Bijdrage Ouwehand Debat over de wijziging van de Natuur­be­scher­mingswet 1998 en zeere­ser­vaten


4 april 2013

Bekijk het debat hier terug op debatgemist.nl

Voorzitter. De eerste termijn van dit debat was inderdaad bijna een jaar geleden. Het gaat bovendien om een wetsvoorstel dat al in 2008 in de Kamer had moeten liggen. We hebben dus wat schade in te halen, zullen we maar zeggen.

De staatssecretaris laat weten dat zij natuur belangrijk vindt. Dat is mooi, want het grootste natuurgebied dat wij hebben, ligt onder water: de Noordzee. Dit gebied heeft een krachtige beschermvrouwe nodig. Marine natuur vormt het belangrijkste ecosysteem op aarde, maar wij gaan er uiterst onzorgvuldig mee om. Een van de redenen daarvoor is misschien wel dat die mooie natuur, het kwetsbare leven onder water, zo slecht zichtbaar is. Dat heeft twee belangrijke componenten in zich. Allereerst kunnen mensen zich maar moeilijk voorstellen hoe belangrijk dat zeeleven is. De staatssecretaris wil burgers terecht betrekken bij de bescherming van natuur. Daarvoor is nodig dat de natuur in de harten van mensen komt. Ik vind dat mooi. Ik wil haar dan ook vragen aan welke inspanningen zij denkt om ervoor te zorgen dat mensen zich realiseren hoe belangrijk de marine ecosystemen van onze Noordzee zijn. Aangezien je de natuur daar niet goed kunt zien, zie je ook niet dat er soms wel zes keer paar jaar een enorme uitputtingsslag plaatsvindt. In vergelijking met landbouwareaal komt dat neer op zes keer paar jaar een akker met grof geweld omploegen. De schade die wordt aangericht, kunnen we hiervandaan niet zien, niet vanuit deze zaal en ook niet als we op het strand staan en naar de zee kijken. Ook dat moet inzichtelijk worden gemaakt. Ik ben benieuwd naar de inspanningen van de staatssecretaris om het belang van de bescherming van de marine natuur duidelijk te maken en ook te verankeren in haar beleid.

Dit is wel een enigszins vreemd debat. We hebben de eerste termijn gevoerd met de staatssecretaris van het vorige kabinet. We hebben vragen gesteld en reacties gekregen. Ik kan mij zomaar voorstellen dat de huidige staatssecretaris op een aantal punten een andere opvatting heeft dan haar voorganger; ik hoop dat. Het komt erop neer dat ik een aantal vragen die ik in eerste termijn al heb gesteld, zal herhalen.

De bijzondere natuur, de biodiversiteit en de visbestanden van de Noordzee moeten nodig worden beschermd voordat het te laat is. Wetenschappers waarschuwen voor een ontwikkeling naar een kwallenzee. Immers, hoe meer soorten er verdwijnen, hoe makkelijker kwallen kunnen gedijen. Dat lijkt mij sowieso een slecht plan en bovendien niet goed voor onze recreatieve industrie en onze kusten. Er wordt al veel te lang op deze wetswijziging gewacht. In het Integraal Beheerplan Noordzee 2015 uit 2006 wordt deze wetswijziging al aangekondigd. Minister Verburg stuurde pas in 2008 een voorstel naar de Kamer. Nu is het 3 april 2013. Ondertussen heeft Nederland beloofd uiterlijk in 2010 een aantal gebieden op zee te beschermen. Deze wetswijziging is van belang voor die bescherming. Wij zijn dan ook blij dat de wijziging er eindelijk is. De PvdD wijst echter ook op de achterstand en de gebreken.

De collectieve rijkdom van de marine natuur vraagt om een scherpe bewaking en bescherming. Het tot nu toe gevoerde beleid staat daar haaks op. De vorige staatssecretaris liet na om mogelijkheden te bieden om de natuurgebieden op zee adequaat te beschermen. De zeevisserij ontspringt immers de dans en kan in de toekomst gewoon haar gang gaan in de beschermde gebieden. Het lijkt een open deur -- kennelijk was dat niet het geval voor het vorige kabinet -- dat zeereservaten rustgebieden moeten zijn voor zeevogels, vissen, schelpdieren en bijzonder bodemleven. Vispopulaties moeten zich daar kunnen herstellen en soorten als kabeljauw, schol en haring moeten er ongestoord kunnen paaien. Hier moet het bodemleven kunnen opbloeien.

Het kan toch niet zo zijn dat je in beschermde gebieden de bodem kapot laat slepen of het bodemleven laat vernietigen met elektrische stroomstoten om op platvissen te kunnen jagen omdat je ze niet sluit voor visserij. De vorige staatssecretaris gaf aan dat Nederland op nationaal niveau de natuur in de exclusieve economische zone niet zou kunnen beschermen tegen visserijactiviteiten. De Europese Commissie zou deze exclusieve bevoegdheid hebben onder het bereik van het gemeenschappelijk visserijbeleid, maar de Raad van State en rechtswetenschappers zijn andere meningen toegedaan.

De staatssecretaris gaf aan dat het wenselijker is, visserijactiviteiten te reguleren op Europees niveau. Die mening delen wij op zich wel, maar het gemeenschappelijk visserijbeleid voorziet op dit moment niet in uitputtende regelgeving om eventuele schadelijke visserijactiviteiten aan banden te kunnen leggen. Het biedt niet de volledige mogelijkheden om de Europese verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn na te komen, want die stellen dat achteruitgang moet worden gestopt en dat de natuur in een gunstige staat moet worden gebracht. Daarvoor moet het mogelijk zijn, schadelijke activiteiten op korte termijn te weren. Nederlandse, maar ook buitenlandse vissers moet de toegang tot beschermde gebieden kunnen worden ontzegd. Juist die mogelijkheid biedt het huidige gemeenschappelijk visserijbeleid onvoldoende. Juist daarom heeft de Raad van State geconcludeerd dat zolang het gemeenschappelijk visserijbeleid niet voorziet in die mogelijkheden, lidstaten op nationaal niveau regels mogen en zelfs moeten stellen aan de visserij om de natuur en dieren te kunnen beschermen. Is de staatssecretaris bereid, het advies van de Raad van State alsnog over te nemen? De Partij voor de Dieren heeft de benodigde aanpassing van de wet al voorbereid. Ik heb een amendement ingediend dat de staatssecretaris gewoon kan overnemen, waarna het geregeld is en het wetsvoorstel conform internationaal recht is. Immers, zeereservaten zijn pas zeereservaten als je ze echt kunt sluiten voor schadelijke activiteiten.

Na de wetswijziging wordt het eindelijk mogelijk om de Doggersbank, de Klaverbank en het Friese Front definitief als Natura 2000-gebied aan te wijzen. Dat juichen we toe. We vragen de staatssecretaris dan ook om geen tijd verloren te laten gaan als de wet is goedgekeurd door de Eerste Kamer. Deze gebieden beslaan slechts een schijntje van de natuurlijke rijkdom van de Noordzee. Vele andere gebieden met zeer bijzondere natuur vallen buiten de boot. Ik noem de Centrale Oestergronden, het Noordkrompgebied, de Borkumse Stenen, de Bruine Bank, de Zeeuwse Banken en de Gasfonteinen. Deze gebieden zijn nog altijd onbeschermd. Graag hoor ik hoe de staatssecretaris deze gebieden gaat beschermen. Voor adequate bescherming van de ecologie van de Noordzee zou je met een ruimere blik moeten kijken dan alleen de Natura 2000-visie. Het OSPAR-Verdrag moet nadrukkelijk worden betrokken bij de beschermingsactiviteiten. Deelt de staatssecretaris deze visie en, zo ja, welke ambities streeft zij na om de totale biodiversiteit van de Noordzee te beschermen? Het is enigszins ingewikkeld omdat dit een tweede termijn is, dus ik vraag de staatssecretaris wat haar ambitie is, maar zal ook een motie indienen om haar op te roepen om deze gebieden onder Natura 2000 dan wel OSPAR te beschermen. Ik heb immers geen andere gelegenheid om een motie in te dienen.

Na de wetswijziging zal de Flora- en faunawet van kracht worden buiten de twaalfmijlszone. Dat is mooi, maar ook hierbij geldt dat we nog lang niet voldoen aan OSPAR, Bern en het Biodiversiteitsverdrag van de VN. In het licht van die internationale verdragen zouden alle in de Nederlandse exclusieve economische zone voorkomende bedreigde vissoorten onder de Flora- en faunawet aangewezen moeten worden als beschermde soort. Is de staatssecretaris daartoe bereid?

De vorige staatssecretaris stelde voor, de bepalingen over het aanwijzen van een beschermde leefomgeving uit de Flora- en faunawet niet van toepassing te verklaren in de exclusieve economische zone. Maar het instrument van de beschermde leefomgeving zou ingezet kunnen worden om scheepswrakken te beschermen. Ook hiervoor heb ik een amendement ingediend. Ik zou graag horen van de staatssecretaris dat zij het overneemt. Scheepswrakken zijn belangrijk en de moeite van het beschermen meer dan waard, omdat je juist daar ziet dat soorten zich kunnen herstellen.

Ik dien nu mijn motie in over de bescherming van de gebieden die niet alleen onder Natura 2000 vallen.

Ik rond af. Een reservaat waarin de inwoners kunnen worden opgejaagd en uitgemoord, is natuurlijk geen reservaat. De Partij voor de Dieren vindt dat alle schadelijke activiteiten in reservaten ten principale uitgesloten moeten kunnen worden, op basis van de verwoesting die ze aanrichten. Geen visserij, geen vervuilende scheepvaart, geen beschadigende olie- en gasboringen.

Deze wetswijziging is een eerste stap. Het stelt echter alleen iets voor als de zeevisserij niet wordt uitgesloten van regulering. Bovendien zijn de bijzondere natuurwaarden van de Noordzee nog lang niet voldoende beschermd, met enkel de aanwijzing van de genoemde Doggersbank, de Klaverbank en het Friese Front. Ik hoop dus dat de staatssecretaris positief reageert op onze motie en laat zien dat ze niet alleen de vrouw is van de natuur op het land, de bomen, de struiken en alles wat je kunt zien, maar dat ze zich ook hardmaakt voor de belangrijke mariene natuur van onze Noordzee.

Interrupties bij andere partijen

[...]

Nederland is de Natura 2000-verplichtingen in Europees verband aangegaan. Voor zover ik weet, heeft de VVD dat altijd gesteund. Zij probeert dat tegenover ondernemers altijd een beetje te verdoezelen, maar dit zijn gewoon de richtlijnen, de Europese afspraken, waar de VVD zich aan wenst te houden, toch? Of zit dat anders?

De heer Litjens (VVD):
Dat zit niet zomaar anders. Het zit wel een beetje anders. Dat heeft niks met verdoezelen te maken. Mevrouw Ouwehand denkt dat hierbij sprake is van een tegenstelling, maar dat is niet het geval. De VVD steunt graag voorstellen en houdt zich graag aan afspraken, maar is daarbij niet kritiekloos. Er zijn afspraken gemaakt in het kader van Natura 2000. Ik mag mevrouw Ouwehand eraan herinneren dat bij de behandeling van de landbouwbegroting in januari van dit jaar een motie is ingediend met het doel alle Natura 2000-gebieden versneld aan te wijzen. De VVD heeft gezegd dat die aanwijzing naar de mening van de VVD pas kan gebeuren op het moment dat duidelijk is wat de financiële en economische gevolgen daarvan zijn en als duidelijk is hoe het zit met het sociaal-maatschappelijk draagvlak voor die besluiten. Voordat tot aanwijzing over kan worden gegaan, moeten de beheerplannen klaar zijn. Dat is nu allerminst het geval. Wij hebben hier dus nog geen vertrouwen in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik snap wel dat de VVD die positie wil innemen, maar dat kan helemaal niet, want de richtlijnen schrijven andere criteria voor. Daarin staat niet: als de VVD er vertrouwen in heeft, dan kun je een gebied gaan beschermen. Zo werkt het niet. Ecologische gronden, waar onze handtekening onder staat: dat zijn de belangrijkste criteria voor de beslissing om een gebied wel of niet te beschermen. Je kunt wel roepen dat je wilt dat het haalbaar en betaalbaar is, maar er zijn verplichtingen. We hadden die gebieden al in 2010 beschermd moeten hebben. Ik vraag de VVD dan ook of zij zich geen zorgen maakt als wij ons niet houden aan onze internationale afspraken. Hoe schat de VVD in dat het zal gaan met de boetes die wij eventueel krijgen als wij maar steeds niet de gebieden beschermen die wij hebben beloofd te beschermen?

Interrupties tijdens de beantwoording van de staatssecretaris

[...]

Staatssecretaris Dijksma:
Voor wijzigingen die moeten plaatsvinden bij wat nu valt onder het gemeenschappelijk visserijbeleid, moet de Europese route gevolgd worden. Wij zullen de andere lidstaten er dan van moeten overtuigen dat die wijzigingen nodig zijn, omdat wij die van belang achten voor het beschermen van de Natura 2000-gebieden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben nu toch in verwarring. Ik merk allereerst even op dat ik begrip heb voor de positie van de staatssecretaris, want ik heb de inbreng van de coalitiepartner gehoord. Eerlijk gezegd wil ik nog even uitspreken dat ik dat een schande vind. De staatssecretaris moet haar verantwoordelijkheid nemen om de verplichtingen na te komen. Daarover zijn wij het eens.

[...]

Ik ben echt in verwarring. Ik heb de stukken van de Raad van State goed gelezen. De Raad van State schrijft dat de route inderdaad Europees zou moeten zijn, maar dat een individuele lidstaat op basis van de gemeenschapstrouw de verplichting heeft om de bescherming zoals afgesproken onder de Vogel- en Habitatrichtlijn na te komen. Totdat je de bescherming in het gemeenschappelijk Europees visserijbeleid overtuigend kunt regelen, moet je volgens de Raad van State nationale maatregelen treffen en kan dit ook. Waarom verwacht de staatssecretaris dan een inbreukprocedure als ofwel het amendement van de SP ofwel het amendement van de Partij voor de Dieren wordt aangenomen?

Staatssecretaris Dijksma:
Precies daarom moet de Kamer die brief nog maar een keer ter inzage hebben. Men kondigt dat aan. Men zegt dat je, zodra je nationaal iets regelt dat feitelijk valt binnen het gemeenschappelijk visserijbeleid, niet meer voldoet aan de afspraken. Daarom probeer ik uit te leggen dat dit niet zozeer een politieke appreciatie is in de zin van iets wel of niet fijn vinden, maar dat het een politiek feit is dat wij dan een inbreukprocedure krijgen. Ik wil mevrouw Ouwehand graag meenemen in de communicatie daarover, want ik verzin dit niet. Het is lastig dat de Raad van State dit advies gegeven heeft, want ik neem de juristen van de Raad van State uiteraard zeer serieus. Dat kan ook niet anders. Tegelijkertijd moeten wij ook serieus nemen wat vervolgens het Brusselse antwoord daarop is. Het Brusselse antwoord is dat wij via nationale aanvullende regelgeving geen dingen mogen doen die doorkruisen wat wij via het gemeenschappelijk visserijbeleid hebben afgesproken.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De staatssecretaris zegt dat met een inbreukprocedure wordt gedreigd. Hoe schat zij dit in? Het zou een interessante casus kunnen geven als gemeenschappelijk visserijbeleid tegenover andere Brusselse afspraken, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, komt te staan. Wie zegt ons bij voorbaat dat het gemeenschappelijk visserijbeleid in zo'n geval zou "winnen", om het maar even in die termen te zeggen? Zou het Hof niet kunnen oordelen dat wij de afspraken uit de Vogel- en Habitatrichtlijn ook gewoon moeten naleven? Heeft de staatssecretaris enig idee hoe dit zou kunnen gaan lopen?

Staatssecretaris Dijksma:
Dan hebben wij nog het amendement op stuk nr. 19 van mevrouw Ouwehand over de scheepswrakken. Dat is op zichzelf een sympathiek amendement, maar ik moet het toch ontraden. Ik zal vertellen waarom. Vorig jaar heeft het kabinet deel 1 van de Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee 2012- 2020 vastgesteld. Daar kunnen wij nog over spreken. Er is toen gesproken over de vraag hoe wij de komende jaren omgaan met met name de kunstmatige substraten, zoals dat zo mooi heet, op de bodem van de zee, dus de scheepswrakken. De waarde van scheepswrakken voor het mariene ecosysteem komt aan bod. Er speelt echter een aantal kwesties doorheen. Er bestaat op dit moment een opruimplicht voor wrakken. Daarnaast spelen de visserijbelangen een rol. Die moeten allemaal tegen elkaar worden afgewogen. Uiterlijk in 2014 willen wij daar een standpunt over innemen. Mevrouw Ouwehand loopt voor de muziek uit, maar dat doet zij wel vaker. Misschien is zij er ook nog trots op.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het amendement regelt dat de mogelijkheid die de Flora- en faunawet nu al, ook in andere gevallen, biedt om een leefomgeving aan te wijzen als te beschermen waarde, ook beschikbaar is als wij de Flora- en faunawet uitbreiden naar de economisch exclusieve zone. Dat betekent niet dat die scheepswrakken per definitie meteen zijn aangewezen als beschermde leefomgeving. Met dit amendement wordt de mogelijkheid gecreëerd, waarbij volgens mij de route die de staatssecretaris zou willen bewandelen nog steeds open blijft.

Staatssecretaris Dijksma:
Ja en nee. Het punt is dat ik denk dat voordat je een mogelijkheid in de wet opneemt, je eerst moet bespreken of je die mogelijkheid daadwerkelijk wilt. Dat onderzoeken wij nu. Wij komen in 2014 met een standpunt. Dat kan in het kader van de Mariene Strategie. Als wij op grond dat standpunt stappen willen zetten -- dat zal overigens nooit voor alle scheepswrakken zijn, want het schijnt dat de bodem daar aardig mee bezaaid ligt -- wil ik op basis daarvan bezien hoe wij die verder vormgeven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil hem denk ik toch in stemming brengen. Wat wij met het amendement zouden willen in theorie, betekent niet dat het per se opgaat. Ik ben nog wel benieuwd of de staatssecretaris bereid is om de wet nog een keer te wijzigen als uit haar onderzoek blijkt -- zij is nu aan het kijken of het nodig is -- dat dit een handige bepaling is. Dat zie ik haar namelijk niet zo snel doen, de discussie over deze wet opnieuw voeren.

Heropening van het debat over de Natuurbeschermingswet 1998 en Flora- en faunawet, 23 mei 2013

Bekijk het debat hier terug op debatgemist.nl


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Omwille van de tijd zal ik het kort houden. Ik ben er niet gerust op. Het wetsvoorstel biedt al te weinig handvatten om daadwerkelijk schadelijke activiteiten te weren uit gebieden waarvan wij hebben beloofd dat wij die zullen beschermen en er zeereservaten van te maken. Een zeereservaat is natuurlijk geen zeereservaat als men het leven dat zich daar bevindt, alsnog kapot mag slepen. Ik ben erg benieuwd naar de analyse die de staatssecretaris van het amendement zal geven. In theorie hoeft het geen vertraging op te leveren als het parlement erbij betrokken wordt, maar wij weten ook dat wij al fors te laat zijn en dat de Kamer in elk geval niet enthousiast is over het beschermen van natuur, zoals wij al in de discussie hoorden.

Hoe ziet de staatssecretaris dat, gelet op het punt dat wij al te laat zijn met het aanwijzen van de natuurgebieden? Hoe ziet zij het risico dat er uiteindelijk toch nog wordt ingegrepen omdat wij onze doelen -- het beschermen van de natuur -- internationaal niet halen? Dat is de belangrijkste vraag van dit debat.

De heer Graus (PVV):
Ik denk dat ik namens de andere 148 Kamerleden spreek, dus degenen die geen lid zijn van de fractie van de Partij voor de Dieren. Geen enkel Kamerlid is tegen het beschermen van de natuur. Het gaat alleen om de manier waarop. Dat wilde ik toch even vermelden voor de Handelingen. Dat is altijd leuk voor later.

De voorzitter:
Het wordt genoteerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is waarschijnlijk een kwestie van interpretatie. Ik wil hier geen Kamerleden daadwerkelijk aanwijzen. De heer Graus weet vast wel wat ik bedoel als ik zeg dat er weinig enthousiasme is voor het echt beschermen van de natuur.

De vraag is dus hoe de staatssecretaris dat amendement ziet in het licht van de verplichtingen en hoe zij het risico van ingrijpen ziet. Dat zijn de enige argumenten waar de meerderheid van deze Kamer gevoelig voor is en dat is treurig genoeg. Je zou uit jezelf de natuur moeten willen beschermen, vanwege die waarde die zij heeft en niet alleen omdat je ergens toevallig een keer een handtekening onder hebt gezet.

Wij steunen het wetsvoorstel wel. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris met een staatsrechtelijk gezien gedrocht van een amendement en een toch al niet al te best wetsvoorstel zelf gelukkig wordt.

Beantwoording van de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat we nog niet te laat zijn, maar het is wel heel belangrijk dat de Kamer het wetsvoorstel aanneemt. Daarmee hebben we een basis om verder te gaan. Vervolgens moeten we het proces met elkaar doormaken. Dan gaat het om de voorzorgsmaatregelen die we hiervoor afspreken, de vraag hoe de pakketten eruit zullen zien en welke condities hieraan zijn verbonden en de vraag wanneer een en ander in werking treedt. Ik zie ook geen andere route. Als de Kamer het voorstel afwijst en de wet, vanavond of een op een ander moment, wegstemt, dan heeft zij niks. Soms moet je ook waarderen -- ik kijk even naar mevrouw Ouwehand -- dat deze processen dingen mogelijk maken die anders niet mogelijk zijn.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil graag weten wat de positie van de ChristenUnie is. Ik hoor dat de heer Slob inziet dat er weleens ingegrepen zou kunnen worden als wij deze wet niet aannemen en de maatregelen treffen die wij internationaal hebben afgesproken. Ik krijg echter sterk de indruk dat zijn amendement dit ook kan veroorzaken. Als de analyse van de staatssecretaris is dat het de onzekerheid alleen maar vergroot en wij daarmee het risico op ingrijpen niet uit de weg gaan, is de ChristenUnie dan bereid om het amendement in te trekken?

De heer Slob (ChristenUnie):
U bedoelt het amendement op stuk nr. 29, vraag ik via de voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, het amendement op stuk nr. 29.

De voorzitter:
Wij spreken via de voorzitter.

De heer Slob (ChristenUnie):
Ik kan niet helemaal inzien waarom de Europese Commissie er bezwaar tegen zou hebben als dit parlement vraagt om betrokken te zijn bij allerlei uitwerkingen. De verhouding tussen regering en parlement is volgens mij echt een nationale aangelegenheid, waarover wij zelf afspraken kunnen maken. Dat zie ik dus eerlijk gezegd niet in. Mevrouw Ouwehand heeft wel gelijk dat het naar mijn mening belangrijk is -- dat is de positie van de ChristenUnie -- dat wij nu wel die wetsbasis gaan creëren, zoals in andere landen ook al gebeurd is. Daarvoor is dit wetsvoorstel bedoeld. Ik vind het daarbij van belang om de positie van het parlement goed te borgen en te zorgen voor draagvlak buiten het parlement; vandaar de moties en de amendementen. Dat is onze inzet geweest en heeft geleid tot deze derde termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor dit antwoord. Ik ben toch een beetje bang dat wij hier een papieren werkelijkheid creëren. De betrokkenheid van het parlement is altijd goed, maar het risico van nog verdere vertraging creëren wij hier vandaag dus wel. Daarmee zouden wij in de situatie terecht kunnen komen dat wij eigenlijk om ingrijpen vragen. Erkent de heer Slob dat dit risico erin zit met zijn amendement?

De heer Slob (ChristenUnie):
Volgens mij zit dat risico er niet in. Als het wetsvoorstel door beide parlementen komt -- het is in deze tijd altijd nog wel spannend of dat gaat lukken -- is volgens mij voldaan aan de opdracht van Brussel dat die rechtsgrond is gecreëerd. Dat daaraan nog verdere vervolgstappen worden gegeven met alle pakketten, de beheerspakketten en dergelijke, die moeten worden afgesproken, spreekt voor zich, maar daarbij is er nog wel ruimte voor nationale lidstaten om eigen invullingen te geven aan de proportionaliteitsvraag, de vraag of er een goed evenwicht is tussen aan de ene kant natuur beschermen en aan de andere kant recht doen aan economische activiteiten. In de motie vraag ik dat het eerst langs het parlement komt. Op het moment dat wij hier aan onze regering ruimte bieden en zeggen dat een bepaald pakket, bijvoorbeeld dat voor de Doggersbank, wat ons betreft richting Brussel kan, zal de beoordeling uiteindelijk natuurlijk daar moeten plaatsvinden. Dan heb je altijd een kans dat iets weer wordt teruggestuurd, maar dat zien wij tegen die tijd wel. Dat is echter iets anders dan dat er echt ingegrepen wordt.