbeeld van hoe het ook kan. Het beest komt van een boerderij in de buurt dat ook in de eigen buurt wordt geslacht, met veel minder gesleep en grootschaligheid. Wij zien daar juist een positieve kant aan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Vindt de SP-fractie dat de regels die wij hebben afgesproken voor de slacht in alle situaties, en dus ook bij de thuisslachters, wel goed moeten worden gecontroleerd en gehandhaafd? Ik herinner mij namelijk dat de SP -- daar waren wij heel dankbaar voor -- ons wetsvoorstel voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten heeft gesteund. Wij komen met een nieuw wetsvoorstel, waarbij ik reken op de steun van de SP. Maar wij moeten natuurlijk wel zorgen dat die thuisslachters niet een plek worden waar je dat aanstaande verbod zou kunnen ontduiken. Dus houdt de SP wel vast aan een 100%-controle en aan handhaving van de dierenwelzijnsregels die wij afspreken voor de slacht?

De heer Futselaar (SP):

Aan handhaving absoluut. De vraag of je daarbij in grootschalig cameratoezicht moet investeren, vind ik een twijfelpunt, omdat het hier gaat om zeer beperkte hoeveelheden slachtingen. Maar de NVWA moet daar absoluut bovenop blijven zitten en je moet niet een soort ontwijkingsmogelijkheid hebben. Daarom zijn er natuurlijk ook maximumnormen aan hoeveel er kan worden geslacht. Je kunt niet zomaar van een industrieel slachtbedrijf een thuisslachter maken.

Beantwoording staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank voor de voortvarendheid waarmee de staatssecretaris aan de slag gaat om ervoor te zorgen dat er cameratoezicht in alle slachterijen komt en dat daarover goede afspraken worden gemaakt. De door de Kamer aangenomen motie geeft hem daarvoor de ruimte. In de motie wordt uiteindelijk gesteld -- dat heeft de staatssecretaris zelf ook al gezegd -- dat een verplichting niet wordt uitgesloten. Hoort daar ook bij dat, als het met de afspraken niet blijkt te werken, als de beelden niet beschikbaar worden gesteld aan de NVWA, terwijl de NVWA die wel wil, dit een reden is om de sector te wijzen op de stok van de verplichting die achter de deur staat?

De heer Van Dam:

Zeker. Ik ga ervan uit dat het niet nodig is, maar die stok staat achter de deur. Een en ander moet namelijk wel tot het beoogde resultaat leiden. Wetgeving vergt overigens tijd. Het kost tijd om een wet te maken en om die hier behandeld te krijgen, zeker in dit geval omdat het niet de meest eenvoudige wet is, want die raakt ook aan privacyaspecten. Het is echter ook in het belang van de slachterijen om dit vrijwillig te doen. Op het moment dat je het hebt over verplichte cameraregistratie en het feit dat de NVWA altijd bij de beelden kan, wordt het juridisch gezien voor derden veel gemakkelijker om toegang te krijgen tot de beelden. Dat is al aan de orde geweest, want dat is iets wat de slachterijen waarschijnlijk zullen willen voorkomen. Het is dus ook in hun belang om het te regelen op basis van gezamenlijke afspraken. De basis voor de afspraken ligt er. Dat is heel prettig, maar een en ander moet nog wel worden uitgewerkt, zodat het in de praktijk ook werkt. Ook de kleinere slachterijen die geen onderdeel zijn van de koepels moeten dus meedoen.

(…)

De heer Van Dam:

Ik maak nu even een bruggetje naar de vraag die mevrouw Ouwehand stelde: hoe snel zal dit gaan? Wii moeten die afspraken nog wel heel secuur uitwerken, maar ik wil in de komende maanden wel betekenisvolle stappen zetten. Het zou mooi zijn als voor het einde van het jaar het grootste deel van de gemaakte afspraken gerealiseerd is.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook naar het houdverbod. De Kamer ontvangt nog voor de zomer een brief van de minister van Veiligheid en Justitie over het houdverbod.

Mevrouw Ouwehand vroeg verder: welke mogelijkheden zijn er om de import van vlees op basis van dierenwelzijn te weigeren. Er zijn vooralsnog geen EU-verordeningen of -richtlijnen op grond waarvan import geweigerd kan worden als issues zijn geconstateerd op het punt van dierenwelzijn. Het is evenmin zo dat het vlees achteraf teruggehaald kan worden. Dat zagen we ook bij de situatie in Tielt. Het was aan de Belgische autoriteiten om daarop toe te zien. Die voeren alleen een recall uit op het moment dat er sprake is van gevaar voor de volksgezondheid. Er is geen basis om een recall uit te voeren vanwege dierenwelzijnaantasting.

Mevrouw Ouwehand zei tot slot dat het goed zou zijn om van elke stap in het slachtproces beelden beschikbaar te stellen. Mevrouw Ouwehand weet dat ik zeer voor transparantie ben wat betreft de manier waarop ons voedsel tot stand komt. Je moet als consument weten waar het vlees vandaan komt, hoe dieren worden gehouden, hoe ze worden getransporteerd en hoe de slacht wordt uitgevoerd. Ik vind dat het goed is als consumenten dat kunnen weten. Als je je erin verdiept en je gaat een uurtje het internet rond, kun je het meeste ook wel zelf vinden. Er is veel beschikbaar. Boeren laten steeds meer zien en ook Vion laat steeds meer zien; die probeert een indruk te geven van hoe het slachtproces plaatsvindt. Die heeft recent beloofd om beelden te laten zien, ook van de bedwelming van varkens in het slachtproces. Laat ik mij echter aansluiten bij de oproep -- zo zie ik die -- van mevrouw Ouwehand aan eigenlijk alle verschillende betrokkenen in de sector: verstop het niet, laat gewoon zien hoe je het doet, laat eerlijk zien hoe je het doet en hoe het werkt. Ik denk dat consumenten recht hebben op die informatie. Dat geeft ook consumenten die zich afvragen waar het koteletje, het biefstukje of de gehaktbal precies vandaan komt de mogelijkheid om daarover meer informatie op te zoeken en zo te zien hoe vlees tot stand komt voordat het thuis in de pan belandt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank. Ik ken de inzet van de staatssecretaris en die waardeer ik. Het raakt ook aan een van de fundamenten in de discussie over de veehouderij en de vleesproductie. Er is voortdurend spanning tussen het beeld dat de sector zelf zou willen communiceren, niet helemaal compleet en gebruikmakend van soms wat eufemistisch jargon -- wij weten dat "uitval" betekent dat 5% van de dieren gestorven is, maar een consument weet dat niet -- en de maatschappelijke beweging die het heel plastisch beschrijft: dieren worden zonder verdoving gecoupeerd. Is de staatssecretaris het met mij eens dat die transparantie ook inhoudt dat alle onderdelen -- daar had hij het net al even over -- inzichtelijk kunnen worden gemaakt en dat dat helder moet zijn voor burgers? Dat niet één partij in jargon communiceert en vervolgens boos wordt als iemand het heel expliciet maakt? Is hij het ermee eens dat die spanning over en weer niet helpt?

De heer Van Dam:

Ik deel wat mevrouw Ouwehand zegt. Transparantie is uiteindelijk altijd in het belang van producenten. Dat geldt hier ook. Soms wordt daar een beetje eufemistisch en verhullend over gedaan; iedereen wil natuurlijk graag het verhaal vertellen vanuit zijn eigen perspectief. Dat is ook heel begrijpelijk. Ik ben er echter van overtuigd dat als dat perspectief te ver komt af te staan van de realiteit, de samenleving dat vanzelf corrigeert. We hebben een informatiesamenleving waarin zo veel beschikbaar is en waarin het mogelijk is om zo veel te achterhalen, dat het ook niet zo veel zin heeft om te proberen om dingen weg te stoppen. Elke politicus weet: als je iets te rooskleurig bent over je eigen verkiezingsprogramma, dan wordt dat ook gecorrigeerd. Dat geldt ook voor bedrijven in deze sector. Ik vind het dus buitengewoon verstandig als een bedrijf gewoon zelf laat zien hoe het daadwerkelijk in z'n werk gaat. Daar gelden altijd twee gouden regels bij. Als je in een bedrijf ergens tegen aanloopt waarover je denkt dat je dat liever niet laat zien, heb je misschien een heel goede reden in handen om te bedenken of je het wel op de goede manier doet. Dat is dan misschien een heel goede reden om daar nog eens naar te kijken. Je moet alles kunnen laten zien en durven laten zien. Anderzijds geldt dat consumenten die vlees eten maar eigenlijk liever niet weten hoe dat vlees tot stand komt, er misschien ook nog een keertje over moeten nadenken. Uiteindelijk hoort bij vlees eten immers dat dieren geslacht worden. Ik heb hier eerder al gezegd dat we het natuurlijk eigenlijk allemaal niet heel prettig vinden om dat te weten. Maar het hoort er wel bij en het is onderdeel van het vlees dat bij jou thuis in de pan ligt. Dat vlees komt wel ergens vandaan; het komt van levende dieren. Het is dan goed om te weten dat er alles aan wordt gedaan om ervoor te zorgen dat die dieren uiteindelijk zo min mogelijk te lijden hoeven te hebben van het feit dat "we" als samenleving vlees consumeren. Dan is het ook goed dat je daar zo veel mogelijk van laat zien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank voor dit antwoord. Ik vraag dit ook omdat organisaties als Wakker Dier, die expliciet en plastisch beschrijven wat er gebeurt met dieren in de vleesindustrie, nogal eens worden beticht van het demoniseren van boeren. Die organisaties beschrijven echter gewoon wat er gebeurt met dieren in de vleesindustrie. Dat verwijt is vandaag nog niet opgekomen, maar we horen het wel regelmatig. Ik denk dat het van belang is dat we gewoon feitelijke informatie wel omarmen in deze samenleving, ook als die er pijnlijk uitziet of als het geen gezellige informatie is. Laten we dat niet wegzetten als een poging om boeren te demoniseren, omdat maatschappelijke organisaties zoals Wakker Dier dat gewoon echt niet doen.

De heer Van Dam:

Ik denk dat het altijd helpt als we van twee kanten uit begrip hebben voor elkaars opvattingen en elkaars situatie. Dat betekent dat het prima is als je soms de vinger op de zere plek legt, als je zegt: er zijn zaken in de bestaande praktijk die me niet bevallen en die zouden we eigenlijk moeten veranderen. Tegelijkertijd is het goed om je dan te verdiepen in de andere kant. Hoe is het zo ontstaan? Ik heb hier vaker gezegd dat de manier waarop wij dieren houden in Nederland, is ontstaan in een proces van decennia. Dat heeft geleid tot waar we vandaag de dag staan. In dat proces zijn er, omwille van het almaar verder verbeteren van de efficiëntie, misschien wat stappen gezet waarbij je je vandaag de dag kunt afvragen: had dat wel zo moeten gaan? Zouden we niet moeten proberen om weer tot een houderij te komen waarin dierenwelzijn een belangrijker plaats krijgt? Ik denk dat dat zou moeten gebeuren. Dat betekent ook iets voor de boeren. Die moeten die omslag ook kunnen maken en die moeten daar weer voldoende geld mee kunnen verdienen. Ik vind dat begrip voor de positie van de boer ook wel hoort bij deze discussie. Ik vind dus ook wel dat er soms te veel met de vinger wordt gewezen. Boeren zijn ook onderdeel van het systeem dat we met z'n allen hebben laten ontstaan. Als we daar verandering in willen brengen -- ik denk dat er heel veel goede redenen zijn om er verandering in te willen brengen -- dan zul je dat wel samen moeten doen. Dat "samen" vind ik aan beide kanten soms wel wat mager aanwezig.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Ouwehand hier weer op wil reageren, maar wij hebben helaas de afspraak gemaakt dat wij interrupties in tweeën doen. Ik verzoek haar daarom om geen vervolgvraag meer te stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik begrijp dat, voorzitter. Maar er wordt hier een suggestie gewekt die ik echt helaas moet weerleggen.

De voorzitter:

Daar hebt u ook uw tweede termijn voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zojuist heb ik bij een interruptie maar één ronde gebruikt, voorzitter, dus als u het mij toestaat …

De voorzitter:

Dan begeef ik mij op glad ijs, mevrouw Ouwehand, want anderen willen ook graag gebruikmaken van hun interruptiemogelijkheid. Ik verzoek u om dit in uw tweede termijn te doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, u stond het zojuist bij de heer Graus ook toe.

De voorzitter:

Toen wilde hij iets feitelijk corrigeren. Als u dat ook wilt doen, wil ik u daarvoor de gelegenheid geven. Maar dan moet het wel kort en feitelijk zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De staatssecretaris suggereert feitelijk dat de maatschappelijke organisaties waarover ik het had, geen begrip hebben voor de boeren. Dat is feitelijk onjuist. Deze maatschappelijke organisatie wijst naar ons, de politiek, die verantwoordelijk is. Er is juist heel veel begrip voor de klem waar de boeren in zitten. Het zou dus fijn zijn als de staatssecretaris niet zou suggereren dat er bij deze organisaties daarvoor geen begrip zou zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Ouwehand. De staatssecretaris gaat verder met zijn beantwoording.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Zo veel steun was er niet voor dit debat, maar er was uiteraard wel steun van de Partij voor de Dieren.

Ik dien de volgende twee moties in.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Tot slot. Alle kritiek die maatschappelijke organisaties die ik ken, hebben op de manier waarop in de vleesindustrie met dieren wordt omgegaan, is gericht aan de politiek. Deze is dus niet gericht aan de boeren die gebruikmaken van de vrijheid die deze politiek hun biedt om dieren op een manier te behandelen waarvan wij eigenlijk wel weten dat die moreel gezien niet deugt.

(…)

De heer Van Dam:

Ik kom bij de motie-Ouwehand op stuk nr. 915. Daarin wordt verzocht om met voorstellen te komen voor meer en daadwerkelijke transparantie over het leven en sterven van dieren in de vlees-, zuivel- en eierketen. We hebben daar zojuist een korte discussie of gedachtewisseling over gehad. Ik heb daarbij gezegd dat ik een groot voorstander ben van transparantie. Maar in deze motie wordt de regering verzocht om met voorstellen te komen. Dat zou betekenen dat de regering het gaat opleggen. Het staat er niet concreet, maar ik neem aan dat mevrouw Ouwehand vindt dat overal beelden van gemaakt moeten worden en dat die getoond moeten worden. Dat gaat een forste stap verder dan waar we het daarstraks over hadden. Het gaat dan bijvoorbeeld over de verplichting van de inzet van camera's op allerlei andere plekken in het proces. Ik vind het niet proportioneel als dat vanuit de overheid met regelgeving wordt afgedwongen. Ik heb eerder gezegd dat ik ervan overtuigd ben dat verschillende partijen in de vlees-, zuivel- en eierketen er zelf alle belang bij hebben om transparant te zijn over het houden van de dieren en het vervoeren en slachten van de dieren. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, kort graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De staatssecretaris geeft een eigen invulling aan een mogelijk voorstel voor meer transparantie en zegt vervolgens over zijn eigen idee dat hij er geen voorstander van is. De motie laat ruimte om met voorstellen te komen. Het idee dat de staatssecretaris zojuist heeft bedacht, heeft hij zelf ook al afgeschoten. In de motie wordt de regering gevraagd om met een voorstel te komen dat zij wel ziet zitten. Het is dus een uitnodiging.

De heer Van Dam:

Open uitnodigingen zijn altijd heel vriendelijk, maar als de Kamer de regering iets verzoekt, dan is het ook wel handig als duidelijk is wat er precies wordt verzocht. Ik daag mevrouw Ouwehand uit om iets concreter te maken wat zij graag zou willen zien. Zoals de motie nu luidt, is het mijn interpretatie dat die veel verder gaat dan wat wij zojuist hebben besproken. Ik ben zeer voor transparantie, maar dat betekent niet dat de overheid in alle gevallen elke vorm van transparantie kan en zou moeten opleggen. Dat is ook iets dat partijen vooral zelf moeten doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat was mij duidelijk. Wat de staatssecretaris zelf kan doen, is nog een keer met zijn communicatie-afdeling kijken naar alle manieren waarop er over dieren in de vee-industrie wordt gecommuniceerd. Het jargon kan eruit. Het kan best wat explicieter en helderder voor burgers. Wat hij ook kan doen, is in overleg met de sector kijken of een en ander voldoende aansluit bij de realiteit waarover wij het in het debat hebben gehad. Er is een nieuwe website gelanceerd over de vleeskuikenindustrie. Er kan in gesprek worden gegaan met de sector. De sector kan erop worden gewezen dat men iets te ver afstaat van de werkelijkheid en dat dit niet helpt. Ik denk aan dat soort voorstellen.

De heer Van Dam:

We leven in een vrij land. Dat is mooi. We hebben zowel maatschappelijke als journalistieke organisaties die, als welke partijen dan ook in onze samenleving de werkelijkheid iets rooskleuriger voorstellen dan die is, dat vervolgens blootleggen en daarop wijzen. Dat moet in onze samenleving gebeuren. Ik zie het niet meteen als de verantwoordelijkheid van de overheid om dat te doen. Sterker nog, ik vind dat de overheid er zeer voorzichtig mee moet zijn om zich te mengen in discussies of iets wel helemaal juist wordt neergezet. Dan kom je al snel in de rol dat je aan het censureren bent wat waarover wel of niet mag worden gezegd. Ik vind dat niet gepast. Dit is precies waarom ik stelde dat het zou helpen als de motie iets concreter wordt. In deze vorm moet ik die ontraden.

Helaas voor mevrouw Ouwehand geldt dat ook voor de motie op stuk nr. 916. Daarin wordt de regering gevraagd om uiterlijk eind van dit jaar 100% gps-controle te realiseren op de Nederlandse veetransporten. Dat is niet haalbaar. Gps is onderdeel van de pilots voor kwaliteitssystemen in de veehouderij. Het gaat om een duur instrument. Voor lange-afstandstransporten is gps wel verplicht op basis van de Europese Transportverordening, maar het gaat niet lukken om voor het eind van dit jaar 100% gps-controle op de Nederlandse veetransporten te realiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De belofte om dat nationaal te doen, stamt al uit 2014, als ik mij niet vergis, dus dat loopt al een poos. Wanneer is dit dus wel gerealiseerd? Alle Nederlandse wagens die mest transporteren, worden toch met gps gecontroleerd? Daar is het nationaal wel mogelijk om dat te verplichten?

De heer Van Dam:

Zeker, want daar was ook alle aanleiding voor. De signalen van fraude met mest -- mevrouw Ouwehand kon dat recentelijk zelf zien in de rapportage van het PBL -- zijn zo sterk dat daar extra controle noodzakelijk is. In dit geval liggen de zaken anders. Op dit moment is er geen directe aanleiding om over te gaan tot een verplichting. Dat wordt in de motie ook niet gevraagd. Er wordt alleen gesproken over het niet uitsluiten van de verplichting. We wachten nu eerst de pilots over de kwaliteitssystemen af. Dan bekijken we of we verdere stappen kunnen zetten om eventueel op te schalen als uit de pilots blijkt dat dit van toegevoegde waarde is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De pilots lopen al een paar jaar, althans dat is al een paar jaar het verhaal van het kabinet. De staatssecretaris zegt nu weer dat we de pilots moeten afwachten, maar dat kan tot sint-juttemis duren. Wat is de concrete verwachting, want die belofte staat al een paar jaar?

De heer Van Dam:

Het antwoord op de vraag wanneer de afronding van die pilots precies is voorzien, moet ik schuldig blijven, maar in elk geval niet in dit jaar, en dat is waar de motie om vroeg. Ik blijf bij het ontraden van die motie.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 917 en het verzoek van de heer Grashoff om "in het protocol vast te leggen dat de camerabeelden te alle tijden op eerste verzoek van NVWA en zonder restricties aan NVWA ter beschikking dienen te worden gesteld". Dat is ook precies mijn inzet, dus ik kan die motie overnemen.