Bijdrage Arissen debat over de CO2-uitstoot in Nederland


23 mei 2017

Voorzitter. "Alles op alles voor het klimaat" en "de tijd van vrijblijvendheid is voorbij". De staatssecretaris sprak ferme taal rondom het Parijsakkoord vorig jaar. Dat was verrassend genoeg ook de oproep van het bedrijfsleven zelf. De verwachtingen waren hooggespannen. Zouden de mooie woorden over de urgentie van het klimaatprobleem dan nu eindelijk omgezet worden in daadkracht? Maar nee, eergisteren kwam het CBS met cijfers over de uitstoot van CO2, kooldioxide. En wat blijkt: Nederland stootte in het eerste kwartaal van dit jaar meer uit dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat is ernstig, zeker als wij ons realiseren dat in 2016 de uitstoot van CO2 door de Nederlandse industrie onveranderd bleef op 94 miljoen ton, het hoogste peil ooit gemeten. Nederland scoort jaar in, jaar uit slechter dan het Europees gemiddelde, maar het gaat natuurlijk vooral om de grote rekensom. In Het Financieele Dagblad stond het gisteren in een opiniestuk mooi omschreven, voor hen die alleen boekhouderstaal begrijpen. Ik citeer: "Het is als een debat over miljarden mee- of tegenvallers, terwijl de 440 miljard staatsschuld ongemoeid blijft, met daarbij de kanttekening dat niemand in dertig jaar de staatsschuld naar nul euro terug wil brengen. En dat terwijl het met de CO2-reductie wel zo hard zou moeten gaan".
De belangrijkste maatregel die het kabinet neemt om de CO2-uitstoot van de Nederlandse industrie te verlagen, is het Europees systeem ETS, de handel in het recht om een bepaalde hoeveelheid broeikasgassen uit te stoten. Doordat vragers en aanbieders handelen in emissierechten, krijgt de broeikasgasuitstoot een prijs, maar dit werkt niet. Het is pleisters plakken voor een probleem waar nu zelfs geen drukverband meer tegen helpt. Het systeem kent vele grebreken. Zelfs het kabinet erkent in de Energieagenda dat het ETS onvoldoende sturing geeft om de Nederlandse industrie aan de besparing te krijgen die nodig is om de Parijse klimaatdoelstelling te halen. Uit onderzoek van De Groene Amsterdammer blijkt deze week dat de Nederlandse industrie inderdaad nauwelijks meewerkt aan het bestrijden van de klimaatcrisis en vrolijk doorgaat met het uitstoten van broeikasgassen, en dat ze creatief boekhoudt met het ETS. Hoe kan de staatssecretaris het klimaatbeleid zo laten afhangen van de markt, als zo duidelijk is dat de markt het niet aankan? De boekhoudermentaliteit legt de focus op economisch gewin, niet op ecologisch gewin. Welke nationale maatregelen heeft het kabinet dan wel in petto? Een planeetbrede aanpak?

De voorzitter:
Een momentje, want u hebt een interruptie van de heer Dijkstra.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik hoor wat getallen en ik hoor wat feiten en wat meningen van de Partij voor de Dieren. Ik was benieuwd of mevrouw Arissen de stukken heeft gelezen.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Zeker.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Dat is een mooi antwoord, want zij citeert nu wel uit een kwartaal, maar wat is nu de trend die gaande is met betrekking tot de CO2-reductie in Nederland? Kan zij die cijfers eens geven?

Mevrouw Arissen (PvdD):
Als je kijkt naar de zware industrie in Nederland, dan is die trend stijgende. maar ook als je kijkt naar het geheel blijkt Nederland keer op keer achter te lopen op het Europese gemiddelde, en dat vindt de Partij voor de Dieren zeer kwalijk.

De voorzitter:
Volgens mij wil de heer Dijkstra daar nog weer op reageren.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Als het mag, voorzitter, want we doen interrupties normaal gesproken in tweeën, toch?

De voorzitter:
Ja, maar u kreeg net een heel kort antwoord van mevrouw Arissen op een vraag die u stelde. Daarom sta ik het in dit geval toe. Gaat uw gang.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
In de periode van 2005 tot 2015 is de uitstoot van broeikasgas in Nederland gedaald van 214 naar 196 ton. Nog steeds te veel, maar de trend is dalende. Mevrouw Arissen kan niet alleen maar met kwartaalcijfers komen en volhouden dat dat de trend is. Wij kijken liever naar tien jaar dan naar een kwartaal.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Dat doen wij ook liever, maar het is wel een feit dat vorig jaar, in 2016, de uitstoot van de Nederlandse industrie onveranderd bleef op 94 miljoen ton, het hoogste peil ooit gemeten. Dus de trend is nu naar boven en wij vinden dat die weer naar beneden moet.

Welke nationale maatregelen heeft het kabinet dan wel in petto? Een planeetbrede aanpak. Is het kabinet bereid om concrete jaarlijks afrekenbare tussendoelstellingen te formuleren, zodat het parlement niet buiten spel kan worden gezet doordat het het kabinet nergens op kan controleren, bijsturen of afrekenen? Kan de staatssecretaris verklaren dat zelfs het laaghangend fruit nog steeds niet wordt geplukt? De veruit goedkoopste oplossing — die levert zelfs geld op, doordat we minder uitstoten en minder vervuilen — is inzetten op een drastische vermindering van de consumptie van vlees en zuivel. Dat is een onmisbare schakel in het klimaatbeleid.

De voorzitter:
Gaat u afronden, mevrouw Arissen?

Mevrouw Arissen (PvdD):
Ja. Laat ik afsluiten met een vriendelijk doch zeer dringend verzoek aan het kabinet, namelijk om niet langer op de snooze button te drukken bij ieder tussentijds rapport en slechts mooie woorden te spreken, die gelukkig al velen niet meer in slaap kunnen sussen. Het is nu echt tijd voor daadkracht.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Arissen (PvdD):
Ik hoorde de heer Dijkstra zeggen: we liggen op koers. Uit welke documenten, stukken en cijfers blijkt dat dan? Als we op dit moment doorgaan zoals we nu bezig zijn, gaan we de doelen van het klimaatakkoord van Parijs niet halen.

Ik hoorde de heer Dijkstra ook zeggen: "de vervuiler betaalt" is een mooi principe. Het is goed om te horen dat ook de VVD nu voor het principe van "de vervuiler betaalt" lijkt te zijn. Hij stelde dat we veel voor het buitenland produceren en vroeg vervolgens wat dan de uitstoot van broeikasgassen voor de productie voor het buitenland is. Mijn vraag is of hij dan ook voor een vleestaks is. De vee-industrie en de vleesconsumptie hebben namelijk een enorme impact op het klimaat en de klimaatdoelen die we moeten halen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
U wilt een kort antwoord, voorzitter. We liggen op koers om de 20% CO2-reductie te halen in 2020 die is afgesproken in Europees verband. We hebben te maken met de Urgenda-uitspraak, die ons dwingt tot 25%. Ook daar liggen we op koers, zie antwoord nummer 4 op de vragen van collega-Kamerleden van GroenLinks. Met het energieakkoord gaan we die doelen behalen. De 25% in 2020 gaan we dus halen. Het doel van 40% in 2030 gaan we dus ook halen. Het doel van minimaal 80% in 2050 gaan we ook halen.

Wat betreft het buitenland: we hebben een heel grote chemie- en petrochemiesector in Nederland, maar ongeveer 80% van wat sommige chemische fabrieken maken of wat ze in de olie-industrie in Rotterdam maken, is exportgerelateerd. Wij hebben wel hier de uitstoot, maar waar ze onze olie of chemieproducten gebruiken, hebben ze die niet. Dat is natuurlijk niet helemaal fair. We worden op de uitstoot afgerekend als land. We moeten er wel rekening mee houden dat Nederland een open land is, een exportland, en dat we hier veel CO2 hebben — energie-intensief, maar wel zuinig — en dat die CO2 elders dus bespaard wordt. Het gaat er volgens mij om dat je dit niet nationaal bekijkt maar dat je ook de internationale context erbij pakt.

De voorzitter:
Ik kan me zo voorstellen dat mevrouw Arissen daar wel even op wil reageren.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Ja, voorzitter. Ik had eigenlijk gehoopt dat de heer Dijkstra zou zeggen: de vee-industrie is een van de grootste vervuilers wat betreft uitstoot van broeikasgassen en laten we dan inderdaad, omdat we de melkboer en slager van de wereld willen zijn, ons aandeel inkrimpen zodat we minder gaan uitstoten. Maar ik begrijp dat de heer Dijkstra eigenlijk een ontheffing wil om hier meer te gaan uitstoten. Maar hoe gaan we dan de doelen halen? Hij geeft niet aan dat wij de in het klimaatakkoord van Parijs afgesproken doelstellingen daadwerkelijk gaan halen op de manier waarop we nu bezig zijn.

De voorzitter:
Hoe gaan we de doelen halen, dat is wat mevrouw Arissen van u wil weten, mijnheer Dijkstra.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
CO2-uitstoot en broeikassen zijn een mondiaal issue. Daarom ben ik blij met het klimaatakkoord van Parijs. Nederland heeft een heel specifiek doel, de 40% die ik heb genoemd. Wij hebben specifiek een doel voor de industrie en de energie, namelijk 43%. Die vallen onder de beprijzing. Maar we hebben nu ook doelen afgesproken voor de niet-ETS-sectoren, voor de landbouw, de bebouwde omgeving en mobiliteit en transport. In al die sectoren — ik heb gezegd dat het een enorme opgave is — hebben we dus een doelstelling.

U hebt het specifiek over de veeteelt. Dat is ongeveer 13% van de CO2-uitstoot. Ook in de veeteelt zul je stappen moeten zetten. U gaat kijken naar reductie in de veestapel zelf, maar ik kijk liever naar innovatie: kun je met precisiebemesting iets doen of met ander voer, zodat er minder methaanuitstoot is? Wij kijken met name naar innovatie, naar positieve dingen. U maakt andere keuzes.

Beantwoording bewindspersonen

Staatssecretaris Dijksma:

De vraag van mevrouw Arissen is waarom wij voor ETS kiezen en ervoor om op die wijze via de markt tot emissiereductie te komen. Met het ETS worden de emissies van de Europese industrie op kosteneffectieve wijze gegarandeerd teruggebracht ten opzichte van 2005 — ik zei het net al — met 21% in 2020 en met 43% in 2030, voor heel Europa. Dat ETS functioneert echter niet voldoende. Dat hebben we ook eerder met elkaar vastgesteld. De prijs van emissierechten was te laag om bedrijven aan te zetten tot het invoeren en ontwikkelen van schone techniek. We werken er op dit moment aan — daar heb ik vanuit Nederland over mogen onderhandelen — om te komen tot een hogere CO2-prijs. De inzet van ons en van andere ambitieuze lidstaten heeft ervoor gezorgd dat het vernietigen van het teveel aan emissierechten in de markt onderdeel is geworden van de positie van de Raad. Ik wil daarbij opmerken dat we daarbij eigenlijk een stevigere positie innamen dan het Europees Parlement. Als dit uiteindelijk in de ETS-richtlijn wordt overgenomen, zal dat op termijn leiden tot een structureel hogere CO2-prijs.

Uiteindelijk is het echt van groot belang dat dat ETS gaat functioneren. Ik sprak vanochtend nog met een vertegenwoordiger van de staat Quebec. Hij vertelde dat Californië, Quebec en heel veel Canadese staten — ze zijn nu ook met Mexico bezig — eigenlijk naar Europees model aan de slag zijn met het creëren van een systeem waarbij je een CO2-prijs krijgt. Wereldwijd zullen we hopelijk ooit — dat is een droom — die systemen aan elkaar kunnen linken, zodat we een wereldwijde prijs voor koolstof krijgen waarmee we uiteindelijk ook de meest efficiënte wijze hebben, zowel voor bedrijven als voor burgers, om koolstof de markt uit te prijzen. Nu opgeven omdat het systeem onvoldoende werkt, terwijl we ooit aan het pionieren waren, lijkt me eerlijk gezegd de handdoek in de ring werpen. Moet het systeem beter? Ja.

De voorzitter:
Ik twijfel even. Volgens mij was mevrouw Arissen wat eerder dan de heer Dijkstra. Ik geef dus eerst haar het woord en dan kan daarna de heer Dijkstra een interruptie plaatsen.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris beoordeelt wat er wordt gesteld in het onderzoek van De Groene Amsterdammer. Daarin wordt een manager emissiehandel van de NEa geciteerd en die zegt dat als de prijs van koolstof hoger wordt, bedrijven zich verleid voelen om daar fraude mee te plegen. Zij houden er oprecht rekening mee dat het, als die prijs te hoog wordt, gunstig zou kunnen zijn voor bedrijven om daarmee te gaan sjoemelen. Hij zegt dat cijfers door de bedrijven zelf worden aangeleverd. Hoe kan worden voorkomen dat gefraudeerd wordt met dit systeem?

Staatssecretaris Dijksma:
Dat geldt voor elk systeem. Dat is ook het geval als je een taks heft, wat volgens mij uw ideaalmodel is. Daar kunnen bedrijven natuurlijk ook onderuit proberen te komen. Uiteindelijk komt het erop neer dat het heel belangrijk is om er in elk systeem voor te zorgen dat er een goede handhaving is en controle. Eerlijk gezegd is dat niet beïnvloedend voor de vraag of je nu via emissiehandelssysteem tot een hogere koolstofprijs wilt komen of op een andere wijze. Ik denk dat het belangrijk is dat bedrijven er belang bij hebben — dat zie je namelijk ook — om tot zo'n prijs te komen. Je ziet dat een heleboel bedrijven inmiddels bij de overheid komen met het verzoek om ze te steunen om dat ETS werkend te krijgen. Waarom is dat het geval? Omdat dat voor hen een gelijk speelveld oplevert. Dat is volgens mij uiteindelijk voor de lange termijn voor het bedrijfsleven van belang, dat ze weten waar ze aan toe zijn en dat het speelveld in Europa en het liefst ook wereldwijd gelijk is.

De voorzitter:
Wilt u hier nog op reageren, mevrouw Arissen?

Mevrouw Arissen (PvdD):
De Partij voor de Dieren gelooft niet zo heel erg in het systeem, ook vanwege het waterbedeffect dat het oplevert. De uitstoot die je hier niet hebt, heb je dan elders of andersom. We moeten echt toe naar een echte reductie. Dit systeem is eigenlijk een beetje pleisters plakken.

Staatssecretaris Dijksma:
Daar ben ik het nu juist niet mee eens. Belangrijk is dat de Europese Unie als geheel een dalende trend laat zien. Uiteraard moeten alle landen uiteindelijk de omslag maken, zonder meer. We doen dat wel het liefst zo kostenefficiënt mogelijk. Dat betekent dat je inderdaad wel ziet dat het daar waar al heel veel efficiency is soms lastiger is om die uitstoot naar beneden te krijgen.

(….)

Mevrouw Arissen vroeg of ik kon verklaren waarom hierbij laaghangend fruit niet wordt geplukt. Toen zei ze: ik noem maar even, als voorbeeld, een drastische beperking van de vlees- en zuivelconsumptie. Bij het kiezen van de beleidsmaatregelen speelt altijd een combinatie mee van overwegingen rond kosteneffectiviteit, haalbaarheid in de uitvoering en ook maatschappelijk draagvlak. Nederland is op dit moment in Europees verband aan het onderhandelen over wat er moet gebeuren in de zogenaamde non-ETS-sectoren, onder andere in de landbouw. Dat betekent dat we, op het moment dat onze doelstelling op dat vlak helder is, een set maatregelen aan de Kamer zullen moeten voorleggen voor elk van die sectoren. Zoals gezegd zitten we bij de non-ETS-sectoren eigenlijk juist op koers. Volgens mij is het wel fair om dat te zeggen. We halen daar ruimschoots de doelstelling die we moeten halen. Betekent het dat er in de toekomst dan geen stevige maatregelen zullen volgen? Nee, die zullen er komen.

Overigens weet ik niet zeker of een voorbeeld zoals het drastisch beperken van de vleesconsumptie ook door een heel groot deel van de bevolking als "laaghangend fruit" wordt gezien, want dat zal in de samenleving ongetwijfeld tot heel stevige discussie leiden. Er werd net ook gevraagd naar het erbij betrekken van de bevolking. Mevrouw Mulder gaf dat punt terecht aan. Ik denk dat dat een belangrijk punt is om over te blijven nadenken, ook voor toekomstige bewindslieden.

De voorzitter:
Mevrouw Arissen wil daarop reageren. Is het Árissen of Aríssen?

Mevrouw Arissen (PvdD):
Voorzitter, het is Árissen.

De voorzitter:
Oké, ga uw gang, mevrouw Árissen.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Het is een feit: als iedere Nederlander één dag per week geen vlees zou eten maar bijvoorbeeld een vleesvervanger of iets anders, dan is dat het equivalent van 1 miljoen auto's van de Nederlandse wegen afhalen. Dat is dus wel degelijk laaghangend fruit. De vleesindustrie en de vee-industrie hebben zo'n enorme impact op de wereldvoedselvoorziening. Het verbouwen van veevoer concurreert om gronden met het verbouwen van menselijke consumptiegoederen. Die zouden we veel beter en efficiënter kunnen gebruiken voor voeding voor de mens. Dan kunnen we ongeveer 4 miljard mensen extra voeden en onze impact op het klimaat wordt dan veel kleiner. Dat lijkt dus toch wel laaghangend fruit te zijn.

Staatssecretaris Dijksma:
Er is geen discussie tussen ons over de effectiviteit van bijvoorbeeld het flexitariër-zijn. Dat is een van de redenen waarom de rijksoverheid heel veel aan voorlichting doet over het effect, de footprint, die je hebt met al je handelingen, zoals lang douchen, vlees eten et cetera. Er zijn wat dat betreft dus heel veel manieren om mensen te helpen om zelf keuzes op dit punt te maken.

(...)


Minister Kamp:
Mevrouw Van Veldhoven sprak over een onderzoek door De Groene Amsterdammer. Laat ik eerst in algemene zin zeggen dat ik grote waardering heb voor wat er bij De Groene Amsterdammer gebeurt. Ik vind het erg knap hoe men daar met een klein team en een klein budget opmerkelijke journalistieke producten levert. In dit geval is dat ook weer zo. Maar het is altijd goed om daar toch wat kanttekeningen bij te plaatsen. In het aangehaalde artikel staat dat het zo geweldig zou zijn dat in Zweden, waar men een koolstofbelasting heeft ingevoerd, het bruto binnenlands product sinds 1991 toch met 60% is gestegen. Dat vind ik heel mooi, maar ik merk op dat het in Nederland in diezelfde periode met 70% is gestegen. Bovendien merk ik op dat men in Zweden de zaak zo geregeld heeft dat de ETS-bedrijven helemaal uitgezonderd zijn van de koolstofbelasting en dat de niet-ETS-bedrijven een grote korting krijgen op de koolstofbelasting. Je moet het altijd in zijn geheel bezien. Als je het geheel beziet van druk op de Nederlandse industrie en druk op de Zweedse industrie, denk ik dat er weinig reden is om het Zweedse model zomaar over te nemen. Overigens ben ik heel blij met de actieve opstelling van Zweden en de Zweedse industrie, net zo blij als met die van de Nederlandse industrie. Ik hoop dat we in Europa tot een gezamenlijke aanpak komen omdat de CO2-emissiereductie uitsluitend in internationaal verband, dus ook in Europees verband, kan worden geregeld. Hiermee heb ik een aantal vragen beantwoord.

(…)

De voorzitter:
Wij gaan door met de tweede termijn. Ik geef het woord aan mevrouw Arissen van de Partij voor de Dieren. In de tweede termijn van een dertigledendebat is de spreektijd 1 minuut en 20 seconden.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Voorzitter. Ik dank de minister en de staatssecretaris voor hun beantwoording. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het afgelopen jaar de uitstoot van het broeikasgas CO2 door de Nederlandse industrie onveranderd bleef, op 94 miljoen ton, het hoogste peil ooit gemeten;

constaterende dat het ETS-systeem, de belangrijkste maatregel van het kabinet om de CO2-uitstoot van de industrie te verlagen, onvoldoende sturing geeft om de Nederlandse industrie aan de besparing te krijgen die nodig is voor de Parijse klimaatdoelstelling;

constaterende dat Zweden koploper CO2-reductie is en tussen 1990 en 2014 een bezuiniging van 54,5% wist te realiseren, voornamelijk door het invoeren van een CO2-belasting;

verzoekt de regering, zich te laten inspireren door het Zweedse beleid om de CO2-uitstoot in Nederland te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Arissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 134 (32813).

Mevrouw Arissen (PvdD):
Ik wil heel graag nog even reageren op wat staatssecretaris Dijksma zei over het laaghangend fruit en de vleesindustrie. De factcheck van de NRC heeft geconstateerd dat één dag in de week geen rundvlees eten gelijk staat aan een maand niet douchen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Arissen, voor deze wijze les. Dan gaan wij door met het betoog van mevrouw Beckerman van de SP

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik zal twee moties van commentaar voorzien, allereerst de motie-Arissen op stuk nr. 134. Na een aantal overwegingen verzoekt mevrouw Arissen ons daarin om ons te laten inspireren door het Zweedse beleid. De minister heeft net al in zijn eerste termijn uitgelegd hoe het precies zit in Zweden. Daar bestaat zowel een energiebelasting als een CO2-belasting, maar de ETS-bedrijven hebben daar een vrijstelling voor de CO2-belasting en ze hebben ook nog eens 30% korting op de energiebelasting. Niet-ETS-bedrijven — landbouw, bosbouw, aquacultuur — betalen in Zweden ook niet de volledige CO2-belasting. Ze betalen wel de volledige energiebelasting. Ik moet er nog bij zeggen dat de instructie om "ons te laten inspireren" ook niet direct heel duidelijk is, dus gelet op wat de minister al in zijn bijdrage heeft gezegd, wil ik deze motie ontraden.